Gedragscode : relatie tussen artsen en industrie

Faculteit Geneeskunde en Universitair Ziekenhuis

DE RELATIE TUSSEN ARTSEN EN DE INDUSTRIE

(goedgekeurd door de Faculteitsraad op27.04.06)

 

Sinds enige tijd nemen de interesse en kritische aandacht voor “de relatie tussen artsen en de farmaceutische industrie” toe. De invloed van deze relatie op de arts als voorschrijver is hierbij een eerste aandachtspunt.  Voor artsen verbonden aan een faculteit geneeskunde en/of een universitair ziekenhuis, is bij de interactie met de farmaceutische industrie ook hun voorbeeldrol als “opinion leader” van belang.  Bovendien is de interactie ook belangrijk op het niveau van de instelling – faculteit of ziekenhuis – , bij het organiseren van bepaalde initiatieven, bij het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, maar ook bij het nemen van  beslissingen omtrent keuze van geneesmiddelen op het vlak van de instelling.

 

Contacten en samenwerking tussen artsen (als individu en/of als vertegenwoordiger van hun instelling), en de farmaceutische industrie, zijn niet alleen onvermijdelijk maar dikwijls ook wenselijk. Overal ter wereld heeft men erkend dat deze relatie zich afspeelt in een delicaat spanningsveld. De wetgever heeft daarom ter zake initiatieven genomen (wet van 16 december 2004 “tot wijziging van de regelgeving betreffende de bestrijding van de uitwassen van de promotie van geneesmiddelen ).

Deze tekst wil inzichten aanreiken die de artsen van het UZGent/UGent kunnen helpen bij het uitbouwen van een verantwoorde relatie/interactie met de farmaceutische industrie.

 

 Algemene beschouwingen

De arts mag zijn oordeel, beslissingen of uitspraken geenszins laten beïnvloeden, noch de schijn van beïnvloeding wekken, door giften, gastvrijheid, reizen en subsidies van de industrie. Bij deze afweging kan het stellen van enkele vragen helpen:  “Wat is de bedoeling van dit aanbod vanwege de industrie?” “Wat zouden mijn patiënten daarover denken ?” “Wat zouden mijn collega’s hierover denken?”

Het is moeilijk de grens te trekken tussen wat kan en wat niet kan in dit verband.  Het spreekt voor zich dat het onethisch is gelijk welke gift te aanvaarden die zou inhouden dat men zich verbindt tot het voorschrijven van een bepaald product of het volgen van een bepaalde aanpak.

Artsen die een financiële afspraak hebben met de industrie als onderzoeker, voordrachtgever, consulent, moeten ervoor zorgen dat hierdoor op geen enkele manier de objectiviteit van hun beoordeling wordt beïnvloed. Het is in sommige landen reeds de gewoonte dat bij publicaties of bij voordrachten, de financiële afspraken met de industrie transparant zijn, en bekend worden gemaakt.

 

De arts als onderzoeker

De wet van 7 mei 2004 rond de experimenten bij de mens stelt duidelijk dat de commissies voor ethiek zich moeten buigen over alle financiële afspraken tussen opdrachtgever en onderzoeker.  Daarbij moeten artsen, zoals anderen, weigeren zich te lenen tot uitvoeren van  "onderzoek" dat alleen promotionele bedoelingen heeft. Meer en meer wordt erop aangedrongen dat de proefpersonen aan wie gevraagd wordt deel te nemen aan de studie, op de hoogte zouden zijn van de financiële afspraken rond de studie. De publicaties van de resultaten van het onderzoek dienen objectief te zijn, en duidelijk de financiële afspraken te vermelden. Internationaal wordt meer en meer aandacht geschonken aan het feit dat de onderzoeker zijn resultaten in alle vrijheid moet kunnen publiceren. Goede afspraken daaromtrent met de opdrachtgever zijn essentieel. Het optreden als auteur of co-auteur van een publicatie die door een bedrijf of door anderen is geschreven (ghost authorship) is te verwerpen indien men aan de studie  geen  bijdrage heeft geleverd, en na inzage van de kopij vóór publicatie niet naar best vermogen kan verklaren dat de inhoud van het artikel  objectief en waarheidsgetrouw is.

