Em. prof. Marc Van Montagu in een ontbijtinterview met De Tijd

(26-06-2017) Em. prof. Marc Van Montagu legde als moleculair bioloog mee de basis voor genetisch gemodificeerde organismen.

Ontbijt met De Tijd.

Het weekendinterview dat naar de kern én naast de kwestie durft te gaan. Met moleculair bioloog Marc Van Montagu praten we in zijn oase in Vorst over manipulatie, irrationaliteit en Pakistaanse zuilen. Als moleculair bioloog legde hij mee de basis voor genetisch gemodificeerde organismen. Thuis is hij  veeleer een gewoontedier.

'Het is nog wat frisjes. Maar het zou zonde zijn om niet in de tuin te gaan zitten, nietwaar?' Marc Van Montagu (83) opent de deur naar het terras. We betreden een tuin een moleculair bioloog waardig. Een perfecte ontmoeting van onstuimige natuur met de menselijke drang naar controle en orde.

Het schouwspel in Vorst staat symbool voor de carrière van Van Montagu, die in het teken stond - en staat - van het samenkomen van natuur en techniek. Drie decennia geleden ontdekte hij met zijn collega Jeff Schell dat je met behulp van bacteriën genen van de ene naar de andere plant kan overbrengen. Het legde de basis voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo's), waarbij je eigenschappen toevoegt aan natuurlijke gewassen. Dat vandaag landbouwgewassen bestaan die beter bestand zijn tegen droogte en insectenplagen, of die meer opbrengen per vierkante meter, is in grote mate te danken aan zijn werk.

De professor zet een uit de kluiten gewassen Bialetti op het fornuis om koffie te maken, en herschikt grinnikend de tafel die we intussen buiten hebben gedekt. 'Mijn echtgenote Nora en ik zijn gewoontedieren, met elk een eigen plaats aan tafel, een eigen servet en een eigen kop voor de koffie', verdedigt hij het dubbele werk.

Op verzoek van de fotograaf wil Van Montagu voor één keer wel van plaats wisselen met zijn echtgenote, een tandarts die zich later in haar carrière omschoolde tot psychologe. 'Sorry, het is voor het licht', zegt hij als ze bij ons komt zitten. 'Geen probleem, zolang ik de vogels maar kan zien', glimlacht ze. Die zijn er in overvloed in hun persoonlijke oase, ook al bevindt die zich dan in hartje Vorst.

Van Montagu wordt 84 dit jaar, maar meer dan een sporadisch ontbijt of diner in eigen tuin zit er niet in. Daarvoor heeft hij het nog te druk, onder meer als wetenschappelijk adviseur van het Vlaams Instituut voor Biotech en voorzitter van de Europese Federatie voor Biotechnologie. Bijna elke dag pendelt hij met de trein naar Gent. Als we opperen dat niemand hem scheef zal bekijken als hij het wat rustiger aan doet, wuift hij dat lachend weg. 'Het leven is al zo kort. Je moet het tot het uiterste benutten, tot je erbij omvalt.'

Van Montagu en zijn echtgenote - dit jaar zestig jaar getrouwd - hebben net nog een fonds uit de grond gestampt in de schoot van de Koning Boudewijnstichting. Het Marc & Nora Van Montagu Fonds wil geld inzamelen om onderzoeksprojecten naar en communicatie en kennisgaring over plantenbiotechnologie te steunen.

'Iedereen weet intussen hoe belangrijk moleculaire biologie en celbiologie kunnen zijn in de strijd tegen kanker. Maar mensen zijn er zich minder van bewust dat moleculaire biologie een cruciale rol zal spelen in de strijd tegen honger, ondervoeding en milieuschade. Daar wordt te weinig over gesproken', zegt Van Montagu. 'De helft van de kinderen in Burundi lijdt aan ondervoeding, wat onherstelbare fysieke en neurologische schade aanricht. Met de technieken die we nu al hebben, moet zoiets perfect aan te pakken zijn. Nora en ik zijn de tachtig voorbij. Het is misschien de laatste keer dat we de wereld de juiste weg kunnen tonen.'

Van Montagu is al drie decennia een pleitbezorger van de technologie die hij mee vorm gaf. Maar de weerstand tegen ggo's blijft groot. Toen de dertigste verjaardag onlangs met een symposium in Gent werd herdacht, kwamen betogers de verzamelde wetenschappers uitjouwen. En in Europa, de bakermat van de technologie, worden ggo's amper of niet gebruikt uit wantrouwen.

Of dat niet frustrerend is? 'Mijn persoonlijke frustratie is niet van belang. Het probleem is dat mensen de waarde van wetenschap en rationaliteit niet meer waarderen. In het debat is te veel emotie en ideologie geslopen. Kritiek is nuttig en nodig. Dingen ter discussie stellen is zelfs de basishouding van een wetenschapper. Maar als de wetenschap dan de vragen beantwoordt waar een maatschappij mee zit, als onderzoek de feiten aanreikt, dan worden ze nog niet aanvaard. Dat is gevaarlijk en schadelijk.'

De Bialetti borrelt, de koffie komt op tafel. Van Montagu zal tijdens het gesprek meerdere koppen drinken. Als brandstof voor zijn vurige pleidooi voor een meer wetenschappelijke houding in de debatten die onze toekomst bepalen. Te beginnen met dat over ggo's.

'Hoe langer wij geen ggo's gebruiken, hoe langer boeren in Afrika als slaven moeten leven', stelt hij. 'Het is ongehoord hoe Afrikanen afzien opdat wij hier goedkope producten zouden hebben. Hetzelfde in Zuid-Amerika. Weet je, vroeger bestond slavernij letterlijk, voor de neus van mensen. Nu is ze zogenaamd afgeschaft, maar eigenlijk is ze gewoon uit het gezichtsveld verdwenen, naar de andere kant van de wereld.'

De vraag is of ggo's dat oplossen. In India, waar volop met ggo's wordt gewerkt, is het aantal zelfmoorden onder boeren enorm hoog. Er wordt ook vaak verwezen naar hoe de markt voor ggo's wordt gedomineerd door enkele multinationals, met Monsanto als favoriete schietschijf. 'Klopt. Maar het is fout die mensonterende toestanden of die monopolievorming op ggo's te verhalen', zegt Van Montagu. 'Ze liggen aan een rot economisch systeem, waarbij de boeren zich in het begin van het jaar diep in de schulden moeten steken. Dat is heel erg, maar het staat los van de technologie. We moeten vooral beter nadenken over hoe we ze inpassen in de maatschappij.'

'Kijk naar het alternatief', oppert hij. 'Natuurlijk kunnen we zonder ggo's telen. Dat hebben we honderden jaren gedaan. Maar als je de hongersnood ziet die Oost-Afrika bedreigt, omdat de maisgewassen worden weggevreten door de armyworm, dan is dat wrang en triest. Dat is iets waar je dertig jaar geleden al een oplossing tegen had. Maar ze wordt niet toegepast omdat mensen er principiële bezwaren tegen hebben.'

Plots schiet langs ons heen de kat des huizes de tuin in. Ze loopt tot waar een vijver grenst aan een houten zonneterras, omringd door prachtig versierde zuilen. 'Uit Pakistan', zegt Van Montagu glimlachend. 'Met de boot laten overkomen. Net als die deuren van het tuinhuis. Dat is trouwens gewoon van den Brico, maar de deuren geven het iets speciaals.'

Opvallende afwezige voor iemand die al decennia met voedingsgewassen bezig is, is een moestuin. Hoe bekijkt Van Montagu de trend naar meer moestuinen en lokaal geteelde groenten en fruit? 'Als je rijk bent, je put er plezier uit en je hebt er de ruimte voor, dan moet je dat vooral doen. Het is ook een positieve manier om mensen in aanraking te laten komen met de natuur. Maar voor sommigen wordt het een soort religie, de enige weg. Zij willen de tijd terugdraaien, weer gaan leven zoals in het aards paradijs. Dat is zeer romantisch, maar economisch is het schier onmogelijk. We zijn nu eenmaal met velen op aarde. Om iedereen te voeden zijn hoogrenderende landbouwgewassen nodig die tegen een stootje kunnen en gemakkelijk te telen zijn.'

Dat is niet alleen belangrijk voor de voedselvoorziening, stelt Van Montagu. 'Tegenstanders van ggo's hebben de mond vol van biodiversiteit. Ze hebben gelijk. Maar ggo's zijn net de manier om ernaar terug te keren. Vandaag telen we slechts enkele granen en gewassen. Wat als je straks veel diversere gewassen op grote schaal kan gaan telen? Bovendien is het de grote uitdaging om meer voeding te puren uit minder oppervlakte, om meer ruimte te laten voor natuurgebied. Daar werken we aan.'

Het ontbijt loopt op zijn einde. Van Montagu schept nog wat fruitsla op zijn bord. Bij het dessert is ook plaats voor zelfkritiek en introspectie, zoals het een wetenschapper betaamt. Van Montagu mag zich dan ergeren aan de overheersende emoties in zijn vakgebied, hij probeert ze ook te begrijpen.

'De weerstand zoals we die tegen ggo's zien, is niet nieuw. Vandaag twijfelt niemand er nog aan dat de aarde rond de zon draait. Maar toen Galileo het zei, was dat een zonde. Giordano Bruno eindigde voor Galileo zelfs nog op de brandstapel, omdat hij had gesteld dat de aarde niet centraal staat. Dat is natuurlijk vreselijk, maar tegelijk kan je het tot op zekere hoogte begrijpen als je het van een afstand bekijkt en in de context van toen plaatst.'

'Dat doen we als wetenschappers misschien te weinig, dingen in hun context proberen te plaatsen. Wetenschappers hebben van nature een zwart-wit wereldbeeld. Daardoor staan ze wat te weinig in de maatschappij, begrijpen ze niet goed welke emoties met hun werk gepaard gaan. Die emoties proberen te begrijpen kan ook waardevol zijn. We kunnen ook iets leren uit irrationaliteit. Ik denk dat op dat vlak een rol is weggelegd voor ons onderwijs. Er mag meer respect voor de waarde van wetenschap worden bijgebracht. Maar omgekeerd mogen wetenschappers meer oog hebben voor disciplines waar je niet zwart-wit naar kan kijken, zoals economie, filosofie of psychologie.'

Borden worden afgeruimd, restjes zorgvuldig opgeborgen. Van Montagu's echtgenote begeleidt ons naar de voordeur, door een woonkamer vol kunstwerken die het koppel in alle hoeken van de wereld heeft verzameld. 'Het zijn meer vrienden dan werken', glimlacht ze. 'Kunst is essentieel. Het is de vertaling van emoties in iets fysieks. Het helpt het irrationele te leren begrijpen', vult Van Montagu aan. Hij zwaait ons uit en neemt zijn werktas. Op naar het station, aan het werk.

Ben Serrure
© De Tijd - 24 juni 2017

Lees meer artikels over: