Coronastudie: hoe stel jij het in 'uw kot'?

 

Hoe stel je het in uw kot banner

We worden vandaag geconfronteerd met de coronacrisis, die iedereen in de samenleving voor uitdagingen stelt. De regering nam belangrijke maatregelen om de verspreiding van het virus in te perken. Omdat het erg bijzondere tijden zijn, zijn we geïnteresseerd in de verschillende manieren waarop mensen omgaan met de crisis en hoe het is gesteld met hun welbevinden. Daarnaast willen we ook onderzoeken wat ertoe leidt dat mensen deze adviezen al dan niet opvolgen, wat belangrijke informatie is naar preventie toe. 

 

 

Vul hier de vragenlijst in

 

Rapport 14: Coronabadge en -barometer

Wat vinden burgers van coronabadges en de -barometer?

Enkele motiverende tools nader belicht

 De besmettingscijfers stegen de afgelopen weken snel. Bij een deel van de bevolking groeit het besef dat bijsturing nodig is. Tegelijkertijd stellen andere burgers de noodzaak ervan in vraag. Hier en daar groeien er haarden van verzet. De vraag is hoe we leren leven met de maatregelen om het risico op een escalerende ontwikkeling te beheersen. Vanuit CELEVAL werd een barometer, een kleurcodesysteem dat het risiconiveau van de epidemie weergeeft, voorgesteld. Dit systeem, dat reeds eind mei werd gelanceerd door de expertgroep ‘psychologie & corona’ als een motivatie-ondersteunend kader, kreeg de nodige bijval van de politici maar zij vonden verfijningen nodig. Maar wat vindt de bevolking van deze barometer met kleurencodes? En wat denken mensen van coronabadges die burgers op hun trui of jas zouden spelden met als opschrift, bijvoorbeeld, ‘1,5m all day keeps the virus away!’? In dit rapport bespreken we de psychologische voordelen van deze tools. In het jongste onderzoek van de UGent naar de motivatie bij de bevolking waaraan 4877 personen (gemiddelde leeftijd 53.02 jaar, 62.8 % vrouwen) deelnamen, gaven deelnemers hun mening over deze coronabadges en -barometer. Het leverde heel wat interessante resultaten op waar CELEVAL mee aan de slag kan. Daarom formuleren we ook een aantal aanbevelingen voor implementatie van deze tools.

Take home boodschap

  • Er zijn meerdere psychologische voordelen verbonden aan het wijdverspreid invoeren van coronabadges en het installeren van een coronabarometer.
  • Coronabadges signaleren dat je zelf gemotiveerd bent, kunnen een sociaal verbindende rol spelen en corona-proof gedrag bij omstaanders ontlokken.
  • 52% van de bevraagden geeft aan dat een coronabadge hen zou stimuleren tot coronaproof handelen en iets meer dan 1/3de zou er zelf één dragen.
  • De coronabarometer zorgt ervoor dat maatregelen proportioneel en helder zijn, verhoogt de betrokkenheid en het verantwoordelijkheidszin en biedt perspectief omwille van het doelgerichte karakter.
  • 83% van de bevraagden zou de coronabarometer (heel) zeker opvolgen; 71% geeft aan dat de coronabarometer voor (veel) duidelijkheid zou zorgen en 58% zegt dat de coronabarometer hen zou aanzetten tot coronaproof gedrag.

Coronabadges

Psychologische voordelen

Een coronabadge bevat een corona-specifieke boodschap die burgers op hun jas of trui kunnen spelden. De basisfilosofie van de coronabadge is dat burgers elkaar alert houden. Op deze manier ontstaat er een collectieve waakzaamheid waarbij we elkaar aanmoedigen of zelfs responsabiliseren om de coronamaatregelen te volgen. Vanuit een motivationeel en sociaal psychologisch perspectief heeft deze coronabadge verschillende voordelen.

  • Ten eerste getuigt het zelf opspelden van de coronabadge van aansluiting bij een gedeeld sociaal project. Hoe meer het dragen van een coronabadge ingeburgerd geraakt en dus de norm wordt, hoe meer dit coronaproof gedrag in de hand werkt. Coronabadges kunnen dus een sociaal verbindende rol spelen.
  • Ten tweede fungeert deze coronabadge als een trigger: het ontlokt bij omstaanders het gewenste gedrag uit. Het is dus een mooi voorbeeld van nudging, het psychologisch principe waarbij de omgeving zo ingericht wordt het gewenste gedrag in de hand wordt gewerkt.
  • Ten derde fungeert een coronabadge als een communicatiesignaal. Dragers communiceren aan hun omgeving dat ze zich engageren om de maatregelen te volgen. Zo hoef je als drager ook anderen niet meer mondeling te wijzen op het feit dat hij of zij de fysieke afstand doorbreekt. Terwijl velen schroom hebben om anderen te wijzen op de maatregelen is dit op deze manier minder nodig of kan het gebeuren op een meer speelse in plaats van een betuttelende of belerende wijze. 

Appreciatiecijfers

In de jongste golf van de motivatiebarometer aan de UGent werden aan de deelnemers verschillende coronabadges voorgelegd. De deelnemers konden van verschillende slogans aangeven of ze deze aantrekkelijk vonden, zoals blijkt uit Figuur 1. De aantrekkelijkheid van de slogans varieerde mee met de leeftijd en het geslacht van de deelnemers, waarbij oudere deelnemers en vrouwen de badges meer appreciëren dan jongere deelnemers en mannen. Deze resultaten sluiten aan bij vastgestelde motivatieverschillen. Daarnaast werd aan de deelnemers gevraagd in welke mate …

-        … ze zelf een badge zouden dragen

-        … ze het dragen van een badge als motiverend zouden ervaren, voor zichzelf en voor anderen

-        … de bagde hen zou aanzetten tot coronaproof handelen

Figuur 1. Aantrekkelijkheid gegeven slogans

Slogan

 1.5 meters all day, keeps the virus away

 Blijf aan de kant en houd afstand

 It is not a play. Stay 1.5 meters away.

 Opzij, opzij, opzij, ... Geen corona voor mij

 Ik houd constant AFSTAND

Gemiddelde

3.31

2.82

2.97

2.86

3.18

 

De percentages staan vermeld in Figuur 2. Interessant is dat deelnemers het dragen van zo’n badge meer motiverend vinden voor anderen dan voor zichzelf. Iets meer dan de helft (i.c., 53%) geeft aan dat de badge hen (heel) zeker zou aanzetten tot coronaproof handelen. Iets meer dan een derde (i.c., 36%) geeft aan zelf zo’n badge te willen dragen. Deze resultaten zijn bemoedigend. De vraag of het dragen van een badge echt een motiverend effect zal hebben, hangt af van een aantal randvoorwaarden die moeten voldaan zijn bij de implementatie ervan. Deze bespreken we in de volgende paragraaf.

Figuur 2. Appreciatie coronabadge

 

Aandachtspunten bij implementatie

  • Badges en de bijbehorende slogan kunnen informerend maar ook sturend zijn. Zo kan het dragen van deze badge kan geïnterpreteerd worden als een teken van morele superioriteit, waarbij de andere wordt gedwongen om de maatregelen te volgen. De idee is om het sturend karakter te beperken en het informerend karakter te maximaliseren. De toegekende psychologische betekenis hangt onder andere af van de aard van de slogan en de authenticiteit van de drager ervan.
  • Het introduceren van deze coronabadges kan zorgen voor een ludieke noot rond een beladen en serieus thema. Badges kunnen in allerlei vormen en kleuren worden verspreid en de slogans kunnen best grappig zijn. Met een kwinkslag moedigen we elkaar zo aan om de maatregelen te volgen.
  • Niet alle types badges en slogans zullen alle doelgroepen in dezelfde mate aanspreken. Door het kiezen van doelgroepspecifieke slogans kan maatwerk geboden worden en kan aangesloten worden bij de leefwereld van specifieke doelgroepen. Het is aanbevolen deze doelgroepen en verschillende taalgemeenschappen te betrekken bij het kiezen van relevante slogans (bijv. via een radioprogramma). Als drager kan je ook kiezen tussen verschillende badges zodat je jouw eigen voorkeur kan laten blijken. Maatwerk en keuze versterken het engagement om deze badges te dragen.
  • Dring deze coronabadges niet op, maar maak deze wel beschikbaar voor het bredere publiek. Het dient een vrije keuze te zijn van een burger om deze te dragen of niet.  Deze badges kunnen door organisaties (vb. universiteiten, bedrijven) worden aangeschaft en verspreid, waarbij ook sociale rolmodellen binnen een organisatie aangeven waarom zij deze dragen. Zo kunnen bijvoorbeeld studenten geneeskunde hun engagement laten blijken naar hun medestudenten.

 

Coronabarometer

Psychologische voordelen

De coronabarometer omvat een kleurcodesysteem waarbij elke kleur een verschillend risiconiveau weerspiegelt. Het systeem omvat een heldere schakelformule van de ene naar de andere kleur in overeenstemming met het risiconiveau en het beschrijft bijhorende maatregelen. Dit heeft een aantal belangrijke psychologische voordelen:

  • Ten eerste zorgt de coronabarometer ervoor dat de inspanningen die geleverd dienen te worden afgestemd zijn op of proportioneel zijn met het risiconiveau van de epidemie. Disproportionele maatregelen ontlokken ‘moet’-ivatie: het volgen van de maatregelen wordt een groot karwei en dit houden we niet vol. Burgers zijn anderzijds best bereid om strengere maatregelen na te leven op voorwaarde dat ze deze als noodzakelijk ervaren in de gegeven situatie. Door de maatregelen te versoepelen bij lagere risiconiveaus kan de bevolking haar inspanningen doseren en zuiniger omspringen met de energie die nodig is om de crisis het hoofd te bieden. Het kan immers nog enige tijd duren vooraleer er een vaccin voorhanden is.
  • Ten tweede zorgt een barometer voor helderheid en beoogt ze de onvoorspelbaarheid van de situatie te verminderen. In het midden van deze zomer werden strengere maatregelen geïntroduceerd. Eén reden waarom deze ons lastig vielen was hun onverwachte karakter. Bovendien zorgt de barometer voor een gedeeld begrip van de situatie: we zitten allen op dezelfde lijn om het huidige risiconiveau in te schatten.
  • Ten derde beoogt de barometer de verantwoordelijkheidszin bij burgers te vergroten. Omdat burgers zelf de situatie in hun regio kunnen monitoren, kunnen ze mee nadenken en individueel of collectief het initiatief nemen om hun gedrag aan te passen in functie van een verschuivend risiconiveau. Daardoor wordt hun vrijwillige motivatie dus meer aangewakkerd. Als coronaveilig gedrag bovendien de norm wordt in de eigen regio dan heeft dit een “besmettelijk” effect zodat het gewenste gedrag zich verspreidt onder burgers.
  • Ten vierde zorgt de barometer voor een helder doel dat de burgers kunnen nastreven. Het introduceren van kritische drempelwaarden om te schakelen zorgt voor een perspectief. Als burgers samen streven naar dit collectief doel, kunnen ze ook een gevoel van collectieve effectiviteit en controle ervaren. Het bereiken van zo’n collectief doel stimuleert het vertrouwen en verschillende sociale groepen in de samenleving kunnen rond dit collectieve doel gemobiliseerd worden. Het wordt een verbindend sociaal project.

Appreciatiecijfers

Net zoals bij de coronabadges werd aan de deelnemers een reeks vragen gesteld over de barometer. Specifiek werd gepolst in welke mate …

-        … ze de baromoter zouden opvolgen

-        … ze de barometer  als motiverend zouden ervaren, voor zichzelf en anderen

-        … de barometer voor duidelijkheid en een gevoel van veiligheid zou zorgen

-        … de barometer hen zou aanzetten tot coronaproof handelen

Uit de resultaten van de jongste wave blijkt dat maar liefst 83% van de deelnemers de status van de coronabarometer (heel) zeker zouden opvolgen (zie Figuur 3). Zo wordt er aangegeven dat het voor (veel) meer duidelijkheid (71%) en een (veel) groter gevoel van veiligheid (43%) zou zorgen. De barometer zou zowel (erg) motiverend werken bij zichzelf (58%) als voor anderen (48%) en deelnemers er (erg) toe aanzetten om coronaproof gedrag te stellen (58%).

Figuur 3. Appreciatie barometer

 

Aandachtspunten bij implementatie

Bij het verder verfijnen van deze barometer kunnen de volgende psychologische aandachtspunten in rekening worden gebracht:

  • Probeer de barometer op een regionaal niveau te introduceren. Als deze op een nationaal of zelfs provinciaal niveau wordt ingevoerd, dan kunnen burgers het gevoel hebben dat bepaalde maatregelen onvoldoende afgestemd zijn op het risiconiveau in hun directe omgeving (vb. arrondissement). Denk aan de lockdown in de provincie Antwerpen: terwijl inwoners van de stad Antwerpen deze als nuttig en noodzakelijk ervaarden, gold dit (veel) minder voor burgers uit gemeentes in de provincie waar de besmettingscijfers niet zo snel stegen. Een te lokaal niveau (bijv. gemeentelijk) zorgt dan potentieel voor verwarring omdat kleurcodes tussen gemeentes te veel verschillen.
  • Het is belangrijk om niet alleen aan te geven hoe “de 6 gouden regels” in verschillende mate van toepassing zijn bij verschillende risiconiveaus, maar om ook een consistente sectorgebonden versie ervan te ontwikkelen (vb. horeco, sport, onderwijs). Op deze manier kan de barometer fungeren als een leidraad voor ons functioneren in diverse levensdomeinen.
  • Communiceer over deze barometer op een heldere manier. Denk aan een coronabulletin, vergelijkbaar met een weerbericht, waarbij op de kaart van België verschillende kleuren oplichten (cfr. uitslagen van politieke verkiezingen).
  • Ons gedrag is vandaag ons belangrijkste wapen tegen de verspreiding van het virus. Als we een verdere stijging van de cijfers wensen te voorkomen, dan is het cruciaal dat de kritische drempelwaarden voldoende laag zijn. Als de knipperlichten sneller afgaan loopt door het volgen van de maatregelen de situatie niet uit de hand. Dergelijke lage drempels kunnen verantwoord worden door ook grafieken te tonen waaruit blijkt hoe de situatie zou evolueren als we de fase-specifieke maatregelen niet naleven. Merk op dat deze preventieve insteek net de kern is van een barometer: deze voorspelt hoe de situatie in de toekomst zal evolueren, veeleer dan een weergave te zijn van de huidige of voorbije toestand.
  • Kies psychologisch relevante parameters. De parameters om te schakelen kunnen divers zijn.  Het psychologische voordeel van ziekenhuisopnames is dat deze vermoedelijk een sterkere impact hebben op de risicoperceptie van de bevolking, wat op zijn beurt de motivatie verhoogt. Het nadeel ervan is dat deze zich achteraan in de ‘coronaketting’ bevinden en dat de drempelwaarden dus erg laag dienen te liggen om preventief het gewenste gedrag uit te lokken. Daarom is het goed om het aantal hospitalisaties ook met vroegere risicoparameters aan te vullen (bijv., R-waarde of de positiviteitsratio).
  • Vermijd een jojo-effect. Het veroorzaakt verwarring en onvoorspelbaarheid bij de burgers als er te snel geschakeld wordt tussen twee risiconiveaus of kleuren, bijvoorbeeld als op een paar dagen tijd de situatie verschuift van geel naar oranje en weer terug. Denk aan de onduidelijkheid door het snel wisselen van kleurcodes bij buitenlandse reizen. Vooral bij het schakelen naar een lager risiconiveau is het cruciaal dat er voldoende zekerheid wordt ingebouwd dat het risiconiveau onder controle is. Zekerheid zou kunnen betekenen dat de vastgelegde parameters minstens gedurende een aantal dagen dienen bereikt te zijn vooraleer te schakelen.  

Reflectie: zijn psychologen manipulatoren van de bevolking?

Hoe worden psychologen gezien die ons coronagedrag in de goede richting trachten te sturen? Dienen zij voor het nodige glijmiddel te zorgen zodat de ganse bevolking gedwee in de pas loopt en de ambities, zoals uitgetekend door biomedici, volgen? Dit zou een misvatting zijn. We weten immers uit empirisch onderzoek dat mensen een psychologische behoefte hebben aan autonomie, net zoals we fysiologische behoeftes hebben (bijv. eten, drinken). Als aan deze autonomiebehoefte is voldaan, dan betekent dit dat we het gevoel hebben onszelf te kunnen zijn: onze mening wordt serieus genomen en we staan ten volle achter ons handelen. Met dit basisprincipe in het achterhoofd maken we drie overwegingen.

  1. Als motiverende tools worden ingezet om dissidente stemmen in de kiem te smoren, dan ondermijnen ze onze autonomiebehoefte in plaats van eraan te voldoen. Dwingende motiverende tools zondigen dus tegen het psychologische basisprincipe dat psychologen zelf voorstaan. Vandaar dat in de ontwikkeling en implementatie van deze tools aandacht nodig is voor inspraak (bijv. type slogan), keuze (bijv. al dan niet dragen van een coronabadge), proportionaliteit (bijv., disproportionele maatregelen voelen aan als een dwangbuis) en onderbouwing (bijv., wat is de meerwaarde van deze tools?).
  2. Inspraak betekent dat we protesterende burgers ook echt beluisteren en ruimte creëren voor protesterende burgers en hun besognes die vaak legitiem zijn. Het is belangrijk in dialoog te gaan en rekening te houden met deze bezorgdheden. Maar de kiem van dit protest kan erg divers zijn: ontmoediging, gebrek aan geloof in de bewandelde strategie of doelconflict. Het volgen van de maatregelen staat wel vaker haaks op andere doelen die we ambiëren, zoals hechte sociale contacten onderhouden. Het is dus cruciaal dat burgers geïnformeerde en dus doordachte keuzes kunnen maken. Daartoe dienen ze over de nodige informatie te beschikken om in te schatten welke de consequenties zijn van het niet naleven van de veilige gedragsprincipes, zoals wanneer ze hun nauwe contacten te veel verruimen.
  3. Het is cruciaal om het grotere collectieve doel ‘het onder controle houden van de besmettingscijfers’ voor ogen blijven houden. Hoe meer en hoe langer we dit doel realiseren hoe meer we onze autonomie in de gegeven omstandigheden maximaliseren. Een lockdown zou onze autonomie immers nog sterker kortwieken. Omdat verschillende wegen (lees: maatregelen) leiden naar dit collectieve doel is het cruciaal om de discussie hierover levendig te houden. Een authentiek engagement wordt immers pas ontlokt als burgers ten volle achter de uitgestippelde wegen staan.

Rapport 13: Zinvolle alternatieven voor het bubbelconcept

Wat zijn volgens de bevolking zinvolle alternatieven voor het huidige bubbelconcept?

De psychologische effecten van flexbubbels en een sociale carte blanche vergeleken 

In het midden van de zomervakantie bleken de besmettingscijfers onverwacht weer te stijgen. Onze gewoonte om tijdens de zomer familie, vrienden, en buren te ontmoeten kwam onder druk door de herinvoering van een kleinere bubbel. Vandaag zit er sleet op die bubbelformule. Sommige burgers verguizen het bubbelconcept, anderen geloven nog in de effectiviteit van deze maatregel om de verspreiding van het virus onder controle te houden. Virologen en biostatistici geven aan dat in Antwerpen het aantal besmettingen sterk afnam net omdat Antwerpenaren zich hielden aan de voorgeschreven sociale beperkingen. Maar in welke mate houden mensen zich op de dag van vandaag  nog aan deze sociale beperking? En wat is een alternatief? In de laatste golf van de motivatiebarometer, waaraan 5867 personen deelnamen, werden respondenten drie verschillende ‘sociale formules’ voorgelegd. Voor elk formule werd gevraagd of deze hun verbondenheid, autonomie, zorgen en verwarring zou doen toe- of afnemen. Dit leverde een gevarieerd en interessant patroon van resultaten op: deelnemers verkiezen een flexbubbel met een maximum aan vaste nauwe contacten boven een ‘carte blanche’ formule, waarbij de deur open gezet wordt voor een onbeperkt aantal nauwe contacten. In het huidige rapport bundelt de expertgroep ‘psychologie en corona’ de belangrijkste empirische vaststellingen en formuleert ze aanbevelingen voor het beleid.

Take home boodschap

  • De bevrediging van de psychologische behoeftes aan verbondenheid en autonomie staat onder druk, in het bijzonder bij jongvolwassenen.
  • De bubbel van 5 wordt slechts door 1/5de van de bevraagden écht gevolgd.
  • De deelnemers verkiezen een flexbubbel met een variatie aan vaste nauwe contacten met een bovengrens (i.c., 10) boven een sociale ‘carte blanche’ formule, waar ieder persoon zijn/haar sociale zin doet. 66% zegt zich bovendien te zullen houden aan deze flexbubbel.
  • Een sociale carte blanche verhoogt de autonomie, maar ook de bezorgdheden nemen toe; deze zorgen komen minder voor bij flexbubbels.
  • Flexbubbels met een grotere variatie aan  vaste contacten (i.c., van nul tot tien) gaan gepaard met meer psychologische voordelen (meer autonomie, minder zorgen, minder verwarring) dan flexbubbels waarin het aantal vaste contacten (i.c.,  5) na een tijd gewisseld kan worden.
  • We formuleren concrete beleidsaanbevelingen over welke maatregelen het beleid kan introduceren en de manier waarop ze dit kan doen.
  • Het verzamelen van psychologische indicatoren (motivatie, mentale gezondheid) in een barometer is onontbeerlijk om gefundeerde beleidskeuzes te maken.

Psychologische basisbehoeftes

In deze coronacrisis wordt het aantal besmettingen, testen, hospitalisaties, etc. van dag tot dag opgevolgd. Maar deze fysieke gezondheidsindicatoren volgen rechtstreeks uit het gedrag van mensen en hun motivatie om zich aan coronamaatregelen te houden. Het volgen van de maatregelen vergt veel inspanning van de bevolking en weegt op het mentaal welzijn. Het beleid kan dan ook best maatregelen uitvaardigen waarbij én de fysieke én de mentale gezondheid van de bevolking wordt gewaarborgd. In de motivatiebarometer aan de UGent worden reeds sinds de eerste week van de lockdown talrijke psychologische parameters in kaart gebracht. Tot nog toe namen 73 182  personen (gemiddelde leeftijd = 49.06, 62% vrouwen) deel aan deze bevragingen.

De motivatie van de bevolking en het mentaal welzijn wordt in sterke mate bepaald door de mate waarin al dan niet aan psychologische basisbehoeftes wordt voldaan. Net zoals we voldoende moeten eten en drinken om fysiek gezond te zijn, fungeren deze psychologische basisbehoeftes als cruciale vitamines voor onze motivatie en ons psychologisch welbevinden. De bevrediging ervan bevordert onze veerkracht en zorgt voor motivationele zuurstof om de maatregelen vol te houden. In het geval van frustratie van deze basisbehoeften voelen we ons uitgeput, worden we somber of angstig, boet onze slaapkwaliteit er bij in en geraken we gedemotiveerd.

Figuur 1

Evolutie van de behoeften aan autonomie en verbondenheid

 

In figuur 1 wordt de evolutie in de bevrediging van twee basisbehoeftes weergegeven: de behoefte aan autonomie en aan relationele verbondenheid. Als aan de autonomiebehoefte is voldaan, ervaren we keuze in ons handelen, denken en voelen en kunnen we onszelf zijn. Als we hierin een tekort ervaren, dan voelen we ons gekortwiekt en onder druk gezet. Voldoening van relationele verbondenheid ontstaat door een warme en hechte band met anderen. In het geval van frustratie voelen we ons eenzaam en geïsoleerd. Drie zaken verdienen aandacht:

  1. Doorheen de ganse coronacrisis is de behoefte aan autonomie meer onder druk gekomen dan de behoefte aan verbondenheid. Tijdens de maand augustus voelden we op het vlak van onze autonomiebehoefte in absolute zin zelfs een echt tekort (de middellijn weerspiegelt het kantelpunt naar de frustratie).
  2. Sinds het invoeren van de striktere maatregelen eind juli blijkt een steile afname in behoeftebevrediging die zich in augustus verder zette. Sinds begin september is deze dalende trend gekeerd.
  3. Verschillende generaties lijden in verschillende mate onder deze crisis. Jongvolwassenen (18-35 jarigen) scoren systematisch lager op verbondenheid en autonomie doorheen de ganse crisis. De maatregelen vormen – relatief gesproken - een sterkere inbreuk op de levensstijl van jongvolwassenen dan van oudere generaties die minder sociale contacten hebben.
Vaststelling 1: De bevrediging van de psychologische behoeftes aan verbondenheid en autonomie staat onder druk, in het bijzonder bij jongvolwassenen.

Alternatieven voor de bubbel van 5

Hoe volgen de deelnemers de ‘bubbel van 5’-regel? 41.6% geeft aan deze strikt te volgen, 39.5% volgt deze redelijk en 18.8% volgt hem niet. Maar niet alle personen die aangeven de maatregel nauwgezet te volgen doen dit ook. Dit blijkt uit vragen naar de wederkerigheid van hun sociale contacten. Ongeveer de helft (43.7%) van de deelnemers die zeggen de sociale maatregel trouw te volgen houden vast aan wederkerige sociale contacten. Anders gezegd: burgers kiezen niet noodzakelijk elkaar in hun bubbel van 5, waardoor grotere sociale netwerken met elkaar in contact komen. In de praktijk betekent dit dat slechts 18% van de bevolking zich houdt aan de ‘bubbel van 5’-regel. Een meerderheid van personen die beweren trouw de ‘bubbel van 5’-regel te volgen vinden dit best (erg) lastig (44.2%).

