Historiek

Gedurende het 200-jarig bestaan van onze universiteit werden belangrijke academische en wetenschappelijke collecties aangelegd die gegroeid zijn vanuit het wetenschappelijk onderzoek of vanuit pedagogische benaderingen.

Ten grondslag van deze basis van deze unieke en uitermate rijke collectie, ligt Willem I van Oranje. Hij was het die in 1817 bij de oprichting van de universiteit de nadruk legde op wetenschappelijke verzamelingen voor onderwijs en onderzoek. Hij liet zelfs bij wet vastleggen dat elke universiteit voor haar onderwijs in de natuurlijke historie moet beschikken over ‘Un cabinet pour l’histoire naturelle des animaux et pour leur anatomie comparée’, wat de start betekende voor de collectie van het Museum voor Dierkunde. Het was ook de aanzet voor andere collecties, zoals een collectie chirurgische instrumenten (uitgegroeid tot het huidige Museum voor de Geschiedenis van de Geneeskunde) en de etnografische verzamelingen. Van de tweeëntwintig verzamelingen werden er negentien oorspronkelijk gebruikt voor onderwijs en/of onderzoek. De drie die hiervan afweken (Diergeneeskundig Verleden, Farmacie, Biomedische Bibliotheek) richtten zich vooral op tentoonstelling. Het spreekt voor zich dat iedere deelcollectie z’n eigen ontstaansgeschiedenis kent.