AP Sleutel
Algemeen
Door het gebruik van de AP-sleutel wordt geprobeerd een geobjectiveerd beeld te krijgen van de belasting en werkdruk van het Academisch personeel van de onderscheiden vakgroepen.
Het bekomen resultaat wordt voor iedere vakgroep omgezet in een procentueel aandeel van de totaliteit.
Van het totaal aantal aan de faculteit toegekende personeelspunten worden facultair een aantal reservaties voorzien, m.n.:
- de personeelspunten voor het Administratief en technisch personeel (ATP)
- de personeelspunten voor de bevorderingen Zelfstandig academisch personeel (ZAP)
De facultair gereserveerde punten worden in mindering gebracht van het totaal; op het saldo wordt vervolgens voor iedere vakgroep, op basis van zijn procentueel aandeel, bepaald wat het puntenaantal is.
Opgemerkt wordt dat deze sleutel richtinggevend wordt geïnterpreteerd en het mogelijk blijft om na overleg hiervan af te wijken.
SLEUTEL AP-punten: criteria en toepassingsmodaliteiten.
AP-SLEUTEL.
Te hanteren sleutel m.i.v. 1.2.1997 ( beslissing Faculteits¬raad 18.12.1996).
- Aantal lesuren:
kandidaturen x 2,5
licenties x 2,5
- Examenbelasting: per vak het aantal studenten delen door 4.
- Pr. Oefeningen : 1ste kandidatuur:
het aantal uren vermenigvuldigd met de factor ((n studenten per oefening / 60) +1).
alle andere jaren:
het aantal uren vermenigvuldigd met de factor ((n studenten per oefening / 30) +1).
- Doctoraten:
promotor: 70 u.
lid leescommissie: 35 u.
- Scripties:
promotor: -1e lic. : 4 uur/scriptie
-2e lic. :14 uur/scriptie
commissaris : 7 uur/scriptie
- Seminariewerk : 8 uur/seminariewerk
- toevallige vertekeningen ( dubbeltellingen ten gevolge van een programmahervorming, wegvallen van een bepaald opleidings¬onderdeel omwille van eenzelfde reden) worden NIET meegerekend in het basiscijfermateriaal voor de toekenning van AP-punten.
- Als input-data worden de gegevens genomen die betrekking hebben op twee academiejaren, dit om jaarlijkse schommelin¬gen enigszins te ondervangen.
- Voor wat de onderwijsbelasting in termen van lesuren, exa¬men¬be¬lasting en practische oefeningen betreft, neemt men de cijfers van het lopende en van het afgelopen academiejaar. Voor wat het lopende academiejaar betreft zijn deze per 1 februari beschik¬baar. Concreet voorbeeld: voor het kalenderjaar 1996 worden de input-data ontleend aan het academiejaar 1994-1995 en 1995-1996, in termen van het aantal ingeschreven studenten.
- Voor wat de scripties en seminariewerken betreft hanteert men de deliberatiegegevens van de afgelopen twee academieja¬ren. Concreet voorbeeld: voor het kalenderjaar 1996: het academiejaar 1993-1994 en 1994-1995; vanaf 1 september worden de meest recente gegevens ingebracht.
- Voor wat de scripties betreft worden ook de scripties meege¬teld die gemaakt werden door studenten uit andere facultei¬ten, en waarvan men promotor of commissaris was. Dienaan¬gaande be¬staat een meldingsplicht voor de betrokken promo¬tors en/of commissarissen t.a.v. het deca¬naat van de faculteit.
- De berekeningen m.b.t. de AP-sleutel gebeuren 2x per jaar, m.n. in februari ( curricula van alle studenten zijn op dat ogenblik bekend) en in september ( actualisering van de cijfers m.b.t. de effectief ingediende scripties).
Toepassingsmodaliteiten AP-sleutel - Goedgekeurd: FR. 12.5.1993
De aandacht wordt gevestigd op de bijzondere situatie van de twee laatst genoemde vakgroepen, m.n. voor wat de aanrekening van de AP punten betreft van Prof. Dr. P. DEMEYERE en Dr. C. KRUITHOF. De vergadering stemt ermee in om deze twee mandaten niet aan te rekenen bij de twee bedoelde vakgroepen. Rekening houdende met deze aanpassing (zie nota AP-sleutel, p. 26 28) komt een analoog beeld naar voor, zij het dat de graad van overbezetting bij de vakgroe¬pen Politieke Wetenschappen (5,551 / 4,883) en Sociologie (6,825 / 5,840) op die manier minder uitgesproken is, terwijl de onderbe¬zetting van de vakgroepen Communicatiewetenschappen (10,015 / 11,851) en Studie van de Derde Wereld (3,054 / 3,346) iets minder scherp tot uitdruk¬king komt.