Vaststelling 2: De huidige bubbel van 5 wordt slechts door 1/5de van de bevraagden écht gevolgd.

Deze cijfers bevestigen dat de opgelegde bubbelformule niet goed wordt toegepast. Maar wat verkiezen mensen zelf om hun contacten te beperken? In de meest recente bevraging werd aan deelnemers drie opties voorgelegd, twee flexbubbels met enige keuzemogelijkheden en een sociale carte blanche formule (zie Tabel 1). In elk van de drie formules is er keuzemogelijkheid, maar de aard en de mate van keuze verschilt. In optie 1 en 2 wordt de keuze begrensd, terwijl in optie 3 de bevolking onbeperkte keuze heeft: zij krijgt carte blanche en kan dus terug naar het normale leven. In optie 1 heeft de bevolking keuze voor wat betreft het aantal nauwe contacten (deze kunnen oplopen tot tien). In optie 2 wordt deze beperkt tot vijf maar deze vijf nauwe contacten kunnen na 14 dagen herzien worden, waardoor je dus vijf andere nauwe contacten kan kiezen. Zo’n wissel in het aantal nauwe contacten kan niet in optie 1. Eén keer je bubbel met tien nauwe contacten is gevuld, dan blijven dit je vaste, nauwe contacten.

Naam Beschrijving Aantal contacten Aard contacten informatie

Flexbubbel 1:

kies zelf je bubbelgrootte maar hou je aan een maximum van 10

In dit voorstel kunnen mensen hun eigen bubbelgrootte kiezen. Ze kunnen kiezen om nauwe contacten te hebben met meer of minder personen, zolang het maar dezelfde zijn en met een bovengrens van 10 personen. Om mensen te informeren en te helpen een keuze te maken, zal aan de hand van een grafiek duidelijk gemaakt worden wat het verwachte effect is op het aantal besmettingen als iedereen zich beperkt tot 5 personen dan wel kiest om 10 personen (de bovengrens) te zien.  max. 10 Vast Effect op besmettingscurve in functie van aantal vaste, nauwe contacten

Flexbubbel 2:

de bubbel is beperkt tot 5, maar je mag om 14 dagen veranderen

In dit voorstel blijft de bubbelgrootte van vijf personen behouden, maar je mag de gekozen mensen om de 14 dagen veranderen. Om mensen te informeren en te helpen een keuze te maken, zal aan de hand van een grafiek duidelijk gemaakt worden wat het verwachte effect zal zijn op het aantal besmettingen als iedereen om de 14 dagen van bubbel zou veranderen dan wel kiest voor een vaste bubbel in de tijd.

Max. 5 Variabel Effect op besmettingscurve in functie vaste versus wisselende nauwe contacten

Carte blanche:

weg met het bubbelconcept

Met dit voorstel wordt het bubbelconcept geschrapt en kan iedereen vrij kiezen met hoeveel mensen men wekelijks zal omgaan. Om mensen te informeren en te helpen een keuze te maken, zal aan de hand van een grafiek duidelijk gemaakt worden wat het verwachte effect zal zijn op het aantal besmettingen naargelang men meer nauwe contacten heeft.

Onbeperkt Variabel Effect op besmettingscurve in functie van aantal nauwe contacten

 

Psychologische effecten van bubbelalternatieven

Voor elk van de drie sociale formules beantwoordden deelnemers een reeks vragen. Ze gaven aan

  • of ze de formule een goed idee vonden.
  • in welke mate ze aan hun behoeftes aan autonomie en verbondenheid tegemoet komen
  • in welke mate ze zich zorgen zouden maken over hun gezondheid en de situatie,
  • of de vernieuwde formule het sociale leven ingewikkelder zou maken.

Deelnemers  verkiezen de flexbubbel met een variatie aan vaste, nauwe contacten tot een maximum van 10 (optie 1) boven de flexbubbel met een beperkter, maar wisselend aantal vaste contacten in de tijd (optie 2). Tegelijkertijd – en dit is interessant – wordt optie 1 verkozen boven de carte blanche formule (optie 3), zoals blijkt uit figuur 2. Blijkbaar verkiezen deelnemers een beperking van hun sociale keuzemogelijkheden boven complete sociale vrijheid. Bovendien gaf 66% aan zich aan optie 1 te zullen houden. Dit hogere percentage kan verklaard worden door het feit dat de bevolking in toenemende mate overtuigd is van de effectiviteit van deze sociale maatregel. De verwachting dat het inperken van sociale contacten de besmettingsaantal onder controle houdt is de laatste weken sterk gestegen, een hoopvol resultaat! (zie figuur 3).

Figuur 2

Voorkeur (‘support’) en bereidheid (‘adherence’) om zich aan de sociale formules te houden

Figuur 3

Evolutie in effectiviteit van specifieke maatregelen

 

Vaststelling 3: De deelnemers verkiezen een flexbubbel met een variatie aan vaste nauwe contacten met een bovengrens (i.c., 10) boven een sociale ‘carte blanche’ formule, waar ieder persoon zijn/haar sociale zin doet. 66% zegt zich bovendien te zullen houden aan deze flexbubbel.

De verschillende opties gaan elk gepaard met psychologische voor- en nadelen. De carte blanche formule gaat begrijpelijkerwijs, gepaard met meer autonomie, maar niet met een verbeterde verbondenheid. De flexbubbel van optie 1 (zelfgekozen aantal vaste contacten met een maximum van 10) gaat gepaard met evenveel verbondenheid als de carte blanche formule (zie figuur 4). Onze verbondenheid is inderdaad niet zozeer afhankelijk van het aantal contacten, maar van de hechtheid en warmte ervan. Tegelijkertijd zorgt de carte blanche optie voor meer zorgen dan de flexbubbels; de situatie kan uit de hand lopen als we teruggaan naar onze oude, sociale levensstijl. De flexbubbel met afwisseling in onze vaste contacten (optie 2) vinden mensen dan weer te ingewikkeld, en ze zouden minder autonomie en meer zorgen ervaren dan bij de andere flexbubbel. De bevraagden schatten dus goed het belang van de vastheid van de nauwe contacten in. Vastheid speelt immers een belangrijkere rol in het inperken van de verspreiding van het virus dan het aantal contacten.

De appreciatie van deze verschillende formules hangt gedeeltelijk af van de leeftijd van de deelnemers. Zo vinden jongvolwassenen (18-35 jaar) dat een sociaal carte blanche hun verbondenheid wel zou versterken, terwijl dit niet geldt voor middelbare volwassen (36-54 jaar) en oudere volwassenen (55+).  Oudere volwassenen vermoeden ook niet dat een sociale carte blanche nodig is om hun autonomie te vergroten, terwijl dit wel geldt voor de andere twee leeftijdsgroepen. Ook personen die meer belang hechten aan autonomie en verbondenheid vinden dat de sociale carte blanche formule hen meer mogelijkheden tot psychologische behoeftebevrediging biedt.  

Figuur 4

Ingeschatte psychologische voor- en nadelen van drie sociale formules

Vaststelling 4: Een sociaal carte blanche verhoogt de autonomie, maar ook de bezorgdheden nemen toe; deze zorgen komen minder voor bij de flexbubbels. Flexibubbels met een grotere variatie aan  vaste contacten (i.c., van nul tot tien) gaan gepaard met meer psychologische voordelen (meer autonomie, minder zorgen, minder verwarring) dan flexibubbels waarin het aantal vaste contacten (i.c.,  5) na een tijd gewisseld kan worden.

What’s next? Aanbevelingen voor het beleid

Wat betekenen deze resultaten voor het beleid? We formuleren de volgende aanbevelingen. Een bredere set aan aanbevelingen zijn terug te vinden in rapport #5 van de expertgroep ‘psychologie & corona’.

  1. Versoepel op nationaal niveau dwingende maatregelen die als onzinnig worden beleefd. Dit ondermijnt de autonomiebehoefte en de motivatie. Het dragen van een mondmasker bij een boswandeling voelt bijvoorbeeld aan als een verplicht nummer, waarvan de logica en dus de noodzaak ontbreekt. Verplicht het steeds bij hebben van een mondmasker maar vertrouw op het oordeelsvermogen en de verantwoordelijkheidszin van de bevolking om te weten wanneer het dragen noodzakelijk is. Op drukke plaatsen (openbaar vervoer, winkel, winkelstraat) kan een mondmaskerplicht wel gelden, al zal dit in die omstandigheden niet als verplichtend maar als noodzakelijk worden aangevoeld.
  2. Communiceer dat bij het opfrissen van het bubbelconcept de bevolking werd geraadpleegd. Door deze bevindingen te communiceren wordt duidelijk dat de mening van de bevolking serieus wordt genomen. Dit vergroot het draagvlak voor de maatregelen.
  3. Maak aan de hand van toegankelijke infographics duidelijk wat het voorspelde effect is van de flexbubbel op de evolutie in het aantal besmettingen/hospitalisaties en welke persoonlijk risico iemand loopt als deze een groter aantal personen ontmoet. Dit betekent dat curves worden getoond van het ingeschatte aantal besmettingen/hospitalisaties als men zich beperkt tot vijf of tien contacten, dan wel de bubbel verruimt tot 15 contacten. Door burgers aan het denken te zetten kunnen ze een geïnformeerde keuze maken, met name een keuze waarvan ze de gevolgen voor zichzelf en anderen begrijpen.
  4. Maak na twee weken duidelijk of de feitelijke curve van besmettingen/hospitalisaties en de voorspelde curve parallel lopen. Als het aantal besmettingen/hospitalisaties sterker stijgt, dan kunnen mensen zelf initiatief nemen om hun contacten terug te schroeven. Als beide parallel lopen, communiceer dan positief over de geleverde inspanningen door de bevolking. Herhaal dit elke 14 dagen.
  5. Bepaal a priori drempelwaarden waarbij er geschakeld zal worden naar een versoepeling dan wel een verstrenging van de sociale contacten. Zo creëer je voorspelbaarheid en weet de bevolking welk doel ze ambieert.
  6. Breng deze berichtgeving in een coronabulletin op de VRT veeleer dan dagelijks de cijfers te communiceren. De cognitieve ruimte om meer coronanieuws te verwerken bij de bevolking is erg beperkt geworden. Communiceer daarom minder maar met grotere psychologische impact. Deel in deze berichtgeving positieve voorbeelden van burgers die zich houden aan de sociale maatregelen en die getuigen hoe ze dit doen.
  7. Indien de huidige bubbelformule niet flexibeler kan ingevuld worden, geef dan een zinvolle uitleg waarom er aan de huidige maatregel wordt vastgehouden. Bied de bevolking ook een perspectief wanneer er eventueel wel naar een flexbubbel kan overgeschakeld worden.

Rapport 12: bevolking is niet meer gemotiveerd 

De bevolking is niet meer gemotiveerd. Hoe kunnen we een motiverend kader scheppen?

(Rapport #4 – Expertgroep ‘Psychologie & Corona’)

De tweede golf van besmettingen eist zijn motivationele tol. De coronamoeheid sluipt er bij veel burgers in. Terwijl we hunkerden naar een verkwikkende zomervakantie werden we door het virus in snelheid genomen. De motivatie van de bevolking werd sinds het begin van de semi-lockdown in maart in kaart gebracht in de motivatiebarometerstudie. Tot op heden namen 51.167 personen deel aan deze studie, waarvan 5.192 personen sinds de recente verstrenging van de maatregelen eind juli. De resultaten van deze bevraging tonen aan dat onze motivatie voor het volgen van de maatregelen in ijltempo slinkt. Dit komt niet alleen door de lange duur van de coronacrisis tot nog toe, maar ook door onvoldoende wetenschappelijk onderbouwde inzet op gedragsbepalende factoren om de crisis te managen. Extra inspanningen zijn dringend nodig. In dit rapport geven we een overzicht van de belangrijkste resultaten van de recente bevragingen, bepleiten we een interdisciplinaire aanpak, en bieden we een reeks aanbevelingen (do’s en don’ts) van motiverende communicatie en beleid.  

Deel I: Motivatie voor maatregelen op dieptepunt

Het al dan niet volgen van de gedragsmaatregelen is motivationeel gestuurd: de huidige motivatie van de bevolking voorspelt haar toekomstig gedrag. Meer en beter gemotiveerde burgers houden zich strikter aan de maatregelen (Morbée et al., 2020), beperken daardoor het aantal besmettingen en dus ook het aantal ziekenhuisopnames en sterfgevallen. Door in te zetten op de motivatie van de bevolking kunnen we dus vroeg ingrijpen in de coronaketting. Duurzame motivatie leidt tot gewenst gedrag, wat op zijn beurt leidt tot het aantal besmettingen, het aantal ziekenopnames om dan te eindigen bij het aantal sterfgevallen. Het is dan ook cruciaal om het motivationeel functioneren van de bevolking te monitoren. Dit is precies de doelstelling van de motivatiebarometer. We lichten vier recente bevindingen toe die wijzen op een zorgwekkende, dalende trend.

Vaststelling 1: De vrijwillige motivatie daalt fors, terwijl de ‘moet’-ivatie en de demotivatie stijgen

Sinds het begin van de metingen geven deelnemers aan of ze zich kunnen vinden in de maatregelen omdat ze deze betekenisvol en noodzakelijk vinden (vrijwillige motivatie) dan wel of ze zich verplicht voelen om deze na te leven, bijvoorbeeld om kritiek van anderen of een boete te vermijden (‘moet’-ivatie). Het onderscheid tussen beide types motivatie is cruciaal omdat enkel vrijwillige motivatie voorspelt of burgers de maatregelen duurzaam naleven. Ge-‘moet’-iveerde burgers geven gemakkelijker toe aan verleidingen (bv. een uitnodiging voor een BBQ met 12 personen nemen ze makkelijker aan), en ze zijn zelfs geneigd tot verzet tegen de maatregelen (Morbée et al., 2020), zeker wanneer deze verstrengd worden. Naast deze beide vormen van motivatie wordt ook de demotivatie van burgers gemeten. Gedemotiveerde burgers vertonen een hulpeloosheidsreactie: ze kunnen de energie niet meer opbrengen om de maatregelen consequent te volgen en betwijfelen het nut ervan.

In figuur 2 wordt duidelijk dat de vrijwillige motivatie sterk is afgenomen. Bij het begin van de coronacrisis (half maart) stond 81% van de bevraagden ten volle achter de maatregelen. Dit motivationeel draagvlak kende ups en downs doorheen de semi-lockdown in functie van toegekende versoepelingen en de (de)motiverende communicatie van de overheid, met een dieptepunt van 47% eind mei. Na de toegekende versoepelingen begin juni door de Nationale Veiligheidsraad steeg de motivatie opnieuw tot 69% draagvlak half juli. Echter, sinds de verstrenging begin augustus lijkt de vrijwillige motivatie in vrije val te zijn: van 69% naar 35% in de week van 12 augustus. Tegelijkertijd kende de ‘moet’-ivatie een significante stijging: beide lijnen snijden elkaar bijna. Parallel aan de stijging in ‘moet’-ivatie is er een toename in demotivatie merkbaar. Veelvuldig onderzoek toont aan dat een cocktail van ‘moet’-ivatie en demotivatie – beide stonden nog nooit zo hoog – gepaard gaat met de meest onwenselijke gedrags- en welzijnseffecten (bijv. Haerens et al., 2010). Burgers geven er meer de brui aan: ze tellen hun sociale contacten niet meer, ze dragen hun mondmasker onzorgvuldig, en de deur staat open naar bot verzet waarbij men de maatregelen vierkant naast zich neer legt.

Figuur 2.

Hoewel deze motivationele trends zich in alle leeftijdsgroepen voordoen, zijn deze uitgesprokener bij jongvolwassenen (18-35 jaar). Uit figuur 3 blijkt dat jongvolwassenen minder vrijwillig en meer ge-moet-iveerd zijn voor de maatregelen dan andere leeftijdsgroepen. In hun geval werd het ‘moet-‘ivationeel kantelpunt bereikt: de vrijwillige motivatie en ‘moet’-ivatie blijken bij hen in evenwicht te zijn (zie lichtblauwe balken in figuur 3). Merk op dat vrouwelijke en oudere deelnemers sterker vertegenwoordigd zijn in deze steekproef. Omdat deze groepen net beter zijn gemotiveerd, vormen de huidige resultaten hoogstwaarschijnlijk een onderschatting van de dalende motivationele trends.

Figuur 3.

Vaststelling 2: Deze trends naar demotivatie blijken in het bijzonder voor de mondmaskerplicht en het beperken van sociale contacten

In Figuur 4a, 4b en 4c worden de motivationele trends weergegeven voor drie aparte maatregelen: afstand houden, sociale contacten beperken en mondmaskers dragen. Drie bevindingen springen in het oog. Ten eerste daalt de vrijwillige motivatie voor elk van deze maatregelen sinds de verstrenging, al is deze daling meer uitgesproken voor het dragen van mondmaskers en het beperken van sociale contacten (zie figuur 4a). Deelnemers geven aan dat ze nog het meeste staan achter het bewaren van fysieke afstand. Parallel daarmee daalt de waargenomen bekwaamheid om deze drie maatregelen te volgen (zie figuur 4b): deelnemers voelen zich in afnemende mate in staat om de maatregelen te volgen. Dit blijkt vooral voor het dragen van mondmaskers en het beperken van sociale contacten. Ten slotte wordt in toenemende mate in vraag gesteld of het succesvol volgen van de maatregelen effectief het virus onder controle zal krijgen? Ze betwijfelen dit sterker sinds de verstrenging, in het bijzonder voor het beperken van onze sociale contacten (zie figuur 4c). Kortom, de resultaten voor de verschillende maatregelen wijzen op gelijkaardige, dalende motivationele trends, al zijn deze minder uitgesproken voor het bewaren van fysieke afstand.

Figuur 4A.

Figuur 4B.

Figuur 4C.

Vaststelling 3: De bubbel van 5 wordt slechts door een minderheid écht gevolgd

Gevraagd of deelnemers de ‘bubbel van 5’-regel volgen, geeft 46.2% aan deze strikt te volgen, 43.4% deze redelijk te volgen en 10.4% deze niet te volgen. Maar niet alle personen die rapporteren de maatregel nauwgezet te volgen doen dit ook. Dit blijkt als vragen werden gesteld naar de wederkerigheid van hun sociale contacten. Ongeveer de helft (47.6%) van de deelnemers die zeggen de sociale maatregel trouw te volgen, houden vast aan wederkerige sociale contacten. Anders gezegd: burgers kiezen niet noodzakelijk elkaar waardoor grotere sociale netwerken met elkaar in contact komen. In de praktijk betekent dit dat slechts 21% van de bevolking zich houdt aan de ‘bubbel van 5’-regel. Een meerderheid van personen die beweren trouw de ‘bubbel van 5’-regel te volgen vinden dit best (erg) lastig (67%). Tegelijkertijd is een meerderheid (van zij die beweren de ‘bubbel van 5’-regel te volgen) vastberaden om zich aan de voorgeschreven sociale beperking te houden zolang de overheid dit voorschrijft (69%). Personen die zich redelijk of niet houden aan de maatregel, geven aan gemiddeld zo’n 9 personen ontmoet te hebben sinds de invoering ervan en rapporteren dat een bubbel van 12 voor hun gezin wél een haalbare bubbelgrootte zou zijn.

Vaststelling 4: : De behoeftes aan verbondenheid en autonomie komen in het gedrang, in het bijzonder bij jongvolwassenen

Ook aan onze psychologische basisbehoeftes worden steeds minder voldaan. Psychologen onderscheiden een beperkt aantal psychologische basisbehoeftes. De bevrediging ervan verhoogt ons energieniveau, bevordert onze veerkracht en zorgt voor motivationele zuurstof om de maatregelen vol te houden. In het geval van behoeftefrustratie worden we somber of angstig, boet onze slaapkwaliteit er bij in en geraken we gedemotiveerd. In figuur 5 wordt de evolutie in de bevrediging van twee basisbehoeftes weergegeven: de behoefte aan autonomie en aan relationele verbondenheid. Als aan de autonomiebehoefte voldaan is, ervaren we keuze in ons handelen, denken en voelen en kunnen we onszelf zijn. Als deze behoefte wordt gefrustreerd, dan voelen we ons gekortwiekt en onder druk gezet. Voldoening van relationele verbondenheid ontstaat door een warme en hechte band met anderen. In het geval van frustratie voelen we ons eenzaam en geïsoleerd.

Figuur 5.

Toen de verstrengde maatregelen werden geïntroduceerd, suggereerden we dat onze psychologische basisbehoeftes bedreigd werden en stelden we manieren voor om hiermee om te gaan (zie ‘Verstrengde maatregelen vallen ons zwaar: hoe hier mee om te gaan?’). De resultaten vandaag tonen aan dat onze psychologische basisbehoeftes steeds meer gefrustreerd worden, meer nog dan tijdens de semi-lockdown toen er nog strengere maatregelen van krachten waren (bijv. geen contacten met personen buiten onze bubbel; gesloten grenzen). De frustratie van de autonomiebehoefte weegt zelfs sterker door dan de bevrediging (de middenlijn wijst op een evenwicht tussen beide). Deze kwalijke trend doet zich in het bijzonder voor bij jongvolwassenen. Deze slechtere scores worden systematisch vastgesteld bij jongere doelgroepen. De coronacrisis hakt er bij hen steviger in dan bij oudere generaties. Jongvolwassenen voelen zich in een keurslijf geduwd, hun ‘traditionele’ (zomer)activiteiten (bijv. festivals bijwonen, in groep weggaan) worden sterker gedwarsboomd en zij betalen dus een hogere prijs voor de coronacrisis dan oudere generaties.

Deel II: Pleidooi voor interdisciplinariteit

            Van bij het begin van de coronacrisis benadrukten experten dat ons gedrag het belangrijkste wapen is in het bestrijden van de verspreiding van het virus. Dit geldt niet alleen voor het volgen van gedragsmaatregelen om besmettingen te voorkomen, maar ook voor belangrijke maatregelen, zoals testen, “tracen” en quarantaine, om te verhinderen dat vastgestelde besmettingen zich verder verspreiden. Het gericht en wetenschappelijk onderbouwd gebruiken van gedragsexpertise om de pandemie te beheersen kan derhalve beschouwd worden als een investering met de grootste “return-on-investment”, zowel voor de volksgezondheid als voor de economie (Kazak, 2020). Gedragsexperten beschouwen het daarom als een blijk van kortzichtigheid, en zelfs nalatigheid, van de overheid dat ze op geen enkel moment gedragsexpertise formeel heeft ingezet op beslissingsniveaus die een impact kunnen uitoefenen op gedragsvariabelen. Omdat gedrag van de bevolking de virologische toestand van de bevolking met één tot twee weken voorafgaat is het onbegrijpelijk dat op geen enkele manier een gedragsepidemiologische peiling naar cruciale motivationele processen en feitelijk gedrag is opgezet. Dat is essentieel in het ontwikkelen van een preventief beleid. Elke beperking van de economische activiteit kost al snel een veelvoud van een investering in cruciale expertise om ze te voorkomen.

Vaststelling 5: Het gebrek aan formele betrokkenheid van gedragsexperten op beleidsniveau is onbegrijpelijk.

Om die redenen richtten geëngageerde academici en professionals al snel een ad hoc werkgroep “psychologie en corona” op. Zij bestaat uit een kerngroep van 8 academische psychologen en leden van professionele organisaties, bijgestaan door een schil van experten uit verschillende subdisciplines van de psychologie. Via opiniebijdragen, persberichten en rapporten met empirische gegevens over motivatie en gedrag werden herhaaldelijk boodschappen verspreid met adviezen en beleidsvoorstellen om de crisis te managen voor wat betreft het gedrag van de bevolking. Deze boodschappen hebben geleid tot interesse en openheid voor gedragsexpertise van belangrijke advies- en beleidscommissies, maar niet tot systematische implementatie van relevante voorstellen die deze groep gelanceerd heeft. Het gevolg is dat beslissingen met verstrekkende gevolgen voor de bevolking hoofdzakelijk op grond van medische en juridische argumenten werden genomen, en in tweede orde slechts geïnspireerd werden door de psychologische intuïtie en buikgevoel van beleidsmakers over processen die gedrag bepalen.

