Interview - Inzetten op ontwerpgericht onderzoek

Ruben Vanderlinde en Hanne Tack

Prof. Ruben Vanderlinde en onderzoekster Hanne Tack (vakgroep Onderwijskunde, onderzoeksgroep Lerarenopleiding & Professionele Ontwikkeling) reageren op actueel artikel over kloof onderzoek-prakijk.

 

Kloof tussen wetenschappelijk onderzoek en de klas is groot.” Zo stond het deze maand op Klasse.be na een duo-interview tussen docent Jan Vanhoof (UA) en leraar Tim Surma. We gingen met de meest frappante uitspraken uit het artikel naar prof. Ruben Vanderlinde en onderzoekster Hanne Tack. Allebei verbonden aan de vakgroep Onderwijskunde van de Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen van de UGent.

 

“Daar zijn we opnieuw”, zucht prof. Vanderlinde als we hem het artikel voorleggen. “Elke vier à vijf jaar wordt die tegenstelling ‘kloof praktijk-theorie’ opnieuw opgerakeld. Het mag gerust allemaal wat genuanceerder. Ik huiver van die sloganeske taal. Zeker omdat er ook al stappen vooruitgezet zijn.” De toon is meteen gezet. En toen moesten de vijf markante quotes nog komen.  

 

QUOTE 1 - “Leraars willen meer wetenschappelijk onderzoek vertaald zien.” (leraar Tim)

Prof. Vanderlinde: “De kloof tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk is er al lang. Bovendien is het moeilijk om er uitspraken over te doen aangezien de kloof zelf niet onderzocht wordt. Tien jaar geleden – in 2007 – hebben we in opdracht van de Vlaamse Overheid met onze vakgroep hierover een probleemanalyse gemaakt. Dat onderzoek bevestigde de kloof. Maar - en vooral belangrijk - de probleemanalyse toonde ook de complexiteit van de kloof aan. We houden dus best zoveel mogelijk waarheden en clichés als ‘de kloof tussen onderzoek en praktijk’ en ‘het onderzoek bereikt de leraar niet’ uit elkaar. Ik kan begrijpen dat sommige leraren die vertaling nog meer willen zien, maar dat betekent niet dat er geen vertaalslag naar de praktijk gebeurt. Een voorname reden is dat de verschillende actoren in het brede onderwijsveld anders tegen onderzoek aan kijken. Tussen theorie en praktijk zitten nog veel filters in het onderwijs. Zo hebben schooldirecties veel duidelijkere linken met onderzoeken dan leraren, lerarenopleiders zelfs nog meer. De eindgebruiker – de leraren – komen vaak het minst (of selectief) in contact met onderwijsonderzoek. Bovendien, een school moet ook een open cultuur hebben om onderzoek te omarmen.”

 

QUOTE 2 - “Ze baseren zich zelden op wetenschappelijk onderzoek. Nochtans is er een schat aan kennis voorhanden. De kloof tussen de academici en de werkvloer is daarom bijzonder groot.”  (leraar Tim)

Prof. Vanderlinde: “Kijk, ik heb moeite met het woord ‘bijzonder’. Nogmaals, de kloof is complexer en genuanceerder. Zo hebben we de voorbije tien jaar flinke stappen gezet om anders na te denken over onderzoek. In onze vakgroep zetten we bijvoorbeeld in op ontwerpgericht onderzoek. Hoe werkt het? We vertrekken vanuit een probleem uit de klaspraktijk, gaan ermee aan de slag, testen onze bevindingen om op het einde fundamentele kennis te verwerven. Het traject is: ontwerpen,  implementeren, onderzoeken en herontwerpen, en dat in samenwerking met leraren. Uit succesvolle onderzoeksresultaten kan dan een didactisch handboek en een nascholingsreeks volgen. Enkele voorbeelden? Mediawijsheid, begrijpend lezen, ICT-toepassingen, …”

Tack: “Cruciaal is dat leraren betrokken worden in het opzet, het design en de uitvoering van het onderzoek. Waarom? Omdat zij voor de klas staan en dus de probleemanalyse heel helder kunnen formuleren. In het kader van m’n doctoraat hebben we een professionaliseringstraject ontwikkeld, geïmplementeerd en onderzocht waarbij lerarenopleiders gedurende een jaar aan de slag gingen met praktijkonderzoek in een professionele leergemeenschap. Wat zagen we? Omdat de lerarenopleider zelf onderzoek doet, maakt hij de toekomstige leraren warm voor onderzoek en een onderzoekende houding.”

 

QUOTE 3 - “Zet in op ‘informatiemakelaars’. Die koppelen het informatieaanbod van hogescholen en universiteiten aan de vragen van scholen.” (Jan Vanhoof) “In Nederland zetten ze in op de academische leraar. Die is deeltijds verbonden aan een universiteit en geeft deeltijds les.” (leraar Tim)

Prof. Vanderlinde: “In een eerdere publicatie hanteren we de woorden ‘kartrekkers’ en ‘antennes’ op school. Een kartrekker is iemand die het onderzoek en de professionalisering van het schoolteam opvolgt. Een antenne is iemand op school die voelsprieten heeft en opmerkt wat er gebeurt in de onderzoekswereld, weet welke nascholingen er zijn en wat past bij een collega. Vergelijk het met een onderwijstrendwatcher. Ik ben voorstander van de academische leraar. Dat is iemand die én onderzoeker is én meedraait als leerkracht-mentor in een school. In Vlaanderen moeten we meer mentoren bij de universiteit betrekken, zoals in Scandinavische landen het geval is. Hieruit kunnen ideeën komen voor masterproeven of doctoraten.”

 

QUOTE 4 - “Probleem is ook: onderzoekend denken betekent dat je kan conceptualiseren, abstraheren. Dat is een belangrijke voorwaarde. Niet alle leraren kunnen dat.” (Jan Vanhoof)

Tack: “Een onderzoekende houding kan je wél ontwikkelen. Maar het vraagt kennis en attitude om onderzoek te leren lezen en te interpreteren. En het klopt: niet alle leraren kunnen dit. Anderzijds, bij de basiscompetenties horende aan het leraarschap is één ervan die van ‘de leraar als innovator en onderzoeker’. Maar de overheid verwacht niet dat elke leraar een onderzoeker wordt. De overheid verwacht wel dat iedere leraar een onderzoekende houding heeft.”

Prof. Vanderlinde: “Er wordt in lerarenopleiding, nascholing en begeleidingsdiensten nog te weinig ingezet op die onderzoekende houding van de leraar. Een dergelijke kritische houding zal je ook in staat stellen om het verschil te zien tussen wetenschappelijk en pseudowetenschappelijk onderzoek dat vaak sloganesk verschijnt op sociale media.”

 

QUOTE 5 - “Ik geloof niet in vormingen waarbij een leraar een dag uit de klas verdwijnt naar een nascholingscentrum. In het beste geval kom je geïnspireerd terug, maar 3 dagen later is dat vervlogen. Informele, sociale vormen van leren zijn veel effectiever.” (Jan Vanhoof)

Prof. Vanderlinde: “De professionalisering moet inderdaad anders. Ik geloof ook niet in navormingen zoals ze nu zijn: een pedagogische studiedag van een halve dag waarbij iemand een lezing komt geven en nadien weer weg is. Er zijn verschillende voorwaarden verbonden om leraren succesvol bij te scholen. Ik noem er vier :

  • De vorming moet lang genoeg duren, dus geen halve dag. Dat kan zelfs een jaar of langer zijn.
  • Ze moet praktisch aansluiten bij je eigen vak en je klaspraktijk.
  • Stel onderzoeksgegevens centraal in de nascholing of vorming.
  • Laat de nascholing plaatsvinden op de school, zorg dat collega’s met elkaar kunnen samenwerken.”

 

Tack: “Een pedagogische studiedag is dus niet zinloos als het gekoppeld wordt aan een opvolgtraject. Betrek hier de onderzoekswereld in. Maar ook de pedagogische begeleidingsdienst of de lerarenopleiding. Als school moet je dus keuzes maken. Wat zijn de grootste noden op school? Waar wil je op inzetten? Kies één aspect en doe het ten gronde. En dan kan je het volgende jaar eventueel een ander topic kiezen.”

 

Meer weten met UGent-onderzoek(ers)?

 

 

Dit interview maakt deel uit van de 'UGent-nieuwsbrief voor scholen' (juni 2017).  Bent u onderwijsprofessional en wil u op de hoogte blijven van alles wat er beweegt aan de UGent rond onderwijs en onderwijsonderzoek? Schrijf in voor de UGent-nieuwsbrief voor scholen en ontvang vier keer per jaar ons aanbod.