UGent checkt: Blijven strenge regels zorgen voor gezonde thee?

(24-08-2021) UGent onderzoekers controleerden de hoeveelheden gewasbeschermingsmiddelen in diverse soorten thee.

“Thee en pesticiden”, als je deze termen even googelt, stuit je op meerdere artikels die waarschuwen dat thee wel eens vol giftige stoffen zou kunnen zitten. Masterstudent Laurens Tuts deed onder leiding van professor Pieter Spanoghe van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent een uitgebreid onderzoek naar residuen in thee om te zien of deze statements kloppen. Spoiler alert: hij kan ons geruststellen.

Gewasbeschermingsmiddelen hebben naast hun positieve impact op de voedselproductie ook mogelijke gevolgen voor de voedselveiligheid. Laurens Tuts trok voor zijn masterproef naar de supermarkt om te zien hoe het met de gewasbeschermingsmiddelen in onze thee is gesteld. Hij kocht er 50 verschillende soorten waarvan zowel groene, witte, zwarte  en vruchtenthee van diverse merken. 

De losse thee werd eerst via massaspectrometrie, een techniek die moleculen in zeer kleine hoeveelheden kan detecteren, geanalyseerd. 18 soorten, waaronder ook biologische thee, respecteerden de wetgeving echter niet als het gaat over maximale residulimieten (MRL). Dit zijn op Europees niveau vastgelegde grenswaarden waar residugehalten zeker onder moeten blijven als de gewasbeschermingsmiddelen op de wettelijk toegelaten manier worden gebruikt. 

Maar deze limieten zijn vastgelegd voor droge thee. Thee wordt eigenlijk als een drank geconsumeerd, dus na een verwerking (infusie) en niet als eetbaar landbouwproduct waarop de maximale limieten zijn gebaseerd. Bovendien worden limieten bepaald aan de hand van de maximale dosis die de landbouwer nodig heeft om efficiënt een plaag, onkruid of insecten te bestrijden. Die ligt altijd ver onder de normen die aangeven vanaf wanneer een stof een gezondheidseffect kan hebben.

 "Zelfs indien de wettelijke limiet in de theeblaadjes werd overschreden, was er op vlak van voedselveiligheid geen enkel risico voor eender welke doelgroep van onze Belgische bevolking."
Laurens Tuts - Masterstudent Bio-ingenieurswetenschappen 

“Na de oogst van de blaadjes van de theeplant worden deze gedroogd, verwerkt en verpakt voor consumptie. Als de plant tijdens de teelt behandeld werd, bevatten deze blaadjes na bewaring nog een zekere hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel”, legt Tuts uit. “Thee wordt gezet en we wilden dus weten of het kokend water naast de aroma’s van de blaadjes en de vruchten ook de bestrijdingsmiddelen oplost die wij dan mee opdrinken.”

De mate waarin gewasbeschermingsmiddelen oplosten, verschilde van middel tot middel. “Een groot deel van de middelen lost helemaal niet op en blijft in de theeblaadjes”, aldus Tuts. “De hoeveelheid die in het kokende theewater terechtkwam nam ook toe bij een langere infusietijd. Na 10 minuten was dat gedaan. Langer thee zetten of langer wachten met ze op te drinken, levert dus geen hogere blootstelling op.” Is dit nu een probleem? “Neen, de blootstelling wordt steeds afgewogen met de toxiciteit van de gewasbeschermingsmiddelen.”

“Zelfs indien de wettelijke limiet in de theeblaadjes werd overschreden, was er op vlak van voedselveiligheid geen enkel risico voor eender welke doelgroep, jong of oud, van onze Belgische bevolking”, vertelt Tuts. Zelfs iemand die thee consumeert in grote hoeveelheden en dus aan een hogere concentratie wordt blootgesteld, ondervindt geen onaanvaardbaar risico, aangezien de blootstelling niet hoger wordt dan de aanvaardbare dagelijkse inname. Het monitoren van residuen en het uitvoeren van risicoanalyses bewijst daarbij zijn nut en relevantie voor de toekomst.