Projecten
Effect van castratie op jonge leeftijd op de gezondheid en het dierenwelzijn bij katten
April 2010 – 2013
Financiering: Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu
Doelstellingen
In Europa wordt castratie van kattinnen en katers voor de leeftijd van 16 weken slechts bij uitzondering toegepast. Deze techniek is in Amerika echter al volledig ingeburgerd en kent vele voordelen.
Op maatschappelijk niveau is het voordelig omdat op deze manier het aantal ongewenste katten beperkt wordt. Voor de dierenarts is de operatie, mits men de juiste techniek gebruikt, gemakkelijker. Voor de eigenaar is het houden van gecastreerde dieren een voordeel aangezien gecastreerde dieren minder agressief zijn naar soortgenoten, aanhankelijker zijn naar hun eigenaars toe en minder pathologie vertonen. Complicaties op korte of lange termijn blijken volgens Amerikaanse studies niet meer voor te komen bij vroegtijdig gecastreerde dieren dan bij dieren die op latere leeftijd gecastreerd werden. Geen enkel land in Europa volgde tot dusver het Amerikaanse voorbeeld, terwijl de overpopulatie van asielen en de zwerfkatten toch ook in Europa een probleem vormt.
De objectieven van het onderzoek zijn dan ook de volgende :
- Een chirurgisch en anesthetisch protocol op punt stellen dat de dierenarts zal toelaten deze operatie routinematig in de praktijk uit te voeren. Het is uiteindelijk de bedoeling deze techniek op te nemen in de theoretische en praktische opleiding van de studenten diergeneeskunde. (Vakgroep Geneeskunde en klinische biologie van de kleine huisdieren)
- Het effect van vroege castratie nagaan op het optreden van een aantal mogelijke klinische complicaties zoals gevoeligheid voor lagere urinewegproblemen, spontane fracturen en obesitas en vergelijken met het optreden van deze complicaties bij dieren gecastreerd op jong-volwassen leeftijd. (Vakgroep Geneeskunde en klinische biologie van de kleine huisdieren)
- De effecten van vroege castratie op het welzijn en de verdere ontwikkeling van het gedrag van katers en kattinnen nagaan en vergelijken met de effecten na castratie op jong-volwassen leeftijd. (Laboratorium voor Ethologie, Vakgroep Voeding, Genetica en Ethologie)
Naar een objectieve meetmethode voor welzijn en gezondheid van varkens
2009 - 2013
Partners
K.U.Leuven (Departement Biosystemen, Afdeling M3-Biores en Afdeling DVK) en UGent (Laboratorium voor Ethologie)
Samenvatting
Dit project beoogt de ontwikkeling van een welzijnsmonitor voor varkens op basis van een beperkt aantal eenvoudig meetbare dierparameters.
In het onderzoek worden ethologische en fysiologische beoordelingen als referentie gebruikt voor de ontwikkeling en validatie van een monitor die gebaseerd is op automatisch gemeten visuele en auditieve signalen afkomstig van de dieren. Als visuele kenmerken worden de positie en de oriëntatie van ieder dier in een groep te berekend, terwijl de auditieve informatie bestaat uit duur, frekwentie-inhoud en locatie van de waargenomen diergeluiden. Met behulp van modelmatige analyses wordt het verband gelegd tussen de eenvoudig meetbare parameters en de welzijnscore uit ethologische en fysiologische beoordelingen. Dit moet toelaten om voor de belangrijke welzijnsgerelateerde gedragingen (agressie, storing van het eet- en drinkgedrag, van het rustpatroon, algemene activiteit, abnormaal gedrag en gedragingen die symptomatisch zijn voor ziektes en trauma’s) een betaalbare, objectieve en “real time” monitor te ontwikkelen.
In een gevalstudie zal bij vleesvarkens, in de vorm van een reeks experimenten, een aantal stressoren die in de dagelijkse management kunnen voorkomen zoals de voerstrategie (wijziging in hoeveelheid en samenstelling) en het hergroeperen van dieren als invloedsfactoren aangewend worden om de algoritmes voor de monitor te ontwikkelen. Vervolgens wordt op basis van deze experimentele data een (adaptief) model ontwikkeld dat de dynamische relaties tussen de expertenscores en de eenvoudig meetbare parameters vastlegt. Finaal wordt dit model in een operationele welzijnsmonitor geïntegreerd en gevalideerd op semi-praktijkschaal met een voldoende aantal dieren.
Het automatisch detecteren van de welzijnsstatus kan
- heel wat dierenleed voorkomen en bovendien belangrijke economische verliezen vermijden (sterfte, veeartskosten, vroegtijdig slachten, verminderde prenatale sterfte bij zeugen, enz.)
- bijdragen tot het beter inlassen van gedrag in evaluatieprotocols van bedrijven wat welzijn betreft.
De beoogde doelgroepen binnen dit project zijn zeer breed nl. veehouders, de constructeurs van stallen en stalinrichting en andere toeleveringsbedrijven, landbouwberoepsorganisaties, de overheid, voorlichtings- en adviesdiensten. Zij zijn allen vertegenwoordigd in de voorgestelde gebruikerscommissie van dit project.
Ontwikkeling van een geautomatiseerd systeem voor de continue observatie van het gedrag van landbouwhuisdieren (Gacossysteem)
1997 - 2000
Partners
KULeuven (Laboratorium voor Agrotechniek, Afdeling M3-Biores), UGent ( Laboratorium voor Ethologie) en Sydec N.V. (Sint-Niklaas)
Samenvatting
De doelstelling van dit project is een systeem (GACOS: Goedkoop Automatisch continu Observatie Systeem) te ontwikkelen dat op een continue en contactloze manier het gedrag van levende organismes (landbouwdieren) kan meten en interpreteren.
Meer bepaald is het doel om na te gaan of aan het uitgangssignaal van een bestaande (goedkope) sensor een maat voor de aard en de hoeveelheid van dierlijke activiteit kan gekoppeld worden.
Bij de uitvoering van het project werden hiertoe de volgende stappen gezet:
- uit een veelheid van bestaande sensoren, gaande van relatief eenvoudige sensoren tot meer geavanceerde camerasystemen (FUGA, CCD) zal een selectie gemaakt worden van een of meer sensoren, welke het meest geschikt zijn voor deze toepassing
- Het operationeel maken en testen van GACOS onder praktijkomstandigheden
- Ontwikkeling van een intelligent GACOS-systeem waarmee bepaalde (afwijkende) dierlijke gedragingen gekwantificeerd worden (geboorte bewaking, verplaatsing van elementen in de huisvesting van landbouwhuisdieren).
- Gewichtsbepaling bij kippen in een groep m.b.v. het GACOS-systeem
- Huidtemperatuurmetingen m.b.v. thermografie bij varkens als indicator voor ziekte.
Rapport
April 2002