Dit is onvoldoende. Betekent dit dat alle adviezen tot nog toe fout waren? Neen. En betekent dit dat gedragsexperten over magische hefbomen beschikken om het gedrag van de bevolking in de gewenste richting te sturen? Andermaal neen. Gedragsexperten zijn geen goochelaars, maar ze kunnen het beleid op een wetenschappelijke en evidence-based wijze ondersteunen. In de ogen van de werkgroep “psychologie en corona” zijn er vandaag dan ook veel kansen gemist om de epidemie beter te managen, met meer aandacht voor de noden en behoeften van de bevolking. Er is zowel nood aan een meer verbindend en ondersteunende kader als aan een meer inspirerende en motiverende communicatie. De resultaten uit de motivatiebarometer, die herhaaldelijk werden openbaar gemaakt (zie hier voor een overzicht), tonen aan dat de communicatie en ingevoerde maatregelen herhaaldelijk de motivatie van de bevolking hebben ondermijnd. Deze elementen hebben er – mede door de lange duur van de epidemie – toe bijgedragen dat de motivatie van de bevolking vandaag op een dieptepunt staat. In de ogen van de werkgroep is het op motivationeel vlak “kwart over twaalf” en de vraag is of de gemiste kansen nog kunnen ingehaald worden. Het is meer dan ooit alle hens aan dek. Er staan lange winteravonden voor de deur, die we normaal opvrolijken met culturele evenementen en familiefeesten. Verkoudheden en griep zullen opnieuw hun intrede doen. Het komt er dus meer dan ooit op aan om de bevolking mee te krijgen.

Vaststelling 6: Er is meer dan ooit nood aan een verbindend, ondersteunend kader en motiverende, inspirerende communicatie om de bevolking te stimuleren tot gewenst gedrag.

De werkgroep “psychologie en corona” beschouwt gedrag als ingebed in een complex systeem van individuen die groepen en gemeenschappen vormen in diverse fysieke en sociale omgevingen. Gedrag dient op een wetenschappelijk onderbouwde manier begrepen en beïnvloed te worden met respect en medewerking van de bevolking. Wij pleiten dan ook voor een bredere interdisciplinaire adviesgroep met een substantiële gedragswetenschappelijke component die belangrijke organen met beleidsbevoegdheid rechtstreeks adviseert bij het nemen van maatregelen. In dit document willen we een aantal belangrijke adviezen kort beschrijven in termen van concrete “do’s and don’ts”, waarbij we in grote mate putten uit de diverse opiniestukken en persboodschappen die al eerder werden verspreid.       

Deel III: Gedragsmaatregelen: enkele do’s & don’ts vanuit gedragswetenschappelijk perspectief

Omwille van de centrale rol van het gedrag van de bevolking om de pandemie onder controle te houden, is een coherent kader nodig van motiverende boodschappen en andere maatregelen dat de verantwoordelijkheidszin en het eigenaarschap bij de bevolking stimuleert, leiderschap uitstraalt en aanvaardbaar maakt en rekening houdt met noden en draagkracht van verschillende bevolkingsgroepen. Zonder zo’n omvattend kader dreigen versoepelingen van maatregelen een vrijgeleide te worden voor de bevolking om haar eigen zin te doen (zie opinieartikel). Als het evenwel goed wordt ontworpen en geïmplementeerd, ontstaat de mogelijkheid tot preventief ingrijpen en bijsturing om besmettingsrisico’s en daaruit volgende economische en gezondheidsschade te beperken of te vermijden.

Aanbeveling 1: Maak de aanpak van de crisis zo voorspelbaar en controleerbaar mogelijk 

Gebeurtenissen die als onvoorspelbaar en oncontroleerbaar beleefd worden zijn bijzonder aversief en stresserend. Dit ondermijnt de mentale weerbaarheid, en (dus) de motivatie en betrokkenheid om gedragsregels vol te houden. Het is een basisbehoefte voor mensen om te kunnen plannen, op zijn minst op de korte termijn. Door de aanpak voorspelbaar te maken en duidelijke feedback te geven over de resultaten van de inspanningen wordt het gevoel van controleerbaarheid en autonomie versterkt, dus ook de motivatie en bereidheid om het vol te houden. Dit kan op de volgende manieren:

  • stel een knipperlicht- of kleurencodesysteem in dat toelaat op eenvoudige wijze duidelijk te stellen waar we staan, in welke richting we evolueren, waar we precies naartoe willen (<50 besmettingen per dag? Een bepaalde R-waarde?), welke de criteria zijn om van de ene naar de andere kleurcode over te gaan.
  • Bepaal, in samenspraak met de experts, de drempelwaarden voor het knipperlicht – of kleurencodesysteem. Communiceer duidelijk op voorhand welke maatregelen/principes van kracht worden bij het overschrijden van een drempelwaarde. Omgekeerd wordt dan meteen ook duidelijk wanneer er terug versoepeld kan worden. Deze drempelwaarde moet zodanig bepaald worden dat de bevolking ook effectief de kans krijgt om via haar gedrag de volgende drempelwaarde te vermijden. Dit “sociale contract” versterkt de autonomie en het gevoel van voorspelbaarheid en controleerbaarheid.
  • bied een self-assessment tool aan waarmee mensen hun eigen corona-relevant gedrag kunnen evalueren (persoonlijke corona-footprint);
  • bied tools aan waarmee mensen “what-if”- scenario’s kunnen simuleren (bv. effecten van bubbelgrootte, effecten van afstand houden, mondmasker dragen, worst-case en best-case scenario’s, etc..).
  • toon niet alleen grafieken die aangeven waar we zullen staan dankzij onze inspanningen (prognose), maar ook grafieken waar we zouden staan zonder de gevraagde  inspanningen te leveren. Het verschil in de prognosecijfers tussen beide wijst direct op de te boeken winst dankzij onze inspanningen.
Aanbeveling 2: Bepaal simpele, heldere gedragsprincipes binnen een logisch kader

Stap af van een “regel”-politiek, maar probeer zoveel mogelijk te investeren in gedragsprincipes. Deze gedragsprincipes voldoen best aan de volgende voorwaarden:

  • Zorg dat ze algemeen als zinvol beschouwd worden. Eenvoud en uniformiteit is hierbij ondergeschikt aan zinvolheid: een als onlogisch beleefde regel die simpel en duidelijk is blijft onlogisch. Hoe groter het begrip voor de maatregel, hoe groter de kans op duurzame motivatie.
  • Communiceer een rangorde naar de mate van effectiviteit  om virusbesmetting tegen te gaan. Zo kan  de bevolking meedenken en gepaste keuzes maken.
  • Zorg dat deze gedragsprincipes overal aanwezig zijn en herhaald worden (media, etc..) met aansprekende vormgeving (visuals, etc..) (Zie ook opinieartikel).
  • Steun op communicatiewetenschappelijke inzichten om deze boodschappen te vertalen (Brossard et al., 2020). Dit behelst zowel het vermijden van negatieve elementen (bv.  tonen van onwenselijk gedrag,  fatalisme, verliesframing, foute informatie) als het stimuleren van gewenste uitkomsten (vb. appelleer aan het algemeen belang, zet vertrouwenwekkende personen in, gebruik winst- ipv verliesframing (dwz. benadruk wat je kan winnen ipv wat je kan verliezen door iets te doen), appelleer aan de identiteit van de bevolking, cfr “mensen zoals wij”, etc..). 
  • Het bubbelconcept is goed ingeburgerd, maar de opgedragen bubbelgrootte is rigide, niet goed toepasbaar en niet controleerbaar. Het bubbelconcept wordt bovendien in de praktijk oppervlakkig gehanteerd en niet op mathematisch correcte wijze. Omdat de vastheid van de bubbel belangrijker is dan de grootte is een getal beter richtinggevend met bepaalde grenzen (bv. tussen 5 en 10) waardoor mensen een stukje autonomie krijgen in functie van hun persoonlijke situatie. Dit stimuleert de motivatie.   
  • Faciliteer  de blijvende toepassing van deze gedragsregels door principes van “nudging” :
  1. Lok handenwassen uit door veelvuldig aanwezige alcoholgels
  2. Lok afstand houden uit door belijning en inrichting van de fysieke omgeving
  3. Lok gebruik van mondmaskers uit door ze op kritische plaatsen zo veel mogelijk ter beschikking te stellen
  4. Lok het beperken van veelvuldige contacten uit door gemakkelijke regelgeving voor thuiswerken, online cultuurvoorstellingen, etc..
Aanbeveling 3: Zet in op een breed sociaal gedragen project met een na te streven  gemeenschappelijk doel (het virus onder controle en het leven zo leefbaar mogelijk houden).

Mensen zijn sociale wezens die in moeilijkheden verbondenheid opzoeken (zie bv. de spontane applausmomenten voor de zorgsector, het maken van mondmaskers in groep, etc.). Dit werkt zeer motivatie-ondersteunend. Sociale steun ervaren is ook belangrijk voor de mentale weerbaarheid en gezondheid.

  • Zet sociale modellen in via diverse kanalen (influencers via sociale media, bekende Vlamingen uit sport en entertainment, ..) waarin ze hun engagement demonstreren hun moeilijkheden om het vol te houden, hun manier van leven in corona-tijden, etc..
  • Maak een vaste rubriek, bv. coronakwartiertje na het TV-nieuws, waarin op ludieke wijze allerlei relevante onderwerpen aan bod komen (nieuwe corona-etiquette in de omgang, wedstrijd om nieuwe slogan te verzinnen, interviews met gewone mensen die toelichten hoe ze worstelen met de problemen maar toch doorgaan, creatieve oplossingen voor nieuwe problemen (“wisdom of the crowd”), etc.. Een amusant en verbindend programma kan een belangrijk tegengewicht vormen tegen het gemis aan vrijheid en de onheilstijdingen.   
  • Mobiliseer de culturele sector die bij uitstek geschikt is om creatieve sociaal-verbindende initiatieven uit te denken en te implementeren via (online) media (bv. via het indienen van competitieve voorstellen aan een coronafonds dat de financiële middelen voorziet).
  • Mobiliseer de evenementensector om culturele projecten “coronaproof” te laten doorgaan.  
Aanbeveling 4: Steun op principes van motiverende communicatie 

Dankzij principes van motiverende communicatie kan de bevolking zich identificeren met de gedragsregels om zo duurzaam gemotiveerd te blijven (zie opinieartikel en rapport voor meer informatie). Duurzame motivatie vergt continue

  • Participatie: vb. de bevolking kan mee een nieuwe slogan kiezen; toets draagvlak af bij sectoren of doelgroepen voor aanpassing van maatregelen
  • Goede afstemming: vb. geef een zinvolle duiding voor een maatregel, afgestemd op de situatie en doelgroep; kies bewoording aangepast aan de doelgroep
  • Een begeleidende attitude: vb. benadruk het steeds groeiend engagement van medeburgers om het doel te halen; voorzie goede voorbeelden waaraan burgers zich kunnen spiegelen als ze verleid worden om de maatregelen te overtreden (cfr. coping script)
  • Voortdurende verheldering: vb. communiceer helder en eensgezind over nieuwe maatregelen; geef duidelijk aan welk doel we in de cijfers beogen en wat de tussendoelen zijn 
Aanbeveling 5: Voorzie flexibiliteit naar geografische locaties en groepen 
  • De voorgaande aanbevelingen dienen zo veel als mogelijk op maat gesneden en ingezet te kunnen worden naargelang de situatie in een specifiek geografisch gebied (centrumsteden, provincies,..)
  • Idem dito voor goed definieerbare subgroepen voor zover virologisch te verantwoorden.
  1. Jongeren op school
  2. Singles
  3. Ouderen
  4. ...
Aanbeveling 6: Monitor systematisch gedragsbepalende factoren en gedrag van de bevolking aan de hand van representatieve peilingen

Net zoals het belangrijk is om de verspreiding van het virus voldoende fijnmazig te monitoren is het belangrijk om aan de hand van een systematische peiling naar gedragsbepalende factoren, de aard en mate van motivatie en het coronarelevant gedrag zelf te meten bij een representatief staal van de bevolking met voldoende aandacht voor specifieke doelgroepen. Gedrag gaat vooraf aan de verspreiding van besmettingen met 1 à 2 weken en biedt dus een excellente basis voor management en bijsturing. Deze gegevens verduidelijken ook de (impliciete) kosten-batenbalans die de bevolking maakt: zijn de persoonlijke psychologische en economische kosten van de gedragsbeperkende maatregelen in verhouding tot de verwachte toename van veiligheid en gezondheid die ermee geassocieerd is? Het herhaaldelijk in kaart brengen van motivatonele processen en corona-relevant gedrag  laat dus toe “psychologische turning points” vast te stellen die aangeven wanneer de gepercipieerde baten niet langer de gemaakte kosten voor de bevolking verantwoorden.

Conclusie: Investeer in ons menselijk gedragskapitaal

De COVID-19 crisis is een crisis van lange duur. Het is een “marathon” die we aan het lopen zijn. Dit vraagt dan ook een volgehouden en langdurige inspanning van de bevolking om haar gedrag aan te passen. We stellen vandaag vast dat de motivatie van de bevolking om haar gedrag aan te passen op een dieptepunt zit. Het is bijzonder merkwaardig dat de overheid tot op heden gedragsexperten niet betrokken heeft bij het uitwerken van haar beleid in tegenstelling tot andere Europese landen (het Nederlands RijksInstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) beschikt over een complete gedragsunit). Psychologen en andere gedragswetenschappers kunnen een belangrijke bijdrage leveren om een motivered en sociaal verbindend kader uit te werken.  De expertengroep ‘psychologie & corona’ roept dan ook (andermaal) op om hier dringend werk van te maken.

Werkgroep Psychologie & Corona

18-aug.-20

Rapport 11: maatregelen tijdens de zomerperiode

Het weekgemiddelde van het aantal besmettingen nam de afgelopen dagen opnieuw toe. Virologen waarschuwen dat het virus nog in het land is en dat blijvende waakzaamheid is vereist. Voor sommige burgers zijn deze cijfers een reden om angstig te worden, terwijl dezelfde cijfers andere burgers sterkt in hun engagement om de maatregelen vrijwillig te volgen. Hoe kunnen we de bevolking vandaag motiveren tot preventief gezondheidsgedrag zodat we een tweede golf kunnen vermijden of inperken? Wat is de rol van angst en risicoperceptie als motivationele drijfveren hierbij? Maar ook: vormt het verplichtend karakter van mondmaskers per definitie een aanslag op onze autonomie? En hoe is het met onze huidige motivatie voor het volgen van de maatregelen gesteld? Dit zijn de vragen die centraal staan in dit elfde rapport uit de motivatiebarometerstudie aan de UGent, waaraan tot op heden 49040 personen deelnamen (71% vrouwen; gemiddelde leeftijd = 50.77 jaar).

Zomerse verleidingen

Opdat de bevolking de coronamaatregelen duurzaam zou volgen moeten aan minstens twee voorwaarden worden voldaan. Ten eerste is het belangrijk dat mensen zich in staat voelen om de maatregelen te volgen. Als de lat te hoog ligt en het lastiger wordt om de maatregelen te volgen, dan twijfelen mensen of ze dit kunnen volhouden. Tijdens de laatste enquêtegolf afgelopen weekend, uitgevoerd in een steekproef van 3183 deelnemers (69% vrouwen; gemiddelde leeftijd = 54 jaar), werd gepeild in welke mate mensen vertrouwen hebben dat ze vier kernmaatregelen (i.c., handen wassen, sociale contactregels volgen, mondmasker dragen, en fysieke afstand bewaren) kunnen respecteren. Procentueel gaf de meerderheid van de deelnemers aan dat ze zich in staat voelden om de maatregelen te volgen, waarbij dit percentage varieerde tussen 70% (sociale maatregelen volgen) en 88% (handen wassen; zie Figuur 1). Gemiddeld gesproken voelen deelnemers zich iets minder in staat om fysieke afstand te houden en zich aan de sociale contactregels te houden. Een beperkte groep (i.c., 16%) gaf zelfs aan gestopt te zijn met het tellen van het aantal personen waarmee ze contact hebben. Het aantal personen waarmee deelnemers zeggen in contact te zijn gekomen in de afgelopen week varieerde tussen de 0 en 30, met een gemiddelde van 7.

Zeker in een vakantieperiode, waarbij sociale ontmoetingen centraal staan, kan de bevolking het best lastig vinden om deze sociale maatregelen te volgen. Ook al hebben veel burgers de intentie om de noodzakelijke afstand te bewaren, deze maatregel vereist – in tegenstelling tot het wassen van handen of het dragen van een mondmasker - wederzijdse verantwoordelijkheid. Als anderen de afstand niet respecteren, dan worden we uitgedaagd om een passend antwoord te vinden. Als we worden uitgenodigd op een BBQ met 20 personen, dan wordt onze zelfbeheersing op de proef gesteld. Veeleer dan aan elke burger over te laten zelf antwoorden op deze uitdagingen te bedenken, is het wenselijk dat in een campagne of via de media een aantal treffende en ludieke voorbeelden worden voorgetoond. Wanneer de bevolking zich aan deze goede voorbeelden kan spiegelen, kan ze zich gemakkelijker aan de regels houden. We hoeven er geen energie in te stoppen, maar kunnen terugvallen op een ‘voorgekauwd’ script: een coronagroet, een gevat antwoord om aan te geven dat je sociale bubbel al is gevuld, een speelse manier om aan anderen te vragen om zijn/haar mondmasker op te zetten. Dit neemt het schroom om de maatregelen te volgen weg.

FIGUUR 1

Mate waarin Deelnemers zich Bekwaam Voelen om Maartegelen te Volgen

Vrijwillige motivatie stabiliseert opnieuw

Naast de ervaren bekwaamheid om ons aan de maatregelen te houden, speelt ook de vrijwillige motivatie een belangrijke rol. In welke mate houden we ons aan de maatregelen omdat we de noodzaak er van inzien en we er pal kunnen achter staan? Of voelt het volgen van de maatregelen eerder aan als een lastig karwei, iets dat we moeten doen? ‘Moet’-ivatie heeft, in tegenstelling tot vrijwillige motivatie, geen duurzaam effect op het volhouden van de maatregelen, laat staan op het ontwikkelen van nieuwe gewoontes.

De vrijwillige motivatie is sinds het begin van de lockdown geëvolueerd. Bij het begin van de metingen, die toen nog dagelijkse plaats vonden, stond 80.7% van de deelnemers geheel achter de maatregelen. Dit motivationeel draagvlak kalfde doorheen de lockdown periode af, met een schommelend patroon in functie van versoepelingen en de (de)motiverende communicatiestijl van de overheid (zie Figuur 2). Op haar dieptepunt begin juni bedroeg het motivationeel draagvlak 46.4%. De graduele versoepelingen gingen gepaard met een meanderend patroon, waarbij de vrijwilige motivatie na een versoepeling tijdelijke opflakkerde en dan weer licht daalde. Vanaf begin tot half juni steeg de vrijwillige motivatie verder door naar draagvlak bij 68% om op dat niveau te stabiliseren sinds half juni. Omdat deze steekproef verhoudingsgewijs uit meer vrouwelijke en oudere deelnemers bestaat, die zich meer vrijwillig schikken naar de maatregelen, bedraagt 67.7% (het percentage van afgelopen weekend) meer dan waarschijnlijk een overschatting van het reële motivationeel draagvlak.  

Deze toename in vrijwillige motivatie is deels toe te schrijven aan de versoepeling van de maatregelen. Toen sociale bubbels werden verruimd en de horeca open ging, konden we deels terug ons oude leven hernemen. Deze versoepelingen zorgden ervoor dat de maatregelen haalbaarder werden. En als de maatregelen ons minder zwaar vallen, dan stijgt de bereidheid om deze te respecteren. De mogelijkheid om vrienden en familie te kunnen ontmoeten, op restaurant te gaan en opnieuw vrijer te kunnen leven ondersteunde verder onze psychologische basisbehoeftes aan verbondenheid en autonomie. Deze behoeftebevrediging biedt motivationele zuurstof om de gevraagde inspanningen te kunnen opbrengen.  Net zoals bij voorgaande versoepelingen springt het wel in het oog dat het motivationeel draagvlak op dit moment niet langer toeneemt. Als bepaalde verhoopte versoepelingen (vb. in de evenementensector) straks toch niet worden doorgevoerd of er zich een verstrenging van de huidige maatregelen opdringt, dan valt te vrezen dat het motivationeel draagvlak zal afnemen.

Figuur 2

Evolutie in Vrijwillige Motivatie tijdens de Coronacrisis

Als een mondmaskerverplichting een keuze wordt

Een kwestie die in de afgelopen weken heel wat stof deed opwaaien is het al dan niet verplicht dragen van een mondmasker in winkels. Uiteindelijk besloot de regering om het dragen ervan niet enkel op te leggen in winkels, maar in verschillende openbare ruimtes (bijv. bioscopen). De deelnemers aan deze studie vonden dat de tijd hiervoor meer dan rijp was. Gevraagd of ‘de regering te lang heeft gewacht met het introduceren van deze verplichting’ gaf 82% aan dat de regering talmde (zie figuur 3). Tegelijkertijd vond 68.3% dat bindend maken van mondmaskers een positief signaal naar de bevolking. Verder gaf 79.7% aan dat ze begrip had voor deze verplichting en dacht 57.9% dat er voor deze verplichting draagvlak bij de bevolking bestond. Net zoals jongere generaties minder vrijwillige motivatie en meer ‘moet’-ivatie vertonen, zijn ze ook minder voorstander van deze verplichting.

Deze verplichting voelt niet per definitie aan als een keurslijf. Het dragen van een mondmasker is een noodzakelijk ongemak waartoe burgers bereid zijn. Omdat de preventieve waarde van de mondmaskers door experts goed werd geduid, ervaren burgers de verplichting als legitiem. Deze kwestie legt een schijnparadox bloot: als er draagvlak bestaat voor verplichtende, maar noodzakelijke maatregelen, dan is de bevolking bereid om deze vrijwillig na te leven. De maatregel is dan wel wettelijk opgelegd, de maatregel voelt subjectief niet aan als een verplichting. Dit is een goede zaak, want ‘moet’-ivatie om mondmaskers te dragen gaat net gepaard met meer verzet er tegen. Een bindende maatregel heeft ook het voordeel van de duidelijkheid. Bovendien vertolken mondmaskers een belangrijke signaalfunctie in het openbaar leven. Ze houden ons bij de pinken, ze houden ons coronabewustzijn hoog.

Figuur 3

Mening omtrent het Verplichtend Karakter van Mondmaskers

Risicoperceptie en coronabewustzijn

Opdat burgers de mondmaskerverplichting niet als een verplichting maar als een keuze zouden ervaren, moet aan twee voorwaarden voldaan zijn. Ten eerste dienen burgers te beseffen dat het dragen van een mondmasker een effectieve strategie is. Het beschermt hen tegen besmettingen. Ten tweede dienen ze ook de perceptie te hebben dat het risico op een opflakkering of tweede golf reëel is. Uit het onderzoek blijkt dat hoe meer deelnemers van zichzelf denken (ernstig) besmet te zullen geraken, hoe meer ze vrijwillig gemotiveerd zijn. Dit geldt nog meer als ze de indruk hebben dat niet zozeer zijzelf, maar de bevolking als geheel een reële kans op besmetting loopt. Dus, het vrijwillig volgen van de maatregelen is niet louter gevoed door eigenbelang, zelfs integendeel. Hoe meer bugers inzien dat het virus nog in de bevolking rondwaart, hoe meer zij overtuigd zijn van het belang van de maatregelen. Deze overtuiging voedt hun verantwoordelijkheidszin en zet aan tot actie.

De bevolking bewust maken van het blijvende risico is nog iets anders dan het induceren van angst. Door te dreigen dat besmettingen uit de hand zullen lopen of de bevolking te confronteren met aangrijpende getuigenissen van coronapatiënten wordt de angst gevoed. Deze angst blijkt echter geen goede voorspeller te zijn, noch van de vrijwillige motivatie, noch van het duurzaam volgen van de maatregelen. Angst gaat enkel gepaard met meer ‘moet’-ivatie tot actie en een verminderd welbevinden. Het komt er dus op neer om de dagelijkse besmettingen, ziekenhuisopnames en het aantal doden op een informatieve en niet op een dreigende wijze te blijven communiceren en hierbij het vertrouwen uit te stralen dat het goed volgen van de maatregelen het risico helpt indijken.

In dit opzicht pleit de expertgroep ‘Psychologie & Corona’ al langer voor het introduceren van een knipperlichtsysteem. Dit systeem met kleurencode wordt nu gebruikt voor reisadviezen en in specifieke levensdomeinen (vb. onderwijs), maar het breed uitrollen ervan over verschillende levensdomeinen zorgt ervoor dat de bevolking mee de effecten van haar eigen gedrag kan monitoren. Hierbij is het cruciaal om aan te geven op welke parameters (bijv. aantal besmettingen, aantal ziekenhuisopnames, ...) men zich baseert om te schakelen van het ene naar het andere kleur. Een coronavoetafdruk of een lijst met risicovolle activiteiten helpt burgers om beter in te schatten welk risicos zijn nemen. Dit inzicht zet aan tot reflectie en het vrijwillig nemen van verantwoordelijkheid voor de gezondheid van zichzelf en anderen.

Daadkrachtige overheid

Al enkele weken kloppen we met de expertgroep ‘Psychologie & Corona’ op dezelfde nagels. De resultaten uit de jongste bevraging van de motivatiebarometer ondersteunen de reeds geboden adviezen. Wat we vandaag nodig hebben is een daadkrachtige overheid, die alles in het werk stelt om het coronabewustzijn hoog te houden bij de bevolking. Dit kan gebeuren door

  • treffende en ludieke “good practices” breed te delen in de bevolking zodat mensen zich bekwaam voelen om te weerstaan aan de verleiding om de maatregelen te overtreden.
  • uitvoerig het belang en de noodzaak van specifieke maatregelen te blijven uitleggen zonder angstinductie, zeker als een verstrenging zich opdringt
  • een nationaal en lokaal knipperlichtsysteem met kleurencode zo spoedig mogelijk uit te werken, met transparantie over de parameters waarop men zich baseert om te schakelen tussen kleuren.
  • de nodige middelen vrij te maken om een coronavoetafdruk te ontwikkelen zodat mensen zich bewust kunnen zijn van de risico’s die ze met welke activiteiten nemen

 

Rapport 10: waardevolle zomervakantie?

Expertgroep ‘Covid-19 & Psychologie’

Wat zorgt voor een verkwikkende en waardevolle zomervakantie in coronatijden?

  

De zomervakantie staat voor de deur. Velen onder ons kijken er halsreikend naar uit. We zijn er aan toe, want de coronacrisis vergde heel wat aandacht en energie. De coronavermoeidheid laat bij sommigen onder ons mentale sporen na. Tegelijkertijd gooit het virus misschien roet in onze vakantieplannen. De zomer van 2020 wordt dus sowieso anders dan andere zomers. Om te herstellen van deze intense periode, om onze sociale relaties onder druk zuurstof te geven, en om veerkrachtig te kunnen omgaan met onzekere tijden in het najaar, is het belangrijk om tijdens de vakantie de batterijen op te laden, zowel fysiek als psychologich. Ook al zorgt corona er voor sommigen voor dat ze een kleiner budget of minder verlof kunnen opnemen en dienen we ons te houden aan de coronagedragsregels, toch is het goed zijn om tussen de bedrijven door dat vakantiegevoel op te zoeken. Maar wat is dat nu, een deugddoende vakantie die ons een mentale boost geeft? De expertgroep ‘psychologie & corona’ formuleert een reeks aanbevelingen hoe je in tijden van corona een verkwikkende en waardevolle zomervakantie kan beleven, in binnen- of buitenland.

 

Leidraad voor je vakantieplanning

Als je zomerplannen maakt, is het goed even terug te blikken op afgelopen zomers en je de vraag te stellen wanneer je een fijne zomer hebt gehad. De volgende twee vragen kunnen je helpen bij het smeden van vakantieplannen: 

Welke zomerse activiteiten geven jou een goed gevoel?  Wat is voor jou verkwikkend en vitaliserend? Vitaliteit verwijst naar de ervaring van ‘enthousiasme, levendigheid en energie’ (p. 159, Ryan et al., 2010). Hoe vitaler je je voelt, hoe minder vatbaar je bent voor fysieke klachten en kwalen. De ene persoon haalt energie uit het kuieren in een klein dorpje, een andere persoon uit het samen tijd doorbrengen met de kinderen of kleinkinderen. Sommigen vinden het leuk om er met vrienden op uit te trekken in de natuur of in de stad, anderen vinden de zomer het ideale ogenblik om klusjes op te knappen of te tuinieren.   

Maar je ‘gebruikelijke’, verkwikkende zomeractiviteiten zijn tijdens deze coronavakantie misschien niet haalbaar. Om beter te weten hoe je je vakantie anno 2020 inricht is het goed om stil te staan bij wat je waardevol vindt. Welke doelen wil je graag realiseren tijdens deze vakantie, wat verwacht je er precies van? Als je je bewust bent van wat je belangrijk vindt, kan je beter alternatieve vakantieplannen bedenken die bij je waarden aansluiten. De ene persoon vindt rust en relaxatie belangrijk, de andere sociale contacten en gastvrijheid, nog een andere is op zoek naar avontuur of cultuur.

 

Deugddoende en waardevolle activiteiten

Omdat veel zomeractiviteiten wegvallen, zoals een festivalbezoek of een buitenlandse trip, biedt deze zomer ook kansen om nieuwe ervaringen op te doen. Tegelijkertijd kan het wegvallen of veranderen van vaste gewoonten ook een gemis betekenen of onzekerheid meebrengen. We verliezen houvast. Als inspiratiebron voor passende vakantieplannen lijsten we verschillende types activiteiten op, waarvan onderzoek aantoonde dat ze je energie kunnen geven of je welbevinden verhogen. Want niet alle activiteiten versterken onze mentale gezondheid, niet alle waarden blijken in dezelfde mate onze groei te bevorderen. 

 

Aanbeveling 1: Zoek verbondenheid met de natuur. 

Een goede manier om je batterijen op te laden is tijd doorbrengen in de natuur (Kaplan, 1995; Ryan et al., 2010). Je hoeft niet per se fysiek actief te zijn om de gunstige effecten ervan te ervaren. Het volstaat om in je tuinstoel van de opschietende bloemen te genieten, in een park van de pracht van bomen, of op een bank van een glooiend landschap. Actief zijn in de natuur, zoals tuineren, wandelen, spelen of sporten, zorgt nog voor een extra boost. Met een initiatief als ‘Welcome to my garden’ – mensen met tuin bieden gratis kampeerplaats aan – helpen mensen bijvoorbeeld elkaar om een ‘groene vakantie’ te realiseren dicht bij huis. Bovendien is het een goedkoop vakantiealternatief als je door de coronacrisis financieel hebt geleden.

 

Aanbeveling 2: Steek tijd in je hobby’s. 

Als je iets doet wat je graag doet, dan haal je daar energie uit. Hobby’s zijn bij uitstek voorbeelden van intrinsiek motiverende activiteiten (Vansteenkiste & Soenens, 2015). Hoewel we ons er spontaan toe aangetrokken voelen, kunnen boeiende en leuke activiteiten omwille van de coronaperikelen onder een dikke stoflaag komen te zitten. Probeer daarom daar deze vakantie extra tijd voor vrij te maken. Jongeren kunnen het plezant vinden om te skaten of een balletje te trappen samen. Ouderen kunnen het leuk vinden om te kaarten of petanque te spelen. Als je graag cultuur opsnuift, is dit het ideale ogenblik om musea te gaan bezoeken, in steden te verdwalen of een boek te lezen.

 

Aanbeveling 3: Onderhoud en diep je relaties uit. 

Door samen te zijn met je naaste familie of vrienden en tijd te maken voor elkaar ervaar je verbondenheid. Maar ook activiteiten in groepsverband zoals teamsport, jeugdclubs, of een theatervoorstelling op straat, creëren sociale verbinding. Dat gevoel van verbondenheid is essentieel voor ons fysiek en mentaal welbevinden (Haslam, Jetten, Cruwys et al, 2018). Door de maatregelen hebben sommigen elkaar moeten missen, bijvoorbeeld grootouders hun kleinkinderen, en anderen zaten misschien juist te kort op elkaar, zoals pubers in lockdown met hun ouders. Ook deze zomer kan niet iedereen elkaar terugzien, denk aan alle kinderen met grootouders in een land waar we nog niet naartoe mogen of durven reizen bijvoorbeeld. Dit gemis maakt het nog belangrijker dan anders om die relaties deze zomer te blijven voeden.

 

Aanbeveling 4: Maak connectie met elkaar, ook lichamelijk.

Velen onder ons misten knuffels, elkaar een kus mogen geven, elkaar aanraken. In het bijzonder voor singles of zij die de lock down alleen in huis doormaakten kan dat gemis intens geweest zijn. Je partner of vriend(in) een massage geven kan een goed manier zijn om te compenseren voor ‘huidhonger’ (i.e. de hunker naar betekenisvolle fysieke aanrakingen). Aanrakingen werken stress reducerend en geven een gevoel van welbehagen. Zelfs kleine aanrakingen (zoals een schouderklopje) hebben al een positief effect. Ook lekkere seks draagt bij tot een goede mentale en fysieke gezondheid, dus geniet van jezelf en elkaar. Elk fysiek contact kan echter ook een risico inhouden. Vergeet dus de basisregels niet: regelmatig je handen wassen en geen fysiek contact wanneer je mogelijke symptomen van covid-19 bij jezelf of de ander merkt (meer richtlijnen en info vind je hier). 

 

Aanbeveling 5: Probeer eens iets nieuws. 

Door de wereld rondom je te verkennen en nieuwe dingen uit te proberen, kom je wel vaker tot verrassende inzichten en ervaringen. Je probeert een nieuw recept uit op je BBQ; je fietst langs een andere route naar een vertrouwde plek, of je probeert een nieuwe sport. Experimenteren met nieuwe zaken hoeft ook niet veel geld te kosten. Zo kan je een gezelschapsspel dat je nog niet kent van buren of uit de bibliotheek ontlenen. Hoewel mensen verschillen in hun vernieuwingsdrang en sommigen onder ons echte gewoontedieren zijn, kan het opdoen van nieuwe ervaringen je mentale gezondheid versterken (Gonzalez-Cutre et al., 2020).

 

Aanbeveling 6: Probeer regelmatig te bewegen. 

Regelmatig bewegen zorgt ervoor dat we gemakkelijker stressvolle situaties aankunnen en dat we ons minder opjagen: we hebben meer het gevoel alles onder controle te houden (Teychenne et al, 2020). Je hoeft hiervoor niet plots te gaan sporten als een gek als je dat niet leuk vindt.  Ook lichtere vormen van beweging zoals een wandeling, zwemmen, fietsen met een vriend(in), of zelfs even pingpongen of een spelletje spelen met de (klein)kinderen, zorgen voor een betere mentale gezondheid. Wat ons vooral een goed gevoel geeft, is regelmatig aan beweging doen op een manier die je zelf leuk vindt en als je daar zelf zin in hebt.

 

Aanbeveling 7: Doe eens iets voor een ander. 

Je behulpzaam opstellen en anderen in nood helpen, zorgt ervoor dat je je verbonden voelt met anderen en beter je waarden realiseert (Schwartz, 2010). Zo versterk je niet enkel de mentale gezondheid van de geholpene maar ook die van de helper. We hebben in coronatijden veel voorbeelden gezien van wederzijdse hulp en spontane solidariteit. Deze zomervakantie blijven meer mensen dichter bij huis en zijn er dus tal van kansen om je te engageren in je gemeente of buurt. Zo bijvoorbeeld organiseren buren in verschillende gemeentes ‘speelstraten’ waar kinderen tijdens de zomerweken veilig samen spelen. Of je geeft je op als vrijwilliger voor ‘zomerscholen’ die kinderen die dat nodig hebben, begeleiden om bij te benen. Het is wel cruciaal dat die behulpzaamheid vrijwillig van aard is, gratuit. Als je de ander helpt uit schuldgevoel of omdat je nog in het krijt stond, kortom, omdat het moet, dan profiteer je er niet zo sterk van. 

 

De pauzeknop geeft toegang tot ons intern kompas

Eén gevaar bij het inplannen van je vakantie is om deze te vol te plannen. Oningevulde dagen of dagdelen zorgen voor een gevoel van vrijheid en zorgeloosheid. Met een volgeplande agenda laat je weinig ruimte voor verrassingen. Nu vele festivals, publieke events of verre reizen zijn geschrapt van de agenda, valt er voor sommigen een gat in de zomeragenda. Dit is een verademing. Anderzijds maakte voor sommigen het minder zichtbare telewerken, avondwerken met kinderen in bed, inspringen voor zieke collega’s, en het dagelijks improviseren om geen steken te laten vallen op het werk de afgelopen maanden dat het onderscheid tussen werk en vrije tijd wat zoek is. 

Na deze bewogen periode is het meer dan ooit nuttig om een te volle to-do lijst te bannen en op de pauzeknop te drukken. Rust zorgt er ook voor dat je de gebeurtenissen van de afgelopen maanden een plaats kunt geven. Ons uithoudingsvermogen en geduld werden op de proef gesteld en velen hebben best een zware periode achter de rug. Door jezelf de nodige rust te gunnen, kun je meer psychologische afstand nemen van de toch wel intense, hektische periode. Zo kunnen we de zaken meer in perspectief zien. Durf je hierbij kwetsbaar op te stellen in plaats van jezelf sterker voor te doen dan nodig of negatieve emoties onder mat te vegen. Als we zelf durven bespreekbaar maken wat we hebben gemist en wat er moeilijk liep, komen we dichter bij wat ons echt raakt in het leven: welke waarden vinden we echt belangrijk (vb. gezondheid, intimiteit)? Welke leuke dingen heb ik echt gemist (vb. vrijetijdsactiveit)? Welke krachtige relaties stonden noodgedwongen op een laag pitje? De vakantie is een ideaal ogenblik om te herbronnen, om dichter te komen bij ons intern kompas en bij elkaar. Dit toegenomen bewustzijn van onze kernwaarden, interesses, en relaties zorgt ervoor dat we meer trouw kunnen blijven aan onszelf en onze waarden. De coronazomervakantie als opstap naar meer authenticiteit en verbinding. 

Contact tekst:

Expertengroep 'Psychologie & Corona'

Rapport 9: Glimlach onder het mondmasker

 

Ongemakken van mondmaskers:

Hoe we ze met de glimlach dragen door vrijwillige verantwoordelijkheidszin te stimuleren

 

Sinds moederdag kan de bevolking coronabubbelen en dat deed goed aan onze motivatie. Maar luttele dagen na moederdag blijkt deze motivatieboost uitgewerkt. Het motivationeel draagvlak is opnieuw teruggezakt tot 53% en dit ondanks de vele versoepelingen. Zorgwekkend is dat er zich bij jongvolwassenen een versoepelingsafhankelijkheid voordoet: de versoepelingen zijn noodzakelijk om gemotiveerd te blijven. Vooral voor het dragen van mondmaskers blijkt de bevolking alsnog minder begrip te kunnen opbrengen. De obstakels, zowel praktisch als psychologisch, zijn nog vrij talrijk. Om de bevolking te stimuleren tot vervelend, maar broodnodig gedrag zoals het dragen van mondmaskers of het delen van persoonlijke contactinformatie met contactopspoorders blijft motiverende communicatie erg cruciaal. Zulke motiverende communicatie heeft vooral voor de motivationeel kwetsbaren een gunstige effect. Dit is goed nieuws want deze groep op een vermanende en betuttelende wijze oproepen tot verantwoordelijkheid gooit bij hen enkel olie op het vuur. Op basis van deze resultaten formuleren we opnieuw vijf concrete aanbevelingen en roepen we de overheid nogmaals op tot het opzetten van een breed gedragen motivatiecampagne om iedereen tijdens deze ‘volksmarathon’ gemotiveerd te houden.

 

Illustratie 'Samen lopen wij de marathon uit' door Mathias Waterschoot

Illustratie “We lopen samen de marathon.” door Mathias Waterschoot

 

Meanderende motivatie

Hoewel de eindmeet van deze ‘volksmarathon’ nog niet in zicht is, schijnt er licht aan het eind van de tunnel. In de afgelopen weken kreeg de bevolking in schuifjes een deel van haar ‘normale leven’ terug. Welk effect hebben deze versoepelingen op de motivatie van de bevolking om de maatregelen te blijven volgen? Zou het volgen van de maatregelen ondertussen een verankerde gewoonte zijn geworden? Sinds 19 maart namen 43 748 deelnemers deel aan de motivatiebarometerstudie van de UGent, die een intrigerend inzicht geeft in de evoluerende motivatie van de bevolking. Via deze motivatiebarometer houden we de vinger aan de motivationele pols. Twee types motivatie worden dagelijks gemeten: of deelnemers de maatregelen willen volgen omdat ze er pal achter staan (vrijwillige motivatie) dan wel of ze vinden dat ze de maatregelen moeten volgen, bijvoorbeeld om kritiek of een boete te vermijden (‘moet’-ivatie). Het in kaart brengen van de verschuiving in de vrijwillige motivatie (figuur 1) en ‘moet’-ivatie (figuur 2) is belangrijk omdat deze voorspellen of de bevolking zich blijvend aan de maatregelen houdt, dan wel nonchalance begint te vertonen.

De resultaten van het motivationeel draagvlak voor de maatregelen in figuur 1 wijzen sinds eind april op een meanderend patroon. Denk aan de Moesel in Duitsland of de Ourthe in de Ardennen. Er zijn significante schommelingen in de mate waarin de bevolking zich uit volle overtuiging houdt aan de maatregelen. Zo kreeg de vrijwillige motivatie een boost toen de regering de aangekondigde versoepelingsmaatregelen bevestigde tijdens de historische powerpointpersconferentie van de Nationale Veiligheidsraad op woensdag 29 april. Tijdens de eerste golf van versoepelingen vanaf 4 mei (cfr.  de mogelijkheid om opnieuw buitenshuis te werken) steeg het motivationeel draagvlak naar 57.9% om vervolgens terug te zakken naar 52.7%. De mogelijkheid tot coronabubbelen vanaf moederdag zorgde opnieuw voor een lichte motivationele boost tot 58%. Echter, na het proeven van deze sociale voordelen daalde de motivatie opnieuw tot 53.3%, een tweede dieptepunt sinds het begin van de metingen.

Om een globaler beeld te schetsen: sinds het begin van de lockdown kalfde het motivationeel draagvlak af van 8/10 naar 1/2 burgers die pal achter de maatregelen blijven staan. Parallel met deze daling in vrijwillige motivatie steeg de ‘moet’-ivatie van de bevolking opnieuw de laatste dagen. Het volgen van de maatregelen voelt in sterkere mate aan als een lastig karwei dat we horen op te nemen.

 

 

 

Versoepelingsafhankelijkheid

Deze cijfers zijn zorgwekkend omdat het succes van deze exitfase meer dan ooit afhangt van onze bereidheid om de maatregelen duurzaam toe te passen. Wat vooral tot nadenken stemt is dat de vrijwillige motivatie lijkt af te hangen van de mate waarin de regering de bevolking versoepelingen gunt. Versoepelingen lijken een voorwaarde om de bevolking gemotiveerd te houden. Maar het toekennen van versoepelingen is natuurlijk een eindig verhaal. Zelfs als we ons ‘normale leven’ opnieuw kunnen leiden blijven verschillende maatregelen essentieel. Het is cruciaal dat de bevolking niet geheel afhankelijk is van deze versoepelingen om gemotiveerd te blijven. Dergelijke versoepelingsafhankelijkheid wijst op motivationele fragiliteit, terwijl standvastige overtuiging en vrijwillige verantwoordelijkheidszin cruciaal zijn. 

In het bijzonder de motivatie van jongvolwassenen (-35 jaar) kent sterke ups en downs, terwijl oudere volwassenen (+55 jaar) meer motivationeel standvastig blijken. Ouderen zijn reeds vanaf het begin van de semi-lockdown meer overtuigd van de noodzaak van het volgen van de maatregelen. Hoewel hun motivatie ook daalde is deze meer onvoorwaardelijk van aard. Ouderen staan als het ware boven het ‘gekrakeel’ van de buitenwereld: los van het al of niet introduceren van versoepelingen en het motiverend communiceren blijkt het motivationeel draagvlak er rond de 60% te stabiliseren sinds 24 april. Bij jongvolwassenen zakte dit echter tweemaal weg tot 34%. Jongvolwassenen vormen dus een motivationeel kwetsbare groep, die in een motivatiecampagne extra aandacht verdienen. Zoals we reeds herhaaldelijk betoogden kunnen social influencers uit deze bevolkingsgroep als motiverend rolmodel fungeren.   

Aanbeveling 1: Zet een motivatiecampagne op waarbij social influencers getuigen over hun motivatie om de maatregelen te volgen. Focus hierbij in het bijzonder op jongvolwassenen, de motivationeel meest kwetsbare groep.

Ongemakken van mondmaskers

Eén reden waarom het motivationeel draagvlak de laatste dagen opnieuw afkalft is omdat het pakket maatregelen ook is gewijzigd. Tijdens de semi-lockdown was het relatief eenvoudig om ons te beperken tot niet-essentiële verplaatsingen of het vermijden van sociaal contact. Echter, nu het openbare leven zich opnieuw op gang trekt worden we aanbevolen of zelfs verplicht (op het openbaar vervoer) om mondmaskers te dragen. Dit zou ons wel eens zwaarder kunnen vallen. Figuur 3 geeft weer in welke mate deelnemers begrijpen waarom het belangrijk is om afstand te houden, contact te vermijden en mondmaskers te dragen. Hoe groter dit begrip, hoe grotere de vrijwillige bereidheid om dit te doen.

 

 

Drie zaken springen in het oog. Ten eerste kunnen niet alle maatregelen op even veel begrip rekenen. De bevolking lijkt voor zichzelf een prioriteitenlijst te hebben opgemaakt, waarbij de afstandsregel het sterkst wordt onderschreven, gevolg door het vermijden van sociaal contact en ten slotte het dragen van mondmaskers. Als we afstand houden, waarom mag ik dan niet met meer familie en vrienden in contact komen of waarom moet ik dan noodzakelijk nog een mondmasker dragen? Wat is de toegevoegde waarde van deze maatregelen als ik voorrang geef aan het houden van afstand? Het lijkt erop dat dit nog meer kan toegelicht worden. 

Aanbeveling 2: Probeer de cocktail van maatregelen verder toe te lichten: waarom blijft sociaal contact vermijden en het dragen van mondmaskers cruciaal zelfs als men de afstandsregel respecteert? Anders gesteld: als het houden van afstand de prioritaire regel is, waarom is een versoepeling in sociale contacten dan niet verder mogelijk? 

 Ten tweede blijkt vooral het houden van sociale afstand ons de laatste dagen moeilijker te vallen sinds we tijdens het coronabubbelen konden proeven van de sociale vrijheid. Misschien triggerde het beperkte sociale contact onze honger naar meer. Sommigen moesten misschien ook pijnlijke sociale keuzes maken over wie ze wel en niet gingen toelaten in hun bubbel, iets wat ze liefst zo snel mogelijk ‘rechtzetten’ om niet de indruk van sociale uitsluiting te wekken. De daling voor het begrip van deze maatregel helpt verklaren waarom het motivationeel draagvlak voor het volgen van de maatregelen in het algemeen is teruggevallen tot 53.3%.

Ten derde kan het dragen van mondmaskers op het minste begrip rekenen. In een beperkte groep van deelnemers (N = 692) werden allerlei praktische en psychologische obstakels in kaart gebracht voor het dragen van de mondmaskers. Deze staan vermeld in figuur 4. Op psychologisch vlak blijkt het dragen van mondmaskers de spontane en authentieke interactie in de weg te staan. We zijn niet zo gemakkelijk te verstaan en dat staat de verbondenheid en ‘klik’ met anderen in de weg. We hebben ook het gevoel dat we niet geheel onszelf kunnen zijn. Alsof we ons meer een vreemde voelen in ons eigen lichaam. We zullen natuurlijk moeten wennen aan deze nieuwe psychologische realiteit. Deze psychologische obstakels zullen misschien binnen enkele weken minder groot zijn dan vandaag.   

 

Maar er zijn ook praktische bezwaren. Zo geven deelnemers aan dat ze zich niet in staat voelen om voortdurend het mondmasker op de goede wijze te dragen. Het elastiekje irriteert of het mondmasker schuift weg. Denk aan de kassier waarbij het mondmasker niet langer de neus bedekt. Dit toont aan dat kwaliteitsvolle maskers die goed blijven zitten belangrijk zijn opdat de bevolking ze voortdurend goed draagt. Dit zal niet het geval zijn voor alle zelfgenaaide maskers. Zij die op het werk voortdurend mondmaskers dienen te dragen, kunnen genieten van een mondmaskerpauze. 

Aanbeveling 3: Kom de belofte om goed aansluitende mondmaskers aan de bevolking te bezorgen na. Geef de bevolking praktische tips hoe ze irritatie of het wegschuiven van de mondmaskers kunnen vermijden als ze deze zelf naaien. Las op het werk, indien nodig, mondmaskerpauzes in. 

Bemoeizuchtige contactopspoorders

Niet enkel voor dragen van mondmaskers maar ook voor contactopsporing zou het begrip van de bevolking lager kunnen liggen. Contactopspoorders komen meegluren in ons dagelijks leven. Sommige mensen zullen ongetwijfeld vinden dat ze zich bemoeizuchtig opstellen. Ze beschikken niet over de nodige legitimiteit om zich in de persoonlijke bubbel van mensen te mengen. Daarom schermen sommigen zich af en onthullen ze niet eerlijk met welke personen of bubbels ze in contact kwamen. Ook de idee dat vrienden, familie of buren te weten zullen komen dat men zich niet aan de voorgeschreven regel van 4 hield zorgt ervoor dat we informatie achterhouden. Hun oordeel roept een schuld- en schaamtegevoel op, waardoor we niet alle essentiële informatie delen met de contactopspoorders.

Om vrijwillige onthulling van persoonlijke informatie te stimuleren zijn drie zaken essentieel. Ten eerste dient de essentiële rol van contactopsporing verder benadrukt te worden. Met concrete, herkenbare en grafisch geïllustreerde praktijkvoorbeelden wordt dit voor de bevolking begrijpelijk. Er kan geïllustreerd worden hoe het delen van contactinformatie de verspreiding van het virus onder controle houdt.  Zo dicht de bevolking contactopspoorders een grotere legitimiteit toe. Ten tweede kunnen obstakels voor vrijwillige zelfonthulling worden weggenomen. Gecontacteerde personen kunnen bijvoorbeeld getuigen over hun ervaringen. Wel vaker overschatten we het vervelend karakter van dergelijke zaken en zo’n getuigenissen brengen de zaken terug tot hun ware proportie. De geruststelling dat er geen boetes staan op het overtreden van de sociale maatregelen helpt alvast om ongerustheid hierover weg te nemen. Ten slotte is het cruciaal om de contactopspoorders op te leiden in motiverende gespreksvoering. De openhartigheid van burgers zal afhankelijk van de wijze waarop contactopspoorders praten met mensen. Jarenlang onderzoek bij weerspannige patiënten (bijv. alcoholafhankelijke personen) toont aan dat een motiverende communicatiestijl weerstand kan wegnemen. Het is maar de vraag in welke mate medewerkers in callcenters vandaag hiervoor worden opgeleid. Het verkopen van huishoudtoestellen of GSM-abonnementen is nog iets anders dan het in kaart brengen van het sociaal netwerk van burgers. Ook hier zouden psychologen kunnen steun bieden. Maar ook hier lijkt geen beroep op hen te worden gedaan.

Aanbeveling 4: Om de bevolking te stimuleren tot vrijwillige zelfonthulling tijdens contactopsporing is het essentieel om (a) de noodzaak en legitimiteit van hun rol verder te verhelderen, (b) obstakels tot zelfonthulling weg te nemen en (c) contactopspoorders te trainen in motiverende gespreksvoering. 

 Kan iedereen wel burgerzin vertonen?

De laatste dagen rees de vraag of alle burgers wel in staat zijn tot de burgerzin waartoe de overheid oproept? Wat met afvallige personen die een gebrek aan  verantwoordelijkheidszin vertonen? Hoe gaan we best met hen om? Moeten we hen angst inboezemen, dreigen met boetes of zijn andere motivationele strategieën wenselijk? Is er motivationeel maatwerk nodig en wat kan dit dan betekenen?

De resultaten uit de barometer werpen een licht op deze vraag. Deelnemers geven aan hoe motiverend en demotiverend ze de communicatie van de overheid ervaren. De effecten van motiverende communicatie vertonen een interessant samenspel met de motivatie van burgers in de voorspelling van het naleven van de maatregelen. Zoals blijkt uit figuur 5a en 5b is het volgen van de maatregelen in de eerste plaats afhankelijk van het motivationeel profiel van de bevolking. Burgers die een sterke dosis vrijwillige motivatie vertonen in combinatie met weinig ‘moet’-ivatie volgen de maatregelen het meest van allemaal. Zij die exclusief hoog scoren op ‘moet’-ivatie doen dit het minste van allemaal.

Gelukkig heeft een motiverende communicatiestijl bij deze laatste groep het meest gunstige effect. Als deze groep vindt dat de overheid goed duiding geeft, eensgezind aangeeft wat van de bevolking wordt verwacht, hun inspanningen waardeert en draagvlak zoekt voor nieuwe maatregelen, dan volgt deze motivationeel kwetsbare groep meer de maatregelen (zie figuur 5a). Omgekeerd is deze groep ook het meest vatbaar voor demotiverende communicatie van de overheid. Als zij vindt dat de overheid te weinig steun biedt (vb. geen mondmaskers leveren), te afwachtend of te veeleisend is, dan zijn ze minder geneigd om de maatregelen na te leven. Druk plaatsen zorgt in deze groep voor olie op het vuur (figuur 5b). Het drijft hen weg van de verantwoordelijkheidszin waartoe we hen willen bewegen. Bovendien kan dergelijke druk ook schade berokkenen aan de vrijwillige motivatie van zij die wel al overtuigd zijn van de maatregelen.

 

Deze gevoeligheid voor motiverende en demotiverende communicatie vanwege de overheid blijkt veel minder voor zij die vrijwillig gemotiveerd zijn. Zij varen hun eigen koers. Ze zijn zelf reeds overtuigd van de noodzaak van de maatregelen en zijn daarom minder afhankelijk van de wijze waarop de overheid communiceert om gemotiveerd te blijven. De vraag rijst natuurlijk of je elke burger tot dit punt van onvoorwaardelijke engagement kan tillen. Zijn mensen niet van nature lui of gericht op eigenbelang? Dit zijn legitieme vragen. Echter, meer dan uit te gaan van een dergelijk negatief gekleurd mensbeeld is geloof in het groeipotentieel van mensen en vertrouwen in hun capaciteit tot zelfreflectie en het maken van geïnformeerde beslissingen in deze crisis essentieel. Natuurlijk moet de bevolking in dit reflectieproces ondersteund worden: duiding, motiverende getuigenissen, concrete voorbeelden, positieve feedback en het vooropstellen van een verbindend, collectief doel, het zijn allemaal strategieën die de vrijwillige motivatie bij de bevolking kunnen verhogen, in het bijzonder bij de minst gemotiveerden zo blijkt. 

Aanbeveling 5: Blijf investeren in duiding, motiverende getuigenissen, concrete voorbeelden, positieve feedback en het vooropstellen van een verbindend, collectief doen. Op wantrouwen en cynisme bouw je geen motiverend beleid.

Contact tekst:

Maarten Vansteenkiste, Bart Soenens, Joachim Waterschoot, Sofie Morbée en Branko Vermote, de sectie ontwikkelingspsychologie aan de UGent  

Rapport 8: Het welzijn van studenten

 

Studeren is de tijd van je leven! Ook tijdens Corona?

De voorbije dagen regende het berichten van bezorgde studenten over het welzijn van hun studiegenoten. De coronacrisis weegt en met de examens in het vooruitzicht ontstaat er onrust en paniek. Deze anekdotische berichten zijn niet uit de lucht gegrepen, stellen onderzoekers van de Universiteit Gent vast op basis van de lopende motivatiebarometerstudie. Uit de resultaten blijkt dat studenten in het hoger onderwijs kwetsbaar zijn voor verminderd welzijn. Op basis hiervan moedigen ze lesgevers aan om een behoefte-ondersteunend leerklimaat te voorzien, wat fungeert als motor voor het welzijn en de studiemotivatie van studenten.

Tussen 24 april en 6 mei liep in het zog van de grootschalige motivatiebarometerstudie aan de Universiteit Gent een bevraging naar ouderen, ouders, telewerkers en studenten. Bij 211 studenten in het hoger onderwijs (83% vrouwelijk), verdeeld over de verschillende onderwijsinstellingen, studierichtingen en provincies, werd gepeild naar hun welzijn en studie-ervaringen tijdens de coronacrisis. Hoewel de omvang van deze groep beperkt is, helpen de resultaten om de mediaberichtgeving over het lot van studenten in een wetenschappelijk perspectief te plaatsen.

Studenten luiden terecht de alarmbel

Uit de data van deze studie blijkt dat lesgevers en studenten in het hoger onderwijs zich terecht zorgen maken om het welzijn van hun studiegenoten. Hoewel er grote verschillen zijn in de veerkracht die studenten in het hoger onderwijs vertonen, ervaarden studenten gemiddeld meer angstige en depressieve klachten dan telewerkers, ouderen en ouders in onze studie. Bovendien zegt 1 op 5 studenten meer dan de helft van de week depressieve gevoelens te hebben ervaren terwijl maar liefst 1 op 2 studenten zich voor meer dan de helft van de week angstig voelde.

Studie-ervaringenWe bevroegen studenten in het hoger onderwijs ook naar hun studie-ervaringen (zie figuur 1). Daaruit blijkt dat 68% van de studenten het een beetje tot erg moeilijk vindt om het afstandsonderwijs vol te houden tijdens deze coronacrisis. 42% van de studenten geeft aan meer achterop te hinken in vergelijking met de periode voor de coronacrisis en bijna de helft van de studenten (48%) ziet de coronacrisis als een bedreiging om het academiejaar goed af te ronden. Bovendien geeft 37% van de studenten aan zich onrustig of zelfs paniekerig te voelen wanneer zij aan de komende examen- of studieperiode denken. Vervolgens toont de data aan dat studenten die zich niet goed in hun vel voelen zichzelf meer druk opleggen bij het studeren en geheel gedemotiveerd dreigen te raken voor hun studies. Ze stellen zich meer openlijk de vraag waarom ze zich nog dienen in te zetten voor hun studies en hebben het gevoel hun tijd te verdoen in hun opleiding.

Psychologische basisbehoeftes als motor van welbevinden en motivatie

Verschillende studenten gaven in de media aan overspoeld te worden door de vele zelfstudietaken. Ze functioneren voortdurend in ‘examenmodus’. Ze zien het bos door de bomen niet meer, en dit net op een moment dat ze zoals iedereen bijkomende zorgen hebben door de coronamaatregelen. De communicatie met de lesgever verloopt volgens sommige studenten stroef en de verwachtingen zijn volgens hen onduidelijk. Vanuit de psychologie zeggen we dat de psychologische basisbehoeften van deze studenten onder die omstandigheden niet vervuld, of misschien zelfs ronduit gefrustreerd zijn.

We onderscheiden drie psychologische basisbehoeftes die de energieleverancier zijn voor ons mentaal welbevinden en die zuurstof geven aan onze motivatie. Vooreerst is er de behoefte aan autonomie. Wanneer deze behoefte is voldaan, ervaren studenten een zekere vrijheid en keuze. Ze kunnen eigen beslissingen nemen en staan op dat moment pal achter wat ze doen. Hoewel afstandsonderwijs studenten de kans lijkt te bieden om hun onderwijs- en studietijd meer zelfstandig in te vullen, zorgt een overload aan taken en opdrachten net voor de frustratie van hun autonomie. Zeker bij een gebrek aan inspraak kunnen studenten het gevoel krijgen van het ene verplichte karwei naar het volgende te moeten hollen en ervaren ze het afstandsonderwijs misschien meer als een keurslijf waarin ze worden geduwd. Ten tweede is er de behoefte aan verbondenheid. Wanneer deze voldaan is, ervaren studenten een warm en steunend contact met anderen, zowel met hun medestudenten als met de lesgevers. Bij frustratie van deze behoefte voelt men zich alleen en geïsoleerd. Het isolement en het gebrek aan mogelijkheden om fysiek samen te komen met medestudenten en lesgevers werkt dergelijke frustratie van de nood aan verbondenheid in de hand. Als laatste is er de behoefte aan competentie. Bij bevrediging van deze behoefte ervaren studenten dat ze de schoolse uitdagingen het hoofd kunnen bieden en voelen ze zich bekwaam om de vooropgestelde doelen te bereiken. Hiertegenover hebben studenten bij frustratie van die behoefte het gevoel te falen. Het risico hierop neemt toe wanneer het onduidelijk is welke leerstof te kennen is, wanneer studenten het gevoel hebben dat de lat even hoog gelegd wordt als in onverdachte tijden, en wanneer het volume van de taken en leerstof de pan uit swingen. Deze drie behoeftes kan je makkelijk onthouden met ABC, waarbij de A staat voor Autonomie, de B voor verBondenheid en de C voor Competentie.

Dit ABC van de student is belangrijk, omdat veelvuldig onderzoek heeft aangetoond dat studenten van wie het ABC is voldaan zich beter in hun vel voelen en zich meer inzetten voor hun studies. Ook uit de resultaten van deze studie blijkt dat behoeftebevrediging de motor vormt voor mentale gezondheid en veerkracht van studenten. Studenten met lage ABC-scores rapporteren meer depressieve en angstige klachten en ervaren deze coronacrisis meer als een obstakel om het academiejaar tot een goed einde te brengen. Bovendien vertonen deze studenten meer faalangst en uitstelgedrag en zijn ze minder gemotiveerd om zich in te zetten voor hun studies.

Het ABC van studenten

Maar welke van deze drie basisbehoeftes staat nu het meest onder druk tijdens deze coronacrisis? In figuur 2 vind je een overzicht van de mate waarin deze drie behoeftes al dan niet voldaan dan wel gefrustreerd zijn voor studenten in het hoger onderwijs. In het geval van verbondenheid werd zowel het warme contact met leeftijdsgenoten als lesgevers in kaart gebracht. Drie interessante vaststellingen springen daarbij in het oog.

ABC van studenten

Figuur 2. Het ABC van studenten

Ten eerste blijkt dat competentie de meeste voldane psychologische behoefte is, gevolgd door verbondenheid. Autonomie komt op de laatste plaats. Ten tweede springt in het oog dat de verbondenheid met lesgevers hoger ligt dan de verbondenheid met medestudenten. Ten derde blijkt toch een aanzienlijk deel van de studenten het gevoel te hebben dat hun basisbehoeftes actief worden gefrustreerd. Figuur 3 toont aan dat dit nog enigszins meevalt in het geval van de behoefte aan competentie, met 1 op 5 studenten (22%) die zich actief gefrustreerd voelt in deze behoefte. Wat betreft verbondenheid blijkt bijna 1 op 3 studenten (32% en 29%) zich gefrustreerd te voelen in hun verbondenheid met respectievelijk de medestudenten en de lesgevers. Bijna 4 op 10 studenten (37%) geeft aan dat hun behoefte aan autonomie meer gefrustreerd is dan voldaan.

Behoeftefrustratie bij studenten

Figuur 3. Behoeftefrustratie bij studenten

Daarnaast zien we dat studenten in het hoger onderwijs relatief weinig verbondenheid ervaren. Er lijkt hierbij vooral een gemis te zijn in het contact met medestudenten, mogelijks omdat het fysiek contact met medestudenten wanneer je samen de les doorbrengt, plaats heeft moeten ruimen voor louter digitaal contact, een formule waar naar verloop van tijd misschien sleet op komt.

Een behoefte-ondersteunend leerklimaat creëren

Hoewel de data aantonen dat het ABC van studenten voor verbetering vatbaar is, zien we ook grote verschillen tussen studenten in hun mate van behoeftebevrediging en welzijn. Er zijn ook studenten die zich op meer veerkrachtige wijze door deze periode slaan, wat aantoont dat studenten allerminst een homogene groep vormen. Toch wijst de data er in het algemeen op dat nogal wat studenten zich in een kwetsbare positie bevinden. Ondersteuning van het ABC door lesgevers is dan ook wenselijk om hen door deze periode te loodsen. In onderstaande tabel formuleren we alvast ter inspiratie enkele aanbevelingen.

Autonomie

  • Maak ruimte voor dialoog met studenten en luister naar hun mening of suggesties. Studenten die suggesties aanbrengen tonen een constructieve betrokkenheid voor het vak. Door het open staan voor en aanmoedigen van suggesties kunt u sneller oplossingen ontwikkelen voor problemen die zich voordoen.
  • Toon erkenning voor het feit dat het een moeilijke periode is voor studenten. Probeer hun perspectief in te nemen wanneer u de lessen of opdrachten vormgeeft en toon begrip wanneer studenten zich negatief uitlaten of weerstand vertonen.
  • Probeer in te spelen op de leefwereld waar studenten zich op dit moment in bevinden. Door de leerstof of competenties van het vak te koppelen aan hun interesses, de actualiteit of de aanwezige coronacrisis, toont u meteen de meerwaarde van het vak en de leerstof duidelijk.
  • Bied studenten de mogelijkheid aan om taken op een later tijdstip in te dienen en voorzie bijvoorbeeld meerdere indiendata. Deze flexibele opstelling haalt de werkdruk wat naar beneden en creëert zuurstof voor studenten.

Verbondenheid

  • Toon betrokkenheid naar studenten en probeer beschikbaar te zijn. Nogal wat studenten voelen zich geremd om digitaal contact te zoeken. Hoe lager de drempels, hoe makkelijker ze je kunnen contacteren wanneer iets onduidelijk is. Maak daarom aan studenten duidelijk wanneer en op welke manier zij u kunnen contacteren bij moeilijkheden.
  • Probeer de afstand tussen u en uw studenten te verkleinen. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door het online forum bij een vak open te stellen (bij grote groepen van studenten) of door videochat sessies te organiseren met kleinere groepen studenten. Peil hierbij ook naar hun ervaringen en interesses.
  • Durf je kwetsbaar op te stellen. Als je zelf aangeeft dat je het soms lastig hebt en hoe je er mee omgaat, dan kunnen studenten zich hier aan spiegelen. Als we ons groot en sterk tonen, dan hebben studenten het gevoel dat ze dit ook moeten doen.

Competentie

  • Wees transparant over wat u van studenten verwacht en communiceer helder en eenduidig. Wanneer bepaalde zaken nog niet vastliggen, geef studenten dan perspectief en maak duidelijk wanneer je hierover zult communiceren.
  • Probeer na te denken over welke leerdoelen of eindcompetenties studenten noodzakelijkerwijs moeten behalen en welke eerder optioneel zijn. Wees transparant naar studenten toe en deel de resultaten van deze denkoefening met hen. Leg hierbij uit waarom u het belangrijk vindt dat ze bepaalde eindcompetenties beheersen. Zo wordt de relevantie van de lesmaterie meteen ook duidelijk en hebben studenten een duidelijk doel voor ogen.
  • Voorzie zeker in deze periode voldoende voorbeeldexamenvragen of zelfs proefexamens. Studenten zijn meer dan ooit vragende partij hiervoor, omdat het hen houvast biedt over het niveau en type van inzicht dat van hen verlangd wordt voor een vak.
  • Spreek uw vertrouwen uit in de capaciteiten van studenten en geef de boodschap mee dat ze gegeven de moeilijke omstandigheden maar zo goed mogelijk hun best kunnen doen. Een ondersteunende boodschap via het leerplatform kan de moed voor studenten doen toenemen.
  • Studenten geven aan dat ze overspoeld worden door de vele zelfstudietaken en online leerpaden. Niet alle studenten voelen zich bekwaam om deze zelfstandig te doorlopen. Ga daarom na of studenten bijkomende hulp en begeleiding nodig hebben en voorzie bijkomende instructie waar nodig.

 

Ook lesgevers hebben studenten nodig

Bij deze aanbevelingen willen we als laatste nog twee zaken opmerken. Ook lesgevers hebben de studenten nodig. Zo zijn het voor lesgevers onuitgegeven tijden en zitten ook zij soms met de handen in het haar om te bepalen hoe ze hun leerstof zo goed mogelijk tot bij de studenten kunnen krijgen. Door het gebrek aan fysieke bijeenkomsten weten ze bovendien minder wat er leeft bij studenten. Duidelijke feedback vanuit de studenten, een proactieve houding en constructieve onderhandeling, zeker wanneer die gedragen wordt door een grotere groep van studenten, wordt door de meeste lesgevers gewaardeerd. Zij kunnen hiermee aan de slag om beter in te spelen op de noden van studenten.

Om deze afstemming tussen lesgevers en studenten goed te laten verlopen blijkt de coördinatie op het niveau van vakgroepen en faculteiten erg nuttig. Door op vaste momenten overleg in te plannen tussen studentenvertegenwoordigers, decanen, onderwijsdirecteurs en ombudspersonen kunnen geïsoleerde problemen (bijv., individuele vakken) en structurele problemen (bijv. ICT problemen) geïdentificeerd en verholpen worden. Zo ontstaat er een breder overlegklimaat waarin studenten en lesgevers elkaar kunnen tegemoet komen. Opinievorming in de media waarbij lesgevers en studenten tegenover elkaar worden geplaatst kunnen daarentegen onnodig polariserend en contraproductief zijn. Noch de lesgevers noch de studenten zijn homogene groepen. Wat wel vaststaat is dat ze elkaar in deze tijden meer dan ooit wederzijds nodig hebben.

Contact tekst:

Branko Vermote, Maarten Vansteenkiste, Bart Soenens, Joachim Waterschoot en Sofie Morbée, de sectie ontwikkelingspsychologie aan de UGent

Rapport 7: coronabubbels en verbondenheid

 

Zorgt het bubbelen op moederdag voor een boost in onze verbondenheid en motivatie?

Vele moeders zullen zich de moederdag van dit historische coronajaar nog lang herinneren. De regering deed een sociale geste en versoepelde de sociale maatregelen al op zondag 10 mei. Zo kon de bevolking in familieverband samen moederdag vieren. Maar hoeveel families maakten van deze mogelijkheid tot sociale hereniging gebruik? Welke personen stelden een fysieke ontmoeting met familie of vrienden nog even uit? Is het belangrijk om met ‘veel’ bubbels in contact te komen of volstaat een warm contact met één bubbel? Is de ‘regel van 4’ voldoende duidelijk voor de bevolking? Zorgde het maken van sociale keuzes niet voor keuzestress en spanningen in families? En hoe relationeel verkwikkend was het fysieke sociale contact een boost aan de verbondenheid en motivatie van de bevolking? Rapport #7 geeft een antwoord op 5 prangende relationele kwesties op basis van de lopende motivatiebarometerstudie aan de UGent.

 

Verbondenheid: Een psychologische basisbehoefte

De bevolking hunkerde ernaar om opnieuw bij familie of vrienden op bezoek te kunnen gaan. Dat de regering op deze vraag inging, is een goede zaak. Warme sociale contacten en verbondenheid zijn evenzeer basisbehoeftes als eten en drinken. Als we intimiteit en wederzijdse zorg ervaren, als we samen kunnen lachen en plezier maken, dan komt dit ons welbevinden ten goede. We kunnen onze batterijen opladen en dat geeft misschien zelfs nieuwe zuurstof aan onze motivatie om de maatregelen te blijven volgen.

Deze sociale keuze van de regering was goed getimed. Uit de motivatiebarometerstudie aan de UGent, die nu reeds meer dan 50 dagen loopt, bleek dat ons gevoel van verbondenheid geleidelijk afnam sinds het begin van de lockdown. We slaagden er aanvankelijk in om via digitale wegen sociale contacten te onderhouden, maar deze formule vertoonde enige slijtage. Het perspectief om op moederdag fysiek samen te kunnen komen met familie of vrienden was een echte sociale opsteker. Dat deze sociale contacten reeds op moederdag en niet pas vanaf maandag mogelijk waren, getuigt van empathie en flexibiliteit.

Om de eerste bubbelervaringen op moederdag in kaart te brengen werd aan deelnemers vanaf zondag een reeks vragen gesteld over hun sociale ervaringen en contacten op moederdag. Specifiek gaat het om 2174 personen met een gemiddelde leeftijd van 49 jaar (85% vrouwelijk). De studie levert enkele intrigerende resulaten op met directe beleidsimplicaties.

 

1. Bubbelde iedereen op moederdag? 

Neen, niet iedereen maakt gebruik van de sociale versoepeling. Van de bevraagde deelnemers gaf 49% aan dat ze geen contact hadden met een andere bubbel op moederdag, terwijl 51% bekende dat ze met één of meer bubbels in contact kwam (zie figuur 1). Jongvolwassenen (18-35 jaar) maakten significant meer gebruik van de bubbelopportuniteiten in vergelijking met middelbare (35-55 jaar) en late volwassenen (+55 jaar). Alleenstaanden en samenwonenden bubbelden in dezelfde mate. Personen die meer vrijwillig gemotiveerd zijn om de maatregelen te volgen bubbelden minder, terwijl ge-‘moet’-iveerden – zij die de druk voelen om de maatregelen te moeten volgen (bijv. om een boete of kritiek te vermijden) – de bubbelkans gemakkelijker met beide handen grepen. Personen die overtuigd zijn van de noodzaak en het belang van de maatregelen zagen dus vrijwillig af van sociaal contact. Bubbelcontact vermijden was voor hen een keuze waar ze ten volle achter stonden. Ook personen die zich zorgen maken over de aanwezigheid van voldoende medische zorg bleven op moederdag meer thuis en gingen niet bubbelen.  

 

 

Fact #1: Niet iedereen wenst van deze sociale versoepeling gebruik te maken. Vooral burgers die zich uit volle overtuiging houden aan de maatregelen blijken vrijwillig van deze bubbelmogelijkheden af te zien.

 

2. Hoe duidelijk is de regel van 4 en hoe lastig is het kiezen van een bubbel?

Velen wezen er vorige week op dat het maken van sociale keuzes wel eens stroef zou kunnen verlopen. De regel van 4 was onvoldoende duidelijk. Kiezen zou ook keuzestress en spanningen met zich meebrengen, waarbij sommigen in de familie of vriendenkring uit de sociale boot dreigden te vallen. Ook op een verjaardagsfeestje kan je niet al je vrienden en familie uitnodigen. Hoewel wetenschappers en de overheid zich inspanden om de regel van 4 te verduidelijken, blijft deze voor heel wat verwarring zorgen. Op de vraag of men ‘bij het kiezen van een bubbel opmerkte of anderen de regel anders interpreteerden’ gaf bijna 80% aan dat dit het geval was (zie figuur 2a). Eén regel, maar vele, uiteenlopende interpretaties. Zelfs Minister De Block was even in de war over de concretisering van de regel. Ook het kiezen zelf zorgde voor heel wat spanningen in families (zie figuur 2b): 41% van de deelnemers gaf aan ‘veel’ tot ‘erg veel’ spanning te voelen bij het maken van sociale keuzes.

Het is duidelijk dat de regel van 4 nog steeds voor verwarring zorgt. Veel eenvoudiger dan de regel van 4 is de bubbellogica: elke bubbel, of je nu alleenstaand, een koppel of een gezin bent met 8, kan met één en slechts één andere bubbel in contact komen. Een glashelder principe dat ook de virologen bepleiten omdat het de kans op de verspreiding van het virus inperkt. Dat een bubbel van 5 personen nu niet een andere bubbel van 5 personen mag ontmoeten, is bijzonder moeilijk uit te leggen. Als burgers hier dieper over nadenken, dan moeten ze verward raken. Zonder waterdichte onderbouwing wordt het getal 4 gewoon arbitrair. Je zou voor minder burgerlijke ongehoorzaamheid vertonen in zo’n situatie. Bij gebrek aan helderheid vult iedereen deze regel op zijn of haar manier in, waarbij sommigen gezondheidsrisicio’s nemen. Omdat de bevolking het onderliggende principe niet begrijpt, dreigt ze bovendien haar motivatie voor het volgen van de regels te verliezen.

