Federaal Wetenschapsbeleid
Contact
Lieve Huys
tel. 09 264 30 28
Lieve.Huys@UGent.be
1. Onderzoeksprogramma's1.1. Actie ter ondersteuning van de strategische prioriteiten1.2. AGORA1.3. Belgische Gecoördineerde Verzamelingen van Micro-organismen1.4. Bilaterale akkoorden1.5. Uitbouw van de informatiemaatschappij1.6. Federale beleidsnota drugs1.7. Development of ScientificEXperiments1.8. Samenleving en toekomst1.9. Wetenschap voor een duurzame ontwikkeling2. Beurzen2.1. Postdocbeurzen voor niet-EU-onderzoekers2.2. Terugkeermandaten2.3. Doctoraal onderzoek aan European University Institute Firenze
1. Onderzoeksprogramma's
1.1 Actie ter ondersteuning van de strategische prioriteiten van de Federale Overheid
De uitvoering van dit initiatief moet het mogelijk maken snel en efficiënt in te spelen op de behoeften van de federale overheidsdepartementen inzake gerichte onderzoeksacties van bepaalde duur (6 maanden tot 1 jaar) en/of verkennend onderzoek met betrekking tot strategische gebieden.
Het betreft een "horizontale" actie, ze staat met andere woorden open voor de financiering van onderzoeksprojecten binnen de verschillende beleidsthema's die in het kader van de regeringsbeslissingen naar voren worden geschoven. Het onderzoek dat in deze actie zal worden gefinancierd, kan specifiek zijn voor een sector, maar eveneens de mogelijkheid bieden van een transsectorale benadering.
Telkens een oproep openstaat organiseert de POD Wetenschapsbeleid een informatievergadering over de te behandelen thema's.
1.2 AGORA
Voor goed onderzoek zijn er goede gegevens nodig. De onderzoeksprogramma's van het Federaal Wetenschapsbeleid en andere instellingen doen vaak een beroep op gegevensbanken van de federale instellingen, of het nu gaat om zoekwerk inzake werkgelegenheid, sociale zekerheid, criminologie, armoede, … . Uit een besef dat om uiteenlopende redenen deze federale gegevensbanken niet allemaal even bruikbaar zijn, laat staan toegankelijk, heeft het Federaal Wetenschapsbeleid besloten de ontwikkeling, de oprichting of de exploitatie hiervan te ondersteunen via de opdracht AGORA.
AGORA financiert wetenschappelijke ondersteuningsmaatregelen ten dienste van andere federale afdelingen en parastatalen, om hun socio-economische gegevensbanken samen te stellen, te verbeteren of gebruiksklaar te maken.
De AGORA-projecten passen in de projecten voor ontwikkeling van overheidsinstellingen die een wetenschappelijke knowhow vereisen. In veel gevallen beschikt de instelling niet over deze deskundigheid of kan deze niet aangeworven worden.
1.3 Belgische Gecoördineerde Verzamelingen van Micro-organismen, BCCM (fase 6)
De Belgische Gecoördineerde Verzamelingen van Micro-organismen, BCCM zijn een consortium van vier dienstverlenende cultuurverzamelingen. De vier verzamelingen bewaren verschillende types van biologisch materiaal (bacteriën, gisten, schimmels en plasmiden). De onderzoeks- en dienstverleningsactiviteiten die gebaseerd worden op dit materiaal kunnen, naast een betere kennis van de biologische diversiteit, ook economische en sociale meerwaarden opleveren.
Het BCCM-consortium heeft als opdracht om het biologisch materiaal van zijn verzamelingen, de bijhorende informatie alsook zijn ervaring in knowhow in het domein van de fundamentele en toegepaste (micro)biologie ten dienste te stellen van zijn partners en klanten uit academische en industriële kringen.
1.4 Bilaterale akkoorden
Het Federaal Wetenschapsbeleid coördineert de voorbereiding en opvolging van het wetenschappelijk gedeelte van de bilaterale akkoorden voor economische, industriële, wetenschappelijke en technologische samenwerking die België heeft gesloten met een aantal staten. Het Federale Wetenschapsbeleid staat aan het hoofd van de Belgische delegatie op de periodieke vergaderingen (ongeveer om de 2 jaar) van de Gemengde Commissie voor W&T waar vertegenwoordigers van beide landen de balans opmaken van de bilaterale samenwerking en in samenspraak sturing geven aan toekomstige gemeenschappelijke projecten.
In deze kaderakkoorden fungeert het wetenschapsbeleid als hegboom voor de algemene betrekkingen en voor de bevordering van het handelsverkeer met de betrokken landen. De W&T samenwerking kan velerlei vormen aannemen: informatie-uitwisseling, verkennende zending van experts, gemeenschappelijk onderzoek en demonstratie- of valorisatieproject.
Naast het coördineren, financiert het Federale Wetenschapsbeleid bovendien zelf samenwerkingsprojecten in hun bevoegdheidsgebieden, met name projecten inzake ruimte-onderzoek of die aansluiten bij onderwerpen die aan bod komen in de nationale onderzoeksprogramma's of die uitgevoerd worden door de federale wetenschappelijke instellingen die onder de bevoegdheid vallen van de Minister van Wetenschapsbeleid. Op deze wijze wordt bijgedragen aan de internationale valorisatie van dit onderzoek en de tranfer van know-how.
Er werden bilaterale akkoorden afgesloten met:
- Argentinië
- Bulgarije
- China
- Polen
- Rusland
- Vietnam
1.5. Meerjarig ondersteuningsprogramma voor de uitbouw van de informatiemaatschappij
Het Meerjarig ondersteuningsprogramma voor de uitbouw van een informatiemaatschappij (2001-2008) van het departement van het Federaal Wetenschapsbeleid sluit aan bij de verschillende elders genomen initiatieven. Het doel ervan is om, via toepassingsprojecten, het gebruik van technologieën in gerichte sectoren aan te moedigen waarbij vooral aandacht geschonken wordt aan het kalibreren en beheersen van de veelvuldige toepassingen die dankzij de nieuwe technische instrumenten ontwikkeld kunnen worden.
De betrokken technologieën hebben betrekking op het geheel van instrumenten voor het digitaliseren, verwerken, uitwisselen en verspreiden van allerhande informatie, waarbij tegelijk de nadruk wordt gelegd op hetgeen er op het ogenblik op het spel staat inzake interoperabiliteit van de bestaande systemen. De technologische keuzes steunen op een evaluatie van de kosten-batenverhouding in functionele termen, gelet op de specifieke regelgevende context van de toepassingsgebieden.
De projecten opgezet in het kader van het programma worden geïdentificeerd aan de hand van twee openbare oproepen tot voorstellen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, voor twee reeksen projecten. De eerste reeks projecten is gelanceerd aan de hand van de in november 2000 gepubliceerde oproep tot voorstellen. De tweede reeks is gelanceerd aan de hand van de in september 2002 gepubliceerde oproep tot voorstellen.
1.7 Onderzoeksprogramma ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs
De doelstellingen van het programma zijn:
- evaluatie van enkele vormen van drugverlening
- lokale drugoverlast en het beleid terzake in België
1.8 Programme for the Development of scientificEXperiments" (PRODEX)
Het "PROgramme for the Development of scientific EXperiments"is een programma van de European Space Agency (ESA) waaraan België, als lidstaat van ESA, deelneemt sinds 1988.
De doelstelling van PRODEX is het bieden van (co)financiering voor de ontwikkeling en exploitatie van wetenschappelijke instrumenten en experimenten in het kader van de ruimtevaartprogramma's van ESA, zowel als van andere ruimtevaartinstellingen.
PRODEX bestrijkt drie wetenschappelijke domeinen: Medisch-biologisch Onderzoek en Fysische Wetenschappen in de Ruimte, Aardobservatie en Ruimtewetenschappen.
Een van de belangrijkste doelstellingen van PRODEX is de samenwerking te versterken tussen wetenschappelijke instellingen en de industrie binnen ieder deelnemend land.
Technologische ontwikkelingen zonder gerelateerde wetenschappelijke exploitatie activiteiten binnen PRODEX kunnen niet gesteund worden.