1 in principe komt een AAP mandaat voor verrekening en verdeling in aanmerking bij het einde van het mandaat, i.e. na verloop van een periode van 6 jaar (aanstelling van 2 jaar met 2 mogelijke verlengingen van 2 jaar), of desgevallend na verloop van een periode van 7 jaar wanneer het betrokken lid van het AAP een bijkomende uitzonderlijke verlenging van één jaar is toegestaan.
2 een mandaat van doctor assistent komt voor verrekening en verdeling in aanmerking bij het einde van het mandaat, i.e. na verloop van een periode van 2 jaar, of desgevallend na verloop van een periode van 3 jaar wanneer een bijkomende uitzonder¬lijke verlenging van één jaar is toegestaan.
3 een AAP mandaat komt ook voor verrekening en verdeling in aanmerking wanneer het AAP lid zelf ontslag indient vóór het verstrijken van bovenvermelde termijnen, of wanneer diens aanstel¬ling niet wordt verlengd met de bedoelde termijnen.
4 een AAP mandaat komt niet voor verrekening en verdeling in aanmerking wanneer de betrokken assistent in aanmerking komt voor een aanstelling als doctor assistent en de punten van het AAP man¬daat binnen de betrokken vakgroep moeten blijven om een vacature van doctor assistent te kunnen uitschrijven.
5 bij de verrekening en verdeling zal ernaar worden ge¬streefd om voltijdse mandaten te behouden, dit om een versnip¬pering over deeltijds AP te voorkomen. Indien er zich toch een verdeling opdringt zal worden gepoogd om de deeltijdse manda¬ten aan te wenden om deeltijds AP voor te dragen voor een voltijdse benoe¬ming. In andere gevallen van verdeling dient met zo groot mogelij¬ke deeltijdse mandaten te worden gewerkt, zeker voor wat AAP betreft (geen vacatures voor 10 of 20 % van AAP mandaten).
Aanvulling toepassingsmodaliteiten AP-sleutel - goedgekeurd FR. 15.10.1997.
6 punten voor bevorderingen ZAP worden facultair gereserveerd en voorafgenomen van het aantal te verdelen AP-punten.
Beslissingen Faculteitsraad 10.2.1999 (cfr. notulen,p. 15):
- een begrenzing van de gemiddelde onderwijsbelasting is wenselijk;
- er dient ernaar gestreefd dat in de toekomst de onderwijsbelasting van ZAP-leden afgebouwd wordt zodat ZAP-leden meer ruimte krijgen voor onderzoek
- in de berekening voor de AP-punten voor het academiejaar 1998-1999 worden alle lopende vakken opgenomen;
doctoraten worden verrekend in het jaar dat ze succesvol afgelegd worden à rato van 70 AP-punten voor de promotor en 35 AP-punten voor de leden van de leescommissie.
Beslissingen Faculteitsraad 8.3.2000
plafonnering per ZAP-lid: 1800 u.( deeltijds ZAP: proportioneel).
Voor de bepaling van de belasting van ieder ZAP-lid worden meegerekend:
- onderwijs ( theorie, oefeningen en examens)
- scripties ( promotor en commissaris)
- doctoraten ( promotor en lidmaatschap leescommissies).
Verduidelijking: de plafonnering gebeurt per individu¬eel ZAP-lid en het teveel aan uren wordt niet verre¬kend in de AP-sleutel, ook niet indien andere ZAP-leden van dezelfde vakgroep de 1800 uren niet zouden halen.
Beslissingen Faculteitsraad 8.10.2003
- de scripties in de 1 licentie Communicatiewetenschappen worden, hoewel dit opleidingsonderdeel werd geschrapt, toch verrekend in de AP-sleutel;
- de oefeningen bij de vakken Communicatiewetenschappelijk onderzoek: toepassingen I ( F. Saeys) en Communicatiewetenschappelijk onderzoek: toepassingen II ( G. Verleye) worden niet meegerekend
- de scripties in de A.O. Ontwikkelingssamenwerking worden vanaf 2004 effectief verrekend als scriptie
Beslissingen Faculteitsraad 21.4.2004
- Doctoraten: als lid van de Leescommissie wordt voortaan nog 20u in rekening gebracht ipv. 35.
- Frequentie van de AP punten berekening: nog 1x per jaar, eind september.
- Coördinatoren: worden voor de berekeningen beschouwd als titularis van het vak.
- Dr.assistentmandaten: automatische inschaling van een gedoctoreerd AP lid in een doctor-assistent mandaat kan niet langer verzekerd worden.
- Reservatie personeelspunten ATP-bevorderingen: analoge werkwijze zoals bij het ZAP, facultair gereserveerd.