Bovendien beperk je de belasting van het kiezen als je je met slechts één bubbel mag verbinden. In zo’n geval begrijpt iedereen dat je met handen en voeten gebonden bent en heeft men begrip voor de gemaakte keuze. Goed, de nu al legendarische regel van 4 bestaat vandaag en kan niet meer teruggedraaid worden. Maar psychologen hadden op een zinvolle wijze de invulling van de sociale versoepelingsmaatregel ervan kunnen adviseren.  

 

Fact #2: De regel van 4 blijft voor verwarring zorgen. Blijf het meer motiverende en logische bubbelprincipe naar voren schuiven: elke bubbel klikt zich vast met één enkele andere bubbel.

 

3. Wie houdt er zich aan de bubbellogica?

Wetenschappers en de overheid beklemtoonden de afgelopen dagen dat het sociaal contact best tot één bubbel wordt beperkt. Op deze manier breng je je eigen gezondheid en die van anderen het minst in gevaar. Dit is slechts een aanbeveling. Iemand kan met meerdere bubbels in contact komen, zolang het aantal ontmoette personen tot 4 beperkt blijft. Maar wie hield zich aan deze bubbellogica en wie kwam in contact met meerdere bubbels?

De motivatie van de bevolking om zich te schikken naar de regels blijkt hierbij een belangrijke rol te spelen. Burgers die vrijwillig gemotiveerd zijn om de maatregelen te volgen bubbelen niet enkel minder (cfr. conclusie 1), als ze het doen hanteren ze meer de bubbellogica: een ontmoeting met één extra bubbel. Burgers die zich verplicht voelen om zich te schikken naar de maatregelen volgden minder de bubbellogica. Als ‘moet’-ivatie voor het volgen van de maatregelen de overhand neemt, dan is het volgen ervan een lastig karwei. Omwille van de getorste last vinden ge-‘moet’-iveerde burgers dat ze sociale compensatie verdienen: ze zoeken contact op met verschillende andere bubbels. Omdat ge-‘moet’-iveerde burgers meerdere keuzes moesten maken, is het niet verwonderlijk ze ook meer spanningen rapporteerden bij het maken van keuzes.

Fact #3: Niet iedereen houdt zich aan de bubbellogica. Blijf daarom de vrijwillige motivatie om de maatregelen te volgen promoten. Als het initiatief bij de bevolking ligt, dan maken ze op eigen initiatief de meest gezonde en solidaire keuzes.

 

4. Is het bubbelen op zich, de bubbelwarmte of het aantal bubbels belangrijk voor onze verbondenheid?

Zij die op zondag bubbelden, ervaarden in het algemeen een sterkere verbondenheid dan zij die het niet deden, al deed dit gunstige effect zich uitsluitend bij alleenstaanden voor (zie figuur 3). Bubbelen was vooral voor hen een goede zaak.

Profiteerden samenwonenden dan niet van het bubbelen? Jawel, maar opdat samenwonenden zouden profiteren van het bubbelen, moest een belangrijke voorwaarde voldaan zijn: ze dienden een warm contact te hebben tijdens de bubbelontmoeting. Als de ontmoeting oppervlakkig was en men geen klik voelde met de andere bubbelaar(s), dan kwam dit de verbondenheid niet ten goede. Dit bleek zo voor samenwonende, maar ook voor alleenstaande bubbelaars. Verder kwam  voorafgaandelijk familieoverleg bij het maken van bubbelkeuzes de verbondenheid ten goede, terwijl spanningen in het bubbelkeuzeproces voor een verminderd gevoel van verbondenheid zorgden.

Een belangrijke vraag is of de vervulling van de basisbehoefte aan relationele verbondenheid afhangt van het aantal bubbels waarmee men in contact komt? Dit blijkt niet het geval te zijn. Niet zozeer het aantal ontmoette bubbels, maar wel de kwaliteit van de sociale interactie was belangrijk. Zij die aangaven dat ze een warm contact hadden met anderen, al was dit beperkt tot één bubbel, voelden zich meer verbonden. Je kan dus maar beter met één bubbel het goed vinden: een goed gesprek, samen lachen, bijpraten, en zorgen beluisteren en delen,... Deze zaken versterken onze verbondenheid en gaven ook een motivationele boost. Deze conclusie geldt ook voor alleenstaanden. Ook voor hen bleek de uitbreiding van hun individuele bubbel met één nieuw sociaal contact voldoende om relationele zuurstof te geven.

 

 Fact #4: Het bubbelen bevredigt de basisbehoefte aan verbondenheid voor alleenstaanden. Wat echter vooral doorslaggevend blijkt, is de warmte van de ontmoeting, veel meer dan het aantal ontmoette bubbels. Het adagio “less is sometimes more” wordt hiermee bevestigd.

 

5. Zorgde een fysieke ontmoeting met moeder voor een grotere nestwarmte? 

Een fysieke ontmoeting met moeder of de kinderen bleek de nestwarmte goed te doen. Moeders die fysiek contact hadden met hun kinderen en, omgekeerd, kinderen die fysiek contact hadden met hun moeders gaven aan dat hun omgang afgelopen zondag warmer was in vergelijking met zij die enkel digitaal contact hadden. In procenten uitgedrukt bleek 83% van zij die een fysieke ontmoeting hadden (86% van de moeders en 81% van de kinderen) de interactie als warm en intiem te beschrijven (zie figuur 4). Ongetwijfeld duurden fysieke contacten langer dan digitale. Om warmte te ervaren is enige gedeelde tijd noodzakelijk. Verder bleek opnieuw dat een voorafgaand familieoverleg de verbondenheid positief voorspelde. Als familieleden concensus zoeken bij maken van bubbelkeuzes, dan kan iedereen hier vrede mee nemen en dat heeft positieve effecten op de moeder-kind band. Interessant genoeg bleek het fysieke contact ook een gunstig effect te hebben op de vrijwillige motivatie, zowel van moeders als kinderen. Zij die fysiek contact hadden zeiden in sterkere mate gemotiveerd te zijn voor het volgen van de maatregelen.

Fact #5: Een fysieke ontmoeting doet meer deugd dan een digitale ontmoeting, al is het goed om op voorhand goed te overleggen en discussie bij het maken van sociale keuzes te vermijden.
Maarten Vansteenkiste, Bart Soenens, Joachim Waterschoot, Sofie Morbée en Branko Vermote, de sectie ontwikkelingspsychologie aan de UGent 

Rapport 6: Motivatie stijgt licht

 

Motivatie tijdens de ‘volksmarathon’ stijgt licht: Overheid, zet het positieve elan van motiverende communicatie verder!

Het motivationeel draagvlak om de coronamaatregelen te volgen tijdens deze ‘volksmarathon’ slonk in de voorbije weken geleidelijk, van 81% bij het begin van de lockdown naar 51% eind  april. Uit de motivatiebarometer aan de UGent valt er voorzichtig goed nieuws te melden: de vrijwillige motivatie neemt sinds 1 mei terug licht toe. 58% van de bevolking staat na de eerste dag van fase 1 van de exitstrategie volledig achter de maatregelen. De meer motiverende communicatie van de afgelopen dagen, samen met de aankondiging van een aantal versoepelingsmaatregelen, verklaren vermoedelijk dit gunstige effect. Morgen komt de Nationale Veiligheidsraad opnieuw samen. In het verleden bleek de communicatie vanuit de Nationale Veiligheidsraad telkens een motivationeel scharniermoment te zijn. We formuleren concrete adviezen voor de overheid om op een motiverende wijze de bevolking in te lichten en te stimuleren om deze ‘volksmarathon’ te blijven volhouden. Tegelijkertijd moedigen we de bevolking aan om ook zelf kritisch te reflecteren over de eigen motivatie en om gedragsveranderingen diepgaand te verankeren in een nieuwe levensstijl. Niet enkel covid-19 is een besmettelijk virus, dat is ook het geval voor de motivatie van de bevolking.

 

Illustratie 'Samen lopen wij de marathon uit' door Mathias Waterschoot

Illustratie “We lopen samen de marathon.” door Mathias Waterschoot

 

Van kortstondige gedragsverandering naar duurzame gewoonte

De invoering van Fase 1a van het exitplan zorgde voor een versoepeling van een aantal strikte maatregelen. Tegelijkertijd werd ook het dragen van mondmaskers op het openbaar vervoer verplicht. Mondmaskers dragen en afstand houden worden het ‘nieuwe normaal’. Deze gedragingen moeten een volwaardig onderdeel worden van onze nieuwe levensstijl. Net zoals het stoppen bij een rood verkeerslicht een ingebakken gewoonte is, zo moeten deze nieuwe gedragingen ook in onze dagelijkse routine verankerd worden. Opdat dergelijke gedragsveranderingen een gewoonte zouden worden, is vrijwillige motivatie broodnodig. Als de bevolking de noodzaak en meerwaarde van deze maatregelen begrijpt en aan den lijve ondervindt, dan stijgt de kans dat ze deze gedragingen diepgaand verankert en de maatregelen consequent opvolgt.

Sinds 19 maart namen 28678 deelnemers deel aan de ‘Hoe stel jij het in uw kot’-studie van de UGent. De motivatiebarometer geeft een intrigerend beeld van de evoluerende motivatie van de bevolking. Via deze motivatiebarometer houden we de vinger aan de motivationele pols. Twee types motivatie worden dagelijks gemeten: of deelnemers de maatregelen willen volgen omdat ze er pal achter staan (vrijwillige motivatie) dan wel of ze vinden dat ze de maatregelen moeten volgen, bijvoorbeeld om kritiek of een boete te vermijden (‘moet’-ivatie). Het in kaart brengen van de verschuiving in de vrijwillige motivatie (figuur 1) en ‘moet’-ivatie (figuur 2) is belangrijk omdat deze voorspellen of de bevolking zich blijvend aan de maatregelen houdt, dan wel nonchalance begint te vertonen.

Drie bevindingen springen in het oog sinds het weekend na de vorige Nationele Veiligheidsraad op 24 april. Terwijl de vrijwillige motivatie in de afgelopen weken in vrije val leek, is deze daling sinds afgelopen vrijdag gekeerd (figuur 1). Op haar dieptepunt bedroeg het motivationeel draagvlak vorige week 51%. Maar sinds de bevestiging dat de aangekondigde versoepelingsmaatregelen steeg het motivationeel draagvlak opnieuw naar 58%.  Ten tweede nam de ‘moet’-ivatie om de maatregelen te volgen ook af (figuur 2).

Niet alle leeftijdsgroepen bleken even vatbaar voor deze motivationele schommelingen. Vooral de vrijwillige motivatie van jongvolwassenen kende nogal ups en downs: ze daalde tot 35% draagvlak vorige week om opnieuw te klimmen naar 51% tijdens de jongste meting. De vrijwillige motivatie van ouderen blijkt veel stabieler: het motivationeel draagvlak in deze leeftijdsgroep bedroeg al die tijd meer dan 60%. Deze motivationele standvastigheid wijst erop dat ouderen dieper overtuigd zijn van het belang van de maatregelen. Voor hen belichaamt het volgen van de maatregelen een aantal kernwaarden, zoals solidariteit en gezondheid. Dankzij deze grotere overtuiging staan ouderen als het ware ‘boven het gekrakeel in de media en de politiek’. In dit opzicht is hun motivatie minder afhankelijk van externe communicatie en versoepelingsmaatregelen dan het geval is voor jongvolwassenen. Jongvolwassenen kunnen zich in dit opzicht spiegelen aan ouderen.  

 

 

Moederdaggeschenkjes

Minstens twee factoren kunnen deze positieve evolutie verklaren. Ten eerste is de motiverende communicatie vanuit de overheid vorige week verbeterd. Figuur 3 geeft de globale evolutie in motiverende en demotiverende communicatie weer in de afgelopen tien dagen. De zakelijke, versnipperde, en weinig verbindende communicatie van de Nationale Veiligheidsraad op vrijdag 24 april werd als eerder demotiverend ervaren. In de nasleep van de persconferentie vonden deelnemers dat de overheid op een eerder demotiverende wijze bleef communiceren. Men vond dat de overheid niet helder was en men ervaarde weinig steun van de overheid (zie figuur 4). Tegelijkertijd vond men de overheid erg (veel)eisend. De mondmaskersaga van afgelopen week droeg hier ongetwijfeld toe bij. De overheid legde het dragen van mondmaskers op, maar kon haar belofte om haar burgers een mondmasker te bezorgen niet waar maken. Alsof een juf aan haar kleuters belooft om een moederdaggeschenkje te helpen maken, maar dan onverwacht op haar stappen terugkeert en ze allemaal naar huis stuurt met een stappenplan. De ene kleuter is voldoende zelfstandig om het geschenkje zelf te maken, maar de andere moddert maar wat aan. Maar sinds eind vorige week, op het ogenblik dat de verwarring rond de mondmaskers was uitgeklaard, werd de communicatie van de overheid opnieuw als meer motiverend ervaren. Het invoeren van mondmaskers en de duiding bij het waarom hiervan deed de bevolking stilstaan bij haar motivatie, wat helpt verklaren waarom de vrijwillige motivatie bij de bevolking sinds 1 mei terug licht steeg.

Een tweede verklaring voor de toegenomen motivatie is ongetwijfeld de versoepeling op zichzelf. De bevestiging van de aangekondigde versoepelingsmaatregelen vorige week gaf de bevolking de nodige motivationele zuurstof. Dankzij de versoepeling herwint de bevolking een deel van haar verloren vrijheid. Zij die opnieuw gaan uitwerken komen in contact met een breder sociaal netwerk, wat ervoor zorgt dat de batterijen opnieuw kunnen worden opgeladen. Dankzij deze hernieuwde energie kan de bevolking zich blijven inspannen. Het is immers verleidelijk om, na de vele weken van volgehouden inspanning, de regels even aan de laars te lappen.

 

 

 

Voorbij een ‘moet’-iverende oproep tot volharding

Het valt te hopen dat de overheid verder kan gaan op het positieve elan van de afgelopen dagen. Omdat de perceptie van motiverende communicatie echter nog steeds lager ligt dan de perceptie van demotiverende communicatie (zie figuur 3) is er nog groeimarge. De communicatie vanuit de Nationale Veiligheidsraad morgen is opnieuw een motivationeel scharniermoment. Uit onze motivatiebarometer blijkt dat in de nasleep van de persconferenties van 15 en 24 april de vrijwillige motivatie telkens significant daalde, met 11.4% na 15 april en 5.4% na 24 april (zie figuur 1). Hoewel de overheid tijdens die persconferenties de bevolking terecht opriep om vol te houden, is er meer nodig. Een holle oproep tot volharding ‘moet’-iveert enkel, maar motiveert niet noodzakelijk. Motiveren betekent dat de overheid op zo’n manier communiceert dat de bevolking het de moeite vindt om op eigen initiatief vol te houden. Om de overheid te ondersteunen in haar motiverende communicatie geven we in tabel 1 een overzicht van 8 communicatieadviezen.

 

Reboundeffect

Het volgen van maatregelen vergt veel zelfbeheersing van de bevolking. We moeten onszelf bedwingen en aan de verleiding van verboden vruchten (vb. contact met familie) weerstaan. Omdat de bevolking in het rood gaat vreet dit energie. Eén risico bij het afbouwen van de maatregelen is dat er een reboundeffect optreedt. Omdat het volgen van maatregelen veel energie vergt, dreigt de zelfbeheersing bij sommigen in elkaar te stuiken bij een versoepeling van de maatregelen. De slinger slaat dan helemaal naar de andere kant, een fenomeen dat in de psychologie gekend is onder de noemer psychologische reactantie. Als sociaal contact is toegelaten, dan gaan we bijvoorbeeld uit de bol, waarbij we erg nonchalant omspringen met de maatregelen. Het risico op een dergelijk rebound-effect is groter als de zelfbeheersing meer ge-moet-iveerd is. Denk aan huishoudelijke of administratieve taken die je tegen je zin doet, omdat het moet. Je gezinsleden ’s avonds zijn wel vaker de dupe van de last die je overdag moest torsen. Vrijwillige motivatie vergt veel minder energie. Als de bevolking uit volle overtuiging de maatregelen volgt, dan houden ze dit langer vol. Dan wordt een tijdelijke gedragsverandering een gewoonte.

 

De geest van de maatregelen

Niet enkel de overheid kan haar motiverende taak ter harte nemen, elke burger kan zich ook kritisch de vraag stellen waarom hij of zij inspant voor het volgen van de maatregelen. Door de meerwaarde voor het volgen van maatregelen voor zichzelf helder te krijgen worden de maatregelen dieper verankerd. Ze worden een onderdeel van onze nieuwe levensstijl. Burgers kunnen hierbij geen perfect motivationeel parcours verwachten van de overheid. Bij het versoepelen van de maatregelen zullen bepaalde bevolkingsgroepen zich ongetwijfeld achtergesteld voelen. De regels zullen ook niet waterdicht zijn, want we zullen vaker met onvoorziene omstandigheden geconfronteerd worden. Goodwill van de bevolking is dan op zijn plaats. Veeleer dan de maatregelen enkel naar de letter van de wet te interpreteren, is het de kunst om dan de geest van de maatregelen te zien. Dit kan je doen door de noodzaak van de maatregelen voor jezelf scherp te krijgen. De bedenking dat het volgen van de maatregelen een daad van solidariteit is, is hierbij behulpzaam. Je beschermt niet enkel je eigen gezondheid maar ook die van je naasten en andere burgers. Deze altruïstische bekommernis vormt een tegengif tegen eigenbelang om de maatregelen te volgen. Als dit eigenbelang primeert, dan wordt de afvalligheid van de maatregelen een nieuw virus. Gedemotiveerde medeburgers besmetten elkaar. Een koppel dat bij een doe-het-zelf-zaak apart aanschuift om toch samen te kunnen winkelen werkt kopieergedrag in de hand. Maar dat geldt natuurlijk ook omgekeerd: ook vrijwillige motivatie is besmettelijk. Elke burger kan dan ook het verschil maken door zich verstandig en met volle overtuiging achter de maatregelen te scharen, en zo anderen te inspireren.

 

Maarten Vansteenkiste, Bart Soenens, Joachim Waterschoot, Sofie Morbée en Branko Vermote, de sectie ontwikkelingspsychologie aan de UGentoei

Contact cartoon:

-       E-mail: mathias.waterschoot@hotmail.com

-       Web: https://www.facebook.com/MathiasIllustrations

 

Rapport 5: de vermoeidheid slaat toe

De vermoeidheid tijdens de volksmarathon slaat toe: Evoluties in motivatie, mentale gezondheid en (de)motiverende overheidscommunicatie

De Nationale Veiligheidsraad stelde vorige vrijdagavond een reeks versoepelingsmaatregelen voor. Deze geven de bevolking perspectief, al is de invoering ervan voorwaardelijk en moesten er harde keuzes gemaakt worden. Onze sociale contacten staan noodgedwongen nog langere tijd op een laag pitje. Meer dan ooit komt het eropaan om vol te houden tijdens deze ‘volksmarathon’, waarbij het cruciaal is dat de overheid de bevolking motiveert, inspireert, en verbindt. Zonder voldoende en kwaliteitsvolle motivatie begint de bevolking de maatregelen aan haar laars te lappen. Zonder een verbindend verhaal dreigt het welzijn van de bevolking achteruit te gaan. Maar de motivatiebarometer die sinds 19 maart aan de UGent dagelijks de motivatie en het welbevinden van burgers in kaart brengt, toont aan dat de vermoeidheid toeslaat. In een eerste deel geven we een overzicht van deze resultaten, terwijl we in een tweede deel dieper ingaan op de (de)motiverende communicatiestijl van de overheid.

 

Volksmarathon

De zevende week van deze volksmarathon is begonnen. Net zoals de langdurige inspanning voor gewone marathonlopers slopend is, zo ook de gezamenlijke inspanning van de bevolking tijdens deze collectieve marathon. Het einddoel is duidelijk: de coronacrisis bezweren. De grilligheid van het virus zorgt er echter voordat de timing ervan onvoorspelbaar is. Ook gewone marathonlopers schatten niet steeds goed in wanneer ze de finish zullen bereiken. Anders dan bij een gewone marathon, is het parcours van deze volksmarathon onontgonnen terrein en is het zelfs onduidelijk waar de eindmeet ligt. Maar de overheid en wetenschappers kunnen in de rol van sportcoach de bevolking richting de eindmeet gidsen via een stimulerende en wervende communicatie. Meer dan ooit is er nood aan motiverend leiderschap want de impact van deze volksmarathon is veel groter dan van een gewone marathon. Niet enkel voor de fysieke gezondheid, maar ook op mentaal, sociaal en economisch vlak zijn de gevolgen ongezien.

 

DEEL I - Resultaten uit de motivatiebarometer

Motivatietrends: Hoe gemotiveerd blijven we?

Dat de ingrijpende en langdurige lockdownmaatregelen beginnen te wegen op de bevolking is begrijpelijk. Sommigen hebben de man met de hamer al ontmoet, anderen vrezen hem. Dit is ook merkbaar in de evolutie van het motivationeel draagvlak voor de maatregelen. Sinds 19 maart namen 23 845 deelnemers deel aan de ‘Hoe stel jij het in uw kot’-studie aan de UGent. Twee types motivatie worden dagelijks gemeten: of deelnemers de maatregelen willen volgen omdat ze er pal achter staan (vrijwillige motivatie) of de maatregelen moeten volgen, bijvoorbeeld om kritiek of een boete te vermijden (‘moet’-ivatie). Het in kaart brengen van de verschuiving in de vrijwillige motivatie (figuur 1) en ‘moet’-ivatie (figuur 2) is belangrijk omdat deze voorspelt of de bevolking zich blijvend aan de maatregelen houdt, dan wel nonchalance begint te vertonen. De evolutie van beide types motivatie is bijzonder interessant. In de figuren worden significante gebeurtenissen vermeld, zoals de communicatie vanuit het crisiscentrum en de veiligheidsraden op 15 april en 24 april. Drie bevindingen springen in het oog.

Ten eerste brokkelt het motivationeel draagvlak geleidelijk af (de volle lijn in figuur 1). Uitgedrukt in procenten (die niet in de grafiek staan) stond in het begin van de lockdown (19-22 maart) nog 80.7 procent van de deelnemers pal achter de maatregelen. In de afgelopen drie dagen (25-27 april) bedroeg dit 55.4 procent. De daling in vrijwilige motivatie verloopt vrij geleidelijk, met enkele opvallende versnellingen in de afname. Zo blijkt er een sterkere daling te zijn bij het begin van de paasvakantie en in de nasleep van  beide veiligheidsraden van 15 april en 24 april (zie sterren in de figuur). Tegelijkertijd was er een stijging na 7 april, de dag waarop het crisiscentrum bepaalde maatregelen verfijnde, zoals de mogelijkheid voor ouderen om op een parkbank uit te rusten.

Ten tweede vertoont  de ‘moet’-ivatie een meer schommelend patroon (de volle lijn in figuur 2), waarbij deze op elk moment lager ligt dan de  vrijwillige motivatie. Dat is uitstekend nieuws want vrijwillige motivatie is een sterkere voorspeller van het effectief opvolgen van de maatregelen. Wat de evolutie in ‘moet’-ivatie betreft, was deze in het begin van de lockdown enigszins verhoogd. De maatregelen waren erg ingrijpend en vormden een sterke inbreuk op onze levensstijl. Na een aanpassingsperiode daalde de ‘moet’-ivatie, terwijl de vrijwillige motivatie hoog bleef. Vanaf begin april nam de ‘moet’-ivatie geleidelijk toe en dit in het bijzonder in het begin van de paasvakantie om vervolgens licht te dalen na 8 april, de dag waarop het crisiscentrum bepaalde maatregelen verfijnde. Deze daling bleek tijdelijk want een steilere stijging volgde na de veiligheidsraad rond de woonzorgcentra.

Ten slotte springen de leeftijdseffecten in het oog (zie ook rapport #1 en rapport #2). Hoewel de motivatietrends parallel lopen in verschillende leeftijdsgroepen zijn ouderen (zie gestreepte lijnen in figuren 1 en 2) vanaf het begin van de lockdown meer overtuigd van de noodzaak en het belang van de maatregelen en voelen ze deze minder aan als een verplichting. Ouderen kunnen zich makkelijker vereenzelvigen met het maatschappelijk belang van de maatregelen. Ze verbinden de maatregelen gemakkelijker met belangrijke waarden zoals solidariteit, en dit motiveert hen om de maatregelen trouw te volgen.

Evolutie van types motivatie over tijd

(tip: tik op de figuren om te vergroten)

 

Onze mentale gezondheid: Hoe stellen we het in ons kot?

De motivatiebarometer brengt ook dagelijks het welbevinden in kaart, net als de voedingsbodem ervan. We beschikken niet enkel over fysieke basisbehoeftes (vb. honger, dorst), maar ook over psychologische basisbehoeftes die je kan onthouden aan de hand van het acroniem ABC: A van autonomie, B van verBondenheid, en C van competentie. Zoals voldoende eten en drinken cruciaal is voor ons fysiek welbevinden, zo is de bevrediging van deze psychologische basisbehoeftes de voedingsbodem voor ons welbevinden en veerkracht. Het zijn de vitamines voor onze groei. Hoe meer deze zijn voldaan, hoe meer we onze batterijen opladen en hoe meer levensgeluk we rapporteren. Hoe meer we ook gemotiveerd blijven om de maatregelen te volgen. Duurzame gedragsverandering vereist energie, die de basisbehoeftes aanleveren. Als deze basisbehoeftes worden gefrustreerd, dan voelen we ons uitgeput en moedeloos.

In de motivatiebarometer peilen we dagelijks naar de mate waarin de behoeftes aan autonomie en verbondenheid zijn voldaan. Als de behoefte aan autonomie is bevredigd, dan ervaren we een gevoel van keuze en vrijheid in ons handelen, denken, en voelen. In het geval van autonomiefrustratie voelen we ons geremd en gekortwiekt. Als de behoefte aan verbondenheid is voldaan, dan hebben we warme, hechte contacten met naasten, voor wie we graag zorgen. In het geval van frustratie voelen we ons eenzaam en geïsoleerd. De evolutie in de bevrediging van de basisbehoeftes autonomie en verbondenheid, depressieve en angstklachten vind je in figuren 3 en 4. We stippen hier drie bevindingen aan.

Ten eerste blijkt dat onze basisbehoeftes meer zijn voldaan dan gefrustreerd. De scores bevinden zich boven de nullijn in de figuur. Als we beide behoeftes onderling vergelijken, dan blijkt dat we significant meer verbondenheid dan autonomie ervaren. Ondanks de maatregelen om contact te vermijden en afstand te houden, vinden we dus digitale alternatieven om deze behoefte te vervullen. Hierbij kunnen de handklapacties ook de verbondenheid met buren versterken. Maar de lockdown legt onze keuzevrijheid natuurlijk in grote mate aan banden, waardoor veel mensen weinig autonomie ervaren.

Ten tweede toont de evolutie in deze basisbehoeftes aan dat de bevrediging ervan afneemt, in het bijzonder in de laatste dagen sinds de laatste veiligheidsraad. De bevrediging van beide behoeftes stagneerde voordien lange tijd, met als uitzondering een lichte daling in het begin van de paasvakantie. Velen hadden misschien vakantieplannen met familie of vrienden die ze noodgedwongen dienden op te bergen. Ondanks de aankondiging van een aantal versoepelingsmaatregelen tijdens de jongste veiligheidsraad blijken deelnemers significant minder autonomie en verbondenheid ervaren te hebben in het afgelopen weekend. De regering bood dan wel enig perspectief op een exit, maar de maatregelen waren voorwaardelijk. Bij de bevolking drong afgelopen weekend ongetwijfeld ook het besef door dat deze coronacrisis en de bijhorende strikte maatregelen nog bijzonder lang kunnen duren. Omdat we niet op korte termijn familie kunnen ontmoeten – terwijl er hier in de gelekte nota wel sprake van was – kreeg onze verbondenheid een onmiddellijke ‘knauw’. Ook onze autonomie leed hieronder: we voelen ons meer gekooid dan ooit.

Ten derde verloopt de evolutie in de angst- en depressieve klachten van de deelnemers parallel. Er is een significante toename merkbaar in de angst- en depressieve klachten sinds afgelopen weekend. De verminderde autonomie- en verbondenheidsbevrediging kan dit verklaren. Wat de evolutie in angst betreft, was er een aanvankelijke piek in het begin van de lockdown, wellicht ingegeven door de onduidelijkheid van de situatie op dat ogenblik. Door duidelijke communicatie over de te volgen maatregelen in het begin van de lockdown nam deze angst af om dan te stabiliseren tot afgelopen weekend. Sinds de laatste veiligheidsraad namen zowel de angst als depressieve klachten significant toe.

Evolutie van psychologische basisbehoeften en problematiek over tijd

(tip: tik op de figuren om te vergroten)

 

DEEL II - De overheid: Hoe motiverend en inspirerend is haar aanpak?

Overzicht van de rol van de overheid en haar burgersOm de dalende motivatie en de toenemende autonomie- en verbondenheidsfrustratie een halt toe te roepen, is er een taak weggelegd voor zowel de overheid als haar bevolking. Figuur 5 geeft drie cruciale pijlers aan. De overheid kan via het hanteren van een motiverende en inspirerende communicatie (Pijler 1) inspelen op de basisbehoeftes aan autonomie, verbondenheid en competentie om zo de motivatie van de bevolking te versterken. Tegelijkertijd is er meer dan ooit nood aan een motivatiecampagne (Pijler 2). Maar ook de bevolking kan haar steentje bijdragen, bijvoorbeeld door zelf op zoek te gaan naar activiteiten die maximaal aansluiten bij de basisbehoeftes aan autonomie, verbondenheid en competentie (Pijler 3). Concrete richtlijnen hiertoe gaven we in rapport #3 mee. 

 

Motiverend communiceren werkt!

In de dagelijkse interviews met de geschreven en gesproken pers kan de overheid meer of minder motiverend communiceren. Psychologische scharniermomenten zijn de persconferenties na de bijeenkomst van de veiligheidsraad. Dit zijn de momenten bij uitstek om te inspireren en te verbinden. Het is opvallend dat in de nasleep van de twee jongste veiligheidsraden er significante wijzigingen in de motivatie en mentale gezondheid merkbaar zijn. In de dagen na beide veiligheidsraden daalde het motivationeel draagvlak versneld, terwijl in de dagen na de veiligheidsraad rond de exitstrategie ook de behoeftebevrediging afnam en depressieve- en angstklachten toenamen. Dit voorspelt niet veel goeds voor de verschuivingen in motivatie en maatregeltrouwheid op langere termijn. Dit betekent tegelijkertijd dat zorg voor motiverende communicatie op deze psychologische scharniermomenten erg noodzakelijk is.

Als de overheid erin slaagt om motiverend te communiceren, dan kan dit een buffer vormen tegen de afbrokkelende motivatie. De deelnemers uit de eerste week van de motivatiebarometer worden binnen de ‘Hoe stel jij het in uw kot’-studie wekelijks opnieuw bevraagd. Deze opvolging over tijd laat toe om na te gaan of de daling in vrijwillige motivatie kan afgeremd worden indien burgers de communicatie als motiverend ervaren. Dat blijkt het geval! Figuur 6 toont aan dat motiverend communiceren ervoor zorgt dat de vrijwillige motivatie hoger ligt (de blauwe lijn ligt boven de rode lijn). Bovendien zijn burgers die vonden dat de overheid een zinvolle uitleg gaf voor de maatregelen, waardering en begrip toonde voor hun inspanningen en heldere verwachtingen communiceerde, relatief minder vatbaar voor een daling in vrijwillige motivatie (de blauwe lijn daalt minder steil dan de rode lijn). Motiverend communiceren ‘flattens the motivation curve’

Verschuiving in motivatie naargelang overheidscommunicatie

Hoe motiverend wordt de overheid ervaren?

Sinds 23 april wordt binnen de motivatiebarometer ook de (de)motiverende communicatiestijl van de overheid in kaart gebracht. Ondertussen vulden 2742 deelnemers (73.4% vrouwelijk; gemiddelde leeftijd = 52.49 jaar) deze vragenlijst in. Hierbij geldt het leiderschapsmodel in figuur 7 met verschillende motiverende en demotiverende stijlen als inspiratiebron. Als we de motiverende stijl vergelijken met de demotiverende stijl dan blijkt dat, gemiddeld genomen, de bevolking de communicatie iets meer demotiverend dan motiverend vindt. Figuur 8 geeft dit ook weer in een spindiagram. Deze vormt bijna een cirkel, wat er op wijst dat de motiverende en demotiverende stijlen in dezelfde mate voorkomen. Figuur 9 biedt een procentueel overzicht van de mate waarin de verschillende stijlen voorkomen. Het gaat hier om het percentage van de bevolking dat een topscore toekent aan de overheidscommunicatie. Deze resultaten geven aan dat er nog veel ruimte is voor een meer motiverende en stimulerende communicatiestijl van de overheid. De topscores zijn er vooral voor een afwachtende aanpak van de regereing. De bevolking vraagt om motiverende daadkracht. Dit is erg cruciaal want de (de)motiverende stijl van de overheid blijkt een krachtige voorspeller van de vrijwillige motivatie, moet-ivatie en moedeloosheid van de bevolking. In deze downloadbare tabel vind je een overzicht van de verschillende do’s en don’ts in de communicatie, geïllustreerd met concrete voorbeelden.

Leiderschapskompas voor de overheid

Tegelijkertijd is het natuurlijk zo dat gedemotiveerde burgers ook vanuit een bepaalde bril naar de overheidscommunicatie kijken. Als je zelf al weerstand voelt tegen het volgen van de maatregelen, dan is de kans groter dat je de communicatie van de overheid, ook al is die goedbedoeld, ervaart als ontoereikend en onvoldoende overtuigend. Elke vraag naar een extra inspanning, zelfs wanneer goed gekaderd, zou wel eens verder verzet en moet-ivatie kunnen oproepen. Gemotiveerde burgers bekijken de zaken vanuit een rooskleurigere bril en ervaren de communicatie als meer motiverend.

Procentuele topscores voor (de)motiverende communicatiestijl

Een tijdelijke dip of een neerwaartse trend?

De resultaten van motivatiebarometer tonen aan dat we op een moeilijk moment zitten in de marathon. De kilometers wegen en de eindmeet lijkt plots ver weg. De vraag hoe pijnlijk de volgende kilometers zullen worden, roept angst en onzekerheid op en doet ons twijfelen of we de eindmeet wel halen. Of dit slechts een tijdelijk dip betreft dan wel een neerwaartse trend is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat we op een psychologisch scharniermoment zitten in de marathon en dat de bevolking gebaat is bij een motiverende en inspirerende overheid: een overheid die met een duidelijke visie, heldere principes waar iedereen zich kan achter scharen, en een verbindend verhaal haar bevolking de weg wijst.   

Contact cartoon:

-       E-mail:

-       Web: https://www.facebook.com/MathiasIllustrations

Maarten Vansteenkiste, Bart Soenens, Joachim Waterschoot, Sofie Morbée en Branko Vermote

Rapport 4: een slinkend draagvlak

Het motivationeel draagvlak voor de volksmarathon slinkt: Het leiderschapskompas als leidraad voor motiverende communicatie

(21-04-2020) Marathonlopers bereiden zich grondig voor op een wedstrijd. Niet enkel fysiek, maar ook mentaal: ze beschikken over psychologische strategieën om zich door moeilijke momenten heen te bijten. Ze hebben ook een tactisch plan: ze delen hun wedstrijd goed in op basis van parcourskennis en de tegenstand. De gehele bevolking loopt nu reeds meer dan 5 weken een collectieve marathon. Ze was niet voorbereid op deze uitzonderlijke gebeurtenis: geen fysieke training, geen mentale ondersteuning voor de race, geen tactisch plan hoe we kunnen volhouden tot de finish. Terwijl een marathonloper er alleen voor staat en zichzelf dient te motiveren, kunnen wetenschappers en politici het voortouw nemen in het motiveren en aansturen van de bevolking. Dat is een voordeel. Motiverend leiderschap is vandaag meer dan ooit nodig, want het motivationeel draagvlak bij de bevolking slinkt de laatste tien dagen snel. Dit tonen de resultaten uit de ‘Hoe stel jij het in uw kot’-studie aan de UGent aan. Om de motivationele intuïtie van wetenschappers en politici aan te scherpen, stelden we een checklist samen met 18 aanbevelingen voor motiverende communicatie.  

Motiverend leiderschap is vandaag meer dan ooit nodig, want het motivationeel draagvlak bij de bevolking slinkt de laatste tien dagen snel

Overtuiging daalt zienderogen

Sinds 19 maart, het begin van de lockdown, wordt de motivatie van de bevolking om zich aan de maatregelen te houden dagelijks gemeten. In totaal vulden 18476 deelnemers (74% vrouwen) een online enquête in, waarbij hun motivatie, veerkracht, en welbevinden wordt gemeten. De resultaten van deze motivatiebarometer zijn belangrijk omdat de motivatie van de bevolking het draagvlak voor de lockdown maatregelen weerspiegelt en aangeeft in welke mate de bevolking bereid blijft om de maatregelen te volgen. Meer motivatie is hierbij niet per definitie een betere zaak. Er zijn verschillende types motivatie. Het is vooral cruciaal dat de bevolking vol overtuigd blijft van de noodzaak van de maatregelen opdat ze zich op eigen initiatief aan de maatregelen zou houden. Veelvuldig onderzoek in de motivatiepsychologie toont aan dat deze vrijwillige motivatie een veel sterkere voorspeller is van het nauwgezet volgen van de maatregelen dan moet’-ivatie1. Dit is het type motivatie waarbij de bevolking zich verplicht voelt om zich aan de maatregelen te volgen. Op deze manier vermijd je een boete, kritiek of misprijzen van anderen. Ook in de lopende studie zorgt de aanwezigheid van vrijwillige motivatie bij de bevolking ervoor dat men zich meer aan de maatregelen houdt. ‘Moet’-ivatie doet dat niet en gaat zelfs gepaard met verzet.

Gedurende bijna 5 weken werden deze beide types motivatie gemeten. De resultaten van de verschuiving in beide types motivatie staan weergegeven in figuur 1a en 1b. In de eerste week stond 81% van de bevolking pal achter de maatregelen. Hoewel dit in de derde week licht daalde tot 76% (zie rapport 2), vereenzelvigde nog steeds driekwart van de bevolking zich met de maatregelen. In de afgelopen 10 dagen is dit draagvlak echter snel verkruimeld tot 63% (zie zwarte lijn). Geen enkele leeftijdsgroep blijkt immuun voor deze afname. Vooral bij de jongvolwassenen staat het motivationeel draagvlak op een laag pitje want het zakt voor het eerst onder de 50%. Tegelijkertijd is er een lichte toename merkbaar in het percentage burgers dat hoog scoort op ‘moet’-ivatie.

Evolutie van hoge vrijwillige motivatie en 'moet'-ivatie over leeftijdsgroepen.

Hoewel de ‘moet’-itvatie nog niet de overhand neemt op de vrijwillige motivatie zijn deze cijfers toch zorgwekkend. Ze zijn een voorbode van een toenemende afvalligheid bij de bevolking. In onze cijfers is dit vooralsnog maar beperkt zichtbaar: het percentage deelnemers dat beweert zich consequent aan de maatregelen te houden daalt licht. Maar het groot aantal politie-interventies wijst erop dat we nonchalanter worden. Een online vragenlijst is gewillig voor sociaal wenselijk antwoordgedrag. Oudere generaties zijn het meest gewetensvol in het volgen van de maatregelen, precies omdat ze een grotere mate van vrijwillige motivatie vertonen.   

Motiverend leiderschap

De vraag rijst hoe we iedereen bij de les kunnen houden. Omdat ordehandhavers onmogelijk als een big brother boven de bevolking kunnen cirkelen om ieders gedrag te monitoren, is het erg cruciaal om te blijven investeren in de vrijwillige motivatie van de bevolking. Hiertoe is motiverend leiderschap van politici en wetenschappers vereist. De manier waarop de overheid en politici communiceren, bepaalt in sterke mate of de bevolking het de moeite vindt om zich te blijven inspannen dan wel de regels aan haar laars begint te lappen. Het leiderschapskompas in figuur 2 geeft hiertoe directe aanwijzingen. Leiderschapskompas met motiverende en demotiverende communicatiestijlen

Motiveren is in deze situatie geen vanzelfsprekendheid. Het is een delicate evenwichtsoefening omdat de maatregelen in de persoonlijke levenssfeer van de bevolking ingrijpen en omdat de lockdownperiode nu reeds lang bezig is. Het is dan ook de kunst om de maatregelen – wat in de figuur onder structuur valt (rechts) – op zo’n manier te communiceren dat de bevolking er begrip voor blijft opbrengen en zich er vrijwillig naar schikt. Hiertoe is een autonomieondersteunende communicatiestijl cruciaal (rechtsboven). Wanneer burgers in toenemende mate de maatregelen overtreden, bestaat het risico dat beleidsmakers en ordehandhavers op een meer dwingende en controlerende manier beginnen te communiceren (linksonder). Door de druk op te voeren hopen ze dan iedereen snel terug in het gareel te krijgen. In realiteit gooit druk vaak olie op het vuur en dan zijn we nog verder van huis. 

Tabel 1 bevat een uitgebreide communicatiechecklist met 18 aanbevelingen. Voor elke zone uit het leiderschapskompas worden communicatierichtlijnen gegeven waarbij concrete voorbeelden vermeld staan in de derde kolom. De verschillende overkoepelende stijlen in figuur 2 (autonomieondersteuning, structuur, controle, chaos) worden telkens in twee zones opgesplitst. De cirkel in figuur 2 fungeert hierbij echt als een kompas: er is een wenselijke richting, zijnde de combinatie van structuur én autonomieondersteuning. De kleuren in de tabel verwijzen groene communicatierichtlijnen naar wenselijke communicatiestrategieën omwille van hun motiverend effect, terwijl rode communicatierichtlijnen verwijzen naar onwenselijke communicatiestrategieën omwille van hun louter ‘moet’-iverend of zelfs demotiverend effect.communicatie overheid

In de laatste dagen van de lopende studie werd aan de deelnemers (N = 1124) gevraagd wat ze vinden van de communicatie van de overheid. Het percentage deelnemers dat vindt dat de overheid de vermelde communicatiestrategie in sterke mate hanteert, staat in de rechterkolom en wordt afgebeeld in Figuur 3. Globaal wijzen de bevindingen erop dat de meeste burgers de communicatie van de overheid als eerder motiverend ervaren. De scores voor motiverende communicatie liggen echter niet veel hoger dan die voor demotiverende communicatie, en er zijn bovendien veel verschillen tussen mensen. Er is dus wel enige marge voor verbetering op het vlak van communicatie.

Voor het model in figuur 2 werd in verschillende levensdomeinen, zoals onderwijs, sport en werk 2, 3 ,4 , empirisch bewijs gevonden. Leerlingen, atleten en werknemers zijn allen gebaat met leraren, sportcoaches en leidinggevenden die én structuur en houvast bieden én dit op een participatieve en afstemmende wijze. De resultaten uit deze lopende studie wijzen op een zelfde patroon bij de bevolking.

De manier waarop de overheid en politici communiceren, bepaalt in sterke mate of de bevolking het de moeite vindt om zich te blijven inspannen dan wel de regels aan haar laars begint te lappen. 

Motivationele intuïtie aanscherpen

Communicatie wordt in de komende weken één van de sleutels om de bevolking succesvol door deze crisis te loodsen. Hoewel wetenschappers en politici vandaag hun uiterste best doen om motiverend te communiceren, laten ze zich hierbij – logischerwijze - leiden door hun motivationele intuïtie. Vanuit de motivatiepsychologie kan deze intuïtie aangescherpt worden. Om wetenschappers en politici hierbij te helpen, stelden we dan ook deze checklist samen. We moedigen iedereen vandaag dan ook expliciet aan om deze communicatiestrategieën ter harte te nemen. Wetenschappers en politici kunnen deze doorlopen vooraleer ze de bevolking toespreken of de vragen van journalisten beantwoorden. Deze checklist kan ook het exit-comité helpen om goed doordachte keuzes te maken en deze motiverend te communiceren.

 

Tabel 1 - Do’s en don’ts van motiverende en demotiverende communicatie

Zone

Checklist

Toelichting en voorbeeld

%

 

 

Participatief

P1. Toets je het draagvlak voor een maatregel goed af?

Maatregelen zullen pas nageleefd worden indien men er achter staat. De mogelijkheid om ouderen te bezoeken in woonzorgcentra werd bijvoorbeeld onvoldoende doorgesproken met de sector, waardoor de maatregel moest teruggedraaid worden.

 

53.6%

P2. Pik je signalen uit diverse sectoren op en beluister je deze?

Verschillende sectoren (cfr. tuincentra, tennisfederatie) dringen op een versoepeling aan en bedenken zelf creatieve oplossingen waarbij ze de maatregelen in acht nemen. Hun stem beluisteren is cruciaal.

 

/

 

 

 

 

   Afstemmend

A1. Voorzie je een zinvolle en logische uitleg voor het invoeren, behouden of (gedeeltelijk) versoepelen van een maatregel?

Hoe meer de bevolking begrijpt waarom een maatregel moet ingevoerd worden (cfr. discussie over de bankjes) of behouden blijven, hoe groter de bereidheid om zich er naar te schikken (cfr. speech van Angelina Merkel). Onderschat de bevolking hierbij niet. Als er een versoepeling komt aan verschillende snelheden, is een logische uitleg voor zij die in het keurslijf blijven broodnodig.

41.2%

A2. Toon je begrip voor de inspanningen van de bevolking?

Probeer erkentelijk te zijn voor de last die de bevolking vandaag torst. Erken dat er veel van de mensen gevraagd wordt en dat het zware tijden zijn. Door expliciet je dankbaarheid te tonen voor de inspanningen, stel je je empatisch op. Zo voelt de bevolking zich meer begrepen en blijft ze meer bereid om de gevraagde inspanningen op te brengen.

 

47.2%

A3. Werk je verbindend door te wijzen op solidariteit en het collectief belang?

Het helpen van anderen, iets doen voor de samenleving, het zorg dragen voor elkaar, het zijn belangrijke waarden waar vrijwel iedereen belang aan hecht. Benadruk dat het volgen van de maatregelen een daad van altruïsme is.

/

A4. Maak je gebruik van herkenbare beeldspraak?

Een beeld zegt veel meer dan woorden. Als een beeldspraak treffend is, dan voelt de bevolking zich begrepen. Het beeld van de collectieve marathon is herkenbaar, waarbij gelijkenissen en verschillen helpen om de bevolking te informeren.

/

 

 

 

   

Begeleidend

B1. Geef je concrete en heldere richtlijnen?

Formuleer zeer concrete verwachtingen bij het invoeren van nieuwe maatregelen of het formuleren van aanbevelingen. Hoe helderder geformuleerd (bijv. via stappenplan), hoe groter de kans dat de bevolking zich eraan houdt.  Als er over de modaliteiten nog geen duidelijkheid is, wacht dan met communiceren (cfr. mondmaskers) .

28.6%

B2. Bekrachtig je de inspanning van de bevolking?

Positieve feedback werkt motiverend. Het vertrouwen bij de bevolking groeit dat we samen deze crisis aankunnen. Leg hierbij een direct verband tussen de inspanningen van de bevolking en concrete resultaten en visualiseer dit. Net zoals gezond eten en bewegen enkel tot gewichtsbehoud leidt, kan het lijken alsof onze huidige inspanningen geen zichtbaar resultaat opleveren.

/

B3. Voorzie je tussenstappen?

 

Elke marathonloper formuleert specifieke tussendoelen en motiveert zich om naar een volgend tussendoel te werken. Dit geeft moed want een tussendoel is haalbaar. Als de bevolking een tussendoel behaalt, dan geeft dit een motivationele boost. Het geloof om de lockdownmarathon uit te lopen, groeit. Een tussendoel is een specifieke, cruciale indicator van progressie, zoals het aantal ziekenhuisopnames.

/

 

 

 

  Verhelderend

V1. Communiceer je op vaste tijdstippen?

De bevolking wordt ongeduldig. De onzekerheid over het al of niet versoepelen van de maatregelen weegt. Door een vast, wekelijks communicatiemoment te voorzien over de aanpak van de lockdownmaatregelen krijgt de bevolking een strohalm om zich aan vast te klampen. Zo stellen journalisten niet langer dagelijks de vraag of en wanneer de lockdownmaatregelen versoepeld worden.

/

V2. Wijs je op de gevolgen van het (niet) naleven van de maatregelen?

Het is cruciaal om de bevolking te informeren over de gevolgen van het naleven én niet naleven van de maatregelen. Hierbij voorzie je best duiding (cfr. afstemmende zone) zodat er inzicht groeit bij de bevolking. Je zorgt hierbij voor transparantie en communiceert eerlijk. Een goed voorbeeld zijn grafieken die weergeven hoe de ziekenhuisopnames zouden evolueren indien de maatregelen volledig losgelaten worden.

81.5%

V3. Communiceer je eensgezind?

 

Eendracht maakt macht. Door als overheid eensgezind te communiceren en aan een zelfde zeel te trekken, kan de bevolking zich hier aan spiegelen. Een gebrek aan eensgezindheid zorgt voor verwarring (cfr. maatregel rond woonzorgcentra)

17.8%

 

    Eisend

E1. Zet je te veel druk op de bevolking?

De huidige maatregelen vergen een grote inspanning van de bevolking, zeker van alleenstaanden en jongere doelgroepen. Probeer redelijk te zijn in de eisen die je blijft stellen. Als de bevolking ge-moet-iveerd raakt, dan gaat ze in weerstand en is de kans klein dat ze dit volhoudt. 

/

E2. Communiceer je op een dwingende wijze?

Probeer te letten op je taalgebruik. Woorden zoals ‘moeten’, ‘horen’ of ‘verplichten’ roepen moet-ivatie op (vb. ‘jullie moeten blijven volhouden’). Vervang deze door meer uitnodigend maar niet-vrijblijvend taalgebruik, zoals ‘vragen’ of ‘willen’ (vb. ‘we vragen aan iedereen om vol te houden’).

13.8%

 

 

   Dominerend

D1. Speel je in op angst bij de bevolking?

 

Angst is geen goede raadgever. Een doembeeld schetsen en angst induceren kan aanzetten tot kortstondige actie, maar gaat gepaard met collateral damage. De bevolking wordt meer onzeker en is meer vatbaar voor angst- en depressieve klachten. Een boodschap van hoop werkt veel meer stimulerend.

48.5%

D2. Praat je de bevolking een schuldgevoel aan?

 

 

De bevolking stimuleren betekent niet dat we ze op een schuldbeladen wijze moeten responsabiliseren. Als je de bevolking een schuldgevoel aanpraat, dan kan dit tijdelijk werken maar het vormt geen duurzame oplossing. Verantwoordelijkheids- en burgerzin groeien best spontaan omdat je op een motiverende wijze communiceert in plaats van direct burgers wijst op hun plichten. 

35.1%

   

    Opgevend

O1. Zend je zelf negatieve signalen uit?

 

Hoe lastig ook, het is cruciaal dat wetenschappers en de overheid het goede voorbeeld blijven geven. Elk signaal van wanhoop heeft een besmettend effect op de bevolking. Tegelijkertijd betekent dit niet dat we de bevolking blaasjes hoeven wijs te maken. Dit wordt toch doorprikt.

/

  

  

   Afwachtend

A1. Kijk je de kat uit de boom of communiceer je proactief?

 

Een marathonloper weet dat de finish op 42km ligt. Hoewel het koffiedik kijken is hoe lang deze coronacrisis zal duren en je zelf ook de situatie wil afwachten, kan deze afwachtende houding ergernis en onzekerheid uitlokken. Er kan vermoedelijk enig perspectief worden geboden, bijvoorbeeld door prioriteiten in het versoepelen van de maatregelen naar voren te schuiven of door te communiceren over de fasering in de bredere strategie. Zo krijgen verschillende bevolkingsgroepen een beter zicht op wanneer zij ‘aan de beurt zijn’ en de volgende stappen.

/

 

Maarten Vansteenkiste, Bart Soenens, Joachim Waterschoot, Sofie Morbée en Branko Vermote, de sectie ontwikkelingspsychologie aan de UGent

 

Referenties

(1)  Vansteenkiste, M., & Soenens, B. (2015). Vitamines voor groei: Ontwikkeling voeden vanuit de Zelf-Determinatie Theorie. Acco, Gent, België.

(2)  Aelterman, N.*, Vansteenkiste, M.*, Haerens, L., Soenens, B., Fontaine, J., & Reeve, J. (2019). Towards an integrative and fine-grained insight in motivating and demotivating teaching styles: The merits of a circumplex approach. (* equal contributions). Journal of Educational Psychology, 111, 497-521.

(3)  Vermote, B., Aelterman, N., Beyers, W., Aper, L., Buysschaert, F., & Vansteenkiste, M. (2020). The role of teachers’ motivation and mindsets in predicting a (de)motivating teaching style in higher education: A circumplex approach. Motivation and Emotion, in press.

(4)  Delrue, J., Reynders, B., Vande Broek, G., Aelterman, N., De Backer, M., Decroos, S., De Muynck, G-J., Fontaine, J., Fransen, K. van Puyenbroeck,S., & Vansteenkiste, M. (2019). Towards a fine-grained and integrative insight in motivating and demotivating coaching Behavior: A circumplex approach. Psychology of Sport and Exercise,40, 110-126.

Impetus Academywww.impetus.academy – Spin-off van Universiteit Gent

Rapport 3: psychologische vitamines

Psychologische vitamines in tijden van coronavermoeidheid

(14-04-2020) De coronamaatregelen beginnen hun psychische tol te eisen. Er treedt een coronavermoeidheid op, waarbij sommigen beginnen te hunkeren naar hun oude, normale leven. Hoewel we door de overheid en wetenschappers worden opgeroepen om vol te houden, vergt volharden meer en meer energie. Sommigen verliezen al eens hun zelfbeheersing en springen nonchalanter met de maatregelen om. De vraag is dan ook hoe we onze eigen energietank kunnen vullen. Op basis van de lopende coronastudie ‘Hoe stel jij het in uw kot?’ blijkt dat investeren in je eigen psychologische behoeftes aan autonomie, verbondenheid en competentie onze veerkracht verhoogt en ons wapent tegen coronavermoeidheid.

Fysieke en psychologische basisbehoeftes

In het begin van de lockdown periode ging een deel van de bevolking er vanuit dat er onvoldoende levensmiddelen zouden voorradig zijn. Voldoende eten en drinken zijn fysieke basisbehoeften. De bedreiging van deze fysieke basisbehoeften, die noodzakelijk zijn om te overleven, zorgde voor hamstergedrag. Maar behalve over fysieke basisbehoeftes beschikken we volgens psychologen ook over een beperkt aantal psychologische basisbehoeftes: de behoeftes aan autonomie, verbondenheid en competentie. De bevrediging ervan zorgt ervoor dat we ons energiek voelen en veerkrachtig omgaan met tegenslagen. In het geval van frustratie van deze behoeftes worden we onzeker, somber of angstig en boet onze slaapkwaliteit er bij in. Omwille van hun cruciale rol in onze mentale gezondheid fungeren deze behoeftes als psychologische vitamines: essentiële voedingsstoffen voor onze mentale gezondheid.

Drie psychologische vitamines zijn van belang. Ten eerste is er autonomie. Als aan deze behoefte is voldaan, dan kunnen we onszelf zijn. We ervaren keuze in ons handelen, denken en voelen. Als deze behoefte is gefrustreerd, dan voelen we ons gekortwiekt en onder druk gezet. Ten tweede is er verbondenheid. Bij bevrediging van deze behoefte ervaren we een warme en hechte band met anderen. Er wordt voor ons gezorgd en wij kunnen zorg dragen voor anderen. In het geval van frustratie voelen we ons eenzaam en geïsoleerd. Ten derde is er de behoefte aan competentie, de nood om ons bekwaam te voelen. We ontplooien onze vaardigheden en bereiken gewenste doelen. In het geval van frustratie hebben we het gevoel te falen. Deze drie behoeftes kan je gemakkelijk onthouden met het acronym ABC, waarbij de A staat voor Autonomie, de B voor verBondenheid en de C voor Competentie.

Ons ABC in coronatijdenVitaminebatterij scores

De bevrediging van ons ABC staat in deze coronaperiode onder druk. De maatregelen beperken onze bewegingsvrijheid en verhinderen dat we de keuzes kunnen maken die we zouden willen. De fysieke afstandsregel verplicht ons om te zoeken naar digitale alternatieven om de nood aan verbondenheid voldaan te krijgen. Maar een digitale knuffel is niet hetzelfde als een fysieke knuffel. Door de economische werkloosheid kunnen sommigen hun vaardigheden op het werk niet langer inzetten. Door de oplopende spanning met kinderen voelen sommige ouders zich onzeker over hun opvoedingsvaardigheden.

Sinds 19 maart werd de bevrediging van onze basisbehoeftes dagelijks in kaart gebracht. In totaal gaven 15 281 personen met een gemiddelde leeftijd van 49 jaar aan in welke mate ze zich autonoom, verbonden en competent voelen. In figuur 1 vind je een overzicht van de mate waarin deze drie behoeftes voldaan (een hogere, positieve score) dan wel gefrustreerd zijn (een lagere, negatieve score). Zo blijkt verbondenheid, ondanks de opgelegde fysieke afstandname, de meeste voldane behoefte van het trio. Blijkbaar slagen we er in om op andere manieren een bevredigend contact te onderhouden met familie en vrienden. Alleenstaanden ervaren gemiddeld wel minder warmte en verbondenheid. Ook met onze competentiebehoefte zit het relatief goed. We voelen ons bekwaam, misschien omdat we nieuwe (vb. technologische) vaardigheden ontwikkelen of van oude vaardigheden opnieuw gebruik maken (vb. tuinieren na de winterperiode). De minste voldane ABC-behoefte is autonomie. Vooral jongvolwassenen (18 tot 35 jaar oud) vinden dat de ingrijpende maatregelen hen beroven van hun vrijheid. In een poging deze gefrustreerde autonomie te herwinnen, gaat een deel van de bevolking in verzet en lappen ze een deel van de maatregelen aan hun laars. De vrijwillige motivatie om de maatregelen te volgen gaat licht achteruit (zie rapport 2). Het draagvlak begint te verkruimelen, vooral dan bij de jongvolwassenen.

Toch zijn er grote verschillen tussen mensen, die voorspellend zijn voor hun mentale gezondheid. Personen die in deze lockdownperiode meer ABC-vitamines ervaren, plukken hier duidelijk de vruchten van. Ze zijn meer gemotiveerd om de maatregelen te volgen, ze rapporteren meer vitaliteit en levenstevredenheid, betere slaapkwaliteit en minder depressieve klachten. Deze gunstige effecten doen zich voor bij man én vrouw, jong én oud, alleenstaanden én samenwonenden. De effecten blijven ook overeind als andere belangrijke voorspellers van ons welbevinden worden in rekening gebracht, zoals de onzekerheid over de situatie, fysieke gezondheid, tevredenheid met het gezinsinkomen en de hoeveelheid woonoppervlakte, en de mate waarin we fysiek actief zeggen te zijn. ABC-bevrediging is dus een zegen voor onze mentale gezondheid.

Het heft in eigen handen nemen 

Voor het vervuld krijgen van dit ABC ben je deels afhankelijk van je omgeving, maar je kan ook zelf het heft meer in handen nemen. Je kan er bewust voor kiezen om activiteiten te doen die tegemoet komen aan het ABC. Er bestaan grote verschillen tussen mensen in de mate waarin ze dit doen tijdens deze crisis. Uit de resultaten van de lopende studie blijkt alvast dat het voorzien in de eigen psychologische basisbehoeftes een anti-gif vormt tegen onzekerheid en somberheid. Door actief activiteiten op te zoeken en uit te voeren die inspelen op ons ABC voorzien mensen in hun eigen energiereservoirs. Deelnemers die over tijd werden gevolgd (N = 827) gaven in de ene week aan in welke mate ze actief en bewust ...

  • … op zoek gaan naar activiteiten die ze echt willen doen (autonomie)
  • … op zoek gaan naar activiteiten die ze goed kunnen of waar ze iets uit kunnen bijleren (competentie)
  • … contact opzoeken met anderen die hen nauw aan het hart liggen (relationele verbondenheid)
Door actief activiteiten op te zoeken en uit te voeren die inspelen op ons ABC voorzien mensen in hun eigen energiereservoirs

Ze noteerden hierbij concrete voorbeelden van ABC-rijke activiteiten die ze van plan waren uit te voeren in de daaropvolgende week. Een selectie van deze vitaminerijke activiteiten staat in Tabel 1.

 

Tabel 1

Overzicht van opgesomde ABC-rijke activiteiten

Autonomie

Verbondenheid

Competentie

Boek lezen

Videobellen met (groot)ouders of (klein)kinderen

Digitale communicatie-mogelijkheden ontdekken

Mediteren, yoga

Meer tijd bewust met de kinderen delen

Nieuwe taal leren

 

Fotoalbum maken

Actief zijn op whatsapp

Muziek oefenen

 

Tuinieren

E-apertief houden met vrienden

Schilderen en tekenen

 

Naaien

Brief schrijven

Bakken, nieuwe recepten uitproberen

 

Eén week later bleek dat zij die er in slaagden om de voorgenomen ABC-rijke activiteiten uit te voeren ook meer ABC-bevrediging ervaren. Hierdoor geraakte hun energiereservoir opnieuw aangevuld en konden ze beter omgaan met de uitdagingen van de coronacrisis.

Van woorden naar daden

Maar bij nogal wat mensen bestaat er een kloof tussen hun voornemens en hun daden. Ze nemen zich bepaalde activiteiten voor, die ze niet in daden omzetten. Hun voornemens dragen daardoor niet bij tot het behoud van welzijn. Opdat je voornemen waarheid zou worden, is het daarom goed om haalbare en authentieke ABC-rijke activiteiten na te streven. We geven hierbij een paar concrete tips mee:

Tip 1: Leg de lat voor jezelf niet te hoog. Je kan dan wel het voornemen hebben om contact op te nemen met je ouders, (klein)kinderen of vrienden, het is misschien niet realistisch om dit dagelijks te doen.
Tip 2: Werk met tussenstappen. Een fotoalbum in elkaar steken van de afgelopen vier zomervakanties kan ontmoedigend worden omdat het teveel werk in één keer is. Bij dergelijke grotere ambities is het wenselijk om kleinere, meer haalbare tussenstappen te voorzien.
Tip 3: Voorzie een Plan B. Niet alles kan lukken. Misschien blijkt dat het voornemen om meer tijd door te brengen met de kinderen onhaalbaar is als je veel (tele)werk hebt. Hoe kan je op dat moment toch bewust tijd blijven delen met je kinderen?
Tip 4: Stel jezelf de vraag waarom je de activiteit uitvoert. Is het echt een authentieke keuze of wordt het tuinieren je door je partner aangepraat? Moet je plots gaan sporten omdat je nu veel buren in sportieve outfit voorbij ziet lopen? Het is vooral belangrijk om activiteiten te kiezen die aansluiten bij wat je zelf interessant vindt. Oude hobby’s opdiepen of bestaande hobby’s intenser beoefenen zijn in dit opzicht altijd een aanrader.

Maarten Vansteenkiste, Bart Soenens, Joachim Waterschoot, Sofie Morbée en Branko Vermote, de sectie ontwikkelingspsychologie aan de UGent 

Rapport 2: afvlakkende motivatie?

Vlakt onze motivatie voor het volgen van de maatregelen af? Het belang van heldere en logische communicatie

(08-04-2020) Afgelopen weekend ontstond er discussie over de precieze invulling van bepaalde maatregelen, zoals de vraag wie kan uitrusten op een bankje in een park. Omdat verschillende politici en wetenschappers hun mening gaven, zorgde dit voor enige verwarring bij de bevolking. Het is cruciaal dat bij het verfijnen en straks afbouwen van de maatregelen er helder wordt toegelicht wat van de bevolking wordt verwacht en waarom bepaalde inspanningen nodig blijven. Volgens de resultaten van de coronastudie van de Universiteit Gent is dit cruciaal om de bevolking gemotiveerd te houden om de maatregelen trouw na te leven tot op het einde van lockdown.

Motivationele trends

Sinds donderdag 19 maart loopt de ‘Hoe stel je het in uw kot’-studie aan de UGent. Dagelijks wordt gepeild naar de motivatie van de bevolking om zich aan de maatregelen te houden. Tot op 6 april vulden 10643 deelnemers de enquête in. De steekproef bestaat hoofdzakelijk uit vrouwen (76%) en is gemiddeld 46 jaar. Deelnemers geven aan of ze zich kunnen terugvinden in de maatregelen omdat ze deze betekenisvol en noodzakelijk vinden (vrijwillige motivatie) dan wel of ze zich verplicht voelen om deze na te leven, bijvoorbeeld om kritiek van anderen of een boete te vermijden (moetivatie). Het goede nieuws is dat, sinds het begin van de metingen, de vrijwillige motivatie hoger ligt dan de moetivatie (zie figuur 1). Dit geldt voor jong én oud. Dat onze vrijwillige motivatie piekt is cruciaal want dit type motivatie voorspelt de mate waarin we ons in de toekomst aan de maatregelen zullen houden. Zij die druk ervaren, lappen de maatregelen gemakkelijker aan hun laars. Druk roept verzet op. 

Evolutie van motivatie over tijd per leeftijdsgroep

Toch gaat de vrijwillige motivatie er de laatste dagen licht op achteruit in vergelijking met het begin van de metingen, zowel bij jong als oud (zie figuur 1). De inspanningen beginnen te wegen en voorlopig is er nog geen duidelijk perspectief wanneer de maatregelen worden afgebouwd. Bovendien handelden de afgelopen week niet alle politici en wetenschappers eensgezind. Herinner je bijvoorbeeld de discussie of mondmaskers in het openbaar dragen zinvol en noodzakelijk is. Of de discussie over de vraag wie er nu wel en wie er niet kan uitrusten op een bankje. De resultaten van deze lopende studie geven aan dat een heldere communicatie van de overheid belangrijk is om de bevolking gemotiveerd te houden. Een gebrek aan eensgezindheid knaagt aan het vertrouwen en, op zijn beurt, aan de vrijwillige motivatie van de bevolking.

Toch gaat de vrijwillige motivatie er de laatste dagen licht op achteruit in vergelijking met het begin van de metingen, zowel bij jong als oud 

Het risico bestaat dat, wanneer de burgers het minder nauw nemen met bepaalde maatregelen, er bij de overheid een reflex ontstaat om meer autoritair en dwingend op te treden. Recent werd het verbod om naar de kust te reizen al op eerdere harde manier gecommuniceerd, met een toon van ‘Doe gewoon wat we zeggen. We zullen intensief controleren en als je betrapt wordt krijg je een zware boete’. Deze communicatie botste bij nogal wat mensen en andere politici op weerstand. Dit fenomeen zien we ook in de resultaten van ons onderzoek. Wanneer mensen de communicatie als dwingend en betuttelend ervaren, rapporteren ze minder vrijwillige motivatie en zelfs meer neiging tot verzet. Veeleer dan overtreders direct op hun plichten te wijzen is het goed om de last die de maatregelen met zich meebrengen te erkennen. Vanuit wederzijds begrip blijft de vrijwillige motivatie om vol te houden makkelijker gehandhaafd.

Gemotiveerde afbouw maatregelen

Ook het geven van een logische uitleg voor de verfijning en afbouw van maatregelen blijkt uit de studie cruciaal. Als de bevolking overtuigd is van de blijvende noodzaak van (bepaalde) maatregelen, dan blijft de bereidheid om deze te volgen hoog. Specifieke informatie is hierbij wenselijk. Waarom kan je niet op het gras even uitrusten als je afstand houdt? Wat zou het effect zijn indien we de maatregelen nu in een te hoog tempo afbouwen? Het is cruciaal om het draagvlak voor het handhaven en het gefaseerd afbouwen van de maatregelen voortdurend af te toetsen. We kunnen maar beter de vinger aan de motivationele pols houden.

Dit geldt zeker als het tempo van de afbouw van de maatregelen verschilt voor verschillende lagen van de bevolking. Een afbouw met verschillende snelheden voor verschillende bevolkingsgroepen heeft motivationele risico’s. Als aan ouderen bijvoorbeeld gevraagd wordt om bepaalde lockdown maatregelen langer te respecteren, dan is duiding hier cruciaal. Inspelen op de solidariteit, hulpvaardigheid, en verbinding van de bevolking is hierbij een goede motivatiestrategie. Dit zijn waarden die vrijwel iedereen, en in het bijzonder ouderen, belangrijk vindt en die een stevig fundament bieden voor duurzame motivatie. Zonder begrip van de maatregelen dreigen bepaalde bevolkingsgroepen zich geviseerd te voelen. Dit haalt hun vrijwillige motivatie om de maatregelen te volgen onderuit.

Evolutie in het volgen van de maatregelen over tijd per leeftijdsgroep.

Het reboundeffect van verboden vruchten

Eén risico bij het afbouwen van de maatregelen is dat er een rebound effect optreedt. Omdat de huidige maatregelen onze autonomie in sterke mate bedreigen, slaat de slinger bij het terugschroeven van de maatregen helemaal naar de andere kant. We laten ons volledig gaan om onze zolang beknotte vrijheid te herstellen. Denk aan de Chinezen die samen troepen bij het bezoek van een natuurpark of Vlamingen die massaal naar het containerpark gaan. Verboden vruchten oefenen een aantrekkingskracht uit, zeker als ze ons lang worden ontzegd. In de psychologie is dit gekend als het fenomeen psychologische reactantie. Daarom is het misschien goed om de bevolking eerst opnieuw te laten proeven van de minste aantrekkelijke vruchten in de fruitkorf. Als het hek van de dam is, dan zal het bijzonder moeilijk worden om iedereen opnieuw in het gareel te krijgen. Om heropflakkering van het virus te vermijden, is dus blijvende zelfdiscipline nodig. Hier draagt een vrijwillige motivatie op natuurlijke wijze aan bij.   

Maarten Vansteenkiste, Bart Soenens, Joachim Waterschoot, Sofie Morbée en Branko Vermote, de sectie ontwikkelingspsychologie aan de UGent 

Rapport 1: motiverende communicatie

Sleutels voor een motiverende communicatie over de maatregelen

(30-03-2020) Hoe gaan we om met de coronacrisis? En hoe lang houden we de maatregelen vol? UGent onderzoekt de rol van onze motivatie in het volhouden van de maatregelen.

We worden vandaag geconfronteerd met de coronacrisis, die iedereen in de samenleving voor uitdagingen stelt. De regering nam belangrijke maatregelen om de verspreiding van het virus in te perken. Maar hoe kan de overheid en collega-wetenschappers deze maatregelen op een motiverende wijze blijven communiceren?

De resultaten van een bevraging omtrent de motivatie van de bevolking om de maatregelen te volgen zijn op dit ogenblik bemoedigend. De bevolking is overtuigd van de noodzaak van de maatregelen en engageert zich vrijwillig om deze na te leven. Toch geven virologen en wetenschappers aan dat we nog een lange weg te gaan hebben. Het is maar de vraag hoe lang onze motivatie om de maatregelen te volgen nog op het huidige hoge niveau zal blijven staan. Om de bevolking te motiveren tot duurzame inspanningen formuleren we drie communicatieadviezen.

Probeer aan de bevolking concreet uit te leggen wat wordt verwacht

De sociale afstand bewaren is hier een goed voorbeeld van. De overheid communiceerde duidelijk dat de wenselijke afstand 1,5 meter is. Veel winkeluitbaters plakken deze afstand dan ook op de grond af om burgers te helpen bij het toepassen van deze maatregel. Dergelijke concrete instructies zijn behulpzaam voor de bevolking en voor zij die op het naleven ervan toezien. Er kunnen nog meer concrete richtlijnen gegeven worden voor het wassen van handen (Hoeveel keer? Wanneer?) of het zich beperken tot essentiële verplaatsingen (Mag ik dagelijks winkelen om het hamsteren te vermijden of liever toch slechts twee keer per week?). Als we concreet weten wat nodig is, kunnen we ons gedrag ook aan deze verwachtingen aanpassen.   

Leg de bevolking zo goed mogelijk uit wat de logica is achter deze maatregelen

Dit draagt bij tot een beter begrip en een grotere bereidheid om de maatregelen te volgen. Waarom is het bijvoorbeeld belangrijk om onze handen lang te wassen? Waarom mogen we wel in het park wandelen, maar niet op een bankje blijven zitten? Hoe kan zelfs een minimaal contact met buren voldoende zijn om het virus te verspreiden? Wat zou het effect zijn geweest indien we ons niet aan deze maatregelen houden? Beelden zijn hierbij vaak sprekender dan woorden. Flexibiliteit en voortschrijdend inzicht spelen hierbij een belangrijke rol. Regels die geen draagvlak hebben in de bevolking voelen als een keurslijf aan indien ze toch worden doorgedrukt en zullen minder nageleefd worden. Bij het toelichten van de logical achter regels is het goed om in te spelen op de solidariteit, hulpvaardigheid, en verbinding in de bevolking. Dit zijn waarden die mensen bijna iedereen belangrijk vindt en die een stevig fundament bieden voor motivatie van hoge kwaliteit. Als we dankzij ons gedrag risicogroepen kunnen helpen, dan motiveert dit ons sterker. 

Probeer positief te communiceren en vertrouwen uit te stralen

Dit geloof in een goede uitkomst motiveert de bevolking om de maatregelen te blijven volhouden. Het optimisme en de vastberadenheid bij de overheid, wetenschappers en verzorgend personeel vandaag is een hart onder de riem voor de bevolking en patiënten. Positieve feedback doet wonderen. De bevolking zal volharden als ze horen dat velen de maatregelen goed opvolgen en deze opvolging ook effectief is om de toename in de curve af te vlakken. Maar ook wij, burgers, kunnen elkaar motiveren. We kunnen elkaar bevestigen als we ons aan de maatregelen houden. Sommigen hebben nog schroom om bijvoorbeeld sociale afstand te bewaren. Een teken van dankbaarheid om dit te doen werkt altijd stimulerend, net als de applausacties voor de zorgverleners die moeilijk en moedig werk verrichten.

Deze crisis brengt talrijke uitdagingen met zich mee. De snelheid waarmee we deze te boven komen zal in grote mate afhangen van onze zelfdiscpline. Motivatie is hiervoor noodzakelijk. Als de overheid, wetenschappers maar ook de burgers onderling op een motiverende wijze met elkaar kunnen omgaan, dan draagt dit bij tot een duurzaam engagement.

Maarten Vansteenkiste, Bart Soenens, Joachim Waterschoot, Sofie Morbée en Branko Vermote, de sectie ontwikkelingspsychologie aan de UGent 

Pers

UGent 

Media

Contact 

Voor al je vragen en informatie kan je terecht bij volgende personen: