Nieuwe voedergrasrassen kunnen beter tegen wijzigend klimaat

(26-03-2021) Vier nieuwe rassen van de voedergrassoort rietzwenkgras staan nu op de nationale lijst van landbouwgewassen, dankzij onderzoek van prof. Dirk Reheul, Mathias Cougnon en hun technische medewerkers.

De onderzoekers verkregen bovendien als eersten van ons land het Belgisch kwekersrecht voor rassen van rietzwenkgras.

Rietzwenkgras wordt geteeld om te kunnen dienen als veevoeder. In onze streken neemt de belangstelling voor deze grassoort toe omdat ze goed bestand is tegen droogte en wateroverlast.

Met de ontwikkeling van de vier nieuwe rassen willen de onderzoekers een alternatief op de markt brengen voor voedergrassen die lijden onder een veranderend klimaat.

Bestand tegen droogte en wateroverlast

Rietzwenkgras: kan beter tegen droogte dan Engels raaigras

“In maritiem Europa, waaronder ook in ons land, vind je voornamelijk twee andere voedergrassoorten: Engels en Italiaans raaigras”, licht professor Dirk Reheul toe.

“In de afgelopen droge zomers zagen we dat deze raaigrassoorten stopten met groeien en later verdorden. Rietzwenkgras bleef echter groeien.”

Rietzwenkgras tolereert bovendien goed wateroverlast. Daarom aardt het prima in polderweiden die regelmatig overstromen.

“Daarvoor is rietzwenkgras beter geschikt dan Engels raaigras. Die soort groeit nu vaak in polderweiden, maar kan minder goed tegen wateroverlast”, verduidelijkt professor Reheul.

Erkenning op de rassenlijst

Om een voedergrasras te laten erkennen, moet het op de nationale rassenlijst van landbouwgewassen komen. Daarvoor worden nieuwe rassen op twee zaken getest.

Ten eerste moeten de rassen een betere cultuur- en gebruikswaarde hebben dan bestaande rassen. Dat betekent dat je moet kunnen aantonen dat de rassen waardevol zijn voor de teler en als voedergewas. De overheid controleert dat aan de hand van veldproeven van 4 jaar lang op verschillende locaties in België.

Ten tweede moeten de grasrassen een eigen identiteit hebben.

“Je moet als het ware het paspoort van een ras kunnen voorleggen. Daarin staan zijn specifieke kenmerken. Een nieuw ras moet op minstens één kenmerk verschillen van alle bestaande rassen”, gaat professor Reheul verder. Die identiteit wordt gecontroleerd in Europese testcentra.

Kwekersrecht als eerste Belgen

De vier nieuwe rassen zijn beschermd door het Belgische kwekersrecht.

De onderzoekers kregen als eerste Belgen ooit het Belgisch kwekersrecht voor rassen van deze soort.

“Het kwekersrecht is een juridische eigendomstitel. Je kan het vergelijken met een patent, maar dan voor een plant”, licht professor Reheul toe. “Iedereen die zaad van deze rietzwenkgrasrassen wil produceren, moet daarvoor toestemming hebben van de UGent.”

Naar de markt

De vier rassen van rietzwenkgras staan nu op de nationale rassenlijst voor landbouwgewassen. “Dat kan je beschouwen als een ticket om ze op de markt te brengen”, aldus professor Reheul.

Hiervoor hebben de onderzoekers contact gezocht met bedrijven die de rassen willen vermeerderen en verkopen. Met succes: er is belangstelling van zowel binnenlandse als buitenlandse spelers en onderhandelingen zijn gestart.

Meer info

Prof. Dirk Reheul