Buitenpraktijk nieuwsbrief September 2020: Problemen voorkomen met vers gehakselde maïs

(01-09-2020)

Problemen voorkomen met vers gehakselde maïs

September, de maand van de maïsoogst. De droogte van dit jaar en van de voorbije jaren heeft ervoor gezorgd dat heel wat bedrijven voertekorten hebben. Op sommige bedrijven moet daarom al snel begonnen worden met het voeren van nieuwe mais. Het voeren van vers gehakselde mais is niet ideaal en kan gezondheidsproblemen veroorzaken en verantwoordelijk zijn voor een daling van de melkproductie.

Verse mais bevat in tegenstelling tot geconserveerde mais een grotere hoeveelheid suikers en koeien eten deze verse mais vaak liever wat vaak aanleiding heeft tot hogere opnames. Bijkomend zorgen de structuur en hardheid van de maiskorrel ervoor dat het zetmeel in verse mais niet goed beschikbaar is in de pens en/of darm. Het is pas bij het inkuilproces dat zuren vrijkomen die de structuur van de plant en de korrel aantasten, waardoor het zetmeel en dus de energie beter beschikbaar wordt voor pens en/of darm.

Het voederen van verse mais, zonder aanpassingen van het rantsoen zorgen dus voor minder pensenergie afkomstig van zetmeel en dus minder fermentatie. Resultaat is vaak verteringsproblemen, die zich uiten in dunnere mest met onverteerde maisdelen en melkproductiedalingen.

Daarnaast is verse mais meer broeigevoelig in vergelijking met goed geconserveerde mais.

 

Advies van dierenartsen en voederadviseurs is daarom om verse mais de eerste zes tot acht weken na inkuilen niet te voederen. Na deze periode is een maiskuil min of meer stabiel en goed geconserveerd.

  • Op sommige bedrijven (met zware voertekorten) is het toch nodig om eerder te beginnen met het voeren van verse mais. Dan zijn volgende aandachtspunten belangrijk:
  • Doordat slechts een beperkte hoeveelheid zetmeel beschikbaar is uit verse mais, is het heel belangrijk om alternatieve zetmeelbronnen (voor zowel bestendig als onbestendig zetmeel) te voorzien zoals bv. combinatie van maismeel, gerst, tarwe….
  • Indien mogelijk kies voor een beperkte gift in het begin, die dan langzaamaan kan opgevoerd worden. Daarvoor moeten er natuurlijk genoeg andere ruwvoerbronnen en natte bijproducten aanwezig zijn op het bedrijf om deze periode te kunnen overbruggen.
  • Beperken van de hoeveelheid andere suikerrijke producten in het rantsoen.
  • Voorkom broei van de kuil.

 

Wanneer veehouders zien dat ze tekorten zullen hebben, kiezen zij vaker om al eerder een deel van de mais te laten hakselen en deze apart in te kuilen in een kleinere kuil. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden met mais, die wat last heeft gehad van de droogte en al rijper is dan de rest. Hiermee kan er een kleine kuil gemaakt worden om de voedervoorraad op korte termijn aan te vullen. Zo kan de rest van de mais later ingekuild worden in een grotere kuil, die lang genoeg kan dicht liggen. Hierbij wordt het risico op een slecht geconserveerde kuil verkleind, waar nog het ganse jaar kan van gevoederd worden.

Personeel

Sommigen onder jullie weten het misschien al, anderen niet, maar eind deze maand neemt onze praktijk afscheid van collega Elena. Na een jaar vol inzet voor onze Buitenpraktijk, gaat ze vanaf 1 oktober aan de slag in een andere rundveepraktijk. De koeien daar mogen zich gelukkig prijzen met zo’n goeie dierenarts. Wij zijn blij dat ze in ons team zat dit jaar en wij wensen haar alvast het allerbeste voor de toekomst.

 

Buitenpraktijk