Opleidingsonderdelen Histologie

Celbiologie en Algemene Weefselleer

Celbiologie en Algemene Weefselleer (67.5 h, 8 SP), eerste bachelor diergeneeskunde

Een eerste deel van de cursus omvat een opsomming van de microscopische onderzoeksmethoden. Na een beschrijving van de verschillende licht- en elektronenmicroscopen wordt een overzicht gegeven van de verschillende kleurtechnieken. In een tweede deel wordt de morfologie van de cel besproken. In dit deel worden de microscopische verschijningsvormen en de moleculair biologische opbouw van membraanstructuren, nucleus en nucleolus, ribosomen, glad en ruw endoplasmatisch reticulum, Golgi-complex, lysosomen, peroxisomen, mitochondriën, cytoskelet, celinclusies, celcyclus en celdood in extenso beschreven waarbij steeds de link gelegd wordt naar de functie(s) van deze structuren. Het derde en laatste deel van deze cursus handelt over de vier basisweefsels, met name het epitheelweefsel (bedekkingsepitheel en klierepitheel), bindweefsel (klassiek bindweefsel, kraakbeenweefsel, beenweefsel, vetweefsel, bloedcellen), spierweefsel (dwars gestreept skeletspierweefsel, glad spierweefsel, hartspierweefsel) en zenuwweefsel. Ook hier wordt de samenstelling en ruimtelijke structuur van deze weefsels besproken waarbij de relatie tussen deze opbouw en de functie benadrukt wordt.

Bijzondere Weefselleer

Bijzondere Weefselleer (90 h, 8 SP), tweede bachelor diergeneeskunde

Tijdens deze cursus worden de volgende orgaanstelsels in extenso besproken, namelijk de spijsverteringsbuis, de spijsverteringsklieren, het urinair stelsel, het vrouwelijk geslachtsstelsel, het mannelijk geslachtsstelsel, het ademhalingsstelsel, het endocrien stelsel, het zenuwstelsel, het oor, het oog, het cardiovasculair stelsel, het integument en het immuunstelsel. Hierbij wordt telkens de microscopische opbouw van de organen en orgaanstelsels beschreven waarbij eventuele diersoortspecifieke verschillen aangehaald worden. Van belang hierbij is dat de groepering van de verschillende weefseltypes tot een orgaan, en van verschillende organen tot een orgaanstelsel duidelijk aangetoond wordt. Bovendien wordt ook hier, net zoals bij de cursus Celbiologie en Algemene Weefselleer, de structuur-functie relatie benadrukt. Inzicht in de ruimtelijke structuur en functie van de cel en haar organellen, en van de vier basisweefsels (epitheelweefsel, bindweefsel, spierweefsel en zenuwweefsel) is noodzakelijk om dit opleidingsonderdeel aan te vatten.

 

Voor verdere info over deze opleidingen kan u terecht in de studiegids van de UGent