Weermannen blijven streven naar betere lokale voorspellingen

(17-08-2016)

Waarom weermannen het vaak ook niet weten.

Weercomputers zijn krachtiger dan ooit en satellietbeelden zijn nooit zo precies geweest. Toch krijgen meteorologen geen grip op de grillige zomer. 'Het is zoals water koken: je weet wat zal gebeuren, maar je kan niet voorspellen waar de eerste belletjes opduiken.'

Van killig herfstweer tot tropische zomertemperaturen in amper een week tijd. En tussendoor buien en onweders op onverwachte plaatsen. Het weer lijkt ons dezer dagen steeds vaker te overvallen.

'In de zomer zit je sowieso altijd met explosief, instabiel weer', verklaart Steven Caluwaerts, die aan de Universiteit Gent doctoreerde in weermodellen. 'De warme lucht neemt veel vochtigheid op, waardoor er veel kans is op regen. En er is veel energie in de atmosfeer. Soms regent het ergens heel hard, terwijl het 2 kilometer verderop droog blijft. Als je dat soort waarnemingen in een voorspelling moet gieten, is de kans op fouten snel groot.'

Hoewel meteorologen al om de tien jaar met dezelfde correctheid één dag extra kunnen voorspellen - ze kunnen intussen zes dagen vooruitkijken - blijft het weer een van 's werelds meest complexe problemen. 'Perfecte weersvoorspellingen zullen we nooit kunnen maken', zegt Caluwaerts. 'Je zou dan zeer veel waarnemingen op uiteenlopende schalen moeten combineren. Bij hoge-en lagedrukgebieden spreek je over duizenden kilometers, bij onweders over enkele kilometers en bij turbulentie zelfs over meters. Sommige zaken, zoals neerslagvorming, doen zich op zo'n kleine schaal voor dat we ze niet eens kunnen bekijken.'

Weermodellering kampt met fundamentele beperkingen, aldus Caluwaerts. 'Het is per definitie een benadering. Elk model bestaat uit een rooster met veel punten, waarop we de kans op onweer en bewolking voorspellen, op basis van de luchtdruk, de luchtvochtigheid, de temperatuur en de windrichting. Maar omdat die punten zich op enkele kilometers van elkaar bevinden, is dat niet gedetailleerd genoeg om alle processen accuraat in kaart te brengen. Op sommige dagen is de atmosfeer redelijk voorspelbaar en vormt dat niet zo'n probleem. Maar bij onstabiele situaties, zoals zwoel, onweerachtig weer, leidt dat snel tot een slechte voorspelling. Je kan dan onmogelijk heel lokaal voorspellen waar en wanneer onweders en buien zich voordoen.'

Toch is dat laatste net wat Buienradar pretendeert te doen. De populairste weerapp van België en Nederland - ook te bekijken op de website - is een toepassing van een meteorologisch privébedrijf in de schoot van de Nederlandse commerciële zender RTL. Ze voorspelt op niveau van steden en gemeenten de regenval voor de komende drie uur. Beelden van twintig radars uit diverse landen dienen als basis. Elke vijf minuten worden ze ververst.

'In een stad kunnen we zelfs aangeven hoeveel millimeter neerslag er in het zuiden of het noorden zal vallen', zegt Niels de Kind, de manager van Buienradar. Miljoenen Nederlandse en Belgische particulieren, maar ook landbouwers en bouwvakkers, consulteren de buienradar in de zomer nog gretiger dan anders. 'In Nederland gebruiken al 3,5 miljoen mensen de app', zegt De Kind. 'In België zit onze website aan 1 miljoen unieke bezoekers per maand. Dat aantal groeit jaarlijks met 21 procent.'

12 uur op voorhand

Volgens Caluwaerts is Buienradar tot op zekere hoogte betrouwbaar. 'De applicatie werkt als het gaat om heel grote regenzones die zich met een constante snelheid voortbewegen, omdat je dan op basis van data van de voorbije uren goed kan extrapoleren waar het de komende uren zal regenen.'

'Maar bij instabiel weer, met veel kleine buien in plaats van één grote regenzone, werkt die extrapolatie niet', zegt Caluwaerts. 'Kleine buien en onweders ontstaan plots, wakkeren aan en verdwijnen snel: geen enkel weermodel kan ze voorspellen. Vergelijk het met water koken: je weet wat zal gebeuren, maar je kan niet voorspellen waar de eerste belletjes opduiken. Voor onweer geldt hetzelfde.'

Bij het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) breken ze zich al jaren het hoofd over voorspellingen op het niveau van steden en gemeenten. 'We droomden er twintig jaar geleden al van. Nu komen we eindelijk dichterbij. Ik schat dat zulke lokale voorspellingen tussen 2020 en 2030 een feit zijn', zegt David Dehenauw, al bijna twintig jaar meteoroloog aan het KMI en professor aan de Universiteit Gent. 'We zullen dan wellicht niet vier dagen op voorhand per gemeente kunnen voorspellen hoeveel regen er zal vallen, maar 12 of 24 uur op voorhand zou al een succes zijn.'

Het zou vooral de veiligheid van de bevolking ten goede komen. 'En dat is nog altijd de kerntaak van het KMI', zegt Dehenauw. 'Stel dat we 's ochtends kunnen voorspellen in welke gemeenten 's avonds gevaarlijk veel neerslag zal vallen of waar zware windstoten zullen voorkomen, dan kunnen de brandweer en de civiele bescherming zich uitsluitend op die gemeenten concentreren. Dat zou een enorme besparing betekenen.'

Straat per straat

Terwijl Dehenauw en co bij het KMI voorzichtig hopen op gemeentelijke voorspellingen tussen 2020 en 2030, belooft de Amerikaanse computerreus IBM met zijn project Deep Thunder binnenkort al voorspellingen tot op 300 meter nauwkeurig. IBM nam vorig jaar The Weather Company over, een Amerikaans bedrijf waar dagelijks een massa weerdata binnenlopen, van satellietfoto's en radarbeelden tot informatie van 200.000 amateurweerstations die bij Amerikanen in de tuin staan.

IBM wil zelfs massaal sensoren in ruitenwissers, gsm's en paraplu's gebruiken. Zo'n sensor zou dan meten hoeveel en hoe hard het regent en stuurt dat rechtstreeks door. De koppeling van al die big data aan de computerkracht van IBM moet de digitale weerman Deep Thunder in staat stellen straat per straat te voorspellen hoe warm het wordt, waar het gaat regenen en of er storm op komst is.

IBM heeft vooral 'big business' geroken. Een pak bedrijven zijn vragende partij voor gedetailleerde weerdata. Horecazaken kunnen er hun aanbod en personeelsbezetting op afstemmen, verzekeraars kunnen nagaan of de auto van een klant daadwerkelijk werd beschadigd door een hagelbui en vliegmaatschappijen kunnen er de meest energievriendelijke routes mee uitstippelen.

Dehenauw is voorzichtig enthousiast over de plannen van IBM. 'Ik kan alleen maar toejuichen dat ook privéspelers fors investeren in weeronderzoek. Zij kunnen mee voor een doorbraak zorgen als ze een fijnmazig, aanvullend datanetwerk uitrollen waar overheidsdiensten zich op kunnen aansluiten.'

Toch houdt de scepticus in hem een slag om de arm. 'Ik geloof niet dat ze hun belofte al de komende jaren kunnen waarmaken, als je ziet hoe moeilijk het al is op niveau van steden accuraat te voorspellen. Maar mijn grootste bezorgdheid is de betrouwbaarheid van de data. Als je verkeerde, slecht geijkte info in een weercomputer stopt, doe je meer kwaad dan goed.'

KMI-meteoroloog David Dehenauw schat dat lokale voorspellingen tussen 2020 en 2030 een feit zijn.

De Tijd - 13 Aug. 2016
Copyright © 2016 Mediafin

Lees meer artikels over: