Collectie Dierkunde

De Collectie Dierkunde herbergt vertegenwoordigers van alle groepen van het dierenrijk. Op verschillende manieren zijn die tentoongesteld: fossielen, volledige dieren op formol of alcohol, opgezette dieren, reconstructies, geraamten en organen. Maar liefst 50 000 objecten, dieren en preparaten verzamelde men in een tijdspanne van tweehonderd jaar. Dat is uniek in Vlaanderen. Enkele curiosa zijn de Tasmaanse buidelwolf, de Javaanse lelkieviet, het Vliegend draakje en de Medinaworm.

Opgericht in 1817 had het Museum voor Dierkunde als doel een wetenschappelijke verzameling aan te leggen ter illustratie van de lessen dierkunde in de Faculteit Wetenschappen aan de Gentse Universiteit. Elke universiteit moest sinds 1816 over collecties, waaronder een “Cabinet pour l’histoire naturelle des animaux et pour leur anatomie comparée”, beschikken ter illustratie van de “ex-cathedra” lessen. Onder professor Felix Plateau, zoöloog-anatoom, komen beide vakken, en hun collecties, voor het eerst samen onder één leerstoel en is hij op die manier de eerste directeur van het ‘museum’ zoals we het vandaag kennen. Nog meer dan zijn voorganger vond hij dat je niet alles  uit boeken mag leren, maar dat je deze moet gebruiken als leidraad om zelf dissecties te doen. In zijn periode komen heel wat kadavers uit de Gentse Dierentuin. De straatnamen aan het Muinkpark herinneren ons aan de ‘Gentsche Diergaerde’. Deze dierentuin, die vooral bij de beau monde populair was, leverde de universiteit in de 19de eeuw af en toe karkassen van dieren. Die zijn tot op vandaag te bezichtigen in de Collectie Dierkunde: o.a. struisvogels, lama’s en enkele halswervels van de beroemde olifant Betsie. De uitgeroeide Medinaworm, die we vooral kennen van het aesculaapteken (het symbool van de geneeskunde), is één van de vele curiositeiten van de collectie.

De collectie wijst hierbij rechtstreeks en onrechtstreeks op de kwetsbaarheid van de natuur. Geen overbodige luxe…

Historiek van de collectie

Contact: