Prof. An Vanreusel onderzoekt de impact van de ontginning van mangaanknollen op de diepzeebodem

(02-02-2017)

België gaat in de Stille Oceaan op zoek naar mineralen op 4 kilometer diepte. De eerste robot staat klaar. De internationale mariene wereld kijkt met gespannen verwachtingen naar deze wereldprimeur.

Om onze honger naar consumptiegoederen te stillen lonken steeds meer bedrijven naar de diepste dieptes van de oceanen, waar knollen met begeerde mineralen voor het grijpen liggen. Twee Belgische bedrijven staan aan de spits in de rush op het eldorado van de diepzee. De baggeraar DEME heeft samen met het engineeringbedrijf De Meyer uit Temse als eerste ter wereld een robot ontwikkeld die straks drie weken lang de bodem van de Stille Oceaan gaat exploreren.

Tegen 2050 zijn we met bijna 10 miljard mensen. Velen van hen zullen ook een smartphone, een pc, een auto of zonnepanelen willen. Tenzij het consumptiepatroon nog drastisch wijzigt, zijn dus meer mineralen en ertsen nodig. Studies voorspellen echter dat diamantmijnen op land in 2017 uitgeput zijn, zinkmijnen in 2027, zilvermijnen in 2028 en goud in 2030. Bovendien wordt mijnbouw steeds duurder en botst ze op steeds meer milieuprotest.

Het verklaart waarom de zeebodem in beeld komt als onontgonnen wingewest. Om de 'goudkoorts' in goede banen te leiden heeft de International Seabed Organisation (ISA) - een onderdeel van de Verenigde Naties (VN) - een gebied afgebakend in de Stille Oceaan waar landen, bedrijven en staatsinstellingen onderzoek kunnen doen naar diepzeemijnbouw. De Clarion Clipperton Zone bevindt zich tussen Hawaï en Mexico en is ongeveer zo groot als de Verenigde Staten: 1.000 op 6.000 kilometer.

De ISA kende een 16-tal exploratievergunningen toe. DEME heeft er één van. In een gebied van 75.000 km2 - tweeënhalve keer België - mag de baggeraar mangaanknollen in kaart brengen. Het gaat om ronde losse gesteentes die door de eeuwen heen gegroeid zijn uit de afzetting van mineralen op stukjes tand of bot van vissen. 'Truffels uit de zee', noemt Alain Bernard, de topman van DEME, ze. Niet alleen vanwege hun looks - ze lijken op de eetbare paddestoelen uit de Périgord - maar vooral omdat ze vol mineralen zitten. Denk aan nikkel, koper, kobalt, mangaan en molybdeen, mineralen die van onschatbare waarde zijn voor de productie van hoogtechnologische snufjes.

'Mangaanknollen zijn makkelijk te ontginnen. Ze liggen voor het oprapen op de bodem', zegt Kris Van Nijen, de topman van GSR, de DEME-dochter die met diepzeemijnbouw bezig is. 'Je kan ook makkelijk berekenen hoeveel er liggen. Dat is belangrijk voor financiers. Voor onze zone zijn er dat iets meer dan 100 miljoen ton. 1,4 procent daarvan is nikkel.'

In de onderzoeksfase stuurt DEME in mei de Patania - een verwijzing naar de snelste rups op aarde - uit. De robot die DEME en De Meyer hebben ontwikkeld, zal 4,2 kilometer diep in de Stille Oceaan drie weken 'stapvoets' testritten uitvoeren. De op forse rupsbanden aangedreven robot lijkt zo uit een verhaal van Kuifje geplukt. Het vaartuig van 2 miljoen euro is uitgerust met sensoren en camera's die aan 600 bar druk kunnen weerstaan. De druk van een olifant op een postzegel.

'De hele mariene sector zal naar ons kijken, want we zijn de eersten die zoiets doen', zegt Van Nijen. Als de testritten slagen, volgt volgend jaar een tweede test met een vier keer groter prototype dat in staat is de knollen op te rapen. Finaal wil DEME een zuigrobot van 15 op 25 meter bouwen - kostprijs 25 miljoen euro - die de knollen opzuigt tot op het schip aan de oppervlakte. Dat baggerschip - dat nog moet worden gebouwd - zal dan de knollen overladen op een bulkschip dat ze aan land brengt.