 

 

De arts in een medische faculteit of universitair ziekenhuis

Sommige van de hierboven aangehaalde principes zijn nog belangrijker voor een arts in een universitair milieu, aangezien artsen hierdoor een duidelijke rol als “opinion leader” kunnen hebben.

Artsen in een universiteit en/of een universitair ziekenhuis zijn betrokken bij het organiseren van diverse vormen van onderwijs zoals postgraduaten en voortgezet medisch onderwijs. Dergelijke initiatieven worden dikwijls door de industrie op zeer uiteenlopende wijze gesteund (schenking van geldelijke middelen, betaling van drukwerken, honoraria van sprekers, en zo meer).  Het is daarbij onaanvaardbaar dat de industrie beslissingsrecht zou hebben bij het aanduiden van de spreker(s).  Hier moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen de objectieve, wetenschappelijk onderbouwde informatie, en de promotionele boodschappen.  De verantwoordelijken voor de vormingsinitiatieven dienen erover te waken dat de door de industrie aangeboden gastvrijheid binnen aanvaardbare grenzen blijft.  Ook de honoraria en de onkostenvergoeding voor sprekers dienen redelijk te blijven. Artsen in een universiteit en/of een universitair ziekenhuis hebben dikwijls een leidende rol in de wetenschappelijke verenigingen in hun vakgebied.  Ook daar gelden bovenstaande principes, en is transparantie nodig.

Bij contacten met de media, interviews en advertorials dient men alle voorzorgen te nemen om te vermijden dat een vermoeden van beïnvloeding ontstaat, dat de reputatie en de geloofwaardigheid van de arts schaadt.

 

De instellingen

Bij de organisatie van bepaalde vormingsactiviteiten of bij andere initiatieven wordt vaak de faculteit, het ziekenhuis, of een dienst ervan betrokken. De vergoedingen, die hiervoor aan diensten of aan de instelling worden betaald, dienen verantwoord te zijn. In dit verband  zijn er voor universitaire instellingen twee specifieke problemen: de industrie-gesponsorde fellowships en de industrie-gesponsorde leerstoelen.  Wat de fellowships betreft, kunnen wel afspraken gemaakt worden rond het type onderzoek dat zal uitgevoerd worden, maar  men dient erover te waken dat bij het verkrijgen en aanvaarden van een dergelijk fellowship geen voorwaarden verbonden zijn omtrent het voorschrijfgedrag in de dienst of de organisatie van bepaalde vormingsactiviteiten.  De problematiek van de industrie-gesponsorde leerstoelen is moeilijker op te lossen: het lijkt praktisch onmogelijk om de onafhankelijkheid van de betrokken leerstoelhouder te claimen indien het gaat om een bedrijf met sterke commerciële interesses in het vakgebied van de  leerstoelhouder. Een leerstoel financieren vanuit een fonds dat door meerdere bedrijven wordt gevoed is wel aanvaardbaar.

Tenslotte dient ook vermeld te worden dat een ziekenhuis door de wet verplicht is een medisch-farmaceutisch comité te hebben en dat het bevorderen van rationeel voorschrijfgedrag tot de wettelijke opdrachten van het medisch-farmaceutisch comité behoort. Daarin kadert ook het creëren van een ziekenhuisformularium.

 

Besluit

De arts als individu, de arts in het kader van zijn dienst of universitaire instelling, en de instellingen zelf moeten in hun relatie met de industrie permanent waken over hun integriteit en de objectiviteit en wetenschappelijke correctheid van hun beslissingen of uitspraken, aanbevelingen, publicaties en andere mededelingen, en dit in alle transparantie.