Waarschuwingssysteem voor graanhaantje in de maak

(26-01-2017) Een team onder leiding van professor Geert Haesaert ontwikkelt een waarschuwingssysteem dat telers advies geeft op basis van verschillende factoren.

Graanhaantjes kunnen in jaren van hoge druk zorgen voor tot wel 40 procent opbrengstverliezen bij tarwe in Vlaanderen. In het kader van een geïntegreerde bestrijding (IPM) wil een team onder leiding van professor Geert Haesaert van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen aan de UGent een waarschuwingssysteem ontwikkelen dat telers een advies geeft op basis van o.a. teelttechniek, weersdata en omgevingsparameters. Om die reden wordt ook een perceel opgevolgd op de Bayer Forward Farm in Huldenberg. 

De geïntegreerde bestrijding (IPM) van het graanhaantje is een mooi voorbeeld waar wetenschap en praktijk elkaar nog beter kunnen vinden. De schade die dit insect aanricht in de Vlaamse tarweteelt varieert sterk van jaar tot jaar, maar kan in jaren met hoge druk oplopen tot wel 40 procent opbrengstverliezen. Immers vanaf mei tot juni voeden de larven van het insect zich op de bladeren van verscheidene graangewassen. Dat was zeker ook het geval in 2011 toen een aanhoudende droogte voor een ware plaag van graanhaantjes zorgde.

Wat kan er tegen deze plaag gedaan worden? Bij een IPM-strategie van graanhaantje ligt de nadruk op monitoring, preventieve beheersingsmaatregelen en een integratie van verschillende bestrijdingstechnieken. Hiervoor is het belangrijk om de levenscyclus en sturende factoren van dit insect goed te kennen. Alles begint namelijk bij een goede monitoring hiervan om te beslissen of een bestrijding al dan niet verantwoord is. Samen met schadedrempels, die bepalen bij welke hoeveelheid graanhaantjes de korrelopbrengst achteruit gaat, zijn ze de bouwstenen voor een goed waarschuwingssysteem. 

Een dergelijk waarschuwingssysteem voor het graanhaantje bestaat momenteel nog niet in Vlaanderen, aangezien in het verleden de schade in onze graanregio's als onbelangrijk beschouwd werd. Dit veranderde echter in 2011 toen voor het eerst veel schade werd aangericht in onze tarweteelt.

Om die reden wil een team onder leiding van professor Geert Haesaert van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen aan de Universiteit Gent (UGent) een waarschuwingssysteem ontwikkelen voor graanhaantje dat een bestrijdingsadvies geeft op basis van een verscheidenheid aan inputparameters zoals teelttechniek, maar ook weersdata en omgevingsdata. "Om preventief of curatief insecten te bestrijden is een goede kennisbasis nodig", vertelt professor Geert Haesaert. "Om die reden volgt Elias Van De Vijver in zijn doctoraatsonderzoek een groot aantal percelen op gedurende het groeiseizoen, waaronder ook een tarweperceel op de Bayer Forward Farm in Huldenberg."

"Insectenbestrijding start immers al van bij de zaai", gaat de Gentse professor verder. "Verscheidene teelttechnische handelingen, waaronder de zaaidatum en -dichtheid, de verdere bemesting, het ras, de voorvrucht, de grondbewerking bij het inzaaien hebben elk hun impact op de aanwezigheid van plaaginsecten in het gewas."

"Omgevingsdata hebben hier ook hun aandeel in", vervolgt prof. Haesaert. Onderzoek heeft namelijk al aangetoond dat een heterogeen perceel verscheidene voordelen kan bieden voor plaagcontrole, waarbij een bloemenrand kan zorgen voor minder graanhaantjes in het perceel. In dit experiment zorgde de bloemenrand voor een afname van de insectendruk tot onder de schadedrempel, waardoor een behandeling hierdoor economisch onvoordelig werd. De behandeling kost op dat moment namelijk meer dan de economische kost gekoppeld aan het opbrengstverlies door de graanhaantjes."

"De reden dat bloemenranden dit effect hebben is door de grote verscheidenheid aan nuttige soorten die erin vertoeven en die kunnen instaan voor de biocontrole van het graanhaantje", meent de graanexpert. "Verschillende predatoren en parasitoïden, waaronder een aantal sluipwespen, zijn actief op het graanhaantje. Deze specialisten zijn heel effectief en leggen hun eitjes in het eitje of de larve van het graanhaantje. Afhankelijk van de soort sterft het graanhaantje dan in het ei-, larvale- of popstadium.

De parasiteringsgraad van deze insectjes kan zelfs over de 90 procent gaan, waardoor ze een chemische behandeling niet altijd nodig maken. Ook onze eerste preliminaire resultaten bevestigen een licht positief effect van een bloemenrand op akker en een significante parasitering van de larven en eitjes van het graanhaantje. Specifiek op de Forward Farm in Huldenberg was de druk van graanhaantje wel erg laag, waardoor de parasitering ook lager dan gemiddelde scoorde."

"Met betrekking tot een goede, IPM-gerichte bestrijding voor graanhaantjes bestaan echter ook nog steeds veel vraagtekens", vertelt prof. Geert Haesaert. "IPM blijft dan ook een complex verhaal. Toch kunnen we wel al besluiten dat een heterogeen perceel in het kader van een geïntegreerde bestrijding van graanhaantje nuttig is en soms een behandeling kan vermijden. Monitoren in combinatie met goed onderbouwde schadedrempels blijven echter ook hier cruciaal om een behandeling al dan niet te verantwoorden."

Dit onderzoek werd uitgevoerd met ondersteuning van het Vlaams Agentschap Voor Innoveren & Ondernemen (VLAIO) in het kader van het biodiversiteit-luik van de 'Bayer ForwardFarming' leerstoel. "Daarom zijn we dan ook zeer tevreden met deze eerste resultaten die ons helpen om een betrouwbaar waarschuwingssysteem voor graanhaantje op te stellen", besluit prof. Haesaert.

AANVULLENDE VERSLAGGEVING

VILT