Nieuwe generatie filmmakers krijgt podium in Film-Plateau

Logo Film Plateau zonder onderregel

(04-02-2010) Film-Plateau is meer dan de plaats waar op een haast museale wijze klassieke cinema of het werk van gevestigde filmmakers wordt getoond. De universitaire filmclub is ook een forum voor alternatief werk en hedendaags talent.

De filmclub start dan ook met de reeks Screen/Talk. Hier krijgen jonge filmmakers en andere audiovisuele kunstenaars de kans hun werk te tonen en in discussie te treden met het publiek. Ze krijgen ook carte blanche in de programmering van films die hen beïnvloed(d)en.

Hiermee is de cirkel rond en komen we terug bij vragen over het geheugen van de film, de grenzen van klassieke en canonieke cinema.

De eerste editie van Screen/Talk zoomt in op twee Vlaamse filmauteurs voor wie tijd, herinnering en geheugen een erg belangrijke rol spelen.

  • De eerste gast is de jonge documentairemaker Elias Grootaers (1981), die met zijn films al diverse belangrijke prijzen in de wacht sleepte waaronder in 2006 een VAF Wildcard.

    Een centraal thema in Grootaers' filmwerk is de werking en ervaring van tijd, zonder daarbij in nostalgie te vervallen. Dit was al uitdrukkelijk het geval in zijn analytisch portret van een buurtbioscoop die dreigt teloor te gaan (Cinema Central, 2005), en van afgeschafte spoorlijnen in Wallonië (Lignes. En quête d’une mémoire, 2006).

    Ook in zijn recente Not Waving, But Drowning (2009) onderzoekt Grootaers de werking van tijd, meer in het bijzonder de tijdservaring van vluchtelingen in Zeebrugge.

    Interessant aan deze middellange documentaire, die in aanwezigheid van de cineast op 9 februari 2010 vertoond wordt in Film-Plateau, is niet alleen de stilistische rigueur, maar ook de steeds meer politieke stempel. Deze thema’s komen ook aan bod in de films, die Grootaers selecteerde voor de programmatie van Film-Plateau. Naast Aleksandre Dovzhenko’s klassieke meesterwerk Aarde (1930), tonen we Out of the Past (1947) van Jacques Tourneur, Playtime (1967) van Jacques Tati en Pier P. Pasolini’s Teorema (1968).

  • De tweede gast is Bavo Defurne (1971), die in de tweede helft van de jaren 1990 internationaal bekendheid verwierf met erg gestileerde kortfilms als Matroos (1998). In zijn werk onderzoekt Defurne al dan niet expliciete vertoningen van queer-elementen, meer in het bijzonder het mannelijke lichaam.

    Defurnes werk, dat ook in academisch filmonderzoek aandacht krijgt (vb. in Queer Cinema in Europe, 2008), blikt op een kritische wijze terug naar de geschiedenis van de verbeelding van het mannelijke lichaam. Niet alleen naar cinema, zoals de referenties aan Olympia van Leni Riefenstahl, maar ook naar de mythische beelden van Sint Sebastiaan in de beeldhouw- of schilderkunst (Saint, 1996). De carte blanche van Defurne, die op 23 maart 2010 naar het Film-Plateau komt voor de vertoning van enkele van zijn kortfilms, omvat – niet toevallig – queer-klassiekers als Black Narcissus (1947, Michael Powell en Emeric Pressburger) en Written on the Wind (1956, Douglas Sirk).

(tekst: Daniël Biltereyst)

Info

www.film-plateau.be