Argumenteer

Een academisch lezerspubliek verwacht dat je argumenteert. Doe dat niet vanuit je eigen standpunt of zonder bewijzen.

Gebruik deze argumentatietechnieken

  • Analogie: je vergelijkt specifieke voorbeelden
  • Generalisatie: je gebruikt één voorbeeld om een algemene uitspraak te doen
  • Causaal verband: je toont aan wat de oorzaak is en welke gevolgen die heeft
  • Autoriteit: je ondersteunt jouw uitspraak met een bevestiging van een expert
  • Oordeel over eigenschap: je velt een oordeel op basis van een eigenschap
  • Doel-middel: je stelt een middel voor omdat het een bepaald doel bereikt

Bij deze argumentatie kan eigen bronnenmateriaal nuttig zijn. Je kan bijvoorbeeld diepte-interviews afnemen en via analogie aantonen dat jouw hypothese klopt.

Denk er bij de argumentatie aan dat je integer moet zijn. Geef weer in welke mate je zeker bent van je argumenten.

Tips

  • Dien af en toe een stuk in om na te lezen.
  • Argumenteren is een proces: begin op tijd te schrijven.

Vind de oplossing voor je probleem

Om dit struikelblok aan te pakken, zoek je het best een (kritische) proeflezer om (een stuk van) je tekst na te lezen. Vraag je proeflezer om het stuk hardop te parafraseren. Moet je je proeflezer bijsturen in zijn of haar interpretatie of heeft hij of zij vragen, dan heeft ook je tekst bijsturing nodig. Geef je proeflezer mondelinge toelichting tot hij of zij weer mee is in je verhaal. Die mondeling uitleg verwerk je vervolgens schriftelijk

Een goede redenering opbouwen kost tijd. Schrijf je redenering eerst puntgewijs uit in het klad. Duid de verbanden aan tussen die punten. Staan ze in een oorzaak-gevolgrelatie? Drukken ze een tegenstelling uit? Pas als je weet dat je redenering inhoudelijk goed zit, schrijf je de passage in volzinnen uit.

Lees meer

  1. Argumenteer sterk
  2. Produceer zelf bronnen
  3. Vermijd drogredeneringen