Extreme wateroverlast zal vaker voorkomen: hoe kunnen we ons er beter tegen wapenen?

(20-07-2021) Hanne Glas is onderzoeker aan onze faculteit en heeft net een doctoraat klaar over het risico op overstromingen. Volgens haar krijgen we in de toekomst ongetwijfeld vaker met dit soort extreme regenval te maken. Kunnen we er iets tegen doen?

Deze zomer werd ons land getroffen door extreem regenweer. De beelden uit Verviers, Pepinster, Chaudfontaine en Luik staan op ons netvlies gebrand: mensen die zichzelf in veiligheid brachten op daken, woningen die verteerd werden door het water, dorpen en steden die volledig blank stonden. 

Wetenschappers laten er geen twijfel over bestaan: een overstroming van deze omvang hebben we al decennia niet meer meegemaakt. "De schade is vergelijkbaar met de watersnood van 1953", zegt Hanne Glas, onderzoekster van de afdeling mobiliteit en ruimtelijke planning. 

"In België hebben we heel veel gegevens over de regenval en mogelijke overstromingen. We kunnen dus voorspellen waar de grootste kans is op overstromingen. Het is dus moeilijk te begrijpen waarom de evacuaties niet sneller zijn opgestart. We hadden ook gerichte maatregelen kunnen nemen voor de bescherming van de huizen die het meest risico liepen. Ik volg het nieuws al dagen op de voet en vraag me constant af: waarom is er niet meer gebeurd? Nu is het dweilen met de kraan open."

Klimaatverandering

Dat betekent helaas niet dat we de komende vijftig jaar geen overstroming van die omvang zullen meemaken. Volgend jaar kan het alweer prijs zijn. Die kans is niet groot, maar wel bestaande. Een situatie waar we in de toekomst vaker rekening mee zullen moeten houden. Dat komt enerzijds door de klimaatverandering, maar anderzijds ook door de grote bevolkingsgroei en het feit dat we alles meer en meer volbouwen. Door de klimaatverandering is er een stijging van de frequentie en de intensiteit van zo'n zware regenbuien die leiden tot overstromingen. Deze komen niet enkel in de zomer voor, maar in de zomer is de natuur daar wat minder op voorbereid. Vaak komt zo'n zware regenval na een lange periode van droogte waardoor de grond heel weinig water kan opnemen. 

Daarnaast is er ook een grote bezorgdheid over onze lage grondwaterstanden. Helaas 'helpt' het extreme weer maar een klein beetje om die aan te vullen. Als men kijkt naar het debiet van het water en hoe snel de rivieren gaan stromen, dan dringt daarvan maar heel weinig water door tot in de grond. Het grootste deel stroomt naar beneden richting de zee. 

Een klimaatbestendige toekomst: massaal dijken bouwen?

Het goede nieuws is wel dat we ons er kunnen op voorbereiden, zodat de gevolgen minder groot zijn. “We moeten dus niet bang zijn, maar proberen proactief te handelen. Het risico zal nooit nul zijn, maar we kunnen toch problemen proberen te vermijden, zegt Hanne.

In de toekomst moeten we kijken naar waar zit het risico en hoe dat risico verandert naar de toekomst toe als we meer neerslag krijgen en dus ook meer overstromingen. Welke gebieden en elementen lopen gevaar en hoe kunnen we die beschermen? We moeten de overstromingsgebieden juist in kaart brengen.

Dijken zijn bijvoorbeeld niet altijd de beste oplossing. Dijken zorgen ervoor dat het water nog sneller wordt afgevoerd, wat stroomafwaarts weer meer problemen kan geven. Het is belangrijk om het volledige plaatje te bekijken, de volledige waterhuishouding. We krijgen ook te maken met periodes van droogte, waarvoor we net water nodig hebben. Daarom is het beter om af te wegen welke plaatsen voordeel halen uit een dijk en welke gebieden hebben meer nood hebben aan een waterspaarbekken of andere oplossingen waardoor het water meer de grond kan indringen om op die manier later nog te gebruiken.

“Je kunt al heel veel oplossen door enkele kleinere ingrepen in te bouwen bij nieuwbouwwoningen. Een hogere drempel bijvoorbeeld. Of de volledige woning een halve meter hoger bouwen.” Ze denkt ook aan een muur rond de tuin of de woning die de eerste golf van het water tegenhoudt.

Je kunt helaas niet elke woning wapenen. Bij een rijwoning is het moeilijker om op een leefbare manier met het risico om te gaan. Daar zullen er andere, grotere ingrepen nodig zijn. De gemeente kan bijvoorbeeld een dijk of een waterkering aanleggen, die opgericht kan worden als er problemen dreigen. De ruimtelijke ordening moet in zijn geheel bekeken worden om te zien hoe we beter kunnen omgaan met overstromingen. 

Het is niet omdat overstromingen ernstiger en regelmatiger worden, dat die schade telkens groter zal worden. Het is belangrijk dat we nu leren uit de problemen.

We moeten de overstromingen nu modelleren en kijken waar de pijnpunten liggen. Volgende keer regent het overvloedig op een andere plek, dus zo'n model het zal nooit exact overeenkomen met de realiteit. Maar we kunnen toch al ongeveer voorspellen welke plaatsen het meest gevoelig zijn voor overstromingen. Daarop moeten we voorbereid zijn.”

Meer informatie

Bronnen:

Contact

Hanne Glas

Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning (AMRP)

Department of Civil engineering (EA15)