Reglement Facultair Onderzoeksfonds

Opzet en werkwijze

Art 1.

Het Facultair Onderzoeksfonds biedt financiële ondersteuning bij de ontplooiing van onderzoeksactiviteiten aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de UGent.

Art 2.

De doelstellingen van het Facultair Onderzoeksfonds zijn bij te dragen tot:

  • het voorzien in een afdoende basisfinanciering voor alle onderzoekers;
  • het stimuleren van inkomende en uitgaande onderzoeksmobiliteit;
  • het creëren van mogelijkheden om waardevolle mandaten van onderzoekers te overbruggen;
  • het financieel ondersteunen van de organisatie van wetenschappelijke activiteiten;
  • het ondersteunen van de visibiliteit van het onderzoek van de Faculteit

Art 3.

Het Facultair Onderzoeksfonds werkt subsidiair in die zin dat rekening wordt gehouden met financieringsmogelijkheden:

  • bij externe instanties;
  • bij de vakgroepen;
  • in het raam van de diverse (interne en externe) onderzoekscalls;
  • in het kader van de eigen activiteiten van onderzoekers.

Art 4.

Het Facultair Onderzoeksfonds realiseert zijn doelstellingen door middel van volgende kredietlijnen:

  • startkredieten: ZAP-startkrediet, AAP-startkrediet;
  • mobiliteitskredieten: reiskrediet, lang verblijf, intersectoraal verblijf, inkomend verblijf, sabbatverblijf;
  • ad hoc kredieten: organisatiekrediet, krediet op aanvraag.

Art 5.

Bevoegdheden. Het Fonds wordt beheerd door de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, die zich voor de toewijzing van middelen laat adviseren door de Facultaire Commissie Wetenschappelijk Onderzoek. De Commissie adviseert binnen de regels van het reglement en voor zover de financiële middelen dit toelaten over de aanvragen in het kader van het Facultair Onderzoeksfonds en rapporteert aan de Faculteitsraad. De Commissie houdt tevens een register bij van alle aanvragen en het gevolg dat aan de aanvragen wordt gegeven.

Art 6.

Algemene werkwijze. Aanvragen dienen tijdig elektronisch te worden ingediend via het e-mailadres van de Commissie Wetenschappelijk Onderzoek (cwo.lw@ugent.be). Een aanvraag bestaat uit één elektronisch bestand met daarin alle noodzakelijke documenten. Aanvragen kunnen in het Nederlands of in het Engels worden ingediend.

Om in aanmerking te komen voor financiering moet de aanvrager beschikken over een volledig up-to-date dossier in de academische bibliografie en op het facultair onderzoeksplatform.

Onder tijdige indiening wordt verstaan: minstens één week vóór de vergadering van de Commissie Wetenschappelijk Onderzoek. De Commissie Wetenschappelijk Onderzoek bespreekt alle tijdig ingediende aanvragen en formuleert een advies ten behoeve van de Faculteitsraad die over de aanvraag beslist.

De aanvrager krijgt binnen de week na de vergadering van de Faculteitsraad een bericht waarin het resultaat van de aanvraag wordt bekendgemaakt. Afwijzingen worden gemotiveerd.

De Commissie Wetenschappelijk Onderzoek staakt haar bezigheden in de maanden juli en augustus. Aanvragen die betrekking hebben op de maanden augustus en september dienen tijdig te worden aangevraagd.

Startkredieten

Het ZAP-startkrediet

Art 7.

Het ZAP-startkrediet wordt automatisch eenmalig toegekend aan alle nieuwe ZAP-leden van de Faculteit in het kader van hun onderzoekswerk.

Art 8.

Het ZAP-startkrediet bedraagt 5.000 euro voor een voltijds ZAP-lid en wordt proportioneel herleid al naargelang van het aanstellingspercentage van het ZAP-lid.

Het AAP-startkrediet

Art 9.

Het AAP-startkrediet wordt automatisch toegekend aan assistenten, doctorassistenten en door derden betoelaagde predoc- en postdocmandaathouders van de Faculteit voor zover deze niet over eigen werkingsmiddelen beschikken. Het krediet beoogt hen te voorzien van een basisfinanciering in het kader van hun onderzoekswerk.

Art 10.

Het AAP-startkrediet bedraagt 3.000 euro per voltijds personeelslid en wordt proportioneel herleid al naargelang van het aanstellingspercentage van het personeelslid. Het krediet kan maximaal 1 keer predoctoraal en 1 keer postdoctoraal aan hetzelfde personeelslid worden toegekend.

Art 11.

Het AAP-startkrediet kan uitsluitend worden ingezet voor onderzoeksgerelateerde uitgaven.

Art 12.

Na toekenning beschikken de betrokkenen over een budget waarmee ze hun onderzoeksuitgaven kunnen financieren. De uitgaven zijn onderworpen aan de reguliere administratieve controle.

Mobiliteitskredieten

Het reiskrediet

Art 13.

Het reiskrediet is bedoeld om facultaire onderzoekers die niet beschikken over voldoende werkingsmiddelen, te laten deelnemen aan wetenschappelijke congressen in het buitenland, hen korte onderzoeksverblijven in het buitenland te laten opnemen of hen aan internationale workshops te laten deelnemen. Volgende onderzoekers komen potentieel in aanmerking: doctorandi, bezoldigde niet-vastbenoemde onderzoekers in het bezit van een doctoraat en onbezoldigde onderzoekers in het bezit van een doctoraat. Hun onderzoeksactiviteiten worden gestaafd door gegevens in het facultair onderzoeksplatform en de academische bibliografie. ZAP-leden en gastprofessoren kunnen een aanvraag indienen, maar er wordt voorrang gegeven aan aanvragen van pre- en postdoctorale onderzoekers voor dit krediet.

Art 14.

Het reiskrediet is gekoppeld aan volgende inhoudelijke voorwaarden:

  • het verblijf moet een aantoonbare meerwaarde hebben voor het pre- en postdoctoraal onderzoek; dit moet blijken uit een omstandige motivering die wordt gekaderd in het lopende onderzoek en die de verwachte meerwaarde van het verblijf beschrijft;
  • in het geval van deelname aan een congres of colloquium moet de aanvrager een actieve bijdrage leveren.

Art 15.

Het reiskrediet is gekoppeld aan volgende procedurele voorwaarden:

  • de aanvrager die voldoet aan de FWO-voorwaarden, moet eerst een overeenkomstige reiskredietaanvraag bij het FWO indienen (deelname congres, kort verblijf of deelname workshop/cursus);
  • de reiskredietaanvraag bij het FWO moet tijdig zijn gebeurd en aan alle vormelijke vereisten voldoen;
  • het facultair krediet kan maximaal 2 keer per jaar worden toegekend.

Art 16.

De maximale tegemoetkoming bedraagt de reële meerkost voor het verblijf (verplaatsing, overnachting en inschrijvingskost) berekend volgens de richtlijnen van de UGent, min het gedeelte dat wordt betoelaagd door het FWO.

Art 17.

Werkwijze: de aanvrager die voldoet aan de FWO-voorwaarden, doet eerst een aanvraag bij het FWO. Bij een negatief resultaat bij het FWO en/of om bijkomende financiering te krijgen tot bovenstaande maxima kan hij/zij een aanvraag doen bij het Facultair Onderzoeksfonds. De aanvraag gebeurt aan de hand van (1) een kopie van de aanvraag bij het FWO, (2) het resultaat van die aanvraag, (3) een formulier dat inzicht geeft in de details van de begroting en de gevraagde tegemoetkoming.

Art 18.

Indiendata: er zijn geen specifieke indiendata. Aanvragers houden rekening met de timing zoals beschreven in art. 6 van dit reglement.

Art 19.

Binnen de drie maanden na terugkeer dient de aanvrager een kort wetenschappelijk verslag in te dienen. Zonder dit verslag kunnen geen kredietaanvragen meer op het Facultair Onderzoeksfonds worden gedaan.

Het lang verblijf

Art 20.

Het lang verblijf is bedoeld om facultaire onderzoekers die niet beschikken over voldoende werkingsmiddelen, gedurende een langere periode in een buitenlandse onderzoeksinstelling te laten verblijven in het kader van hun pre- en postdoctoraal onderzoek. Volgende onderzoekers komen potentieel in aanmerking: doctorandi, bezoldigde niet-vastbenoemde onderzoekers in het bezit van een doctoraat en onbezoldigde onderzoekers in het bezit van een doctoraat. Hun onderzoeksactiviteiten worden gestaafd door gegevens in het facultair onderzoeksplatform en de academische bibliografie. ZAP-leden en gastprofessoren kunnen een aanvraag indienen, maar er wordt voorrang gegeven aan aanvragen van pre- en postdoctorale onderzoekers voor dit krediet.

Art 21.

Het lang verblijf is gekoppeld aan volgende inhoudelijke voorwaarden:

  • het verblijf moet een aantoonbare meerwaarde hebben voor het pre- en postdoctoraal onderzoek; dit moet blijken uit een gedetailleerd werkplan dat wordt gekaderd in het lopende onderzoek en dat de verwachte resultaten van het verblijf omvat;
  • de expertise van de gastinstelling moet van een hoogstaande wetenschappelijke kwaliteit getuigen;
  • de aanvraag moet vergezeld zijn van een positief advies van de promotor of het hoofd van de onderzoekseenheid.

Art 22.

Het lang verblijf is gekoppeld aan volgende procedurele voorwaarden:

  • het verblijf duurt minimaal 5 weken;
  • de aanvrager die voldoet aan de FWO-voorwaarden, moet eerst een reiskredietaanvraag “lang verblijf” bij het FWO indienen;
  • de reiskredietaanvraag bij het FWO moet tijdig zijn gebeurd en aan alle vormelijke vereisten voldoen;
  • het facultair krediet kan maximaal 1 keer predoctoraal en maximaal 1 keer postdoctoraal worden toegekend.

Art 23.    

De tussenkomst bedraagt 1.000 euro per maand met een maximum van 6 maanden / 6000 euro. Onderzoekers met een gezinslast kunnen voor een verblijf in het buitenland extra financiële ondersteuning aan de Faculteit vragen. De kandidaat specificeert in dat geval welke extra kosten hiervoor zullen worden gemaakt. De Faculteit kan ervoor opteren om deze kosten geheel of gedeeltelijk terug te betalen, steeds met inachtneming van de financiële regelgeving van de UGent.

Art 24.

Werkwijze: de aanvrager die voldoet aan de FWO-voorwaarden, doet eerst een aanvraag bij het FWO. Bij een negatief resultaat bij het FWO en/of om bijkomende financiering te krijgen tot bovenstaande maxima kan hij/zij een aanvraag doen bij het Facultair Onderzoeksfonds. De aanvraag gebeurt aan de hand van (1) een kopie van de aanvraag bij het FWO, (2) het resultaat van die aanvraag, (3) een formulier dat inzicht geeft in de details van de begroting en de gevraagde tegemoetkoming.

Art 25.

Indiendata: aanvragers dienen hun dossier in na ontvangst van het resultaat bij het FWO. Zij houden rekening met de timing zoals beschreven in art. 6 van dit reglement.

Art 26.

Binnen de drie maanden na terugkeer dient de aanvrager een kort wetenschappelijk verslag in te dienen. Zonder dit verslag kunnen geen kredietaanvragen meer op het Facultair Onderzoeksfonds worden gedaan.

Het intersectoraal verblijf

Art 27.

Het intersectoraal verblijf is bedoeld om facultaire onderzoekers die niet beschikken over voldoende werkingsmiddelen, gedurende een langere periode in een andere, private of publieke instelling buiten de academische wereld te laten verblijven in het kader van hun pre- en postdoctoraal onderzoek. Volgende onderzoekers komen potentieel in aanmerking: doctorandi, bezoldigde niet-vastbenoemde onderzoekers in het bezit van een doctoraat en onbezoldigde onderzoekers in het bezit van een doctoraat. Hun onderzoeksactiviteiten worden gestaafd door gegevens in het facultair onderzoeksplatform en de academische bibliografie. ZAP-leden en gastprofessoren kunnen een aanvraag indienen, maar er wordt voorrang gegeven aan aanvragen van pre- en postdoctorale onderzoekers voor dit krediet.

Art 28.

Het intersectoraal verblijf is gekoppeld aan volgende inhoudelijke voorwaarden:

  • het verblijf moet een aanvullende waarde hebben voor het pre- en postdoctoraal onderzoek; dit moet blijken uit een gedetailleerd werkplan dat wordt gekaderd in het lopende onderzoek en dat de verwachte resultaten van het verblijf omvat;
  • de aanvraag moet vergezeld zijn van een positief advies van de promotor of het hoofd van de onderzoekseenheid.

Art 29.

Het intersectoraal verblijf is gekoppeld aan volgende procedurele voorwaarden:

  • het verblijf duurt minimaal 5 weken;
  • wanneer het om een intersectoraal verblijf in het buitenland gaat, moet de aanvrager die voldoet aan de FWO-voorwaarden, eerst een reiskredietaanvraag “lang verblijf” bij het FWO indienen;
  • de reiskredietaanvraag bij het FWO moet tijdig zijn gebeurd en aan alle vormelijke vereisten voldoen;
  • het facultair krediet kan maximaal 1 keer predoctoraal en maximaal 1 keer postdoctoraal worden toegekend.

Art 30.

De tussenkomst dekt de reële onkosten en bedraagt max. 1.000 euro per maand met een maximum van 6 maanden / 6000 euro. Bij een verblijf in het buitenland kunnen onderzoekers met een gezinslast extra financiële ondersteuning aan de Faculteit vragen. De kandidaat specificeert in dat geval welke extra kosten hiervoor zullen worden gemaakt. De Faculteit kan ervoor opteren om deze kosten geheel of gedeeltelijk terug te betalen, steeds met inachtneming van de financiële regelgeving van de UGent.

Art 31.

Werkwijze: wanneer het om een intersectoraal verblijf in het buitenland gaat, doet de aanvrager die voldoet aan de FWO-voorwaarden, eerst een aanvraag bij het FWO. Bij een negatief resultaat bij het FWO en/of om bijkomende financiering te krijgen tot bovenstaande maxima kan hij/zij een aanvraag doen bij het Facultair Onderzoeksfonds. De aanvraag gebeurt aan de hand van (1) een kopie van de aanvraag bij het FWO, (2) het resultaat van die aanvraag, (3) een formulier dat inzicht geeft in de details van de begroting en de gevraagde tegemoetkoming.

Art 32.

Indiendata: aanvragers dienen hun dossier in na ontvangst van het resultaat bij het FWO. Indien de aanvraag niet onderworpen is aan een voorafgaande aanvraag bij het FWO, gebeurt deze ten laatste drie maanden voor de start van het verblijf. Aanvragers houden rekening met de timing zoals beschreven in art. 6 van dit reglement.

Art 33.

Binnen de drie maanden na terugkeer dient de aanvrager een kort wetenschappelijk verslag in te dienen. Zonder dit verslag kunnen geen kredietaanvragen meer op het Facultair Onderzoeksfonds worden gedaan.

Het inkomend verblijf

Art 34.

Met het inkomend verblijf beoogt de Faculteit buitenlandse onderzoekers met minimum 2 jaar postdoctorale ervaring aan te trekken die door hun expertise een belangrijke meerwaarde realiseren voor de Faculteit.

Art 35.

Het inkomend verblijf is gekoppeld aan volgende inhoudelijke voorwaarden:

  • de onderzoeker moet internationaal erkend zijn voor zijn/haar expertise en onderzoekservaring, wat blijkt uit zijn/haar deelname aan congressen en zijn/haar publicaties;
  • het verblijf moet een aantoonbare meerwaarde hebben voor minstens één onderzoeksgroep en/of vakgroep van de Faculteit; dit moet blijken uit een gedetailleerd werkplan dat wordt gekaderd in het lopende onderzoek en dat de verwachte resultaten van het verblijf omvat;
  • de aanvraag moet vergezeld zijn van een positief advies van de betrokken vakgroepvoorzitter(s).

Art 36.

Het inkomend verblijf is gekoppeld aan volgende procedurele voorwaarden:

  • het verblijf duurt minimaal 1 maand, maximaal 3 maanden;
  • de onderzoeker moet gedurende de ganse periode van zijn/haar verblijf verbonden zijn aan een buitenlandse wetenschappelijke instelling;
  • een inkomend verblijf kan maximaal 2 keer aan dezelfde onderzoeker worden toegekend;
  • eenzelfde ZAP-lid kan slechts eenmaal per jaar promotor zijn van een inkomend onderzoeker;
  • de onderzoeker registreert zijn/haar publicaties die uit dit verblijf voortvloeien, in de academische bibliografie via de door hem/haar aan te vragen FLW-affiliatie.

Art 37.

De onderzoeker krijgt een maandelijkse forfaitaire verblijfsvergoeding van 1.700 euro. Voor onderzoekers met een gezinslast kan een extra financiële ondersteuning aan de Faculteit worden gevraagd. De aanvrager specificeert in dat geval welke extra kosten hiervoor zullen worden gemaakt. De Faculteit kan ervoor opteren om deze kosten geheel of gedeeltelijk terug te betalen, steeds met inachtneming van de financiële regelgeving van de UGent.

Art 38.

Werkwijze: de aanvrager (= promotor) doet een aanvraag bij het Facultair Onderzoeksfonds. De aanvraag gebeurt aan de hand van (1) een formulier dat inzicht geeft in de motivatie en in de details van de begroting en de gevraagde tegemoetkoming, (2) het CV van de onderzoeker, en (3) het werkplan.

Art 39.

Indiendata: er zijn geen specifieke indiendata. Aanvragers houden rekening met de timing zoals beschreven in art. 6 van dit reglement.

Art 40.

Wettelijke en reglementaire bepaling: bij een verblijf van maximum 90 dagen wordt de buitenlandse onderzoeker aan de UGent geregistreerd als bezoeker. De bezoeker moet beschikken over een visum C (kort verblijf, toeristenvisum). Het visum is nationaliteitsgebonden en dient in het herkomstland te worden aangevraagd. De onderzoeker dient een bezoekerskaart aan te vragen.

Art 41.

Binnen de drie maanden na de terugkeer van de onderzoeker dient de aanvrager een kort wetenschappelijk verslag in te dienen. Zonder dit verslag kunnen geen kredietaanvragen meer op het Facultair Onderzoeksfonds worden gedaan.

Het sabbatverblijf

Art 42.

Met het sabbatverblijf beoogt de Faculteit ZAP-leden van de Faculteit een sabbatical te laten opnemen. De betrokken ZAP-leden worden gedurende een langere periode vrijgesteld van hun onderwijsopdracht met het oog op wetenschapsbeoefening.

Art 43.

Het sabbatverblijf is gekoppeld aan volgende inhoudelijke voorwaarden:

  • het sabbatical moet een aantoonbare meerwaarde hebben voor het onderzoek van het ZAP-lid; dit moet blijken uit een gedetailleerd werkplan dat de verwachte resultaten van het sabbatical omvat;
  • de aanvraag moet vergezeld zijn van een positief advies van de vakgroepvoorzitter.

Art 44.

Het sabbatverblijf is gekoppeld aan volgende procedurele voorwaarden:

  • het sabbatical duurt minimaal 3 maanden;
  • de aanvrager moet eerst een aanvraag “sabbatical leave” bij het FWO indienen;
  • de aanvraag bij het FWO moet tijdig zijn gebeurd en aan alle vormelijke vereisten voldoen;
  • het facultair krediet kan binnen een periode van 6 jaar maximaal 1 keer worden toegekend;
  • het facultair krediet kan niet worden toegekend indien het sabbatverblijf zou plaatsvinden in het jaar voorafgaand aan het emeritaat van het ZAP-lid.

Art 45.

De tussenkomst bedraagt maximaal 4.000 euro per maand en kan volgende reële onkosten dekken: (1) de vervanging van het ZAP-lid voor zijn/haar lesopdracht, (2) een eventuele reisvergoeding en (3) een eventuele verblijfsvergoeding. Wie een “sabbatical leave” van het FWO toegekend heeft gekregen, kan voor eenzelfde periode een top-up financiering aanvragen, waarbij de som van de financiering door het FWO en de top-up financiering bovenstaand bedrag niet overschrijdt. Bij een verblijf in het buitenland kunnen onderzoekers met een gezinslast extra financiële ondersteuning aan de Faculteit vragen. De kandidaat specificeert in dat geval welke extra kosten hiervoor zullen worden gemaakt. De Faculteit kan ervoor opteren om deze kosten geheel of gedeeltelijk terug te betalen, steeds met inachtneming van de financiële regelgeving van de UGent.

Art 46.

Werkwijze: de aanvrager doet eerst een aanvraag bij het FWO. Bij een negatief resultaat bij het FWO en/of om bijkomende financiering te krijgen tot bovenstaande maxima kan hij/zij een aanvraag doen bij het Facultair Onderzoeksfonds. De aanvraag gebeurt aan de hand van (1) een kopie van de aanvraag bij het FWO, (2) het resultaat van die aanvraag, (3) een formulier dat inzicht geeft in de details van de begroting en de gevraagde tegemoetkoming.

Art 47.

Indiendata: aanvragers dienen hun dossier in na ontvangst van het resultaat bij het FWO. Zij houden rekening met de timing zoals beschreven in art. 6 van dit reglement.

Art 48.

Binnen de drie maanden na terugkeer dient de aanvrager een kort wetenschappelijk verslag in te dienen. Zonder dit verslag kunnen geen kredietaanvragen meer op het Facultair Onderzoeksfonds worden gedaan.

Ad hoc kredieten

Het organisatiekrediet

Art 49.

Het organisatiekrediet wordt toegekend voor de organisatie van een wetenschappelijk congres, een wetenschappelijk colloquium of een bijeenkomst van een wetenschappelijke vereniging.

Art 50.

Het organisatiekrediet bedraagt maximaal 500 euro per georganiseerde dag of 250 euro per halve dag.

Art 51.

Het organisatiekrediet kan enkel worden toegekend onder volgende voorwaarden:

  • het evenement wordt door minstens één andere externe instantie (FWO, KANTL, vakgroepen of universitaire instellingen buiten UGent, …) betoelaagd;
  • het evenement wordt (mee) georganiseerd door één of meerdere leden van de Faculteit;
  • het evenement maakt de universiteit en de Faculteit voldoende zichtbaar (drukwerk, website, affiches, …).

Art 52.

Het aanvraagdossier bevat minstens:

  • een gedetailleerd programma;
  • een gedetailleerde begroting, waarin de verwachte uitgaven en inkomsten zijn opgenomen;
  • een verantwoording van het gevraagde bedrag;
  • een (desgevallend voorwaardelijk) akkoord van minstens één andere externe instantie voor (mede)financiering.

Art 53.

Indiendata: er zijn geen specifieke indiendata. Aanvragers houden rekening met de timing zoals beschreven in art. 6 van dit reglement.

Het krediet op aanvraag

Art 54.

Personeelsleden van de Faculteit kunnen omstandig gemotiveerde aanvragen doen voor andere vormen van financiële onderzoeksondersteuning. De aanvragen worden ad hoc beoordeeld in functie van de opportuniteit van de aanvraag en in functie van de beschikbare middelen.

Art 55.

Enkel indien het gaat om een tijdelijke tewerkstelling van AAP-leden, wetenschappelijke medewerkers en postdoctorale medewerkers die op het einde van hun aanstellingsperiode een niet-onmiddellijk-aansluitende verlenging op een wetenschappelijk onderzoeksproject hebben verworven, kan de aanvraag betrekking hebben op personeelskosten. De te overbruggen periode kan maximaal drie maanden zijn en de tussenkomst bedraagt maximaal 4.000 euro per maand. Wanneer de reële loonkost (cf. barema, anciënniteit, …) het bedrag van 4.000 euro overstijgt, wordt het aanstellingspercentage overeenkomstig gereduceerd. Indien de begunstigde in het voortraject of in het natraject op predocniveau wordt betaald, gebeurt de overbrugging ook op predocniveau.

Art 56.

AAP-leden, wetenschappelijke medewerkers en postdoctorale medewerkers van de Faculteit die een BAEF-, Fulbright- of een andere soortgelijke beurs verwerven, kunnen indien nodig via het krediet op aanvraag een top-up financiering aanvragen. Zij verbinden zich ertoe om, in het geval dat zij in deze periode geen personeelsstatuut aan de UGent hebben, het statuut van onbezoldigd medewerker aan te vragen en om hun publicaties te registreren in de academische bibliografie van de UGent. De Faculteit behoudt zich het recht voor om bij niet-naleving van deze voorwaarden de toegekende bedragen niet uit te keren.

Art 57.

Indiendata: er zijn geen specifieke indiendata. Aanvragers houden rekening met de timing zoals beschreven in art. 6 van dit reglement.

Art 58.

Binnen de drie maanden na gebruik van het krediet dient de aanvrager een kort wetenschappelijk verslag in te dienen. Zonder dit verslag kunnen geen kredietaanvragen meer op het Facultair Onderzoeksfonds worden gedaan.