Studietijdmeting

Beschrijving van de methodes die de UGent hanteert voor studietijdmeting.

Aan de Universiteit Gent werd in 1999 gestart met systematische studietijdmetingen en ze zijn uitgegroeid tot een belangrijke component van de onderwijskwaliteitszorg. Ze leveren niet alleen informatie over de tijd die de studenten besteden aan de verschillende opleidingsonderdelen maar ze geven ook een beeld van de mate waarin onderwijsvernieuwingen toegepast worden zoals de ondersteuning door ICT en het samenwerkend leren.

Toen de onderwijsraad in 2002 besliste om studietijdmetingen centraal te ondersteunen werd voor een aantal pilootopleidingen gewerkt met een prospectieve techniek: steekproeven van studenten registreren gedurende vier weken alle activiteiten die verband houden met studeren in tijdsvakken van een halfuur specificeren met wie, waar, met welk hulpmiddel, het type leeractiviteit en voor welk opleidingsonderdeel deze leeractiviteit geldt.

 

Om ook snel voor meerdere opleidingen informatie te verzamelen werden de studenten ook retrospectief geënquêteerd. Hierbij wordt aan elke student gevraagd om een uitgebreide vragenlijst in te vullen over de onderwijsactiviteiten van het voorbije semester.

In de periode 2004-2006 is de UGent overgeschakeld op de meer betrouwbare prospectieve methode.

Intussen werden reeds in alle faculteiten studietijdmetingen uitgevoerd voor bijna elke opleiding, ter voorbereiding en opvolging van onderwijsvisitaties of voor de eigen curriculumevaluaties en programmahervormingen.

In het academiejaar 2009-2010 startten wij bovendien met een bijkomende studie om uit te testen of een elektronische bevraging (via Minerva) een volwaardig alternatief is voor de ‘klassieke’ papieren registratie. Sedert het academiejaar 2010-2011 verloopt alles elektronisch.

Op de pagina Weekprofiel studietijd wordt de evolutie van de studietijdmetingen van 2002 tot 2014 grafisch voorgesteld.

Beschrijving van de retrospectieve techniek

Elke student ontvangt een anonieme code die toelaat om te linken met de studieresultaten van het lopende academiejaar en curriculum voorgeschiedenis zodat bij de verwerking hiermee rekening kan worden gehouden. Na afloop van elk semester wordt aan alle studenten gevraagd een uitgebreide vragenlijst in te vullen i.v.m. de onderwijsactiviteiten. Bij non-respons wordt één maal een herhalingsoproep verstuurd.

Deze vragenlijst bestaat uit twee onderdelen:

In een eerste deel wordt gevraagd om in te schatten hoeveel uren aan 5 aspecten van elke onderwijsactiviteit worden gespendeerd. Deze aspecten zijn:

  • Geplande activiteiten: aanwezigheid in de hoorcolleges, practica, oefeningen of werkcolleges en het afleggen van het examen zelf.
  • Zelfstudie, voorbereidingstijd, opdrachten: het aandachtig lezen van cursusnota's, syllabi, etc als voorbereiding op een volgende les op practicum, het raadplegen en doornemen van verplichte en aanbevolen literatuur, bijkomende opdrachten (paper, gastlezingen, etc). Zelfstudie tijdens lesweken : vervolledigen, structureren van cursusmateriaal: het in orde maken en vervolledigen van cursusnota's, samenvattingen, schema's, overzichten, etc maken.
  • Instuderen van de leerstof: tijdens het semester, tijdens de vakantieperiodes, tijdens de blok- en examenperiode als voorbereiding op het examen.
  • Andere zelfstudie-activiteiten

In een tweede deel wordt gevraagd om in te schatten hoeveel uren gemiddeld per week werd gestudeerd opgesplitst in de verschillende periodes van het academiejaar, in welke mate de opleiding als belastend werd beschouwd en in welke mate de student globaal tevreden is met de opleiding.

Beschrijving van de prospectieve techniek

Tot 2010 verliep de procedure als volgt.

Tien groepen studenten worden at random samengesteld. Elke groep bestaat uit 10 % van het totaal aantal studenten dat voor de eerste maal deze opleiding van 60 SP volgt.

De man/vrouw verhouding in elke groep is representatief voor de volledige groep. Elke groep neemt de registratie op zich van 4 weken uit het academiejaar (4 week sample 4WS). Voor opleidingsjaren die door minder dan 70 studenten worden gevolgd, wordt gewerkt met vijf groepen studenten. In dit geval bestaat elke groep uit 20% van het totaal aantal studenten en neemt elke groep de registratie van 8 weken op zich (8 week sample 8WS).

De registratieweken worden verdeeld onder de verschillende groepen volgens een vast patroon zodat iedereen zowel in het 1e als 2e semester, in een 'normale' lesweek of in een blok- en examenweek registreert. In examen- en blokweek registreert dezelfde groep studenten geen 2 opeenvolgende weken.

Het aanvankelijke schriftelijke wekelijkse registratieformulier was een recto verso DinA4 blad waarop in tabelvorm de codes en per dag 48 tijdsvakken van een half uur zijn voorzien met plaats om telkens de betreffende code in te vullen.

Hierop noteerden de studenten alle onderwijsactiviteiten waaraan zij deelnamen. Bovendien werd elke activiteit die verband hield met hun studie in de vorm van tijdsvakken van een half uur gecodeerd ingevuld. Voor elk tijdsvak werd per leeractiviteit gespecificeerd met wie, waar, met welk hulpmiddel en voor welk opleidingsonderdeel de leeractiviteit gold. Elk onderdeel bestaat uit een 3 lettercode. Elke student ontving een anonieme code die toeliet om te linken met parameters uit andere aan het onderwijs gerelateerde enquêtes, studieresultaten van het lopende academiejaar en curriculum-voorgeschiedenis. Dit liet toe om hiermee rekening te houden bij de verwerking van de resultaten.

De elektronische registratie loopt via het elektronisch leerplatform Minerva en levert dezelfde informatie als de ‘papieren’ versie.

Vanaf het academiejaar 2011-2012 werd de procedure aangepast. De registratie gebeurt in tijdsvakken van een kwartuur i.p.v. een half uur.

Voor grote studentengroepen wordt de studentpopulatie ingedeeld in 8 groepen. Elke groep neemt 5 weken van het academiejaar voor zijn rekening (5 week sample 5WS). De weken worden gespreid over het volledige academiejaar. Nooit komen 2 opeenvolgende weken aan bod. Voor relatief kleine studentengroepen wordt de studentenpopulatie ingedeeld in 6 groepen. Elke groep neemt 7 weken van het academiejaar voor zijn rekening (7 week sample 7WS). In sommige gevallen wordt nog intensiever geregistreerd.

De procedure werd vanaf 2013-2014 verder vereenvoudigd en neemt per dag amper enkele minuten in beslag.

Lees verder

Voor meer informatie kan je terecht bij Jos Van der Veken, beleidsmedewerker studietijdmetingen.