Afrikaanse talen en culturen

Indien je in je derde bachelorjaar niet op Afrika-semester gaat en dus zowel Ba2 als Ba3 aan de UGent volgt, neem je een minor van 30 studiepunten op (verdeeld als 15 SP in Ba2 en 15 SP in Ba3).

Je kijkt in de studiegids  onder de bacheloropleiding Afrikaanse talen en culturen, onder 2.2.1. Je vindt er een overzicht van de zeven minors binnen je opleiding. Je kiest één minor uit deze lijst.
Een andere minor dan de zeven aangeboden minors binnen je opleiding opnemen, wordt niet toegestaan.

Indien je wel op Afrika-semester gaat in Ba3, neem je ook één van de zeven aangeboden minors op, maar de minor is iets beperkter in omvang. In Ba2 neem je, net als de andere studenten, 15SP op. In Ba3 heb je de keuze om in het 2de semester 10SP op te vullen met minorvakken of met keuzevakken (zie vaste lijst onder punt 2.1.2).

Minor Arabisch en islamkunde (2.1.1.1 – 2.2.1.1)

Binnen de minor Arabisch en islamkunde zijn er 2 plichtvakken met ref. *, nl. ‘Inleiding tot de Arabische taalverwerving: Modern Standaard Arabisch'en Egyptische spreektaal I’ (10 SP) en ‘Inleiding tot de Arabische taalverwerving: Modern Standaard Arabisch en Egyptische spreektaal II’ (10 SP). Deze moet je verplicht in het eerste jaar van je minorkeuze opnemen. Daarmee heb je al 20 studiepunten aan minorvakken opgenomen. In het tweede jaar van je minorkeuze neem je 10 studiepunten op en heb je de keuze tussen taal- en cultuurvakken.

Minor Archeologie (2.1.1.2 – 2.2.1.2)

In het eerste jaar van je minorkeuze neem je uit deze minor 3 plichtvakken met ref. * op, nl. 'Algemene inleiding tot de archeologie', 'Inleiding tot de wereldarcheologie' en 'Inleiding tot de natuurwetenschappen in de archeologie'. Hiermee heb je de eerste 16 studiepunten minor reeds opgenomen. In het tweede jaar van je minorkeuze neem je het 4de plichtvak met ref. * op, nl. 'Inleiding tot de prospectie en opgravingstechnieken'. In dit jaar vul je verder aan met opleidingsonderdelen naar keuze.

Minor Economie en bedrijfskunde (2.1.1.3 – 2.2.1.3)

In het eerste jaar van je minorkeuze neem je uit deze minor één plichtvak met ref. * op, nl. het basisvak 'Economie'. Daarnaast vul je verder aan met opleidingsonderdelen naar keuze. Je houdt zelf rekening met de begincompetenties in de studiefiche beschreven.

Aan de faculteit Economie en bedrijfskunde worden verschillende voorbereidingsprogramma's aangeboden die toegankelijk zijn voor academische bachelors. Zo kunnen studenten die reeds in het bezit zijn van een academische bachelor met als minorkeuze Economie en bedrijfskunde in bepaalde gevallen rechtstreeks toegelaten worden tot de master Algemene economie. De meeste opleidingsonderdelen in het voorbereidingsprogramma tot master Algemene economie komen voor in de minor economie en bedrijfskunde. Kijk dus goed na over welke opleidingsonderdelen het gaat als je later graag nog een master economie wil behalen.

Minor Globalisering en diversiteit (2.1.1.4 – 2.2.1.4)

Binnen deze minor ben je vrij om te bepalen welke opleidingsonderdelen je opneemt. Bepaalde opleidingsonderdelen kunnen niet opgenomen worden als men niet over de nodige begincompetenties beschikt. Kijk dus goed de begincompetenties van de afzonderlijke opleidingsonderdelen na. Bovendien worden sommige opleidingsonderdelen slechts tweejaarlijks aangeboden. Deze opleidingsonderdelen worden in de studiegids, in het academiejaar waarin ze niet gedoceerd worden, lichtgrijs gemarkeerd.
Deze minor vormt een goede basis voor de aansluitende masteropleiding in Gender en diversiteit.

Minor Letterkunde (2.1.1.5 – 2.2.1.5)

Kies je voor de minor Letterkunde, dan neem je het opleidingsonderdeel met referentie *, Algemene literatuurwetenschap,  verplicht op binnen je minorkeuze. Daarnaast mag je vrij aanvullen met overige opleidingsonderdelen uit de minor Letterkunde of andere letterkundige opleidingsonderdelen uit het aanbod van de faculteit L&W. Een voorbeeldlijst van letterkundige opleidingsonderdelen.

Minor Politieke en sociale wetenschappen (2.1.1.6 – 2.2.1.6)

Deze minor is opgebouwd uit verschillende opleidingsonderdelen behorend tot de bacheloropleiding Politieke wetenschappen. Er zijn twee opleidingsonderdelen met referentie * verplicht, nl. 'Politicologie' en 'Sociologie'. Daarnaast kan je vrij kiezen welke andere opleidingsonderdelen je uit deze minor wil opnemen.
Binnen de Faculteit Politieke en Sociale wetenschappen zijn er verschillende voorbereidingsprogramma's tot masters mogelijk voor academisch gerichte bachelors. Het kan daarom interessant zijn de opleidingsonderdelen te kiezen in functie van een eventueel bijkomend masterdiploma. Je kan je hiervoor best informeren bij de Faculteit Politieke en Sociale wetenschappen.

Minor Onderwijs (2.1.1.7 – 2.2.1.7)

Vanaf academiejaar ’19-’20 gaat de Educatieve Master van start. Deze vervangt de huidige lerarenopleiding en zal dus gevolgd moeten worden door studenten die graag in het onderwijs terecht willen komen. In het decreet ter versterking van de lerarenopleiding is voorzien dat 15 SP van de component leraarschap uit de educatieve master als keuzepakket in de voorafgaande bachelor aangeboden kan worden. Dit kan reeds vanaf academiejaar ’18-’19. De studenten die in de bachelor dit pakket gevolgd hebben, kunnen rechtstreeks naar de educatieve Masteropleiding.  
Binnen deze minor heb je geen keuzevrijheid, maar neem je de volgende drie plichtvakken (15 SP) op: ‘Krachtige leeromgevingen’, ‘Vakdidactiek cultuurwetenschappen’ en ‘Oriëntatiestage cultuurwetenschappen’.
Wie niet op uitwisseling gaat en dus 30 SP minor in totaal moet opnemen, selecteert de overige 15 SP uit een andere minor.