Oud DNA uit Congo (DRC) leidt tot nieuwe inzichten in vroege bevolkingsgeschiedenis van Oost- en Midden-Afrika

Opgravingssite Ngongo Mbata © Bernard Clist (vergrote weergave)

Opgravingssite Ngongo Mbata © Bernard Clist

(17-06-2020) Oud DNA uit Sub-Sahara Afrika onthult demografische evoluties die geleid hebben tot de enorme taalkundige, culturele en economische diversiteit van Afrika.

De UGent-onderzoeksgroep BantUGent werkte samen met een interdisciplinair team van onderzoekers uit Afrika, Europa en Noord-Amerika aan een vergelijkende  studie van oud DNA uit verschillende regio’s van Sub-Sahara Afrika. Dat onderzoek legde de demografische evoluties bloot die leidden tot Afrika’s enorme taalkundige, culturele en economische diversiteit. De resultaten van de studie werden gepubliceerd in Science Advances

De UGent leverde voor de studie vier stalen met oud DNA uit de Democratische Republiek Congo (DRC). Het DNA was afkomstig van skeletten die het team van prof. Koen Bostoen (BantUGent) opgroef tussen 2012 en 2015 in het kader van een interdisicplinair onderzoeksproject naar het oude Kongo-koninkrijk (kongoking.net).

‘Deze vier stalen hebben op zich al een groot wetenschappelijk belang omdat ze behoren tot de eerste gepubliceerde oud-DNA gegevens ooit uit de DRC’, aldus professor Bostoen. ‘Ze zijn 200 tot 300 jaar oud en afkomstig uit twee sites (Kindoki en Ngongo Mbata) in de Kongo Central provincie (het vroegere Bas-Congo) van de DRC. De betreffende graven werden tussen 2012 en 2015 blootgelegd onder leiding van de Frans-Britse archeoloog Bernard Clist en bevatten de stoffelijke resten van wat naar alle waarschijnlijkheid edellieden waren uit de late periode van het oude Kongo-koninkrijk. Opmerkelijk is dat één van hen naar alle waarschijnlijkheid van gemengde Afrikaans-Euraziatische afstamming was. Dit bevestigt wat ook de historische bronnen ons vertellen, nl. dat de elite van het oude Kongo voor een deel Luso-Afrikaans was.’

De DNA gegevens ondersteunen de theorie dat de Bantoetalen (de grootste taalgroep van hedendaags Afrika) zich verspreidden van het grensgebied tussen Nigeria en Kameroen tot in Zuid-Afrika dankzij menselijke migratie tijdens het Neolithicum en de vroege Ijzertijd. De nieuwe studie toont aan dat Bantoe-sprekende landbouwers al in Botswana moeten aangekomen zijn tijdens het eerste millenium van onze jaartelling, waarna ze zich begonnen te vermengen met herders van Oost-Afrikaanse oorsprong (Khoi) en lokale zuidelijk Afrikaanse jagers-verzamelaars (San).

Koen Bostoen, die momenteel een ander interdisciplinair ERC-project over de vroege Bantoe-expansie (www.bantufirst.ugent.be) leidt: ‘Deze nieuwe studie bevestigt dat de initiële migratie van Bantoe-taalgemeenschappen doorheen het Centraal-Afrikaanse regenwoud vanaf het laatste millennium voor onze jaartelling plots heel snel moet gebeurd zijn en tot erg belangrijke veranderingen geleid heeft in het demografisch, taalkundig en cultureel landschap van Sub-Sahara Afrika. Het zorgde voor een belangrijk verlies aan diversiteit.’

Het onderzoek is een samenwerking tussen het Max Planck Institute for the Science of Human History (MPI-SHH), the National Museums of Kenya en verschillende andere internationale partners waaronder de UGent. Voor het onderzoek in de DRC werkte BantUGent nauw samen met het Institut des Musées Nationaux du Congo (IMNC), wiens directeur prof. Paul Bakwa Lufu ook co-auteur is van de studie.

Meer info

Contact

Voor UGent:
Prof. Koen Bostoen
Ghent University Centre for Bantu Studies
Vakgroep Talen en Culturen
Faculteit Letteren en Wijsbegeerte

+32 486 96 84 38

For MPI-SHH:
AJ Zeilstra / Petra Mader
Public Relations & Press Office
Max Planck Institute for the Science of Human History
+49 (0) 3641 686-950 / 960

Lees meer artikels over: