Distributie van kwartsiet in het Mesolithicum (2011-2014)

Langeafstandsdistributie van kwartsiet van Wommersom en Tienen tijdens het Mesolithicum in het zuidelijke Noordzeebekken.

Kwartsiet van Tienen
Kwartsiet van Tienen
Een theoretische hoeksteen van de antropologische archeologie van jagers-verzamelaars is de rol van langeafstandsuitwisseling van ‘exotische’ grondstoffen in het vestigen en onderhouden van interregionale sociale netwerken in respons op veranderende omgevingscondities en onzekerheid. De overgang naar de postglaciale omgeving tijdens het vroege Holoceen was een van de belangrijkste periodes van milieuveranderingen in de menselijke geschiedenis. De rol van vuursteen als dominante grondstof op mesolithische vindplaatsen in het zuidelijke Noordzeebekken hindert onze mogelijkheden tot het onderzoeken van de rol van uitwisseling in het Mesolithicum. De herkomst van deze grondstof is moeilijk te bepalen daar ze over een brede geografische regio verspreid is en er een grote interne variabiliteit bestaat. Hoewel, sinds de 20ste eeuw worden twee specifieke types van kwartsiet (‘Wommersom’ en ‘Tienen’) aangetroffen op mesolithische sites in België, Nederland, noord Frankrijk en noordwest Duitsland. Deze kwartsiet soorten werden door microscopisch onderzoek toegewezen aan de regio rond Tienen. Onderzoek door Peter Gendel in de jaren ’80 bepaalde de geografische spreiding van dit materiaal op archeologische sites op 40.000 km² en identificeerde diachrone veranderingen die wezen op een toenemend belang van dit ‘exotisch’ materiaal doorheen het Mesolithicum.

Het eerste deel van het vernieuwde onderzoek, opgestart aan de Ugent in 2010, omvatte de constructie van een nieuw geologisch en geo-chemisch kader voor de herkomstbepaling van beide kwartsieten, aangetroffen op archeologische vindplaatsen en uit gekende ontsluitingen. Dit deel van het onderzoek resulteerde in de ontwikkeling van een geïntegreerde methodologie bestaande uit petrografie, catholuminescentie (CL), computer tomografie (CT), scanning elekronen microscopie (SEM) en zowel zuur-oplossing (AD-) en laser ablatie (LA-) inductief gekoppeld plasma massaspectrometer (ICP-MS). Een tweede doel van het project focuste op de relatie tussen debitage-bekwaamheid en de kwaliteit van de grondstof, via experimentele kwartsietbewerking en refitting.

Bibliografie

  • Cnudde V., Boone M., De Kock T., Baele J.-M., Dewanckele J., Crombé Ph. & Robinson, E. (2013). Preliminary structural and chemical study of two quartzite varieties from the same geological formation: a first step in the sourcing of quartzites utilized in the Mesolithic in northwest Europe. Geologica Belgica 16(1-2): 27-34.
  • Robinson E., Van Strydonck M., Gelorini V. & Crombé Ph. (2013). Radiocarbon chronology and the correlation of hunter-gatherer sociocultural change with abrupt palaeoclimate change: the Middle Mesolithic in the Rhine-Meuse-Scheldt area of northwest Europe. Journal of Archaeological Science 40: 755-763.
  • Robinson E., Crombé Ph., Perdaen Y., Meylemans E. & Sergant J. (in press). Long-distance raw material exchange networks during the Mesolithic along the southern fringe of the North Sea basin: recent analyses of Tienen and Wommersom Quartzite. In P. Arias (ed.) Proceedings of the Eighth International Conference on the Mesolithic in Europe, Santander, 2010. Oxford: Oxbow

Contact

Prof. Dr. Philippe Crombé