Biodiversiteit analyses door een klimaatlens alleen, maskeren het volledige beeld

(21-11-2025)

Een nieuwe studie geleid door wetenschappers van de UGent heeft een belangrijke blinde vlek blootgelegd in hoe onderzoekers wereldwijd veranderingen in het verspreidingsgebied van plant- en diersoorten bestuderen. Uit een nieuwe globale studie gepubliceerd in Nature Climate Change blijkt dat veel onderzoek geografisch zó is opgezet, dat het vooral migratiepatronen in poolwaartse richting opmerkt zoals verwacht wordt door klimaatopwarming. Oost-west verschuivingen gedreven worden door bijvoorbeeld stikstofneerslag, blijven onder de radar blijven.

“Een groot deel van wat we denken te weten over soortverschuivingen wordt onbedoeld bepaald door de manier waarop studies zijn opgezet,” zegt dr. Pieter Sanczuk (Forest & Nature Lab, UGent), hoofdauteur van de studie. “Als je alleen in de zuid-noord richting zoekt, dan vind je natuurlijk ook vooral bewegingen in die richting.”

Waar komt dit vertekend beeld vandaan?

Landen waar veel klimaatonderzoek uitgevoerd wordt zijn vaak sterk uitgerekt langsheen een zuid-noord as, zoals Finland, Zweden of het Verenigd Koninkrijk. Daardoor merken onderzoekers gemakkelijker verschuivingen op in die windrichtingen, simpelweg door hun geografische vorm. Bewegingen in andere windrichtingen – zoals westwaarts of oostwaarts –als gevolg van bijvoorbeeld stikstofvervuiling en droogte komen ook voor, maar blijven vaak onderbelicht.

De onderzoekers ontwikkelden daarom een nieuwe maat, de Latitudinal Bias Index (LBI), die deze vertekening blootlegt en kwantificeert. De index toont aan in welke richting een studiegebied het meest gevoelig is om verschuivingen te detecteren, nog vóór er ook maar één soort wordt gemeten.

Wat zegt dit over klimaatverandering?

De studie bevestigt dat soorten zich wereldwijd verplaatsen onder invloed van klimaatverandering. Maar ze nuanceert ook dit narratief. Poolwaartse verschuiving zijn maar een deel van het complexe verhaal. “De verplaatsing van soorten richting het noorden is in ons land zeker niet de enige trend, en klimaatverandering is hiervan niet de enige oorzaak. Er spelen ook andere factoren mee, zoals stikstofneerslag of veranderingen en de intensivering van het landgebruik. Daardoor bewegen soorten soms in heel andere richtingen dan enkel naar koelere gebieden,” zegt Sanczuk. In zee volgen soorten de temperatuurgrens wel sterker, maar zelfs daar blijkt de geografische vorm van het studiegebied een rol te spelen.

Belang voor natuurbeheer en beleid

De bevindingen zijn cruciaal voor beleidsmakers en natuurbescherming, die beslissingen nemen op basis van voorspelde soortenverschuivingen. “Als we weten dat de huidige literatuur voornamelijk in één richting kijkt, dan moeten we onze blik verruimen,” aldus Sanczuk. “Anders missen we het volledige beeld. Veranderingen in het verspreidingsgebied van soorten worden niet alleen door temperatuur gestuurd.”

Publicatie

Global bias towards recording latitudinal range shifts. Pieter Sanczuk, Jonathan Lenoir, Pierre Denelle, Sabine B. Rumpf, Jeremy Borderieux, Costanza Geppert, Brunno F. Oliveira, Ingmar R. Staude. Nature Climate Change. Published online on 21 November, 10H00 (London time). Once online, available from: https://www.nature.com/articles/s41558-025-02498-5

Contact

Dr. Pieter Sanczuk Forest & Nature Lab, Universiteit Gent Pieter.Sanczuk@UGent.be

+32 (0)499 20 58 65

Lees meer artikels over: