Matchfixing in vlaanderen: hoofdzakelijk om 'sportieve' redenen

(13-03-2018)

Persbericht Universiteit Gent – 1 maart 2018

 

Matchfixing of vervalsing van sportwedstrijden is ook in Vlaanderen een probleem dat meer aandacht verdient. Els De Waegeneer onderzocht de risico-inschatting, het vóórkomen en verloop van matchfixing in voetbal, tennis en badminton.

Gokgerelateerde en ‘sportieve’ matchfixing

Uit haar onderzoek komt naar voren dat twee soorten matchfixing populair zijn.
Enerzijds is de gokgerelateerde matchfixing, waarbij de uitslag van een wedstrijd of bepaalde elementen in het spel afgesproken worden, waarna er grof geld kan verdiend worden door met deze voorkennis in te zetten op de wedstrijd.
Daarnaast is er ook sprake van matchfixing om sportieve redenen. Hierbij worden vooraf afspraken gemaakt rond winst en verlies om bijvoorbeeld degradatie te voorkomen of om een bepaalde tegenstander in een volgende ronde te ontwijken.

Beide vormen komen voor in het Vlaamse sportlandschap, zij het in verschillende mate. Van de 138 meldingen rond matchfixing die onderzocht werden, bleek het in 90% van de gevallen om sportieve fixing te gaan en in 10% om gokgerelateerde matchfixing.

De uitslag van de wedstrijd (winst of verlies) vormt in meer dan 80% van de gevallen de inzet van de wedstrijdvervalsing, eerder dan het bepalen van een exacte score of het organiseren van zogenaamde spotfixing (het verloop van een specifiek wedstrijdelement beïnvloeden, bijv. de eerste set verliezen of de timing van de eerste rode kaart). In het merendeel van de cases biedt de tegenpartij de spelers geld aan om de wedstrijd te verliezen, maar soms worden ook materiële zaken, zoals vaten bier aangeboden.

614 spelers, trainers en scheidsrechters werkten mee aan het onderzoek. Maar liefst 23% van hen is al in contact gekomen met matchfixing, rechtstreeks of onrechtstreeks. Toch schatten ze de kans dat hen persoonlijk een aanbod wordt gedaan eerder laag in. De grote meerderheid van de spelers (66%) meldt zijn of haar vermoedens of ervaringen met matchfixing niet.

19% van de spelers getuigt dat matchfixing al aan bod gekomen is in hun eigen team, los van het feit of er al dan niet op werd ingegaan. 6,5% van de spelers getuigt dat er gevolg werd gegeven aan het voorstel om een match te fixen.

Twee soorten fixers

Parallel met de twee soorten matchfixing blijken er ook duidelijk twee fixersprofielen te bestaan.
Enerzijds is er de sportieve fixer, die zich vaak van geen kwaad bewust is en het niet erg vindt om een wedstrijd “op een akkoordje te gooien”. In dit geval is preventie nodig in de vorm van sensibilisering, bijvoorbeeld door het verbod op matchfixing op te nemen in de ethische code of door als sportclub het voorkomen van sportieve fixing duidelijk te veroordelen.

Daarnaast is er de gokgerelateerde fixer, die zich wel degelijk bewust is van de verkeerde handeling, maar voor wie andere belangen zwaarder doorwegen (bijv. het financiële aspect) of die uit angst toch toegeeft aan de eisen van de gokmaffia. Deze vorm van wedstrijdvervalsing vraagt een heel andere aanpak, zoals het verbod op het gokken op de eigen match en het duidelijk kenbaar maken van de geschikte kanalen om matchfixing te melden en eventueel bescherming te krijgen.

Info

Els De Waegeneer
Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen
T 09 264 86 36 – M 0479 69 59 22
els.dewaegeneer@ugent.be 

 

 

 

 

Persinfo

Tine Dezeure en Stephanie Lenoir
Persdienst UGent
T 09 264 82 76/78
M 0472 96 82 81
www.UGent.be/nl/actueel