Chemie en Bioprocestechnologie

Veelgestelde vragen over de masteropleiding Chemie en Bioprocestechnologie.

Inhoud en focus

De focus van de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie ligt vooral op de ontwikkeling van nieuwe producten binnen een duurzame en groene-chemie context.

Een tweede doel is het ontwerp, sturing en verbetering van (bio)chemische productieprocessen. De opleiding wil hiermee een antwoord bieden op de maatschappelijke vraag naar het gebruik van duurzame productieprocessen en schone technologieën.

De opleiding wil specifiek ingaan op de maatschappelijke vraag naar het gebruik van (meer) duurzame productieprocessen en schone technologieën, o.m. op basis van hernieuwbare grondstoffen.

Daarnaast zijn er belangrijke raakvlakken tussen milieutechnologie en chemie die aan bod komen in de opleiding: denk maar aan de chemische analysetechnieken (om bv. vervuilende stoffen te kwantificeren); chemische processen in de terugwinning van materialen uit afvalstromen, milieuchemie…

Hoewel klimaatverandering wel als context in meerdere vakken aan bod komt, is er geen specifiek stamvak dat hier in detail op focust.

Het aspect duurzaamheid vormt een rode draad doorheen deze opleiding. Dat komt omdat we ons concentreren op de maatschappelijke vraag naar het gebruik van (meer) duurzame productieprocessen en schone technologieën, onder meer op basis van hernieuwbare grondstoffen.

We besteden bijzondere aandacht aan de duurzame verwerking van biologische grondstoffen tot industriële producten via chemische, fysische of biochemische processen. Dit impliceert o.a. het implementeren van de basisprincipes van groene chemie in deze synthese- en productieprocessen, maar bijvoorbeeld ook het kwantificeren van de milieu-impact van nieuwe producten of nieuwe productieprocessen ('clean technology').

We zetten inderdaad sterk in op bioproductie, waarbij methoden als fermentatie, biokatalyse en enzymtechnologie centraal staan.

Het plichtvak ‘Industriële biotechnologie’ gaat daar uitgebreid op in, maar ook via keuzevakken (zoals ‘Industriële fermentatieprocessen en downstream processing’) kan je je hierin verder specialiseren.

De productie van verbindingen met een hoge toegevoegde waarde staat steeds centraal, waarbij we zowel de wetenschappelijke aspecten (biochemie, microbiologie, genetica) als de procesmatige aspecten (technologie) behandelen.

De opleiding Chemie en Bioprocestechnologie biedt een basisopleiding in deze disciplines aan, analoog aan het pakket in andere masters, met de mogelijkheid om je verder te specialiseren via keuzevakken.

De basisprincipes en concepten die aangereikt worden binnen de richting Chemie en Bioprocestechnologie zijn universeel toepasbaar en worden wereldwijd aangewend.

Vakken

Binnen de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie wordt er een basisopleiding in deze disciplines aangeboden, met de mogelijkheid om daar verder in te specialiseren via keuzevakken.

Wie het Bachelordiploma in de bio-ingenieurswetenschappen behaald heeft, kan in principe zonder probleem deze competenties verwerven – een uitgesproken aanleg of interesse voor programmeren en modelleren is zeker geen vereiste.

Wiskunde en fysica vervullen uiteraard een ondersteunde rol in verschillende vakken binnen de Chemie en Bioprocestechnologie, vooral de ingenieursgerichte opleidingsonderdelen zoals proceskunde en procesregeling. In andere, meer fundamenteel chemische vakken zoals bio-organische chemie, komen deze aspecten echter nauwelijks of niet aan bod.
Zuiver biologische vakken worden niet aangeboden in deze opleiding. Toch komen er geregeld biologische aspecten aan bod, zoals bijvoorbeeld bij de bespreking van hernieuwbare grondstoffen voor de productie van waardevolle bouwstenen, of microbiologie in het kader van fermentatieprocessen en industriële biotechnologie.

Het spreekt voor zich dat er een duidelijke focus op chemie en biochemie aanwezig is binnen de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie. Ook hier geldt dat bachelors in de bio-ingenieurswetenschappen de nodige kennis en competenties hebben om de chemievakken in de masteropleiding aan te vatten.

Naast theoretische en computergestuurde oefeningensessies, krijg je uiteraard ook verschillende labopractica. Een zekere interesse in praktisch labowerk is dan ook aangewezen.

Labopractica zijn een belangrijk deel van de opleiding.

Met dit diploma kan je niet alleen theoretische concepten ontwikkelen, maar je kan ze ook in de praktijk brengen. Dat wordt sterk gewaardeerd op de werkvloer, en vraagt uiteraard voldoende aandacht voor praktijk binnen de opleiding.

Labopractica horen dan ook bij meerdere plichtvakken, zodat je vertrouwd raakt met verschillende methoden, technieken en toestellen.

Binnen het ‘Geïntegreerd practicum’ brengen we bovendien aspecten uit verschillende cursussen (synthese, analyse, structuurbepaling) samen in een labo-omgeving.

Dankzij deze praktijk- en labogerichte aanpak zijn ook heel wat masterproeven met een chemische component binnen andere bio-ingenieursopleidingen toegankelijk voor studenten Chemie en Bioprocestechnologie.

Jobs

Ongeveer 75% van de afgestudeerden in de Chemie en Bioprocestechnologie gaat aan de slag in de privésector, in uiteenlopende sectoren zoals farma, chemie, voeding, milieu en biotech. De overige 25% komt terecht in de openbare sector, of start als zelfstandige.

De soort functie is dikwijls technisch van aard (productie- of procesingenieur), maar afgestudeerden belanden ook in onderzoek, industriële R&D, consulting en commerciële functies. Naarmate deze bio-ingenieurs in hun carrière doorgroeien, nemen ze vaker een beleids- of managementfunctie op.

Neen, de brede basisvorming binnen de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie laat je toe om in uiteenlopende sectoren terecht te komen, onafhankelijk van de opgenomen keuzevakken. De keuze voor bepaalde vakken vloeit doorgaans voort uit persoonlijke interesses en voorkeuren, net zoals de keuze voor een bepaalde masterproef.

Toch is het belangrijk te noteren dat deze keuzes geen toekomstige mogelijkheden uitsluiten, en dat het diploma bio-ingenieur Chemie en Bioprocestechnologie de poorten opent naar jobs in diverse sectoren.

Deze opleiding biedt een brede vorming met toepassingsmogelijkheden in alle sectoren waar chemische en biochemische processen belangrijk zijn. Dit vertaalt zich dan ook in de sectoren waarin de afgestudeerden terechtkomen: naast chemie, farma, agrochemie en (industriële) biotechnologie, zien we ook steevast afgestudeerden werken in aanpalende sectoren, zoals de voedingsnijverheid en de milieutechnologie.

Dit aantal kan schommelen van jaar tot jaar, maar ruwweg 15 tot 30% van de afgestudeerden Chemie en Bioprocestechnologie vat na hun masteropleiding een doctoraat aan.

De afgestudeerden van deze opleiding komen in uiteenlopende sectoren terecht: farma, chemie, voeding, milieu, biotech, enzovoort. Ze werken in verschillende functietypes (technisch, commercieel, management, R&D...).

Een groot deel gaat aan de slag als procesingenieur, waarbij de combinatie van procestechnologische en chemische kennis een groot pluspunt vormt.

Uiteraard komen er ook afgestudeerden in het onderzoek terecht, maar zelf labowerk doen, is vooral beperkt tot de mensen die kiezen voor een doctoraatsopleiding. Deze mensen groeien daarna meestal door naar leidinggevende functies, en zullen dus eerder labomedewerkers aansturen in plaats van zelf labowerk uit te voeren.

Buitenland

De cijfers schommelen van jaar tot jaar, maar globaal kiezen tussen de 20 à 30% van de studenten Chemie en Bioprocestechnologie om een semester in het buitenland te studeren of om een masterproef (al dan niet deels) aan een buitenlandse instelling uit te voeren.
De chemische en biotechnologische sector is sterk opgebouwd uit internationale ondernemingen. Er zijn dus zeker genoeg internationale jobmogelijkheden.

Taal

Ruwweg 45% van de vakken (inclusief keuzevakken) zijn Engelstalig binnen de master Chemie en Bioprocestechnologie. Engelstalige vakken worden gegroepeerd in het 1ste semester van het 1ste masterjaar om internationale uitwisselingen mogelijk te maken. Dit vergt geen specifieke voorbereiding. Specifieke vakterminologie leer je aan tijdens de lessen.

Vergelijking met andere opleidingen

Er zijn zeker raakvlakken tussen beide opleidingen en je krijgt verschillende vakken samen.

Bij de opleiding Levensmiddelenwetenschappen en Voeding ligt de focus meer op de productie en innovatie van levensmiddelen uit plantaardige of dierlijke grondstoffen, maar ook op wetgeving, kwaliteit en verpakking.

De opleiding Chemie en bioprocestechnologie spitst zich toe op non-food toepassingen binnen de (bio-) chemische industrie, waarbij een sterke nadruk ligt op duurzaamheid (groene chemie).

