Waarom kiezen landbouwers voor verduurzaming?

(04-06-2018) Dat je meer leert uit een netwerk als je intrinsiek gemotiveerd bent, dat wisten we al. Nu weten we dat dit ook geldt voor verduurzaming in groep in de landbouw, zegt Laure Triste (ILVO-UGent) in haar doctoraat.

Als je tegelijk autonomie, competentie en echte onderlinge verbondenheid kan bevorderen heb je een grote kans op succes. In de bestudeerde cases blijken verder ook een evenwicht van belang tussen bedrijfsgerichte en groepsactiviteiten, en je moet flexibiliteit en een organische groei voorzien, dus liever geen opgelegd plan of een kopieergedrag van een initiatief dat het elders goed deed.

De sociologische en pedagogische theorieën die Triste losliet op de landbouwersgroepen bleken aardig te kloppen. De succesfactoren kunnen een leidraad vormen voor het ontwerp van nieuwe initiatieven, zowel publiek als privaat.

Zopas verdedigde Laure Triste haar doctoraat "Dynamieken van participatie en leren in initiatieven voor verduurzaming van landbouwpraktijken.”  Promotoren zijn Prof. Dr. ir Ludwig Lauwers van UGent en ILVO, Prof dr. Joke Vandenabeele van KU Leuven en Prof. dr. ir. Fleur Marchand van ILVO.

Verduurzaming in de landbouw

Stichting Veldleeuwerik in Nederland, gericht op akkerbouw; Beloftevol Boeren voor West-Vlaamse landbouwers; DAIRYMAN voor Noordwest-Europese melkveehouders: het zijn een paar voorbeelden van verduurzamingsinitiatieven in de landbouw die de laatste jaren werden opgericht. Dergelijke initiatieven zijn gericht op verduurzaming van het landbouwbedrijf en bieden een sociale leeromgeving voor de deelnemers. Ze kunnen opgericht zijn door individuen, overheden, bedrijven of onderzoekers maar essentieel is dat alle deelnemers op vrijwillige basis instappen.

Het doel van dergelijke initiatieven is om gedragsveranderingen teweeg te brengen. Dat kan uiteraard ook via wettelijke beperkingen of subsidies, maar uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat gedragsveranderingen op basis van vrijwillige deelname in groepsprocessen evengoed mogelijk zijn én een langduriger effect kunnen hebben. Voorwaarde is dan dat er voldoende deelnemers zijn en dat de groep op lange termijn kan blijven bestaan.

In de landbouw ontstaan steeds nieuwe uitdagingen, en verduurzamingsinitiatieven moeten daarmee kunnen omgaan. In de realiteit slaagt niet elke groep. Op basis van interviews en documentenanalyse, en met behulp van vier theoretische perspectieven, nl. Zelfdeterminatietheorie, Communities of Practice, Cultural-Historical Activity en Praktijktheorie, ontdekte Laure Triste waarom en formuleert zij aanbevelingen.

Succesfactoren in een notendop

1. Gebruik externe prikkels om landbouwers aan te trekken die niet van nature uit geïnteresseerd zijn in duurzaamheid of deelname aan het verduurzamingsinitiatief

Landbouwers kunnen om verschillende redenen deelnemen aan verduurzamingsinitiatieven. Sommige boeren zijn intrinsiek geïnteresseerd in de verduurzaming van hun bedrijf of zien het sociale leerproces in een verduurzamingsinitiatief als een meerwaarde. Een akkerbouwer bij Stichting Veldleeuwerik verwoordt het zo:

“Duurzaamheid of welke term er dan ook gebruikt wordt is eigenlijk wel een hobby. Dus benieuwd wat die club te melden en te bieden had”.

Andere boeren hebben een duwtje in de rug nodig. Dat kan bijvoorbeeld door externe druk van buren of afnemers. Een boer van Stichting Veldleeuwerik getuigde: “…. Dat is gebeurd op vraag van de financierder van de toen al bestaande studieclub”.

Andere ‘duwtjes in de rug’ zijn vooropgestelde beloningen zoals betere productprijzen of een duurzaamheidscertificaat. Dergelijke certificaten bleken succesvol bij Stichting Veldleeuwerik en Beloftevol Boeren.

Of het nu op eigen initiatief is of onder druk van de omgeving: de deelname door boeren is vrijwillig. Instappen zonder externe druk biedt volgens het onderzoek wel meer garantie voor blijvend engagement en goede (leer)prestaties van de deelnemende landbouwers.

Toch kunnen ook boeren die onder druk instappen datzelfde engagement en leertraject bereiken, indien initiatieven erin slagen de deelnemende landbouwers te overtuigen van het belang en het nut van initiatief. Op die manier krijgen ze écht het gevoel dat hun deelname een vrije keuze is, dat ze hun deelname zelf onderschrijven of er zelfs plezier aan beleven.

Samengevat: uit de psychologische theorie weten we al langer dat interne motivatie héél krachtig is in functie van engagement. Dat wordt nu dus ook bevestigd in het kader van deelname aan duurzaamheidsinitiatieven in de landbouw. Uit dit onderzoek blijkt echter ook dat het verhogen van het aantal instappers in duurzaamheidsinitiatieven zeker ook kan via externe motivatie. Mits ze juist begeleid worden, gaan ook deze landbouwers een gemotiveerd engagement aan op lange termijn.

2. Kom tegemoet aan de basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid van landbouwers om een sterker engagement te stimuleren

Om ervoor te zorgen dat landbouwers goed functioneren in een initiatief en ook beter presteren, moet hun gevoel van autonomie, competentie en betrokkenheid gevoed worden.

Dit wil zeggen dat een landbouwer zijn gevoel van controle over beslissingen behoudt. Tegelijkertijd voelt hij zich ook competent om zijn stielkennis aan te bieden én om nieuwe kennis op te doen.

“Ik ben tevreden met mijn deelname omdat ik iedere keer bijleer en omdat ik nog veel wil veranderen naar duurzaam bedrijfsvoering gericht,” zegt een akkerbouwer.

Bovendien wil een landbouwer zich gewaardeerd voelen door boeren vanuit dezelfde of gelijkaardige sector, maar ook door andere interessante deelnemers aan het initiatief, zoals onderzoekers, toeleveranciers, afnemers, of bedrijfsadviseurs.

Bij Stichting Veldleeuwerik worden deze basisbehoeften onder meer gevoed in regionale discussiegroepen van 10 akkerbouwers, waarin de duurzaamheidsplannen van de akkerbouwers bediscussieerd worden.

“Ik hecht het meeste aan de groepsbijeenkomsten. Hier wordt iedere keer weer informatie besproken waar je op je bedrijf mee verder kunt. Het geeft je inzichten over de werkwijze van anderen. Dit kan me op het eigen bedrijf ook verder helpen. Daarnaast is Veldleeuwerik een initiatief dat vanuit telers is opgericht en een positieve draai kan geven aan de akkerbouwsector,” getuigt een akkerbouwer.

De landbouwers bepalen zelf welke verduurzamingsacties ze opnemen in hun duurzaamheidsplan, wanneer ze de bijeenkomsten plannen en ze bepalen ook welke duurzaamheidsthema’s ze aan bod laten komen. Daarnaast krijgen ze ook een bepaald budget per jaar om een expert over een of ander thema uit te nodigen.

Deze beslissingsmacht van de deelnemende landbouwers voedt hun behoefte aan autonomie. Daarnaast komt het vaste stramien van de bijeenkomsten tegemoet aan de competentie-behoefte: een bijeenkomst bestaat steeds uit kennisdeling gedurende een discussie van het duurzaamheidsplan van de landbouwer, een rondleiding op het bedrijf en eventueel het bezoek van een expert. Acht keer per jaar komt diezelfde groep landbouwers samen, waardoor een verbondenheid ontstaat binnen de groep. Dat verlaagt bijvoorbeeld de drempel om moeilijke thema’s aan te snijden of om vertrouwelijke informatie te delen.

3. Organiseer zowel groepsactiviteiten als individuele landbouwer activiteiten om maximaal waarde te creëren voor landbouwers

Kennisuitwisseling met collega’s over duurzaamheid en wat het kan betekenen op een landbouwbedrijf is belangrijk, maar ook individuele verbetertrajecten zijn essentieel. Elke landbouwer is namelijk op zoek naar een actieplan op maat van zijn bedrijf.

Het initiatief DAIRYMAN toonde hoe verschillende types activiteiten op een verschillende manier waarde creëerden voor landbouwers. Groepsactiviteiten waarin algemene kennis over duurzaamheid werd gecreëerd door verschillende perspectieven samen te brengen werden gewaardeerd omwille van het plezier om bijeen te komen, het aanbod van nieuwe kennis die later eventueel van pas kan komen, het uitbreiden van zijn/haar netwerk, en de nieuwe inzichten in duurzaamheid en landbouw.

Deze activiteiten bestonden bijvoorbeeld uit regelmatige bijeenkomsten van landbouwers, onderzoekers en adviseurs, waarbij een expert een toelichting geeft over een specifiek duurzaamheidsthema en ook een bedrijf bezocht werd. Individuele activiteiten, waarin bedrijfsspecifieke kennis ontwikkeld werd, droeg bij aan toepasbare kennis op het bedrijf en op die manier ook effectief meetbare waarde, zoals een verhoogde opbrengst of verlaagde kosten.

Een melkveehouder: “De analyse van mijn drijfmest, en het systeem om mijn drijfmest te verbeteren, zorgden dat ik geld uitspaarde op kunstmeststoffen”.

Binnen DAIRYMAN bestonden deze individuele activiteiten bijvoorbeeld uit een nauwe samenwerking tussen de landbouwer, onderzoekers, en een bedrijfsadviseur, waarbij onderzoek op het bedrijf leidde tot bedrijfsspecifiek advies. Deze activiteiten worden best georganiseerd op locaties die “live” ervaringen uit eerste hand opleveren, bv. op boerderijen, sites van ketenactoren, experimentele boerderijen en veldproeven.

“Dat heb je met landbouwers, je zit meestal alleen op je eigen bedrijf. En als je dan eens op een ander bedrijf komt, andere boeren. Zoals die boer in Brugge, hij heeft heel andere grond, andere teelten, andere werkwijze, dat is fijn om te horen. Dat trekt je wereld wat open“, zegt een melkveehouder.

4. Hou rekening met de standpunten, praktijken en verwachtingen van belanghebbenden zowel binnen als buiten het verduurzamingsinitiatief

Laure Triste raadt aan om een brede waaier aan stakeholders te betrekken vanaf de start van het initiatief én om ze te laten vertegenwoordigen in de bestuursorganen van het initiatief. Dit draagt namelijk bij aan de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van het initiatief. Ook een ketenvisie is dus een sleutel tot succes.

Door verschillende ketenactoren, zoals landbouwers, afnemers en retail te betrekken in het initiatief wordt draagvlak gecreëerd en kunnen de activiteiten in een initiatief afgestemd worden op de praktijken binnen het agro-voedingssysteem. De erkenning door afnemers en retail van een initiatief stimuleert landbouwers ook om deel te nemen aan een initiatief.

Een akkerbouwer van Stichting Veldleeuwerik bevestigt dat: “Als producerende sector moeten we meer naar buiten treden, en laten zie dat we al best goed bezig zijn. De maatschappij wil dat graag zien denk ik. Stichting veldleeuwerik is daar een goed platform voor.”

Binnen het initiatief Veldleeuwerik is deze bottom-up ketenvisie sterk doorgetrokken, en betalen zowel landbouwers, toeleveranciers, afnemers en adviesdiensten mee om het initiatief draaiende te houden. Omdat standpunten, praktijken en verwachtingen vanuit de maatschappij ook kunnen wijzigen, hebben initiatieven er baat bij om flexibiliteit aan de dag te leggen en hun organisatie bij te sturen indien nodig.

Laure Triste: “Uit het onderzoek blijkt dat het belangrijk is om regelmatig ontmoetingen te organiseren tussen het initiatief en de bredere stakeholdergroep, bv. via congressen, nieuwsbrieven of klankbordgroepen, zodat de inbedding in en afstemming van het initiatief met het agrovoedingssysteem bevorderd wordt. Beloftevol Boeren bleek in dat opzicht te weinig flexibel: door bij aanvang te beslissen over bepaalde methodologieën, en door daar star aan vast te houden, bleken nieuwe deelnemers en financiers moeilijk te overtuigen van een vervolgtraject. Flexibiliteit en organische groei blijken dus essentieel.”

Naar een snellere verduurzaming?

“Via dit onderzoek bieden we wetenschappelijk gefundeerde adviezen voor het ontwerp van verduurzamingsinitiatieven in de landbouw”, zegt Laure Triste. “Dat kan gaan van nieuwe privé-initiatieven door een groep landbouwers en bedrijven, tot publieke initiatieven die in het leven worden geroepen door bijvoorbeeld lokale overheden. Bij nieuwe initiatieven wordt sterk gesteund op ervaring van andere organisaties, maar als we één ding geleerd hebben uit dit onderzoek is dat verduurzamingsinitiatieven niet gekopieerd en geplakt kunnen worden: de setting is steeds anders, de landbouwers zijn anders, de keten is anders."

"Het onderzoek vergroot de kans dat initiatieven uitgroeien tot gevestigde waarden in de landbouw. Uiteraard is dat geen garantie op succes: er zijn nog een boel openstaande vragen die ons aansporen tot diepgaander onderzoek. Zo willen we nog onderzoek uitvoeren over de vereiste attitudes en competenties van actoren die zich engageren in verduurzamingsinitiatieven, en willen we ‘meten’ in welke mate dergelijke initiatieven de verduurzaming van de landbouw nu precies verspreiden en versnellen.”

Contact

Lees meer artikels over: