Nieuwjaarstoespraak 2017 decaan Rik Van de Walle

Het beste is, het raadsel te vergroten1
Over vertrouwen, overleg en wat pragmatisme


Rik Van de Walle
decaan faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur
nieuwjaarstoespraak 2017


Mevrouw de rector, Mijnheer de vicerector,
Mijnheer de voorzitter, Mevrouw de ondervoorzitter,
Mijnheer de ererector, Mijnheer de erevicerector,
Mijnheer de regeringscommissaris,
Geachte beheerder(s), Geachte directeur(s),
Beste collega's en studenten,
Goede vrienden van onze faculteit,


Toen ik hier een jaar geleden stond, opende ik mijn nieuwjaarspraatje als volgt: 'Soms is stilte krachtiger dan spreken.' Maar 2016 is een jaar geworden waarin de kracht van stilte het vaak moest afleggen tegen extremisme, hardheid en onverdraagzaamheid. 2016 leek bij momenten wel het jaar van de beoordeling en de veroordeling te zijn. Of het nu ging over conflicten op wereldschaal of over lokaal gebakkelei, er was één constante: in kranten, in nieuwsbulletins en via sociale media werden stellingen en meningen in de scherpst mogelijke bewoordingen geformuleerd.


Na een jaar waarin zéér veel werd gesproken en geschreven, en goed beseffend dat 2017 een jaar wordt waarin misschien nog méér zal worden gesproken en geschreven, nam ik mij bij het schrijven van deze toespraak voor om wat op de rem te staan. We weten het allemaal: het is soms beter om eens tot tien te tellen alvorens te spreken. Welnu, tijdens het schrijven van deze tekst heb ik bij wijze van spreken verschillende keren tot tien geteld, en nadien... een zin of paragraaf gewist. Wat de teneur was van die gewiste zinnen en paragrafen? Harry MULISCH, de man die onder meer de hemel ontdekte, zei het al:


'Het beste is, het raadsel te vergroten.'


En hij had gelijk.


Beste genodigden, goede vrienden, het doet deugd te zien dat jullie opnieuw massaal naar onze nieuwjaarsreceptie zijn gekomen. Samen met de academisch secretaris (Patrick De Baets) en de onderwijsdirecteur (Gert De Cooman) ben ik bijzonder blij u hier te mogen begroeten. We beschouwen dit als een uiting van het feit dat onze faculteit goed bezig is: er is dynamiek en engagement, én er is samenhorigheid. Dus mede namens Patrick en Gert: zéér hartelijk welkom!


Wat was, was goed – zelfs zeer goed

2016 was voor onze faculteit een belangrijk jaar. Heel wat opleidingen werden beoordeeld door een internationaal panel, en die beoordeling was globaal genomen bijzonder positief. We hebben dit in de eerste plaats te danken aan onze lesgevers en hun medewerkers. Ik heb het hier overigens bewust over lesgevers en hun medewerkers: vele honderden ATP- en OAP-leden zorgen er immers samen met de lesgevers voor dat onze onderwijsactiviteiten een internationale kwaliteitstoets met verve kunnen doorstaan; zonder hen zou dit nooit mogelijk zijn. Ik maak van de gelegenheid gebruik om Gert en zijn team te bedanken: onze Facultaire Dienst Onderwijsondersteuning (FDO) staat voor efficiënte ondersteuning van het onderwijsgebeuren. Vertrouwen, overleg en pragmatisme: het zijn kernwoorden die niet alleen de werking van onze FDO maar ook de werking van de hele faculteit goed omschrijven. Natúúrlijk heeft onze faculteit haar grote en kleine zorgen, maar dat is niet meer dan normaal – het is te wijten aan het feit dat we nu eenmaal grote en kleine ambities hebben. Ik durf dan ook te stellen dat onze opleidingscommissies, de vakgroepen, en het geheel van de facultaire logistieke diensten zeer goed functioneren. Ik durf bovendien te stellen dat ze dat niet doen op basis van controledrang of hooggehouden wijsvingertjes, maar wel op basis van... vertrouwen, overleg en wat pragmatisme.


We zijn vorig jaar nog een stap verdergegaan wat de herschikking/clustering van de vakgroep betreft: de huidige vakgroepen Toegepaste Materiaalwetenschappen, Textielkunde, Chemische Proceskunde en Technische Chemie, en Elektrische Energie, Systemen en Automatisering, werden omgevormd tot twee nieuwe vakgroepen: de vakgroep Materialen, Textiel en Chemische Proceskunde ('MaTCh') en de vakgroep Elektrische Energie, Metalen, Mechanische Constructies en Systemen ('EEMMeCS'). Het gaat hier niet om een administratieve ingreep maar wel over het samenbrengen van mensen die actief zijn in verwante onderzoeks- en onderwijsdomeinen. Of nog: het gaat hier over het stimuleren van samenwerking en het afbreken van grenzen die samenwerking in de weg staan. Dat we daarin geslaagd zijn, is naar mijn gevoel een zeer belangrijke verwezenlijking!


Ik maak van de gelegenheid gebruik om een geheim(pje) te onthullen. Ergens aan het einde van de zomer van 2013 zaten Patrick en ikzelf eens vijf uur lang samen. We vormden op dat ogenblijk bijna een jaar een koppel (om misverstanden te vermijden: als decaan en academisch secretaris). En zoals dat na verloop van tijd met koppels gaat, mijmerden we over de toekomst. We mijmerden over de vraag of het niet mogelijk was om de toenmalige vakgroepen beter te laten samenwerken. We lieten ons gaan: we namen een blaadje papier en waagden ons aan een gedachtenexperiment: hoe zouden we het vakgroepenlandschap tekenen, als we konden uitgaan van een leeg blad, en niet gehinderd zouden worden door voorgeschiedenissen noch door angst om dingen te veranderen? Aan het einde van ons gemijmer concludeerden we: wat nu op dat blaadje papier staat, is misschien wel wenselijk maar het is van geen kanten haalbaar. Welnu, na de vergadering van de faculteitsraad van november vorig jaar, concludeerden we iets anders: wat destijds op dat blaadje papier stond is zo goed als gerealiseerd. Veranderingen die eerst onhaalbaar lijken kunnen wel degelijk gerealiseerd worden, op voorwaarde dat eraan gewerkt wordt. En op voorwaarde dat... er vertrouwen is, overleg, en wat pragmatisme.


Loopt alles nu perfect? Neen, natuurlijk niet – er is nog veel te doen! Binnen de faculteit én daarbuiten.


Over vrijheid en niet alleen zijn op de wereld


Het spreekt voor zich dat de onderzoekscontext waarin onze universiteit (en onze faculteit in het bijzonder) opereert, de voorbije jaren grondig is gewijzigd. Op Europees niveau is er een duidelijke tendens om grote(re) entiteiten structureel te ondersteunen. Op Vlaams niveau zijn er de Strategische Onderzoekscentra, die als doel hebben expertise vanuit verschillende universiteiten thematisch samen te brengen en op die manier entiteiten met voldoende kritische massa te creëren (imec, Flanders Make, VITO en VIB). Op Vlaams niveau zijn er tevens de recent opgestarte clusterinitiatieven, die samenwerking beogen tussen universiteiten (meer algemeen: hogeronderwijsinstellingen), de bedrijfswereld en de overheid.


Het moet de ambitie zijn van onze faculteit én van onze universiteit om prominent aanwezig te zijn in de samenwerkingsverbanden die nationaal én internationaal worden opgezet. Anderzijds mag de academische vrijheid van professoren en onderzoekers niet in het gedrang worden gebracht. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat professoren en onderzoekers van bovenaf een onderzoeksagenda opgelegd krijgen en zelf gedegradeerd worden tot loutere uitvoerders van een centraal vastgelegd onderzoeksbeleid.


