Eten we binnenkort microben?

(21-03-2018) Een recent onderzoek naar micro-organismen als proteïnebron, gepubliceerd in het toonaangevende vakblad Environmental Science & Technology, is erkend als Top Feature Article 2017 door de American Chemical Society.

Het onderzoek is gevoerd door The University of Queensland, de Universiteit Gent en het Potsdam Institute of Climate Impact Research.

Onze huidige vorm van landbouw, waarbij we gewassen telen voor voeding en diervoeder, brengt de planeet in gevaar, zowel op het vlak van stikstofvervuiling als energieverbruik.

Eiwit uit micro-organismen

Om de stikstofdruk op de planeet te verminderen, bieden micro-organismen een alternatieve en doeltreffende proteïnebron. Dat betekent dat stikstof, geproduceerd door bijvoorbeeld het Haber-Boschproces, rechtstreeks gebruikt kan worden om micro-organismen te kweken.

Deze micro-orgamisen bevatten tot 75% proteïne, dat na het te drogen en te verwerken, gebruikt kan worden als voeding of diervoeder. Dit proces slaat de stap van de klassieke landbouw over en vermijdt zo een aanzienlijke stikstofuitstoot in het milieu.

Bijna dubbel zo doeltreffend

Met dit onderzoek tonen de onderzoekers aan dat de stikstofcyclus maar liefst 6% efficiënter kan worden door vee te voederen met microbi¨ële proteïnes. Door de proteïnes rechtstreeks in te zetten voor menselijke voeding, stijgt  de efficiëntie zelfs van 4% naar 43%.

Deze techniek kan dan ook een grote impact betekenen op de druk die onze huidige vorm van landbouw legt op de planeet: er zal minder landoppervlakte nodig zijn, en ook de vraag naar genetische modificatie om de komende generaties te voeden, zal dalen.

Bovendien zijn microben zeer veelzijdig te 'voeden': ze groeien zelfs op zuurstof en waterstofgas afkomstig uit hernieuwbare elektriciteit.

Top Feature Article 2017

Op 20 maart erkende de American Chemical Society dit onderzoek als Top Feature Article of 2017.

Van de Gentse faculteit Bio-ingenieurswetenschappen werkten Korneel Rabaey, Silvio Matassa en Willy Verstraete als co-auteurs mee aan het onderzoek.

Meer info

 

Lees meer artikels over: