Geotechniek en archeologische prospectie (2015-2018)

IWT project Geotechniek en archeologische prospectie, boringen en sonderingen voor detectie van diep begraven paleolandschappen, -bodems en prehistorische sites

Het project Geotechniek & Archeologische prospectie (IWT n° 150265 in samenwerking met Geosonda bvba) is gericht op de integratie van geotechnische onderzoeksmethodes, zoals cone penetration testing (CPT) en mechanisch boren, in archeologische evaluatiestrategieën van diep begraven prehistorische paleolandschappen, -bodems en sites.

Vanuit deze doelstelling zullen data van bestaande elektrische CPT’s en boorgegevens geanalyseerd worden, om de detecteerbaarheid van veenlagen te identificeren. Daarnaast worden verdere ontwikkelingen van mechanische boorstaalname voor geoarcheologische doeleinden getest.

In vergelijking met de huidige archeologische evaluatiemethodologie van prehistorische landschappen en sites, kan de integratie van geotechnisch sonderen en mechanisch boren in het archeologische prospectieproces een belangrijke economische, maatschappelijke en wetenschappelijke vooruitgang betekenen.

Verhoogde kwaliteit van (geo-)archeologisch vooronderzoek laat niet enkel een verbeterde contextualisatie in het paleolandschap  om prehistorische sites te detecteren en interpreteren toe maar ook een beter begrip van de interactie tussen de prehistorische mens enerzijds en geomorfologische en geologische omgevingsprocessen anderzijds. Door de ontwikkeling en toepassing van innovatieve CPT-e sensoren en evaluatiestrategieën kunnen de verworven inzichten bovendien toegepast worden in overige onderzoeksgebieden zoals milieuhygienisch onderzoek, (mariene) geologie, aggregaat-extractie en bomdetectie.

Een geïntegreerde evaluatie van geotechnische, milieudeskundige en archeologische gegevens in grote infrastructuurwerken kunnen door gedeelde data ook een economische winst genereren. Met een archeologische verwachting op basis van beter ondergrondgegevens uit het vooronderzoek kunnen ook meer gefundeerde beslissingen over de noodzaak van verder (invasief) archeologisch onderzoek genomen worden.

Evaluatie van een archeologische site met geotechnische sondeer- of boortechnieken is minimaal destructief en geeft maximale informatie, vooraleer verdere, meer invasieve technieken worden toegepast. Indien een geïntegreerde, geotechnische en archeologische evaluatie wordt toegepast in de vroege stadia van het bouw- of ontwikkelingstraject, kunnen de plannen ook worden aangepast naar een minimale beschadiging van de archeologische site of een minimale verstoring van het bouwproces. Bewaring van het archeologisch erfgoed in situ wordt immers verkozen boven destructieve archeologische opgravingen. Indirect geeft de reconstructie en visualisatie van begraven prehistorische landschappen in relatie met hun bewoning ook aanleiding tot een verhoogde bewustwording van de erfgoedwaarde.

Contact

Prof. Dr. Philippe Crombé, begeleider

Dr. Jeroen Verhegge, onderzoeker

Mick Van den Wijngaert, Geosonda bvba, industrieel begeleider