Opleidingscompetenties
Leerresultaten van de master taal- en letterkunde
M.1. Leerresultaten in de taal- en letterkunde: twee talen of één taal
M.1.1. Een uitstekende kennis bezitten van (verschillende varianten van) de bestudeerde talen en deze, in het geval van de moderne talen, in diverse gebruikscontexten vlot toepassen.
M.1.2. Diepgaand wetenschappelijk inzicht toepassen in de studie van het taalsysteem en de verschijningsvormen van taal.
M.1.3. Diepgaand wetenschappelijk inzicht toepassen in de specifieke eigenschappen van literaire teksten en in het historisch functioneren van literatuur.
M.1.4. Actief en kritisch literatuurwetenschappelijke en taaltheoretische analysemethodes evalueren en inzetten bij het benaderen van nieuwe problemen.
M.1.5. [Specifiek voor de Twee talen masters:] De twee gekozen talen en literaturen vergelijken en hun wederzijdse beïnvloeding en dialoog analyseren.
M.1.6. [Specifiek voor de Monomasters:] Fenomenen en processen van historische, culturele en socio-politieke aard in het bestudeerde taalgebied kritisch evalueren.
M.1.7. Verwante en ondersteunende wetenschappen kritisch betrekken bij het taalkundig of letterkundig onderzoek. M.2. Wetenschappelijke leerresultaten
M.2.1. Zelfstandig een originele onderzoeksvraag formuleren, situeren in het vakgebied en beantwoorden.
M.2.2. Kritisch inzicht hebben in de internationale vakliteratuur en de nieuwste evoluties in het vakgebied en binnen verschillende onderzoeksmethodologieën.
M.2.3. Theoretische modellen en analysemethodes kritisch toepassen op complexe problemen.
M.2.4. De historische en ideologische bepaaldheid van onderzoeksvragen interpreteren en het onderzoeksproces bevragen.
M.3. Intellectuele leerresultaten
M.3.1. Over een uitstekend taalbewustzijn beschikken: de cruciale rol van taal in de menselijke interactie en cultuurproductie kritisch inschatten en taal in overeenstemming hiermee creatief hanteren.
M.3.3. Kritisch reflecteren op het onderzoek van anderen en van zichzelf.
M.3.2. Tegengestelde oordelen over bronnen, analyses en theorieën integreren in het eigen onderzoek.
M.3.4. Getuigen van een ingesteldheid van wetenschappelijke nieuwsgierigheid en levenslang leren.
M.4. Leerresultaten op het vlak van samenwerken en communiceren
M.4.1. Mondeling en schriftelijk rapporteren in één of twee gekozen talen en in het Nederlands, over het vakgebied en het eigen onderzoek, zowel aan vakgenoten als niet-vakgenoten.
M.4.2. Onderzoeksresultaten mondeling en schriftelijk presenteren in een academisch verantwoorde vorm.
M.4.3. In coördinatie met anderen taken van academisch niveau verrichten.
M.5. Maatschappelijke leerresultaten
M.5.1. Ethische en normatieve aspecten integreren in het wetenschappelijk werk.
M.5.2. Maatschappelijke consequenties van het eigen onderzoekswerk inschatten en kritisch evalueren.
M.5.3. Maatschappelijke verantwoordelijkheid en engagement, cultuurgevoeligheid en respect voor diversiteit integreren in het wetenschappelijk werk.