Academische vrijheid en inhoudelijke focus van (een deel van) onze onderzoeksactiviteiten hoeft echter geen tegenstelling in te houden. Wel integendeel! Clustering, focus rond gezamenlijke onderzoeksthema's, en het zich gezamenlijk profileren rond dergelijke thema's, levert zeer concrete voordelen op voor de betrokken onderzoeksgroepen, zoals:

  • Het delen van infrastructuur en apparatuur, waardoor men gezamenlijk beschikt over een state-of-the-art-onderzoeksomgeving die totaal onbetaalbaar zou zijn voor individuele onderzoeksgroepen.
  • Quasi structurele financiering van onderzoeksactiviteiten, weliswaar onderworpen aan adequate beoordelingsprocessen. Hierdoor kunnen niet alleen onderzoeks- maar ook onderwijsambities worden waargemaakt die volstrekt onrealistisch zouden zijn zonder deze financiering (bv. inzetten van extern gefinancierde OAP-leden voor de ondersteuning van onderwijsactiviteiten).
  • Het feit dat onderzoeksresultaten een veel grotere zichtbaarheid krijgen, creëert niet alleen een grotere impact van deze resultaten maar ook een draagvlak voor onderliggend fundamenteel-wetenschappelijk onderzoek. Financiers en 'verdedigers' van toepassingsgericht onderzoek (waartoe ook beleidsvoorbereidend onderzoek kan worden gerekend), zien na verloop van tijd zeer goed in dat toepassingsgericht onderzoek onmogelijk is zonder voorafgaand fundamenteel-wetenschappelijk onderzoek.

Deel zijn van een grote(re) onderzoeksentiteit impliceert dus niét dat de academische vrijheid wordt opgegeven. Indien gezorgd wordt voor solidariteit, en mattheuseffecten enigszins worden ingeperkt, biedt clustering net méér academische vrijheid en mogelijkheden voor fundamenteel-wetenschappelijk onderzoek, in plaats van er een bedreiging voor te zijn.

Net daarom hebben we de voorbije jaren in onze faculteit onderzoeksgroepen en vakgroepen samengebracht, eerder dan onderlinge competitie verder aan te wakkeren. Ik denk trouwens dat we toe zijn aan een volgende stap: we moeten onze samenwerkingsverbanden prominenter presenteren ten aanzien van de buitenwereld. Hieraan wordt gewerkt binnen onze facultaire PR-commissie. Dit is een belangrijk initiatief, waar ik erg veel van verwacht.


Vanuit sommige vakgroepen wordt nu reeds heel sterk ingespeeld op externe opportuniteiten; andere zijn op dat vlak nog niet volledig op kruissnelheid gekomen. Opdat iederéén maximaal zou kunnen inspelen op zo'n opportuniteiten, is het wellicht zinvol om succesverhalen en valkuilen nadrukkelijker met elkaar te delen. Ook dat is een vorm van solidariteit!


Ook aan de UGent of aan onze faculteit is die niet te vinden, hij of zij die alles kan

Goede vrienden, we kunnen veel, maar niemand kan alles, zelfs niet een UGentenaar. Zeker binnen het professorenkorps leeft het idee dat men zeer goed tot uitstekend moet presteren op onderwijs, onderzoek én dienstverlening, terwijl men beseft dat dit niet realistisch is. Onder meer via de invoering van gepersonaliseerde doelstellingen werd getracht om hieraan tegemoet te komen; dit is ten dele gelukt maar er is ruimte voor verbetering. Docenten die een omvangrijke onderwijsopdracht hebben in de eerste bachelorjaren en die opdracht op uitstekende wijze invullen: moeten we van hen eisen dat ze zich te pletter publiceren of tegen de sterren op projectvoorstellen schrijven? Uitstekende onderzoekers die minder beslagen zijn in doceren: moeten we hen verplichten om les te geven?