Te veel onbekenden

De commerciële ontginning van de eerste mangaanknollen is niet voor meteen. Van Nijen hoopt dat het over zes jaar zover is, maar er zijn nog veel hordes te nemen. De belangrijkste is het milieu. Wetenschappers vrezen dat de schade die de mijnbouw onder water aanbrengt nog ettelijke malen groter is dan op het land. Want hoewel 70 procent van de aarde uit water bestaat en bijna 90 procent dieper is dan een kilometer, weten we meer over Mars dan over de diepe oceanen.

'Diepzeemijnbouw zal altijd een impact hebben op de bodem van de oceanen. Maar of die groter is dan bij mijnbouw op land is niet duidelijk. We weten nog niet genoeg', zegt UGent-professor Ann Vanreusel. Als autoriteit in het onderzoek naar mariene biologie helpt ze DEME de ecologische gevolgen van de mangaanknollenontginning in kaart te brengen. Uit bezorgdheid voor het milieu vindt ze het belangrijk dat het onderzoek goed gebeurt. Ook voor de Europese Unie volgt ze als onafhankelijk expert de effecten van de diepzeemijnbouw op. 'Ik ben blij dat de concessies en onderzoeken in het gebied worden gecontroleerd door de VN en dat de informatie over de milieu-impact transparant wordt gepubliceerd', zegt ze.

Maar er zijn andere voorbeelden. Het Canadese Nautilus Minerals kreeg van de regering van Papoea-Nieuw-Guinea een concessie om in zijn economische zone in de Bismarckzee naar goud te zoeken. Dat project stuit op fors verzet van de lokale bevolking.

Ann Dom van Sea At Risk, een ngo die opkomt voor gezonde zeeën, is formeel: 'Er zijn te veel onbekenden over de impact van diepzeemijnbouw op het milieu, leert de Europese Midas-studie. Laat de mineralen op de zeebodem dus zo veel mogelijk liggen en ga op zoek naar duurzame oplossingen. Vandaag wordt slechts een fractie van onze mineralen gerecycleerd. Zorg ervoor dat ik mijn smartphone kan repareren in plaats van hem te moeten vervangen.'

Dom vindt dat de VN vooral een sterke milieuwetgeving moeten opstellen. 'Wat als er iets misgaat? Wie is verantwoordelijk? En naar wie gaan de opbrengsten? Ik vrees dat sommige eilandengroepen zullen moeten onderhandelen met multinationals. Dat wordt moeilijk'.

Onderwaterdrone

DEME is zich ervan bewust dat diepzeemijnbouw gecontesteerd is. Daarom laat het niets aan het toeval over. Samen met specialisten van de UGent voerde DEME al twee expedities uit waarbij stalen werden genomen van de organismen in en op de bodem: van vissen tot bacteriën. Met een 'onderwaterdrone' worden foto's en scans van de zeebodem gemaakt. Onderwaterboeien met meettoestellen onderzoeken een jaar lang de stromingen en de troebelheid van het water.

'De zeebodem bestaat uit een kleiachtig sediment. Als je het verstoort, dwarrelt het op en wordt het water troebel. Wij willen weten wat de impact is op de organismen die er leven', zegt professor Vanreusel. 'Onderzoek leert dat op 4 kilometer diepte in de zee 5.000 keer minder leven is dan in een regenwoud. Maar daarmee weten we nog niet hoe belangrijk dat leven is voor het ecosysteem.' Van elk beestje dat wordt gevonden, bepaalt het team ook het DNA. Dat maakt het mogelijk informatie uit te wisselen met andere landen die aan milieu-onderzoek doen.

DEME investeerde al 50 à 70 miljoen euro in zijn diepzeeproject, zonder zekerheid op succes. Voorlopig zit alles nog in de exploratiefase. Het eerste wetgevende kader voor de exploitatiefase wordt deze zomer verwacht. Van de 75.000 km2 oceaan die DEME in concessie kreeg, zal naar schatting slechts 10.000 km2 'bruikbaar' zijn. In de rest van de concessie zijn te weinig mangaanknollen aanwezig.

'We houden rekening met een mislukking, maar zijn optimistisch', zegt DEME-topman Alain Bernard. 'Tien jaar geleden lachten ze ons uit toen we met windmolens op zee begonnen. En kijk waar we nu staan.' Volgens Bernard kan recyclage nooit aan de stijgende vraag naar mineralen voldoen en heeft zelfs de circulaire economie nood aan primaire materialen. 'Als diepzeemijnbouw een succes wordt, zal het even disruptief zijn als windenergie.'

Marc De Roo
Copyright De Tijd - 21 Jan. 2017

Lees meer artikels over: