Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Document acties

Textielkunde

Studiegids

Bachelor

Master

Doelstellingen

De afstudeerrichting Textielkunde heeft, naast de algemene materiaalkundige opleiding, haar zwaartepunt in textiel en kunststoffen (polymeren). Het is een brede wetenschappelijk - technologische opleiding met een sterk multidisciplinair karakter, zowel qua basisdisciplines als voor wat toepassingsgebieden betreft. De lessen worden gegeven door professoren van UGent in het Nederlands.

De textielopleiding aan de Universiteit Gent wil een grondige kennis verschaffen over materialen in het algemeen, en over polymeren en textielmaterialen in het bijzonder. Dit betekent dat de student in staat moet zijn om enerzijds het meest geschikte materiaal en structuur te vinden voor een bepaalde (textiel)toepassing, en anderzijds de performantie van het product in bijvoorbeeld bouwkundige, werktuigkundige of medische toepassingen te bestuderen en te voorspellen. Hierbij wordt er aandacht besteed aan chemische, mechanische, economische en ecologische aspecten, dit zowel tijdens ontwerp, productie als bij het uiteindelijk gebruik.

Daarnaast is het belangrijk de algemene vaardigheden van een student verder te ontwikkelen. Efficiënt plannen, informatie verzamelen en verwerken, samenwerken, organiseren, overleggen en rapporteren zijn slechts enkele hiervan. Nieuwe onderwijs- en werkvormen worden hiertoe aangewend. Studenten worden ook aangemoedigd een deel (één of twee semesters) van hun studies aan een buitenlandse universiteit te volbrengen (Erasmus-uitwisseling). Regelmatig worden gastcolleges verzorgd door collega’s uit binnen- en buitenland.

Eindtermen

De opleidingscompetenties omvatten de integratie van kennis, attitudes en vaardigheden die de studenten moeten verworven hebben aan het eind van hun opleiding. Zij sluiten aan bij het wettelijk kader en de eisen gesteld door het beroepenveld. Verder reflecteren ze de filosofie van de betrokken vakgroepen. De eindtermen worden geformuleerd in de zes hierna opgesomde competentiegebieden:

Competentiegebied 1: Kenniscompetenties

  • Geavanceerde kennis van de eigen ingenieursdiscipline beheersen en toepassen bij complexe problemen.
  • Creatief en doelgericht benutten van vakspecifieke Computer-Aided Engineering (CAE) tools en van geavanceerde reken- en communicatiemiddelen.
  • Geavanceerde kennis van de fundamentele basiswetenschappen fysica, chemie en mechanica toepassen, gebruik makend van analytische denkwijzen.
  • Geavanceerde kennis hebben van de eigenschappen van en het benutten van materialen om producten met specifieke eigenschappen te bekomen.
  • Geavanceerde kennis hebben en benutten van technieken en methodes om eigenschappen van materialen te bestuderen.
  • Gespecialiseerde kennis van de fysische materiaalkunde, de algemene en fysische chemie en de werktuigkunde innovatief benutten.
  • Geavanceerde kennis hebben en benutten van vezelvormige structuren.
  • Geavanceerde kennis hebben en benutten van de chemische en mechanische procestechnologische aspecten de materiaalkunde.
  • Geavanceerde kennis van wiskunde en statistiek benutten bij de ontwikkeling van wiskundige modellen voor materiaalkundige fenomenen (van vezelvormige materialen en polymeren) en textieltechnologische processen.
  • Geavanceerde kennis hebben en benutten van de interacties tussen grondstoffenkeuze en procesparameters met het oog op de gebruikseigenschappen van vezelvormige materialen en polymeren met specifieke functionaliteiten.

Competentiegebied 2: Wetenschappelijke competenties

  • Complexe problemen analyseren en omzetten in een wetenschappelijke vraagstelling.
  • Een literatuuronderzoek in de wetenschappelijke literatuur uitvoeren.
  • De best passende modellen, methoden en technieken selecteren en toepassen.
  • Wiskundige modellen en methoden ontwikkelen en valideren.
  • Resultaten van eigen onderzoek en dat van anderen objectief en kritisch interpreteren.
  • Complexe, multidisciplinaire probleemstellingen in de materiaalkunde met beperkte gegevens zelfstandig en flexibel uitdiepen.
  • Een experimenteel opzet ontwerpen in de materiaalkunde om eigen modellen te ontwikkelen.
  • Gepaste methodes en procedures identificeren en nauwgezet toepassen.
  • Onderzoeksplannen definiëren en uitvoeren gericht op potentiële implementatie.
  • Flexibel en creatief omgaan met multidisciplinaire vraagstukken.

Competentiegebied 3: Intellectuele competenties

  • Zelfstandig een standpunt vormen over complexe situaties en dit standpunt verdedigen.
  • De eigen kennis creatief, doelgericht en innovatief inzetten bij onderzoek, ontwerp en productie.
  • Kritisch reflecteren over eigen denken en handelen en de grenzen van de eigen competenties kennen.
  • De evoluties in het vakdomein op de voet volgen en de eigen competenties verder ontwikkelen tot op expertniveau.
  • Zich flexibel aanpassen aan veranderende professionele omstandigheden.
  • Probleemvoorkomend, probleemoplossend en systeemgericht wetenschappelijk denken over de optimalisatie van productieprocessen, de ontwikkeling van nieuwe materialen en de verbetering van bestaande.
  • Kennis uit andere disciplines vertalen naar toepassingen in het vakgebied textielkunde en polymeren.

Competentiegebied 4: Competenties in samenwerken en communiceren

  • Ook in de Engelse taal communiceren over het eigen vakgebied.
  • Projectmatig werken: doelstellingen formuleren, gericht rapporteren, einddoelen en ontwikkeltraject in het oog houden.
  • Functioneren als lid van een team in een multidisciplinaire omgeving en beginnend leiding geven.
  • Schriftelijk, mondeling en grafisch rapporteren over een technisch of wetenschappelijk onderwerp.
  • Zich integreren in de onderzoeksactiviteiten van de vakgroep.
  • Functioneren in een internationale groep (studenten, doctoraatsbursalen en wetenschappelijke medewerkers).

Competentiegebied 5: Maatschappelijke competenties

  • Ethisch, professioneel en maatschappelijk verantwoord handelen.
  • De belangrijkste, bedrijfskundige en juridische aspecten van de eigen ingenieursdiscipline onderkennen.
  • De historische evolutie van de eigen ingenieursdiscipline en haar maatschappelijke relevantie duiden.
  • Onderzoek en ontwikkeling plaatsen in een maatschappelijke context rekening houdend met ethische overwegingen.

Competentiegebied 6: Ingenieurscompetenties

  • Beheersen van complexiteit van technische systemen door systeem- of procesmodellen te gebruiken.
  • Tegenstrijdige specificaties en randvoorwaarden verzoenen in een kwaliteitsvol en innovatief ontwerp of proces.
  • Onvolledige, tegenstrijdige of redundante gegevens omzetten in bruikbare informatie.
  • Voldoende parate kennis en inzicht bezitten om resultaten van complexe berekeningen te controleren of benaderend te voorspellen.
  • Aandacht hebben voor processen. de volledige levenscyclus van systemen, machines en processen.
  • Aandacht hebben voor arbeidskost. energie-efficiëntie, milieukost, grondstofverbruik, en arbeidskost.
  • Aandacht hebben voor aspecten van betrouwbaarheid, veiligheid en ergonomie.
  • Inzicht hebben in en het belang begrijpen van de rol van ondernemerschap in de maatschappij.
  • Blijk geven van doorzettingsvermogen, innovatiedrang en zin voor het creëren van meerwaarde.
  • Omgaan met problemen die een multidisciplinaire aanpak vragen.
  • Problemen en situaties ruw inschatten op een kwantitatieve manier.