Mesolithische wetlandsite te Kerkhove (2015-2019)

Grootschalig, multidisciplinair onderzoek van een (vroeg)mesolithische wetland site in de alluviale vlakte van de Boven-Schelde in Kerkhove.

Overzicht van de site te Kerkhove
Overzicht van de site te Kerkhove
Archeologisch booronderzoek uitgevoerd in 2007-2008 in de alluviale vlakte van de Boven-Schelde heeft geleid tot de ontdekking van een gestratifieerde meerperioden wetland site in Kerkhove (West-Vlaanderen). De surveys onthulden de aanwezigheid van een diep begraven en langgerekte stroomrug (> 450 m lang), parallel gelegen met de Schelde. De stroomrug is geflankeerd door een fossiele geul die tot 8m onder het huidige maaiveld reikt. In de boorstalen van de top van de stroomrug werden kleine archeologische artefacten aangetroffen: lithische artefacten (chips, afslagen, microklingen, etc.), verbrande en onverbrande botfragmenten en plantenresten (o.a. verkoolde hazelnootschelpen). Deze artefacten wijzen op de aanwezigheid van een of meerdere prehistorische nederzettingen, vermoedelijk daterend uit het mesolithicum. In de afdekkende veenlagen is aardewerk (en op één plaats zelfs een verbrande structuur) gevonden op de top van het veen en de overgang naar de bovenliggende organische klei dat het bewijs levert voor activiteiten tijdens de Romeinse en mogelijks ook vroegmiddeleeuwse periodes. Deze vondsten uit de boorstalen zijn een duidelijke indicatie van het intensieve gebruik van de stroomrug en later van het moerasgebied (vermoedelijk in relatie met de nederzettingen op de aangrenzende droge oever). Grootschalige opgravingen op de droge oever uitgevoerd van de jaren ’70 tot midden jaren ’90 onthulden aanwijzingen voor (niet-gestratifieerde) nederzettingen uit het mesolithicum, neolithicum (LBK, Michelsberg en Klokbeker cultuur), de ijzertijd, Romeinse periode (er was toen een lokaal centrum gericht op het innen van de annona, een belasting in natura, meestal graan) en de vroegmiddeleeuwse periode (de eerste Merovingische nederzetting opgegraven in Vlaanderen). Deze resten bewijzen dat de droge oever over een tijdsspanne van tenminste 10 000 jaar bijna continu in gebruik was.

Door de geplande vernieuwing van een sluis in Kerkhove is deze wetland site bedreigd door een partiële vernietiging. Voorafgaand aan zijn destructie wordt tussen 2015 en 2017 een grootschalige, interdisciplinaire noodopgraving uitgevoerd door een consortium van de vakgroep Archeologie UGent en zijn spin-off GATE (Ghent Archaeological Team).

Het project is ongetwijfeld uitzonderlijk, niet enkel binnen België maar ook in West-Europa, door zijn omvang en het hoge archeologische en paleo-ecologische potentieel. Dit project wijkt af van een standaard opgraving door, ten eerste, de diepe positie (4-8 m onder het huidige maaiveld) onder veen en alluviale sedimenten, ten tweede door de unieke bewaringstoestand in continu natte omstandigheden, en ten derde door de grote oppervlakte die onderzocht moet worden (ca. 8000 m²). De specifieke context van deze vindplaats vraagt een specifieke aanpak, o.a. een diepe bronbemaling om continu de grondwatertafel te verlagen, zwaar opgravingmateriaal (30T hydraulische kranen en kiepwagens) en strikte veiligheidsvoorschriften.

De opgravingen in Kerkhove bieden een unieke kans om het menselijk gebruik van een moerasachtig rivierlandschap te bestuderen, tijdens de prehistorie en de historische periodes. De waterrijke omgeving garandeert een goede tot uitstekende bewaring van de archeologische en paleo-ecologische resten uit verschillende periodes. Daarenboven zullen de analyses van verschillende organische resten, zoals pollen, macroresten van planten, hout, houtskool en mossen, bewaard in lange continue sequenties, hoge resolutie paleolandschappelijke informatie over de laatste 12.000 jaar geven.

Meer info over het Kerkhove-project

Contact

Prof. Dr. Philippe Crombé

Dr. Joris Sergant

Drs. Hans Vandendriessche