1.9 Samenleving en toekomst
Dit onderzoeksprogramma heeft de bedoeling bij te dragen tot het vergroten van de kennis die vereist is bij het beleidsvoorbereidende werk op Belgisch federaal vlak. Dit heeft een aantal consequenties voor de organisatie van het onderzoek:
- thema's die behoren tot de bevoegdheid van Gemeenschappen en/of Gewesten maken geen deel uit van het programma;
- de voorgestelde onderzoeksthema's moeten op Belgisch niveau worden bestudeerd;
- het genderperspectief moet in het onderzoek worden geïntegreerd. Dit kan op verschillende niveaus of in verschillende fazen van het onderzoek, b.v. bij de themabepaling, maar ook bij de uitwerking, in de resultaten en/of verspreiding daarvan;
- de onderzoeksploegen moeten in de taal van hun gesprekpartners werken (meer bepaald in de taal van de respondenten als het om een enquête gaat);
- het onderzoek moet leiden tot resultaten die bruikbaar zijn voor het beleidsvoorbereidende werk;
- elk onderzoek krijgt zijn eigen begeleidingscomité.
In het programma "Samenleving en toekomst" ligt de nadruk op de analyse van de gegevens, niet op dataverzameling.
De onderzoeksthema's zijn:
- Democratie in een internationale context
- De werking van de instellingen
- Constitutioneel beleid
- Economie en governance
- Wetenschap, kennis, nieuwe technologieën en internet
- Ruimtelijke aspecten van de maatschappelijke diversiteit
- Ongelijkheid en sociale uitsluiting
- Bijzondere doelgroepen van een beleid van sociale cohesie: vrouwen en ouderen
- Multiculturaliteit en sociale cohesie
- Arbeidsmarkt, kwaliteit van de arbeid en werkgelegenheid
- Billijkheid en gezondheid
1.10 Wetenschap voor een duurzame ontwikkeling (SSD)
Dit programma bouwt voort op PODO I en II (eerste en tweede plan voor wetenschappelijke ondersteuning van een beleid gericht op duurzame ontwikkeling). Bovendien werden de nieuwe thema's 'Gezondheid en milieu' en 'Normalisatie' geïntegreerd.
De doelstellingen van SSD komen overeen met deze van PODO II, zijnde:
- op verscheidene - voor een duurzame ontwikkeling- strategisch belangrijke domeinen het wetenschappelijk potentieel instandhouden en ontwikkelen, met als doel de wetenschappelijke onzekerheden te verminderen en op de toekomstige behoeften inzake kennis te kunnen anticiperen;
- de overheden van het land de wetenschappelijke steun bieden die nodig is voor de voorbereiding, de uitvoering en de follow-up van een supernationaal, federaal, regionaal of lokaal beleid in en tussen deze domeinen;
- de overheden van het land tevens wetenschappelijke steun bieden die nodig is voor verticale (tussen verschillende bevoegdheidsniveaus) en horizontale (tussen verschillende beleidsdomeinen) beleidsintegratie richting een duurzame ontwikkeling;
- het Belgisch onderzoekspotentieel in de betrokken domeinen de mogelijkheid bieden om zich te integreren in de diverse onderzoeksinitiatieven op Europees en internationaal vlak, in het bijzonder binnen de Europese onderzoeksruimte;
- bijdragen tot de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis en instrumenten (modellen, concepten, indicatoren, …) gericht op de analyse van processen, de studie van impacts, de ontwikkeling, opvolging en evaluatie van (bestaande en/of toekomstige) beleidsmaatregelen;
- het interdisciplinair onderzoek stimuleren om een ondersteuning te kunnen bieden aan besluitvormingsprocessen op basis van een integratie van verschillende dimensies, invalshoeken … van de betreffende problemen;
- de dialoog en de informatie-uitwisseling tussen wetenschappers, beslissingsnemers en de andere betrokken actoren op alle niveaus van het land en in het kader van de Europese en internationale context te bevorderen.
De prioritaire onderzoeksdomeinen van het programma SSD sluiten an bij de nationale en internationale context zoals hierboven beschreven. Het geheel van de prioritaire onderzoeksdomeinen werden gekozen omwille van de noodzaak om de complexe, globale, onderling gerelateerde problemen te behandelen die aan de basis liggen van een beleid gericht op duurzame ontwikkeling. Die keuze beantwoordt aan de strategische behoeften, op verschillende beleidsniveaus, van beleidsondersteunend onderzoek en aan de uitdaging om een nationale wetenschappelijke expertise in stand te houden en te ontwikkelen in complexe en strategisch belangrijke domeinen.
