Kolonisatie en/of acculturatie in het neolithicum (2015-2019)

De rol van kolonisatie en/of acculturatie in de overgang naar een agropastorale neolithische levenswijze in Laag-België. (Doctoraatsonderzoek: Dimitri Teetaert en Liesbeth Messiaen)

Er is nog weinig geweten over de overgang van het Mesolithicum naar het Neolithicum langs de Atlantische kust van Noordwest-Europa. De overgang naar een agrarische levenswijze vond hier eerder laat (5000-4000 BC) en geleidelijk plaats. Het is onduidelijk of dit het gevolg was van een migratie door boeren vanuit de lössgebieden (theorie van kolonisatie), lokale aanpassingen van inheemse groepen (theorie van acculturatie of adoptie) of een combinatie van beide processen. Tijdens het laatste decennium leidden (nood)opgravingen tot de ontdekking van een aantal goed bewaarde wetland sites in de Scheldevallei, te Doel “Deurganckdok” “sector B/C”, “sector J/L” en “sector M” en Bazel-“Sluis”. Samen met Melsele “Hof ten Damme” leverden deze sites de eerste bewijzen voor de Swifterbant-cultuur (2de helft van het 5de millennium cal BC) en Michelsberg-cultuur (1ste helft van het 4de millennium cal BC), respectievelijk de laatste jager-verzamelaars en de eerste boerengemeenschappen van Zandig Vlaanderen.

Deze overgangssites leverden alle aanzienlijke hoeveelheden verbrand en onverbrand organisch nederzettingsafval op. Een groot deel van deze restanten werd reeds onderzocht. Dit liet toe een vrij gedetailleerd zicht te krijgen op de veranderingen in de bestaanseconomie en de omgevings- factoren (ecologie) tijdens de overgang van het Mesolithicum naar het Neolithicum. Ondanks het grote belang van deze resultaten blijft het onduidelijk hoe de eerste gedomesticeerde soorten in Laag-België zijn binnengekomen en hoe deze regio is “geneolithiseerd”.

Om dit na te kunnen gaan moet het onderzoek naar deze overgangssites worden uitgebreid naar alle beschikbare vondsten, in het bijzonder de materiële cultuur (aardewerk, lithisch materiaal). Enkel zo kan bepaald worden welke culturele veranderingen met de economische en ecologische veranderingen gepaard gingen.

Dit onderzoek beoogt een volledige analyse van alle aardewerkfragmenten afkomstig van de vijf overgangssites uit de Scheldevallei, volgens een multidisciplinaire aanpak en een combinatie van traditionele en innovatieve technieken.

Op basis van morfologische en technologische gelijkenissen worden verschillende taxonomische aardewerkgroepen van elkaar onderscheiden. Behalve het aardewerk van de Swifterbant en van de Michelsberg/Spiere groep zijn er ook sterke aanwijzingen voor de aanwezigheid van oudere aardewerktradities (LBK, Limburg, (Epi-)Rössen), voornamelijk op de oeverwalsites te Bazel en Melsele.

Een determinatie van de mineralogische en chemische samenstelling van de aardewerkgroepen moet het mogelijk maken te achterhalen of dit aardewerk lokaal is geproduceerd of dat het werd geïmporteerd/getransporteerd vanuit andere gebieden. Dit moet informatie verschaffen over de oorsprong van dit aardewerk en inzicht geven in de wijze waarop het in deze regio terechtkwam (als restanten van bewoning, een kortstondig bezoek, uitwisseling, …) ten tijde van de overgang naar een nieuwe levenswijze.

De artefacten uit vuursteen en kwartsiet zullen onderworpen worden aan een gedetailleerde morfotypologische karakterisatie. Een reconstructie van de gebruikte debitagetechnieken en chaînes opératoires zal inzicht bieden in de technologische veranderingen die plaatsvonden doorheen het 5de en 4de mill  BC en verder terug in de tijd, door ook laat mesolithische ensembles zoals dat van Verrebroek "Aven Ackers” te incorporeren. Het bestuderen van de gebruikte strategieën om grondstoffen te verwerven kan aantonen in welke vorm deze op de sites werden binnen gebracht en circuleerden, de herkomst van deze grondstoffen kan bovendien informatie opleveren over mobiliteit en uitwisseling. 

De macrolithische artefacten (zoals polijststenen, maalstenen en hamerstenen, gemaakt uit verschillende soorten zandsteen) zullen typologisch bestudeerd worden, en gesampled worden voor verdere herkomstanalyse.

De resultaten van al deze aardewerk- en lithische analyses worden vergeleken met de beschikbare data uit de aangrenzende onderzoeksgebieden, om tot een beter begrip te komen van de specifieke wijze(s) waarop jager-verzamelaars interactie hadden met boeren en hoe de jager-verzamelaars binnen de verschillende regio’s langsheen het zuidwestelijke Noordzeebekken uiteindelijk de agrarische levenswijze opnamen in hun traditionele socio-ecologische systemen.

Contact

Prof. Dr. Philippe Crombé

Drs. Dimitri Teetaert (aardewerkanalyse)

Drs. Liesbeth Messiaen (lithische analyse)