Onderzoekslijnen

Binnen de vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek worden momenteel vijf onderzoekslijnen in onderlinge samenhang uitgebouwd:

  1. sociale pedagogiek
  2. sociaal werk
  3. gezinspedagogiek
  4. interculturele pedagogiek
  5. historische pedagogiek

Visie

De onderlinge samenhang tussen deze onderzoekslijnen is ingegeven door de visie van de vakgroep op onderzoek van sociaal werkpraktijken.

Deze visie berust op de benadering van de studie van sociaal werkpraktijken als sociaal-pedagogische praktijken, die moeten begrepen worden tegen de achtergrond van ruimere historische, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen, en waarbij diverse onderzoekstradities op elkaar en op de praktijkontwikkeling ingrijpen.

De benadering van sociaal werkpraktijken als sociaal-pedagogische praktijken omvat de benadering van sociaal werk als een pedagogische praktijk, werkzaam en ingezet in het ‘sociale’, als een relatief autonome sfeer op het spanningsveld tussen de private sfeer van het gezin en de publieke sfeer van de overheid.

Deze omschrijving houdt in dat sociaal werkpraktijken gezien worden als intentionele tussenkomsten in de leefsituatie en leefwereld van kinderen, jongeren en volwassenen, en zich dienen te verantwoorden ten aanzien van de vraag op welke gronden, ten aanzien van welke situaties en groepen, met welke doelstellingen tussengekomen wordt, en ten aanzien van de vraag waarom welke keuzes gemaakt worden en andere niet.

Sociaal werkpraktijken zijn in de onderzoeksvisie van de vakgroep te zien als een specifieke, dit wil zeggen pedagogische vertaling van sociale problemen; deze laatste worden gedefinieerd in relatie tot concrete historische, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen, waarbinnen het sociaal werk vorm krijgt, maar waaraan het ook mee vorm geeft.

Dit mee vorm geven gebeurt vanuit mede vanuit de ontwikkeling van het onderzoek en het vakgebied, waarbinnen diverse, wisselend dominante onderzoekstradities aanwezig zijn. Studie van sociaal werkpraktijken vergt in dit licht ook studie van het sociaal werkonderzoek en de wijze waarop het zich verhoudt tot de ontwikkelingen die het bestudeert.

Onderzoekslijnen

De onderzoekslijnen binnen de vakgroep zijn vooral te zien als onderscheiden invalshoeken die elkaar oproepen en te begrijpen zijn in onderlinge samenhang en tegenhang. Deze onderlinge wisselwerking wordt binnen de vakgroep gezien als een expliciet punt van beleid, vorm gegeven door diverse vormen van onderlinge discussies over onderzoek, zo bijvoorbeeld de lezingenreeks en de onderzoeksdagen.

Sociale pedagogiek

De onderzoekslijn sociale pedagogiek vertrekt vanuit de vraag naar de maatschappelijke functie van de pedagogiek, met thema’s als burgerschapsvorming, gemeenschapsvorming, democratisch leren en samenlevingsopbouw, maar ook de aandacht voor de relatie tussen pedagogiek en recht. Met deze onderzoekslijn wordt ook aangesloten bij kindstudies als een interdisciplinair onderzoeksdomein waarin inzichten uit de pedagogiek, de history of childhood, de sociology of childhood en het onderzoek naar kinderrechten children’s geographies samenkomen.

Sociaal werk

De onderzoekslijn sociaal werk vertrekt vanuit de vraag naar de sociaal werker en het sociaal werk als ‘beleidsmaker’, vooral op het vlak van de hulpverlening. Het concept ‘discretion’ staat hierbij centraal, met specifieke aandacht voor de wijze waarop organisaties en sociaal werkers ruimere maatschappelijke ontwikkelingen dragen dan wel ook bevragen. De interactie tussen de Angelsaksische theorievorming inzake sociaal werk en de continentale stromingen in de sociale pedagogiek en de discussies terzake vormt een belangrijk aandachtspunt in deze onderzoekslijn.

Gezinspedagogiek

De onderzoekslijn gezinspedagogiek vertrekt vanuit de studie van en de theorievorming over de gezinsopvoeding. Uitgangspunt is het gezin als een maatschappelijke constructie die historisch gegroeid is, en bijdraagt tot een gedecontextualiseerd ideaalbeeld; dit betekent dat gezinsopvoeding niet beschouwd kan worden los van de context en van andere medeopvoeders. De studie van de gezinsopvoeding in relatie tot andere naburige velden houdt ook een expliciete oriëntatie in naar internationale onderzoeksgemeenschappen en onderzoeksverbanden.

Interculturele pedagogiek

De onderzoekslijn interculturele pedagogiek richt zich op de studie van het omgaan met ‘gelijkenissen’ en ‘verschillen’, waarbij diversiteit in brede zin omschreven wordt (etnisch-culturele achtergrond, gender, socio-economische status, opvoeding…).In aansluiting met een mensenrechtenbenadering ligt de focus binnen deze onderzoekslijn vooral op het onderzoek naar het welzijn van vluchtelingen en migranten, vooral minderjarigen, dit mede binnen het kader van het interuniversitair onderzoekscentrum Centre for Children in Vulnerable Situations.

Historische pedagogiek

De onderzoekslijn historische pedagogiek profileert zich nadrukkelijk als een functionele of applied history, paradigmatisch ingebed in de onderzoekstraditie van de new cultural history of education. Het toegepaste karakter heeft zowel betrekking op het onderwijs in de pedagogische wetenschappen en het sociaal werk, als op het onderzoek naar de geschiedenis van het sociaal werk en de sociale pedagogiek, als op de dwarsverbanden van het sociaal werk met het bredere veld van pedagogische praktijken en mentaliteiten in onderwijs, opvoeding en vorming.