Document acties

Masterproef bio-ir

Reglementair kader Studiefiches Buitenlandse verblijven in het kader van masterproef Keuze onderwerp Begeleiding Evaluatie van de masterproef (in het tweede masterjaar) Informatie specifiek voor docenten

Reglementair kader

Art. 60 van het Facultair Vademecum

Studiefiches

Buitenlandse verblijven in het kader van masterproef

Studenten die voor hun masterproef in het buitenland verblijven, dienen:

  • aan de FSA een verklaring te bezorgen van de lesgevers bij wie practica gemist worden, waarin bevestigd wordt dat de practica kunnen/zullen ingehaald (of vervangen) worden
  • zich bij hun terugkomst aan te melden bij de FSA.

Opgelet: Afwezigheden van meer dan 4 lesweken worden niet aanvaard.

Keuze onderwerp

  1. De KCO vraagt bij het begin van het academiejaar aan alle potentiële promotoren om masterproef-onderwerpen aan te brengen op de facultaire Masterproef website. Dit aanbod kan worden aangevuld tot 20 januari.

    Uit het aanbod onderwerpen dat een verblijf in een ontwikkelingsland inhoudt, kunnen studenten die zich wensen kandidaat te stellen voor een VLIR-beurs (1e ronde) reeds een keuzeaanvraag schriftelijk voorleggen op de opleidingscommissie van november, waarna dat onderwerp kan toegekend worden.

  2. De KCO kondigt deze website in oktober aan naar de studenten van het eerste masterjaar.

  3. Studenten kunnen indien gewenst zelf een onderwerp aanbrengen (bv. een onderwerp gevonden op de website van de wetenschapswinkel) en contacteren hiervoor een potentiële promotor.

  4. De KCO zal de studenten vragen om tussen 9 en 20 februari hun 1e, 2e en 3e keuze elektronisch vast te leggen.

    Deze deadline laat studenten toe om een Vlir- of Bios-reisbeurs aan te vragen en laat ook toe dat studenten die in het 2e Masterjaar aan het Erasmusprogramma deelnemen, tijdig een masterproef-onderwerp kunnen vastleggen. Het is hierbij de bedoeling dat studenten gedurende deze periode zicht hebben op de keuzes van alle studenten en desgewenst ook nog hun voorstel kunnen aanpassen (tot de deadline van 20 februari).

  5. Na de deadline van 20 februari worden de onderwerpen definitief toegewezen wat een engagement van de beide partijen inhoudt: enerzijds verbindt de student er zich toe om het gekozen onderwerp daadwerkelijk op te nemen, anderzijds verbindt de promotor er zich toe dat de student dit onderwerp zal kunnen bestuderen.

    Als meerdere studenten hetzelfde onderwerp als 1e keuze hebben opgegeven, dan beslist de promotor (eventueel na overleg met de kandidaten) aan wie het onderwerp wordt toegewezen. Wie zijn 1e keuze niet ziet ingewilligd, valt terug op de 2e keuze. Enkel voor wie geen van zijn 3 keuzes ziet ingewilligd, zal de definitieve keuze pas na een beperkte 2e ronde kunnen worden vastgelegd.

    Een masterproef door twee studenten rond hetzelfde onderwerp is echter mogelijk (zie lager).

  6. De OC-TBW en Faculteitsraad van maart behandelen het onderwerp, de promotor(en), de tutor(en), de taal en de confidentialiteit van de masterproef.

  7. Studenten die door omstandigheden geen gebruik maakten van de hierboven beschreven elektronische vastleggingsprocedure moeten ten laatste op 1 juni het onderwerp, de promotor(en), de tutor(en), de taal en de confidentialiteit van hun masterproef indienen bij de FSA. Deze gegevens worden dan behandeld door de OC-TBW en FR van juni.

  8. De FSA zal in maart van het tweede masterjaar de definitieve titel van de masterproef, de promotor(en), de tutor(en), de taal, de confidentialiteit en de voorstellen voor commissarissen aan de promotor(en) elektronisch opvragen (voor behandeling door de OC-TBW en FR van april).

Masterproeven van twee studenten met hetzelfde onderwerp

  • Het werk dient in gescheiden boekdelen te worden voorgelegd.
  • De verdediging is individueel, dus gescheiden in ruimte en tijd.
  • Er wordt voor iedere masterproef een afzonderlijke examencommissie aangeduid, derhalve is een afzonderlijke schriftelijke beoordeling vereist.
  • Indien een gezamenlijke titel wordt gebruikt, dient deze aangevuld te worden met een afzonderlijke subtitel.
  • In de inleiding van elke masterproef dient de samenwerking te worden vermeld en de gelijkenissen en specificiteit van de werkzaamheden te worden aangeduid.

Begeleiding

De student heeft recht op actieve begeleiding in de vorm van verschillende begeleidingsgesprekken. Deze gaan door op vaste tijdstippen of op afspraak. De student kan met de promotor(en) en tutor(en) overleggen inzake:

  • beschikbaarheid (de start van het experimenteel werk, de invulling van de werkweek, de beschikbaarheid tijdens de examenperiode na 1e semester, het einde van het experimenteel werk)
  • beurzen in het kader van buitenlandse verblijven
  • verzekeringen
  • confidentialiteit
  • ethische commissie
  • literatuur

Bij problemen i.v.m. de beschikbaarheid van de student of i.v.m. de beschikbaarheid en de begeleiding door de tutor(en) of promotor(en) kan de ombudspersoon gecontacteerd worden. Deze legt de klacht formeel vast en zoekt naar een oplossing.

De student draagt altijd de verantwoordelijkheid voor de inhoud van de masterproef.

Evaluatie van de masterproef (in het tweede masterjaar)

De Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen evalueert masterproeven:

  • op basis van een schriftelijk rapport en een openbare masterverdediging
  • door een jury bestaande uit 2 commissarissen en maximum 2 promotoren

Schriftelijk rapport

Openbare verdediging

De verdediging van de masterproef gebeurt:

  • in principe altijd in het Nederlands
  • op een afgesproken datum

Informatie specifiek voor docenten

Indienen evaluatie van de schriftelijke neerslag

De promotor(en) en commissarissen dienen hun beoordelingsformulieren uiterlijk de laatste dag vóór de masterverdediging in te dienen bij de FSA.

Aanduiding promotor(en)

De verantwoordelijkheid voor de begeleiding van het opleidingsonderdeel masterproef berust bij maximum 2 promotoren, onder wie ten minste één promotor die:

  • lid is van het ZAP of doctor-assistent van de UGent of gastprofessor of een gepromoveerde onderzoeker in vast of tijdelijk dienstverband van de UGent of van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen en verbonden aan de FBW of lesgever van een algemeen vak binnen de betrokken masteropleiding, én
  • verbonden aan de FBW of lesgever van een algemeen vak binnen de betrokken masteropleiding, én
  • tevens optreedt en geregistreerd wordt als administratief verantwoordelijk promotor.

Personen zonder doctoraat, maar met een uitgebreide ervaring in het domein van de masterproef, kunnen mits grondige motivatie ook als bijkomende promotor worden toegelaten aan de FBW.

Aanduiding tutor(en)

Aan de FBW wordt bij elk masterproefonderwerp ook één of meerdere tutoren aangeduid. Zij staan in voor de dagelijkse begeleiding van de student.

  • Een tutor moet beschikken over een masterdiploma.
  • Ook de promotor kan als tutor fungeren.
  • Er wordt gestreefd naar een maximum van 3 studenten per tutor.
  • Een tutor kan geen commissaris zijn, maar is wel betrokken bij het scoren van de masterproef via de promotor(en) (zie rubriek "Eindscoreberekening" in de studiefiche van de masterproef).

Aanduiding 2 commissarissen

  • Het is de taak van de promotor(en) om, na consultatie, 2 commissarissen voor te stellen.
  • Het is de taak van de promotor(en) om erover te waken dat deze commissarissen niet rechtstreeks betrokken waren bij de totstandkoming van de masterproef (de OC-TBW controleert dit en adviseert de FR).
  • Er dient altijd minimaal één commissaris lid te zijn van de FBW.
  • Commissarissen dienen houder te zijn van een masterdiploma en over minimaal 2 jaar relevante onderzoekservaring te beschikken.
  • Commissarissen dienen aanwezig te zijn op de verdediging.

Aanduiding vaste voorzitter en secretaris

Aan de FBW wordt per masteropleiding een vaste voorzitter en secretaris aangeduid (OC-TBW en FR van april). Beiden zijn lid van het ZAP van de FBW en waken over de goede gang van zaken en over de gelijke behandeling van alle studenten.