Tal van aanverwante vragen kunnen aan het lijstje worden toegevoegd; voor geen enkele vraag zal gelden dat een zwart-witantwoord het meest aangewezen antwoord is. Maar dat laatste neemt niet weg dat we moeten durven nadenken over de manier waarop we met mensen omgaan. We moeten in het bijzonder durven nadenken over de manier waarop we mensen beoordelen, en soms veroordelen. Net zoals we moeten leren omgaan met kritiek en kritische stemgeluiden: grote pleidooien voor vrije meningsuiting, open communicatie en deelname aan het maatschappelijk debat stellen niet veel voor, wanneer die vrije meningsuiting, open communicatie en deelname aan het maatschappelijk debat alleen op prijs worden gesteld voor zover de eigen mening erdoor bevestigd wordt.


Ik wil hier graag een pleidooi houden om volop in te zetten op de sterktes van eenieder, ongeacht de ingenomen rang of stand. Ik pleit ervoor om uitgaande van die sterktes excellentie te bereiken, eerder dan expliciet of impliciet te verwachten dat elkeen (zeer) goed is in alles. Toekomstige evaluatieprocessen zouden hier moeten op inspelen. Bovendien moet worden nagedacht over mogelijkheden om bijdragen tot teamwerk expliciet in rekening te brengen tijdens evaluatieprocessen, om op die manier samenwerking tussen mensen en entiteiten binnen de universiteit aan te moedigen, in plaats van ze te verhinderen. Ik pleitte daar vorig jaar ook al voor, en deed zelfs een expliciete oproep aan het universiteitsbestuur. Vandaag kan ik niet anders dan die oproep te herhalen, want ik moet bekennen dat het pleidooi van vorig jaar nog niet veel opleverde.


... de wensen

Ik zei het al bij de aanvang van deze toespraak: 2016 was een jaar waarin zeer veel werd gesproken en geschreven, en 2017 wordt een jaar waarin misschien nog méér zal worden gesproken en geschreven. Toen ik dit enkele dagen geleden neerschreef was ik nog niet uitgeschreven. Maar wees gerust, voor vandaag heb ik gezegd wat ik te zeggen had, want ik beloofde dat ik wat op de rem zou staan.


Om het met de woorden van onze onderwijsdirecteur te zeggen:

'Wat lesgeven en veel andere vormen van interactie zo interessant en uitdagend maakt, is dit: de spanning tussen uitleggen en verleiden. Of ietwat overdreven gesteld: de spanning tussen helderheid en mysterie.'


Waarbij hij verwees naar een uitspraak van Philip Seymour HOFFMAN:

'Too much of the time our culture fears subtlety. They really want to make sure you get it. And when subtlety is lost, I get upset.'


Diegenen onder u die mij via sociale media nauwlettend in de gaten houden, weten het al. Diegenen die dat niet doen, vernemen het bij deze:

Ik wens jullie, en allen die jullie dierbaar zijn, een schitterend 2017 toe. Wat 'schitterend' precies betekent... is vrij in te vullen. Zelf denk ik hierbij aan: boeiend, uitdagend, rijk, gul en bovenal zorgeloos.


Samen met veel anderen zal ik alles doen wat ik kan om van 2017 – het jaar waarin onze universiteit de kaap van 200 jaar zal ronden – een héél speciaal jaar te maken. Het wordt een jaar van terugblikken en vooruitkijken. Een jaar waarin niet alleen de toekomst van onze faculteit, maar ook de toekomst van de universiteit hoog op de agenda zal staan. Laat ons bouwen aan die toekomst. Overigens, mocht u ideeën hebben over hoe die toekomst er moet uitzien dan verneem ik die graag!

Ik zal alvast mijn best doen om van het bouwwerk iets moois te maken, zowel in onze facultaire context als binnen de ruimere universitaire context.

Kortom, dat 2017 een onvergetelijk jaar moge worden!


Rik Van de Walle
Gent, Het Pand
10 januari 2017

 

1 citaat van Harry MULISH