De studie van hernieuwbare energiebronnen vormt een heel belangrijk onderdeel binnen de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie, waarbij de focus ligt op de omzetting ervan tot hoogwaardige producten via chemische processen in het kader van een duurzame, biogebaseerde economie. Dit thema wordt uitgebreid behandeld in de plichtvakken ‘Groene chemie van hernieuwbare energiebronnen’ en ‘Thermochemische conversie van biomassa’, telkens vanuit een andere (chemische) invalshoek, maar ook in andere (keuze)vakken wordt er ingehaakt op dit belangrijk onderwerp.

Binnen de opleiding Milieutechnologie staan we vooral stil bij de fysische en (bio)technologische aspecten van hernieuwbare energie, met minder diepgang over de chemische conversies. In de afstudeerrichting milieutechnologie van de bachelor is er het plichtvak ‘Duurzame energie en rationeel energiegebruik’ met een specifieke focus op hernieuwbare en duurzame energie. Dit onderwerp komt tevens aan bod als onderdeel binnen andere stamvakken zoals bijv. ‘Milieutechnologie: vaste afvalstromen’, ‘Clean technology’, en ‘Resource recovery technology’.

Er is een zekere mate van overlap, maar de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie besteedt meer aandacht aan de biochemische en de technologische aspecten van de industriële biotechnologie, daar waar de opleiding Cel- en Genbiotechnologie zich meer toespitst op biologische processen die ingrijpen op het genoom.

Een voorbeeld: op het vlak van biokatalyse is de bio-ingenieur Chemie en Bioprocestechnologie vooral geïnteresseerd in de industriële productie van enzymen en het gebruik ervan voor de aanmaak van hoogwaardige verbindingen. De bio-ingenieur Cel en Genbiotechnologie is eerder geïnteresseerd in genetische modificatie (enzyme engineering) voor de ontwikkeling van meer performante enzymen.

De opleidingen Cel- en Genbiotechnologie, Bio-informatica, Chemie en Bioprocestechnologie en Levensmiddelenwetenschappen en Voeding hebben een link met de geneeskunde.

In de major rode biotechnologie binnen de opleiding Cel- en Genbiotechnologie ligt de nadruk op moleculaire aspecten en biotechnologie van de dierlijke en menselijke cel voor biomedische toepassingen. Hierbij wordt zowel gekeken naar de gezondheidstoestand van mens en dier, interacties tussen de dierlijke en menselijke cel met hun omgeving alsook naar preventieve en therapeutische oplossingen (bv. ontwikkeling van biologische geneesmiddelen zoals vaccins).

Voorbeelden van vakken zijn ‘Immunology’, ‘Cancer genetics’, ‘Stem cell biology and reprogramming’, ‘Interphase processes of host-associated microorganisms’ en ‘Biochemical and molecular nutrition’. Binnen de opleiding wordt ook de mogelijkheid aangeboden tot het behalen van een certificaat om te mogen werken met proefdieren.

Daarnaast behandelen zowel in de major groene biotechnologie als witte biotechnologie de productie van biologische medicijnen. Dat gaat bijvoorbeeld over medicinale plantmetabolieten, recombinante eiwitten of microbiële metabolieten. Ten slotte is er ook aandacht voor moleculaire diagnostiek.

Gezien de grote rol van big data in de huidige R&D werken veel lesgevers binnen de opleiding Bio-informatica aan nieuwe data-analytische methoden voor geneeskundige toepassingen. In de opleiding Bio-informatica komen toepassingen en voorbeelden dan ook vaak uit de medische wereld, en vele alumni komen in de biomedische sector terecht.

De plicht- en keuzevakken m.b.t. (organische) chemie binnen de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie focussen op hoogwaardige verbindingen met toepassingen binnen o.a. de farmaceutische sector. Dit is mede een gevolg van het feit dat meerdere lesgevers binnen de opleiding actief betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek in de medicinale chemie, zoals blijkt uit het ruime aanbod aan masterproefonderwerpen met toepassingen in de geneeskunde. Op dat vlak gaat de interesse binnen de richting Chemie en Bioprocestechnologie vooral uit naar de ontwikkeling van nieuwe bioactieve verbindingen vanuit chemisch (synthesemethoden) en technologisch perspectief (microreactoren...). De link met de geneeskunde binnen de opleiding Chemie en Bioprocestechnologie (bv. in het kader van een Masterproef) situeert zich dus vooral op vlak van synthese van nieuwe geneesmiddelen en een eerste screening van hun biologische activiteit.

In de opleiding Levensmiddelenwetenschappen en Voeding is er geen uitgesproken link met geneeskunde. In de opleiding wordt het gedrag van voeding in het menselijk lichaam besproken en komt ook de gezondheid aan bod, via de plichtvakken ‘Functional foods’ en ‘Voeding van de mens’. Je kan je eventueel verder verdiepen in deze materie via een aantal keuzevakken, zoals ‘Nutrition disorders’.