Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Document acties

Specifieke lerarenopleiding

De specifieke lerarenopleiding, geregeld door het decreet van 12 december 2006, leidt tot ‘het diploma van leraar’ dat wordt uitgereikt na het behalen van het diploma van master. Het diploma geeft officiële onderwijsbevoegdheid voor het secundair onderwijs, tweede en derde graad. Leraren Latijn en Grieks hebben echter ook onderwijsbevoegdheid in de eerste graad. De leraren lichamelijke opvoeding hebben ook onderwijsbevoegdheid in het basisonderwijs.

De opleidingsdoelstellingen en de inhouden van het programma zijn op dit onderwijsniveau afgestemd en zijn aangestuurd door de basiscompetenties voor leraren secundair onderwijs. Toch wordt binnen de specifieke lerarenopleiding ook een basis gelegd voor een ruimere educatieve vorming met het oog op een onderwijsopdracht in het hoger onderwijs (bachelorniveau), het functioneren in bedrijfsopleidingen en andere educatieve sectoren.

De studenten die een Master hebben behaald in de politieke wetenschappen, communicatiewetenschappen of sociologie kunnen de lerarenopleiding politieke en sociale wetenschappen volgen. De studenten die een Master volgen, kunnen hun SLO aanvangen.

Studenten uit volgende richtingen hebben eveneens rechtstreeks toegang tot de lerarenopleiding politieke en sociale wetenschappen:

  • Bestuurskunde en overheidsmanagement,
  • Sociale en culturele antropologie, mits een bachelor sociologie,
  • Staatswetenschappen,
  • Bestuurswetenschappen,
  • Diplomatieke wetenschappen,
  • Sociale wetenschappen,
  • Pers –en communicatiewetenschappen,
  • EU-studies,
  • Informatie –en bibliotheekwetenschappen,
  • Journalistiek,
  • Vrouwenstudies.

De specifieke lerarenopleiding kent een studieomvang van 60 stp, waarvan 30 stp theoretische component en 30 stp praktijkcomponent. Beide componenten kunnen wel in één opleidingsonderdeel verweven zijn. De specifieke lerarenopleiding bestaat uit een algemeen gedeelte (22 studiepunten), een vakdidactisch gedeelte (34 studiepunten) en een keuzevak (4 studiepunten). Het algemeen gedeelte, dat wordt gevolgd door de studenten uit alle studierichtingen, schetst de algemene referentiekaders betreffende het pedagogisch en didactisch handelen van de leraar.

Het vakdidactisch gedeelte van de specifieke lerarenopleiding betreft de specifieke accenten van het didactisch handelen eigen aan het vakgebied waarbinnen de specifieke lerarenopleiding wordt georganiseerd. Onder de vakdidactiek ressorteert ook de stage. Studenten lopen stage in de onderwijsniveaus waar ze onderwijsbevoegdheid hebben. Er wordt – zoals decretaal verplicht – stage gelopen in minstens twee verschillende onderwijsvormen Secundair Onderwijs. De stage in scholen omvat in totaal: 25 uren observeren, 60 uren lesgeven en begeleiden van leerlingen en 30 uren mesoactiviteiten (activiteiten op schoolniveau).

De praktijkcomponent van de opleiding kan als een preservice-training worden opgevat of als een inservice-training. In dit laatste geval gaat het om een ingroei- of LIO(leraar-in-opleiding)-baan. De student-leraren uit de LIO-baan, hebben een statuut van leraar en krijgen een loon. Ze verwerven de studiepunten voor de oefeningen en de stage (de praktijkcomponent) via hun onderwijsopdracht. Een LIO-baan omvat ten minste 500u onderwijsopdracht. Indien de leraar geen 500u tewerkstelling heeft kan dit tekort aangevuld worden met preservice-training. Voor de student-leraren in een LIO-baan is een digitaal portfolio verplicht. Er wordt door de opleiding wel voorzien in contactmomenten, waarvan een aantal verplicht zijn, en gepaste begeleiding.

Het programma van de specifieke lerarenopleiding is in een modeltraject uitgewerkt dat in één academiejaar kan afgewerkt worden. Omwille van de afstemming van de verschillende opleidingsonderdelen op elkaar, is voor een aantal opleidingsonderdelen een sequentie (volgtijdelijkheid) opgelegd. Zo dient b.v. “leren en instructie” gelijktijdig gevolgd met of vooraf te gaan aan "vakdidactiek I”. "Stage" en "seminaries in het kader van de stage" moeten samen worden gevolgd. Omwille van de organisatie van de stage en de praktische oefeningen, starten de lessen van de lerarenopleiding meteen bij aanvang van het academiejaar. Voor de opleidingsonderdelen “leren en instructie”, “stage”, “vakdidactiek” en “vakdidactische seminaries” is de uiterste inschrijvingsdatum vastgelegd op 15 oktober.

Omwille van de voorbereiding op en de organisatie van de stage moet de student zich ten laatste op 1 oktober bij Prof. Dr. P. De Meyere bekend maken. Ten laatste op 15 oktober moeten studenten zijn ingeschreven op de rol voor de lerarenopleiding. Bovendien moet ook tegen ten laatste 15 oktober aan Mevrouw De Ruyter van de FSA van de FPPW (tel: 09/264.62.65) gemeld worden welke vakken de student dit academiejaar wenst af te leggen.

Voor de organisatie van het onderwijs wordt geopteerd voor een combinatie van dag- en avondonderwijs, gespreid over de twee semesters. De algemene vakken worden gegeven op maandag-, dinsdag- en donderdagavond. De vakdidactiek wordt in de regel geprogrammeerd op woensdagnamiddag en –avond. Opleidingsonderdelen kunnen met creditcontract worden gevolgd, mits het respecteren van de volgtijdelijkheid. Examencontracten zijn slechts mogelijk voor die opleidingsonderdelen waar geen aanwezigheid omwille van oefeningen vereist is.

De opleidingsdidactische principes die gehanteerd worden in functie van een professioneel ontwikkelingsproces zijn competentiegerichtheid, gerichtheid op reflectie en terugkoppeling theorie en praktijk, zelfverantwoordelijk leren. Dit veronderstelt:

  • een verwevenheid van theorie en praktijk in zoveel mogelijk opleidingsonderdelen;
  • actieve werkvormen en vaardigheidstraining o.m. via microteaching;
  • opsplitsen in kleinere groepen voor oefeningen in de algemene vakken;
  • een hoge praktijkgerichtheid o.m. door het inschakelen van gastsprekers met praktijkvoorbeelden, casusbespreking, enz. ;
  • een gerichtheid op collegiaal leren (intervisie);
  • gebruik van de elektronische leeromgeving;
  • integratie van (beperkte) onderzoeksopdrachten gerelateerd aan de onderwijspraktijk van de student.