Marieken De Munter, projectmedewerker diversiteit aan UGent

Ik heb voor de opleiding Afrikaanse Talen en Culturen gekozen omdat ze heel goed bij mijn persoonlijkheid aansloot. Al van kindsbeen af was ik in andere culturen geïnteresseerd. Ik was als tiener ook een echte idealist en engageerde me op sociaal vlak: ik hield de wereldwinkel open, ik wilde de wereld verbeteren. Bovendien wist ik dat Afrikaanse Talen en Culturen een unieke opleiding is in Vlaanderen en dat ik met een bijzonder diploma op de arbeidsmarkt terecht zou komen.


In de loop van de opleiding werd me duidelijk dat ik een heel brede vorming kreeg die veel verder reikt dan je zou denken. Ik voelde ook dat de wereld aan het veranderen was: thema’s zoals globalisering, migratie en vluchtelingenproblematiek werden steeds actueler en het vermogen om met die thematiek vertrouwd te zijn en te kunnen omgaan, is ondertussen een van de belangrijkste competenties van de 21ste eeuw geworden. Ook de relevantie van de taallessen is gaandeweg tot me doorgedrongen: op het Afrikaanse continent hebben mensen soms geen toegang tot onderwijs in hun moedertaal. Dat is nodig om deel te kunnen uitmaken van het wereldsysteem en de internationale economie. Daarom is het belangrijk dat iemand zich met die talen bezighoudt, en die gedachte motiveerde me om verder te zwoegen op mijn Afrikaanse talen.


Tijdens mijn studies trok ik me het lot van vluchtelingen heel erg aan. Ik was actief in vzw’s en werkgroepen en liep altijd vooraan bij betogingen of protestbewegingen. Vanuit die bekommernis heb ik een privé-initiatief opgestart: Magenta, een nachtopvang voor thuislozen die niet meer in de reguliere opvang terechtkunnen. Op professioneel vlak ben ik van de ene job in de andere gerold. Na mijn studies Afrikanistiek heb ik bij de VDAB een halfjarige opleiding tot administratief medewerker gevolgd, waar ik wat computerskills en praktische vaardigheden heb opgedaan. Daarna vond ik meteen werk bij de Gentse integratiedienst waar ik voor die VDAB-opleiding stage had gedaan. Daarna ben ik voor Kwasa Kwasa gaan werken, een vzw voor ontwikkelingswerk in Malawi. Mijn volgende job was bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen, waar ik inkomende visumstudenten begeleidde, en uiteindelijk ben ik bij Universiteit Gent beland.

"Vooroordelen corrigeren, diversiteitscompetenties aanscherpen en reflecteren over diversiteit: dat zit er bij mij ingebakken. Die vaardigheden zijn niet evident en heel actueel." 


De beleidscel Diversiteit en Gender van de UGent bestaat zo’n tien jaar, dus het is een nieuw terrein binnen het universitaire beleid. Mijn job bestaat erin om de instroom en doorstroom van kansengroepen binnen de universiteit te verbeteren. Zo is er het rolmodellenproject, waarbij studenten met een migratieachtergrond over hun ervaringen gaan vertellen op middelbare scholen, of ‘UGent in Zicht’, een voorbereidend jaartraject dat zesdejaarsscholieren de kans geeft om kennis te maken met de universiteit. Ik doe ook aan sensibilisering en beleidswerk. Zo hebben we ervoor gezorgd dat meertalige studenten een woordenboek mogen gebruiken bij hun examens. Daarnaast ben ik praktijkassistente voor Coaching en Diversiteit, een universiteitsbreed keuzevak waarbij ouderejaarsstudenten begeleiding en ondersteuning bieden aan eerstejaarsstudenten uit kansengroepen. Voor dat vak geef ik oefencolleges rond diversiteit.

"De groepssfeer aan de opleiding Afrikaanse Talen en Culturen heeft van mij ook een echte teamplayer gemaakt. Dat is altijd een troef in een professionele context."


Voor die oefencolleges kan ik erg veel uit mijn opleiding Afrikanistiek recycleren. Vooroordelen corrigeren, diversiteitscompetenties aanscherpen en reflecteren over diversiteit: dat zit er bij mij ingebakken. Die vaardigheden zijn niet evident, maar heel actueel. De groepssfeer aan de opleiding Afrikaanse Talen en Culturen heeft van mij ook een echte teamplayer gemaakt. De Afrikanisten waren de survivors van de faculteit. Er werd weleens gezegd dat de opleiding met uitsterven bedreigd was, maar er leefde een sterke vechtersmentaliteit onder de Afrikanisten. We bleven energie pompen in de opleiding en we gaven niet op. Dat overlevingsinstinct heeft mij gevormd. In mijn huidige job moet ik ook soms vechten voor mijn bestaansrecht. Diversiteit is nu eenmaal niet zo sexy, maar ik ben het gewoon om voor mijn idealen op te komen.


Als het nodig was, zou ik geld geven voor deze job. Ik vind het fantastisch dat ik iets kan doen voor de mensheid en dat ik dagelijks met interessante en maatschappelijk relevante materie bezig kan zijn. Bovendien zit ik in een luxepositie: ik mag geven. Ik moet niet om geld of steun smeken. Ik beschik over middelen waarmee ik iets kan verwezenlijken. Op het einde van het jaar komen studenten ons soms met een doos pralines bedanken voor wat ons werk voor hen betekend heeft. Dat is echt zingeving voor mij.