Wat is Farmaceutische Zorg?

Farmaceutische zorg, of een intensievere patiëntbegeleiding door de apotheker, kan omschreven worden als het garanderen dat de patiënt zijn geneesmiddelen zo correct, efficiënt en veilig mogelijk gebruikt. De apotheker, opgeleid als expert in geneesmiddelen, is de laatste gezondheidswerker die met de patiënt in contact komt bij het opstarten of verderzetten van een medicamenteuze therapie, en tegelijk vaak ook zijn eerste aanspreekpunt voor vragen ivm het geneesmiddel. Hij kan de patiënt dus – naast en in samenspraak met de arts – informeren en opvolgen wat betreft correct geneesmiddelengebruik, therapietrouw en zelfmedicatie.

Concreet omvat farmaceutische zorg in de officina-apotheek volgende activiteiten:

Advies bij voorgeschreven geneesmiddelen

De apotheker verstrekt de patiënt bij aflevering van voorgeschreven geneesmiddelen informatie over zijn behandeling. Er werd immers aangetoond (en het blijkt uit de praktijk) dat de patiënt slechts een fractie van de door de arts gegeven uitleg effectief onthoudt, omdat hij bij een doktersbezoek al heel wat informatie te verwerken krijgt. Het is dus aangewezen dat deze boodschap, in de eerste plaats deze m.b.t. het correcte geneesmiddelengebruik, nog eens door de apotheker hernomen wordt, zodat dat de door de arts voorgeschreven geneesmiddelen zo correct, veilig en efficiënt mogelijk worden gebruikt. Bijvoorbeeld: farmaceutische zorg bij astma omvat het aanleren van het juist gebruik van de puffers en het stimuleren van therapietrouw tov de onderhoudsmedicatie.

Advies bij zelfzorg-geneesmiddelen

Patiënten met milde gezondheidsklachten gaan vaak – vóór ze een arts raadplegen – naar de apotheek om een OTC-geneesmiddel. Bij dergelijke adviesvragen moet de apotheker de klachten correct kunnen beoordelen en dient hij het onderscheid te maken tussen ernstige klachten, die doorverwijzing naar een arts vereisen, en niet-ernstige klachten die via zelfzorg kunnen aangepakt worden. In dit laatste geval is het de bedoeling dat de apotheker de patiënt een rationele, op evidentie gebaseerde keuze helpt maken binnen het gamma beschikbare OTC-geneesmiddelen en hem/haar deskundig zelfzorgadvies verstrekt.

Vermijden van medicatiefouten

Om het risico op medicatiefouten zoveel mogelijk te reduceren spoort de apotheker (klinisch relevante) geneesmiddelinteracties actief op, is attent op voorschrijffouten en houdt een oogje in het zeil bij zelfmedicatie door patiënten (bijv. zelfmedicatie met OTC-NSAID’s bij patiënten op orale anticoagulantia).

Gezondheidsvoorlichting en preventie

Farmaceutische zorg houdt ook in dat er in de apotheek aan gezondheidsvoorlichting en preventie gedaan wordt (mondeling en/of schriftelijk via affiches/folders). Dit kan door vaccinatie te stimuleren (bv. griepvaccinatie bij risicogroepen), ondersteuning te bieden bij het opsporen van ziektes (bv. diabetes), en door te verwijzen wanneer complicaties van bestaande ziektes optreden of verergeren (door bv. diabetespatiënten stimuleren tot regelmatig voet- en oogonderzoek). Het valt aan te bevelen dat rond deze voorlichting regionaal tussen artsen en apothekers afspraken worden gemaakt om naar de patiënt een eenduidige boodschap over te brengen.

Samenwerking met de (huis)arts

Farmaceutische zorg is een vorm van multidisciplinair samenwerken, wat betekent dat apotheker en arts (en mogelijk nog andere zorgverleners) hun krachten bundelen om tot een optimale behandeling van de patiënt te komen.

Op een aantal specifieke punten kan concreet met de (huis)arts overlegd worden:

  • Herhalen van dezelfde boodschap naar de patiënt wat betreft geneesmiddelengebruik, ontraden van gebruik (bijv. bij misbruik), leefstijl, voeding,…
  • Arts informeren en bijstaan bij geneesmiddelgerelateerde problemen (bijv. nevenwerkingen, interacties, misbruik van medicatie, …).
  • Overleg i.v.m. generieken (wat doen bij onbeschikbaarheid van voorgeschreven generiek?).
  • Afspraken i.v.m. de wachtdienst.
  • Patiënten vanuit de apotheek doorverwijzen naar de huisarts bij bepaalde klachten (cfr. zelfzorg) of geneesmiddelgerelateerde problemen.