De prioritaire onderzoeksthema's zijn:
- Energie
- Transport en mobiliteit
- Gezondheid en milieu
- Klimaat (waaronder Antarctica)
- Biodiversiteit (waaronder Antarctica en Noordzee)
- Atmosfeer en terrestrische (waaronder zoetwater) en mariene ecosystemen (waaronder Antarctica en de Noordzee)
- Transversaal onderzoek: om het concept van de duurzame ontwikkeling beter te vertalen/optimaliseren, in en tussen de prioritaire domeinen, is transversaal en generiek onderzoek noodzakelijk.
Het doel van de onderzoeksacties is zowel de ondersteuning van de specifieke besluitvorming voor sectorgebonden problemen, als de besluitvorming die betrekking heeft op transsectorale problemen. Het onderzoek moet rekening houden met de interacties tussen de prioritaire onderzoeksdomeinen om te kunnen inspelen op gemeenschappelijke en complexe problemen.
Binnen de prioritaire onderzoeksthema's biedt het Programma ruimte voor het aspect normatlisatie.
2 Beurzen
2.1 Postdocbeurzen aan niet-EU onderzoekers
Het stimuleren van de mobiliteit en het aantrekken van buitenlandse onderzoekers is één van de prioriteiten van de Europese onderzoeksruimte.
In die context en met het oog op het bevorderen van W&T-samenwerkingen, stelt het Federaal Wetenschapsbeleid beurzen ter beschikking aan hooggekwalificeerde onderzoekers (doctors of een gelijkwaardige ervaring) uit bepaalde regio's om gedurende zes tot twaalf maanden ter werken in een Belgische onderzoekseenheid.
Vanaf 2006 zijn deze doeleinden herzien m.n. de landen uit Centraal-Europa die lid zijn geworden van de EU (bv. Polen, Hongarije, …) komen niet meer in aanmerking. Daarentegen worden andere regio's in aanmerking genomen in het kader van de nabuurpolitiek of buitenlands beleid.
De beoogde doellanden/onderzoekers betreffen:
- Oost-Europa (niet EU-lidstaten): Caucasië en Centraal-Azië (nieuwe onafhankelijke staten van de voormalige Sovjet-Unie);
- het niet-Europees Middellands Zeegebied: Egypte, Jordanië, Marokko, Tunesië, Turkije;
- Midden-Afrika: Burundi, Congo, Rwanda en Zuid-Afrika
- Zuid-Amerika (geen voorkeur)
De onderzoeksthema's die in aanmerking komen zijn die welke het onderwerp uitmaken van de programma's of acties die het Federale Wetenschapsbeleid financiert; de potentiële onthaaleenheden zijn derhalve die welke betrokken zijn bij de uitvoering van deze programma's of acties.
De aanvragen worden ingediend bij het Federale Wetenschapsbeleid door de Belgische promotoren. De selectie gebeurt eenmaal per jaar.
2.2 Terugkeermandaten
Om de Europese Onderzoeksruimte te bevorderen, kent het Federaal Wetenschapsbeleid terugkeermandaten toe om hooggekwalificeerde (doctors of daarmee gelijkgestelde onderzoekservaring) naar ons land te doen terugkeren die sinds minstens 2 jaar werkzaam zijn in een onderzoekscentrum in het buitenland.
Er is geen verschil meer tussen een verblijf binnen de EU of buiten de EU, maar het verblijf moet postdoctoraal zijn. Deze mandaten lopen over maximum 24 maanden en de Belgische onderzoekseenheden die in aanmerking komen om de beoogde onderzoekers op te nemen zijn de onderzoeksploegen van met name de interuniversitaire attractiepolen (IUAP) of de onderzoeksprogramma's die de federale overheid financiert.
2.3 Beurzen voor doctoraal onderzoek in recht, economie, geschiedenis en politieke en sociale wetenschappen aan de European University Institute te Firenze (EUI)
Het Europees Universitair Instituut in Firenze is een opleidingsinstituut voor hoger onderwijs en onderzoek. Het geeft een cultuurwetenschappelijke opleiding en verricht onderzoek met Europese strekking in de maatschappij- en menswetenschappen: geschiedenis, rechten, economie, politieke en sociale wetenschappen.
Het Federale Wetenschapsbeleid zorgt voor de bijdrage van België en voor studiebeurzen voor Belgische onderzoekers die door het EUI geselecteerd worden.
Jaarlijkse deadline: voor 31 januari.
Er kan enkel online worden ingediend (mogelijk vanaf midden oktober).
