Hoe kunnen steden serieus investeren in stadslandbouw?

(29-07-2015) Landbouweconomen van de UGent namen deel aan een Europees onderzoeksproject over aanbevelingen voor stadsbesturen in verband met stadslandbouw.

Meer info:  info.crelanleerstoel@ugent.be

Ondanks de toegenomen aandacht van de meeste stadsbesturen voor stadslandbouw, staan plaatselijke initiatieven vaak voor meerdere uitdagingen qua organisatie en regelgeving. Om deze problematiek aan te kaarten en de meerwaarde van stadslandbouwprojecten correct te bepalen, namen landbouweconomen van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen aan de Universiteit Gent deel aan een Europees onderzoeksproject. Daarin schreven ze enkele aanbevelingen voor stadsbesturen en concluderen ze dat de meerwaarde van stadslandbouw afhankelijk is van de specifieke ecologische-, sociale- en economische behoeften van elke stad.

Voedselproductie was lange tijd een thema dat was voorbehouden voor het platteland en bijgevolg stond het niet op de agenda van het stadsbestuur. De laatste decennia is dit echter veranderd. In 1991 was de Canadese stad Toronto één van de eerste steden ter wereld die een speciale commissie oprichtte die de stad adviseert over haar voedselbeleid. Maar ook in steden dichter bij huis, zoals in Gent, heeft men enkele doelstellingen gedefinieerd waarmee men de lokale keten van producent tot consument wil versterken en de milieu-impact van voedsel wil minimaliseren.

Daarenboven zijn er ook steeds meer stedelingen die iets willen ondernemen rond voedsel in de stad en ontstaan er tal van nieuwe initiatieven. Zo kweekt het Engelse bedrijf 'Growing Underground' met behulp van led-verlichting sinds kort blad- en kiemgroenten in oude bunkertunnels 33 meter onder de wijk Clapham in Londen, goed voor één hectare stadslandbouw. "Stadslandbouw wint aan belang als middel om mensen in de stad terug te verbinden met de landbouw. Het maakt ook deel uit van de roep naar het gebruik van lokale hulpbronnen en meer lokale voedselvoorziening", stelt professor Guido Van Huylenbroeck van de vakgroep Landbouweconomie aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen (UGent) die het Gentse onderzoeksteam leidde.

Uitdagingen

Veel van deze initiatieven doorlopen echter een lang en hobbelig parcours langs regelgeving die niet aan hen is aangepast en staan regelmatig voor organisatorische en praktische uitdagingen. In het kader van het Europese onderzoeksproject SUPURBFOOD heeft de vakgroep Landbouweconomie samengewerkt met drie andere onderzoeksinstellingen en drie bedrijven, waaronder een Gentse producent van een alcoholisch drankje gemaakt van in het wild geplukte vlierbloesems. Samen onderzochten zij de meerwaarde van stedelijke voedselinitiatieven voor een stad en hoe die kan geoptimaliseerd worden. "Verder werd er ook gekeken hoe de projecten bijdragen tot het sluiten van lokale kringlopen en het versterken van de multifunctionele rol van landbouw", aldus professor Van Huylenbroeck.

Meerwaarde

Steden, maar ook de initiatiefnemers zelf willen graag weten en meten wat de potentiële meerwaarde is van zo een project voor de stad. Op dit moment wordt die vaak beschreven in algemene termen zoals hun mogelijke bijdrage aan de voedselzekerheid van een stad of aan het verbeteren van het stedelijk klimaat en de sociale cohesie. Voor de mogelijke productiecapaciteit van een stad wordt er bijvoorbeeld gerefereerd naar vroeger onderzoek dat berekende dat de productie van groenten op 82 hectare platte daken in Bologna (Italië) de stad voor 77 procent in haar totale behoefte aan groenten zou kunnen voorzien. Cijfers uit deze onderzoeken zijn echter zeer specifiek voor hun context. Ze kunnen daarom moeilijk als maatstaaf dienen voor andere steden. Eén van de inzichten uit het SUPURBFOOD-onderzoek is dat wanneer men het nut van stadslandbouw wil meten, men steeds de context en de relatie van de verschillende voedselinitiatieven hiertoe als uitgangspunt moet nemen.

Economische, sociale en ecologische behoeften

De meerwaarde van stadslandbouw zou voornamelijk gebaseerd moeten worden op hun bijdrage aan economische, sociale en ecologische behoeften die specifiek zijn voor een stad of buurt. In een armere wijk in Bristol, een stad waar een kwart van de kinderen opgroeit in armoede, is toegang tot verse groenten van groot belang. Hier zou men daarom beter inzetten op het behalen van een goede productie. In een rijkere groene Vlaamse wijk speelt de toegang tot verse groenten daarentegen geen rol, maar creëert een moestuinproject juist een educatieve meerwaarde voor de buurt doordat het inspeelt op de behoefte van bewoners om zelf een deel van hun voedsel te leren produceren. "De meerwaarde kan dus moeilijk los worden gezien van de context waarin stadslandbouwinitiatieven plaats vinden", zo benadrukt de UGent.

Regelgeving

Naast het feit dat overheidsinstellingen het best op zoek gaan naar win-win situaties waar stadslandbouw tegemoetkomt aan lokale behoeften bij de ontwikkeling van een stimulerend beleid, ligt er momenteel een grote uitdaging om te anticiperen op specifieke behoeften van de initiatieven. Veel van de huidige projecten zijn op menig vlak een 'experiment'. Ze bevinden zich in de onzekere 'grijze' zone van de regelgeving. In de meeste stadsparken mag er bijvoorbeeld officieel niets verwijderd worden, ook geen appels of onkruid. Ook voor de verwerking van producten, bijvoorbeeld het verwerken van bepaalde onkruiden tot een pesto, gelden er strenge hygiëneregels die moeilijk realiseerbaar zijn voor kleinschalige initiatieven.

Om zich verder te kunnen ontwikkelen, zijn er constructieve aanpassingen aan het beleid nodig. Op dit moment zijn veel overheden geneigd te antwoorden met 'zachte maatregelen' zoals subsidies voor tijdelijke invullingen van ongebruikte plekken in de stad of bij de opstart van een bedrijf. Maar de roep naar 'harde' maatregelen wordt steeds luider, bijvoorbeeld om specifieke bestemmingen te creëren waar stadslandbouw mogelijk is via ruimtelijke planning. Of om een specifieke regelgeving te creëren, bijvoorbeeld met betrekking tot voedselveiligheid, die uitvoerbaar is door kleinschalige stedelijke initiatieven.

"Het onderzoeksproject SUPURBFOOD somt een aantal beleidsmaatregelen op waarmee steden moeten rekening houden indien ze serieus willen investeren in de verbinding tussen hun stad en duurzame landbouw", zegt professor Van Huylenbroeck. Wie interesse heeft in stadslandbouw, reeds deelneemt aan een project of vindt dat zijn stadsbestuur initiatieven meer moet ondersteunen, kan de aanbevelingen uit het onderzoek er op naslaan. De Universiteit Gent is vragende partij voor feedback op deze aanbevelingen, vooral over de haalbaarheid ervan en over de relevantie van de voorgestelde maatregelen.

AANVULLENDE VERSLAGGEVING

www.supurbfood.eu

VILT