Bachelor in de geschiedenis
Eerste jaar bachelor
In het eerste jaar bachelor volgen de studenten vijf algemene vakken. Dit zijn inleidingen op enkele essentiële menswetenschappen (Wijsbegeerte, Kunst en Literatuur) en twee historische basisvakken (Historische Kritiek en Wereldgeschiedenis). Daarnaast worden zes algemene historische introducties gedoceerd: vijf periodegebonden vakken (Pre-en Protohistorie, Klassieke Oudheid, Middeleeuwen, Vroegmoderne Tijd en Moderne en Hedendaagse Tijd), een regiogebonden vak (Geschiedenis van België) en een thematisch vak (Ecologische Geschiedenis). In het vak Historische Praktijk 1 krijgen de studenten algemene en periodegebonden inleidingen op de geschiedbeoefening. Hierin leren ze stap voor stap zelfstandig en kritisch te werken. Die praktijkopleiding wordt aangevuld met een eerste oefening.
Tweede jaar bachelor
In het tweede jaar volgt nog één regiogebonden overzichtsvak (Geschiedenis van de Nederlanden). De nadruk ligt op de historische methode (Kwantitatieve of Kwalitatieve Methodes en hulpwetenschappen, en Paleografie), op de heuristiek en op een keuze van twee historische oefeningen (Historische Praktijk 2). Daarnaast kiest de student een minortraject voor 15 studiepunten waarbij keuze is uit zes preferentiële minors: archeologie, politieke en sociale wetenschappen, kunstwetenschappen, de klassieke traditie, recht, economie en bedrijfskunde.
Derde jaar bachelor
In het laatste jaar bachelor ligt de klemtoon op de thematische analyse (Economische geschiedenis, Politieke geschiedenis, Culturele geschiedenis, Mondiale processen). Daarnaast wordt de historiografie kritisch ontleed, wordt de methodologische opleiding en het minortraject afgerond (nog eens 15 studiepunten). De kroon op de bacheloropleiding is de 'onderzoekspaper' (Historische Praktijk 3), waarin de student onder begeleiding van een promotor op een zelfstandige wijze een individueel onderzoeksproject uitwerkt. Hier komen de verworven competenties (kennis, inzicht, vraagstelling, bronnenkritiek, methoden, analyse, synthese) samen.
Minor
De afgestudeerde historicus/a heeft daarenboven een bijkomend traject gevolgd, de zogenaamde 'minor'. Hiermee krijgt de student vanaf het tweede jaar een extra opleiding in een andere humane of sociale wetenschap. Met deze 'minor' krijgt de student niet alleen een grondige introductie in een andere wetenschap, maar kan hij of zij met een verkort traject ook instromen in een andere masteropleiding.
In het programma van de tweede en derde bachelor Geschiedenis worden er telkens vijftien studiepunten voorbehouden aan een Minor naar keuze. Er zijn zes preferentiële minores die de Opleiding aan haar studenten aanraadt:
- Economie
- Klassieke traditie
- Recht
- Archeologie
- Politieke en Sociale Wetenschappen
- Kunstwetenschappen
Meer uitleg vind je op de website van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte en in het informatiedossier voor minores.
Meer informatie
- Studiegids: algemene informatie en programma
- Infobrochure Bachelor in de Geschiedenis
- Een papieren exemplaar van deze infobrochure kan aangevraagd worden via e-mail.
