Doctoraatsstudente Noraine Salleh Hudin onderzocht waarom het mussenbestand in de verstedelijkte gebieden afneemt

(04-09-2017)

Jonge huismus eet te veel fastfood

Huismussen zijn de kanaries in de koolmijn. Als zij de verstedelijking niet overleven, dan de rest ook niet.

Was de huismus een mens, dan zouden we zeggen dat ze onder de kerktoren is blijven plakken. Gaat niet op reis naar warme landen, heeft geen gekke gewoonten en vindt de eigen wijk spannend genoeg. Sedentair, zo vinken biologen aan op hun fiche.

© De StandaardAls een dorp zich ontwikkelt tot een stad, zal bij uitstek de huismus daar gevoelig voor zijn. Vindt ze nog voedsel? Kan ze even vlot nesten maken? De mate waarin de robuuste huismus zich kan aanpassen aan de oprukkende verstedelijking in Vlaanderen, laat biologen toe om voorspellingen te doen over de overlevingskansen van andere dieren. En die zien er niet goed uit. Het aantal huismussen in onze steden daalt.

Een team aan de UGent zoekt uit waarom de huismus het zo moeilijk heeft in de stad. De voorbije vier jaar kreeg het team daarvoor versterking van de Maleisische Noraine Salleh Hudin, die deze week haar onderzoek afrondde.

 

'We dachten eerst dat het iets te maken kon hebben met hun nesten', vertelt Noraine Salleh Hudin. 'We isoleren onze huizen zo goed dat vogelsoorten als de huismus het moeilijk hebben om een broedplek te vinden. Ze zijn het namelijk gewoon om dat onder
het dak te doen, in een kier of nis.'© De Standaard

400 nestkastjes

Dus hingen ze in Gent ruim vierhonderd nestkasten op, in de hoop het vogelen te faciliteren. Zonder resultaat. Er ging van alles in de kasten wonen, behalve ... inderdaad.

Hudin stortte zich vervolgens op de dagelijkse kost van de huismus. Op het platteland bestaat die uit kevers, rupsen, vliegen en spinnen. Krakend verse proteïnen dus, afgewisseld met een volkorendieet van granen. In de stad echter leeft de huismus op fastfood: een stuk wafel uit de vuilnisbak, een friet op de grond, wat restjes pittavlees als ze geluk heeft.

Dat dieet van vetten en koolhydraten heeft voor- en nadelen, zo blijkt. Het voordeel is dat huismussen geen kopzorgen hebben over landbouwers die het graan voor hun neus wegmaaien of moeilijke kevers. Het nadeel is echter dat wanneer de vogels jongen hebben, ze geen vers en voedzaam eten kunnen aandragen. Vergelijk het met een moeder die haar kind cola geeft in plaats van borstvoeding. De jongen groeien daarna wel uit tot volwassen huismussen, maar de hypothese is dat hun sterftecijfer hoger ligt door de slechte start.

Eenheidsworst

Voor de oplossing is het nochtans niet zo ver zoeken. Wat goed is voor de mens, is dat ook voor de vogel. 'Het zou helpen als er meer groen in de stad was', zegt Hudins promotor Luc Lens (UGent). 'Van bloembakken tot parken, tuintjes en groene gevels: als al dat groen onderling met elkaar verbonden is, kunnen er gemakkelijker en meer insecten en dieren in de stad leven. Een mens ligt niet wakker van een kever meer, maar voor de mussen maakt het een wereld van verschil. Bovendien vinden ze in het groen meer plekken om zich te verstoppen en te broeden.'

Tot dat groen er is, gaat de daling in de stedelijke huismussenpopulatie onverminderd voort. Wat vertelt ons dat over de toekomst van andere stadsvogels? 'Het totale aantal vogels in steden blijft min of meer gelijk, maar het aantal soorten neemt af', zegt Luc Lens. 'Homogenisatie, zeg maar. De soorten die zich niet kunnen aanpassen aan de nieuwe vijanden of aan het nieuwe dieet, verdwijnen. En dat is zonde: biodiversiteit, zowel in de stad als op het platteland, is belangrijk om de planeet in evenwicht te houden.'

Sarah Vankersschaever
© De Standaard - 1 sep. 2017

Lees meer artikels over: