Oost-Europese talen en culturen

Binnen de opleiding Oost-Europese talen en culturen kan je een keuze maken uit vijf aangeboden minors. Het opnemen van een andere minor dan deze vijf minors wordt in principe niet toegestaan. Slechts in uitzonderlijke gevallen en mits motivatie kan je een minor uit een andere opleiding van de faculteit voorstellen.

De minor bedraagt 15 studiepunten in het standaardprogramma (met buitenlandsemester). Je zal zien dat de meeste minores heel wat meer opleidingsonderdelen bedragen. In je master kan je ervoor kiezen de minor verder te zetten.

Nadat je een minorkeuze hebt gemaakt, kies je opleidingsonderdelen uit de minor. Je dient hierbij zelf rekening te houden met de begincompetenties van de verschillende opleidingsonderdelen (terug te vinden in de studiefiches).

Volg je een modeltraject, dan neem de volledige 15 studiepunten van je minor op in Ba2. In een geïndividualiseerd traject kan je dit spreiden.

Denk goed na bij het kiezen van een minor. Dit kan relevant zijn voor een eventuele bijkomende studie na je bachelor of master Oost-Europese talen en culturen. Je kiest in dat geval best opleidingsonderdelen in functie van een aansluitend voorbereidingsprogramma.  Informeer je dus goed alvorens een keuze te maken.

Volgende minors worden binnen de opleiding Oost-Europese talen en culturen aangeboden:

 

  • Slavische middeleeuwen in context (2.1)

  • Zuidoost-Europa in context (2.2)
  • Rusland in context (2.3)

  • Tweede Zuidoost-Europese taal (2.4)

  • Onderwijs (2.5)