Alinea's

Eén alinea is één idee

  • Behandel één centraal idee of één facet van jouw onderzoeksvraag.
  • Poneer dat idee in één zin die je verder uitwerkt in de rest van de alinea.
  • Je kan die zin als eerste zin gebruiken of als laatste zin.
  • Wissel inhoudelijke alinea's af met structurerende alinea's.
  • Begin een hoofdstuk met een structurerende alinea: leg uit welke deelvragen je behandelt.
  • Eindig een hoofdstuk met een structurerende alinea: maak de link met het volgende hoofdstuk duidelijk.
  • Zorg voor harmonieuze verbindingen tussen de alinea's. Gebruik verbindingswoorden.

 

De eerste zin is de kernzin of kapstok:

 

 

"Het meest unieke aan Ot en Sien is overigens de zekerheid die we met betrekking tot vrijwel alle andere boeken missen: het is gelezen. Dat is het bijzondere van alle school- en studieboeken. Zelfs van gepatenteerde bestsellers staat geenszins vast dat de kopers er ook weleens een blik in hebben geslagen. Boeken als ‘De Naam van de Roos’ en Cohen-Solals biografie van Jean-Paul Sartre zijn, na verschijning, bij tienduizenden over de toonbank gegaan. In veel gevallen omdat aandacht op de televisie de ‘sociale wenselijkheid’ onderstreepte om ze te bezitten – zouden in de meeste boekenkasten weleens een zeer onopengeslagen leven hebben kunnen leiden." (citaat van Jan Blokker)

 

 

De laatste zin is de kernzin of kapstok:

 

"Al is het nog zo spannend een reportage te maken, je ervaringen ‘spannend’ op papier zetten is twee. Soms zie je de schrijver kwistig met termen als ‘angstwekkend’ of ‘helse taferelen’ strooien om de indruk van spanning te wekken. [...] Dat is voor de lezer helemaal niet spannend, ook al roept de schrijver dat nog zo hard. Spanning breng je niet aan door spannende woorden te gebruiken, maar door de compositie van het verhaal, door de opbouw." (citaat van Herman Hiemstra)

De tweede of derde zin is de kernzin, de eerste zin kondigt het thema aan:

"De verhaalconstructie van Amerikaanse politieseries is meestal vrij eenvoudig. Zij vertoont veel overeenstemming met de manier waarop vroeger sprookjes werden verteld. Er ligt een patroon van evenwichtverstoring en- herstel aan ten grondslag, waarbij het verhaal in zes fasen wordt afgewikkeld.
Het begint vaak met een misdaad (evenwichtverstoring), zodat misdadiger en slachtoffer bij de kijker bekend zijn. Zodra de politie hiervan in kennis is gesteld, begint het onderzoek. De helden (De Cock en Vledder in Baantjer) onderzoeken de zaak. Daarna volgt het voorbereidend gevecht met de misdadiger die weet te ontsnappen of wegens gebrek aan bewijs moet worden vrijgelaten. Dit leidt tot nader beraad van de helden met de politiechef over verdere stappen die uiteindelijk leiden tot de eindstrijd: de finale confrontatie tussen held en misdadiger die uiteindelijk leidt tot de dood of de arrestatie van de laatste. Ten slotte volgt de thuiskomst: de held keert terug van de strijd, waarna het evenwicht is hersteld." (citaat van Herman Hiemstra)

In deze verhandeling staat de weergave van natuurrampen in de geschreven pers centraal. In dit hoofdstuk staan we in eerste instantie even stil bij het begrip ‘natuurramp’. Het fenomeen wordt eerst vrij algemeen gedefinieerd om vervolgens een specifieker onderscheid te maken tussen de verschillende soorten natuurrampen. De traditionele definiëring van het concept stuitte de voorbije jaren echter op heel wat kritiek. We gaan bijgevolg na hoe men de gebruikelijke opvatting van het begrip kan aanvechten door een natuurramp te beschouwen als een onnatuurlijk fenomeen, of sterker nog: als een mediaconstructie.

In tweede instantie staan we in dit hoofdstuk stil bij de manier waarop de media tewerk gaan bij de berichtgeving over natuurrampen. Daarbij is het noodzakelijk dat we de media beschouwen als een dirigerend, en niet louter informerend nieuwsorgaan. Eerst en vooral gaan we na op basis van welke selectiecriteria een bepaalde natuurlijke ramp de pers al dan niet kan halen. Vervolgens vragen we ons af hoe het komt dat sommige natuurrampen dan weer uitzonderlijk veel in de belangstelling komen te staan. Verder wordt er aangetoond dat de berichtgeving over natuurrampen ook onderhevig is aan enkele veranderingen die zich de jongste jaren in het medialandschap voordoen, en ten slotte wordt er nagegaan welke fasen we normaliter in het berichtgevingsproces kunnen onderscheiden. (p.11 uit de thesis 'De krant als hedendaags forum voor aloude verhalen' van Simon Verbist)

Dit voorbeeld is echter behoorlijk subjectief en valt in herhaling. Zo kan het beter:

In deze verhandeling staat de weergave van natuurrampen in de geschreven pers centraal. Dit hoofdstuk definiteert in eerste instantie het begrip ‘natuurramp’. Het fenomeen wordt eerst vrij algemeen gedefinieerd om vervolgens een specifieker onderscheid te maken tussen de verschillende soorten natuurrampen. De traditionele definiëring van het concept stuitte de voorbije jaren echter op heel wat kritiek. Daarom wordt de 'natuurramp' geherdefinieerd: als een onnatuurlijk fenomeen, of sterker nog, een mediaconstructie.

In tweede instantie toont dit hoofdstuk hoe de media te werk gaan bij de berichtgeving over natuurrampen. Daarbij wordt de media beschouwd als een dirigerend, en niet louter informerend nieuwsorgaan. Er wordt duidelijk op basis van welke selectiecriteria een bepaalde natuurlijke ramp de pers kan halen. En ook hoe het komt dat sommige natuurrampen uitzonderlijk veel aandacht krijgen. Verder wordt er aangetoond dat de berichtgeving over natuurrampen ook onderhevig is aan recente veranderingen in het medialandschap, en ten slotte wordt er getoond in welke fasen het berichtgevingsproces werkt. (bewerking Eva Van de Wiele)