Twee interuniversitaire taaltesten: ITNA en ITACE

Binnen een project rond onderwijsinnovatie aan de UGent werken we aan twee reeds bestaande taaltesten voor instromende studenten. Er is immers een duidelijke behoefte aan een grondige testing van het taalniveau Nederlands voor anderstalige studenten en van het taalniveau Engels voor studenten die willen inschrijven voor de masteropleidingen in het Engels. Totnogtoe bestonden hiervoor aan de Vlaamse universiteiten geen online testen. De gebruikte testen werden bovendien intuïtief opgesteld en niet onderworpen aan een grondige validiteits- en betrouwbaarheidsstudie.

Binnen dit project stellen wij ons daarom als doel digitale testen te ontwerpen die ook gedragen worden door een uitgebreide pretestfase waarin validiteit en betrouwbaarheid onderzocht worden. Grondig gevalideerde testen maken immers integraal deel uit van het onderwijs en vormen een essentiële bijdrage tot de onderwijsvernieuwing. Dit project hecht daarnaast ook veel belang aan een vernieuwende testmethodiek.

Zowel voor de test Nederlands als voor de test Engels werd een samenwerking opgezet met de verschillende Vlaamse universitaire talencentra (Linguapolis, Universiteit Antwerpen; ILT, KULeuven; HUB, Brussel). Samen ontwikkelen we standaard toelatingstesten die voor alle universiteiten dezelfde zijn, wat de draagwijdte en de kracht van de ontwikkelde testen aanzienlijk verhoogt.

De test Nederlands (Interuniversitaire test Nederlands voor anderstaligen, ITNA) gaat na of de tester minimaal het B2-niveau van het Europees Referentiekader voor Talen heeft bereikt. Voor de Engelse test (Interuniversity Test of Academic English, ITACE) wordt een niveaubepalende test ontwikkeld. Hiertoe krijgt de student eerst een basistest voorgelegd die bepaalt of de student een laag of hoog niveau heeft. Daarna krijgt de student een test op zijn niveau om nauwkeuriger het precieze niveau binnen het Europees Referentiekader voor Talen te discrimineren. Dit adaptieve systeem laat ons toe het niveau te bepalen van A2 tot en met C1 op het Europees referentiekader.

Binnen dit project streven we naar een grondige analyse van de testen, zowel kwalitatief als kwantitatief. De testitems worden kwalitatief getest op een aantal proefpersonen via een think aloud protocol (Morae-software), dat inzicht geeft in de mogelijke verbeteringen voor de test (bv. het formuleren van andere afleiders bij meerkeuzevragen, het zo veel mogelijk vermijden van het gebruik van kennis van de wereld voor het oplossen van vragen, duidelijk geformuleerde instructies, moeilijkheidsgraad enz.). Ook de relevantie van de testvragen voor het testdoel kan op die manier in vraag worden gesteld. De vragen worden geformuleerd op basis van de bevindingen die uit het Think aloud protocol kunnen worden opgetekend.

Anderzijds worden de testitems intensief gepretest in verschillende pilootversies. We nodigen hiervoor studenten uit om (delen van) de test af te leggen, zodat we de testitems grondig statistisch kunnen verifiëren via een klassieke itemanalyse (item moeilijkheid en item betrouwbaarheid).  Op die basis worden de testen verder aangepast en verfijnd. Een grondige postanalyse van de bestaande items laat ons toe om de test op punt te stellen en ook de cesuren verder te verfijnen op basis het Europees referentiekader voor Talen.