Prof. Dries Bonte onderzoekt het effect van natuurversnippering in de duinen

(23-08-2017)

Vlaanderen verstedelijkt, de natuur raakt daardoor steeds meer versnipperd en overbelicht. Kunnen dieren en planten zich daaraan aanpassen, en kunnen we hen daarbij helpen? Samen met biologen trokken we deze zomer weer het veld in, op zoek naar antwoorden.

Een verhaal over de versnippering van de natuur? Dan moeten we naar de duinen, vinden bioloog Dries Bonte (UGent), gespecialiseerd in insecten en spinnen, en zijn plantkundige collega Hans Jacquemyn (KU Leuven). 'De duinen vormen een van nature versnipperd leefgebied, omdat regelmatig een deel van de vegetatie onder het zand bedolven raakt', vertelt Bonte. 'Je hebt dus altijd een mozaïek van zand, gras, mos, struiken ... De dieren en planten hier moeten daardoor regelmatig verhuizen, en daaraan zijn ze ook aangepast.'

Maar daarnaast heeft de Vlaming dankzij zijn bouwwoede het duinlandschap zelf nog meer versnipperd. 'Erg spijtig, want stuifduinen zijn zeldzaam in Europa, en van levensbelang voor een duurzame kustverdediging tegen de stijgende zeespiegel', zegt Bonte.

'Sommige soorten, zoals de in ons land uitgestorven duinparelmoervlinder, waarvan de rupsen zich alleen voeden met viooltjes, zouden er vermoedelijk nog zijn als de duinen aan onze kust nog één aaneengesloten gebied vormden.'

Gevleugelde zaden

Ook bossen zijn sterk versnipperd, maar bevolkt met soorten die zich daar geen raad mee weten. 'De typische langlevende bossoorten, zoals de bosanemoon of eenbes, passen zich heel traag aan en verspreiden zich ontzettend langzaam', vertelt Jacquemyn. 'Veel van die populaties gaan stelselmatig achteruit. Wie geïnteresseerd is in planten die het wel redden, moet dus in de duinen zijn.'

Duizendguldenkruid is zo'n jaarlijkse plant die vaak opduikt op braakliggende grond. In de duinen, maar ook in havengebieden. Ook deze flexibele plant heeft een probleem: in de haven komen nauwelijks nog insecten voor die haar stuifmeel kunnen verspreiden. Dat heeft gevolgen, bleek uit een vergelijking van planten uit de duinen en de haven. 'In de haven maken de meeste planten minder en kleinere bloemetjes, waarin de stampers en meeldraden dichter bij elkaar liggen', ontdekte Jacquemyn. 'Bij gebrek aan insecten bestuiven ze zichzelf.'

Dat doet denken aan het trieste verhaal van een andere plant, vleugelstreepzaad, die in de stad, waar het resterende groen sterk versnipperd is, nauwelijks nog gevleugelde zaden maakt. 'Die worden namelijk door de wind meegenomen, en vallen dan vaak letterlijk op een koude steen', zegt Jacquemyn. 'Planten met gevleugelde zaden zijn dus in het nadeel, en uiteindelijk verdwijnen ze. De overgebleven planten laten hun zaden gewoon recht naar beneden vallen, dat is veel veiliger.'

Evolutionaire zelfmoord

Ook bij dieren zie je soms vergelijkbare fenomenen opduiken, zegt Bonte. 'De jongen van de duinwolfspin verspreiden zich door middel van “ballooning” - ze strekken hun pootjes en spinnen een draadje dat ze in de lucht laten wapperen tot de wind hen oppikt. In sterk gefragmenteerde gebieden loopt dat steevast slecht af, tot er alleen nog spinnen zijn die zich liever niet verspreiden.'

Voorbeelden als deze, benadrukken de wetenschappers, tonen aan dat evolutie - want dat is het - niet altijd redding brengt. 'Wanneer hun leefgebied verdwijnt, zitten dieren en planten die zich niet verspreiden in de val', zegt Bonte. 'In die zin is dit dus mogelijk evolutionaire zelfmoord.'

Nog zorgwekkender is de oprukkende klimaatverandering: als dieren en planten er niet in slagen hun leefgebied naar het noorden op te schuiven, kan de opwarming hen fataal worden. En dat geldt niet alleen voor planten, spinnen en insecten, maar ook voor amfibieën en reptielen, bijvoorbeeld.

Wat kunnen we daar aan doen, behalve heel veel natuur bijmaken? In de eerste plaats, denken beide wetenschappers, moeten we proberen om zo veel mogelijk 'corridors' te voorzien tussen verschillende natuurgebieden - denk aan de ecoducten over sommige autostrades - zodat dieren en planten weer makkelijker zelf hun weg kunnen vinden. Daarnaast zullen we ernstig moeten overwegen om bepaalde soorten een handje te helpen.

'Als een soort in het zuiden nog erg algemeen is, heeft het misschien weinig zin om ze hier weer in te voeren. Maar wanneer zuiderse soorten het lastig krijgen door de klimaatverandering, kan ik me voorstellen dat er op Europese schaal initiatieven worden genomen om soorten eigenhandig naar het noorden te verplaatsen.'

'Sommige collega's doen daarover erg verregaande voorstellen,' zegt Bonte, 'en willen bijvoorbeeld de Iberische lynx naar het zuiden van Engeland verhuizen. Zoiets zou ik voorlopig niet doen, maar in de toekomst? Wie weet.'

Tim Vernimmen

© De Standaard 23 aug. 2017

Lees meer artikels over: