“Core Facilities zijn de toekomst van onze onderzoeksinfrastructuur”

(01-06-2021) Onderzoekscentra zullen vanaf het komende academiejaar een erkenning kunnen krijgen als Core Facility van de UGent. Maar wat zijn CF’s nu precies en waarom zijn ze nodig? We bieden een korte inkijk in de toekomst van onderzoek.

Wat zijn Core Facilities?

Een groep van UGent’ers deelt al sinds 2018 ideeën met elkaar over hoe labo’s aan de UGent kunnen omgaan met problemen op verschillende vlakken. Deze ‘Labo-Community’ is een soort lerend netwerk dat focust op kennisdeling rond duurzaamheid, financiële robuustheid, ondersteuning qua technologie en toestellenpark, publieke zichtbaarheid, etc. Om het hoofd te kunnen bieden aan de vele uitdagingen waarmee labo’s te maken krijgen, kwamen de community-leden al snel uit op de nood aan een breder Core Facilitybeleid.

Een Core Facility brengt expertise en gespecialiseerde infrastructuur zoals apparatuur en e-resources – universiteitsbreed – tezamen als één organisatie. Het overkoepelende doel is het bereiken van een verhoogde efficiëntie en professionalisering van bestaande onderzoeksinfrastructuur. Hierdoor komt ze beter ter beschikking te staan van zowel interne als externe onderzoekers. Core Facilities worden ondersteund en gefinancierd met de intentie om op termijn zelfbedruipend te zijn. Het is een model dat al succesvol werd toegepast aan de UGent; ze volgt daarin de internationale trends.

“Voor de UGent is het een vanzelfsprekendheid dat de almaar groeiende vraag naar meer en veeleisendere soorten onderzoek beantwoord wordt met een zo efficiënt mogelijke inzetting van beschikbare infrastructuur en expertise,” zegt prof. Ignace Lemahieu, directeur van de Directie Onderzoeksaangelegenheden. Hij preciseert dat “samenwerking tussen de verschillende labo’s, vakgroepen en faculteiten in het DNA zit van de UGent. Met het structureel erkennen en ondersteunen van Core Facilities wil de UGent een stimulans geven aan onderzoekers om een stap verder te zetten en op een nog meer professionele manier om te gaan met de beschikbare onderzoeksinfrastructuur.”

Professor Ignace LemahieuNoodzaak

“De nood aan professionalisering blijkt uit verschillende zaken,” vervolgt Lemahieu. “Eén daarvan is inefficiënt gebruik van beschikbare middelen. Onderzoeksgroepen kopen soms apparatuur aan omdat ze niet of te weinig op de hoogte zijn van wat andere groepen al voor handen hebben. Bekijkt men het gebruikersniveau van die dubbel aangekochte apparatuur, dan komt men vaak uit op moeilijk te rechtvaardigen onderhoudskosten.”

“We willen onderzoekers meer bewust maken van het kostenplaatje dat schuilt achter de gespecialiseerde apparatuur die ze gebruiken in hun onderzoek. Er zijn de voornoemde onderhoudskosten, maar ook de aankoop, de verbruiksgoederen die nodig zijn, het loon van het vaak gespecialiseerde personeel dat de apparatuur aanstuurt, en de resterende overhead. Daarbij moet je er ook rekening mee houden dat wij een universiteit zijn in een oude stad, onroerend goed is duur en moeilijk te bekomen. We hebben dus de plicht om de ruimte die tot onze beschikking staat optimaal te benutten.”

Hij glimlacht en zegt “voor de duidelijkheid: ik wil niemand tegen de schenen schoppen. Het spreekt voor zich dat alle onderzoeksgroepen aan de UGent verantwoordelijk omgaan met de middelen die ze hebben. Maar soms moet je durven om zaken in een bredere context te plaatsen. Het aankoopbeleid van een onderzoeksgroep is afgesteld op de noden van de groep zelf, maar houdt daarbij vaak geen rekening met het grotere plaatje – en de opportuniteiten die op dat vlak in samenwerking terug te vinden zijn.”

Het faciliteren van samenwerking draait ook rond communicatie. “Stel je voor waartoe we in staat zouden zijn mochten alle onderzoekers, binnen en buiten de UGent, volledig op de hoogte zijn van wat de UGent allemaal te bieden heeft? Ik hoor vaak van jonge onderzoekers die nu de weg niet vinden naar de middelen die ze nodig hebben voor hun onderzoek, simpelweg omdat ze niet weten wat er allemaal beschikbaar is. Terzelfdertijd zijn er ook onderzoeksgroepen die om diezelfde reden op zoek gaan buiten de UGent voor iets wat intern gemakkelijker en goedkoper mogelijk is!”

Rector Rik Van de Walle treedt Lemahieu enthousiast bij en voegt daaraan toe dat “dit een verhaal is dat niet draait rond financiële discipline, maar wel om het creëren van nieuwe opportuniteiten. Efficiënt omgaan met middelen en de nadruk leggen op open communicatie zal ervoor zorgen dat we net méér kunnen realiseren: meer onderzoek en meer kennisdeling; meer expertise, state-of-the-art infrastructuur en robuuste internationale samenwerking. Core Facilities zijn dé manier om de aantrekkingskracht en onderzoeksreputatie van de UGent te vergroten. Het is dan ook niet meer dan normaal dat de UGent voldoende steun voorziet om dergelijke samenwerkingen op te zetten en te consolideren.”

Eilandjesdenken

Marthe DE BOEVRE.PNGHet Centre of Excellence in Mycotoxicology and Public Health (CEMPH) aan de UGent haalde recent een prestigieuze ERC Starting Grant binnen. Prof. Marthe De Boevre van het CEMPH verklaart welke rol de Core Facilities daarin speelden: “de samenwerking van het CEMPH met de Core Facilities aan de UGent waren een doorslaggevende factor in het toekennen van de beurs. De beschikbaarheid en toegankelijkheid van diverse types onderzoeksinfrastructuur werd beschouwd als een sterk argument in ons voordeel, wat de haalbaarheid van de beursaanvraag alleen maar ten goede kwam. In Europa is het de eerste keer dat mycotoxicologisch onderzoek op dit niveau gefinancierd wordt!”

De Boevre legt uit dat de multidisciplinaire aanpak die eigen is aan de Core Facilities in dat opzicht te kaderen is in een open onderzoekscultuur die zowel nieuw als oud is. “Eigenlijk kan je stellen dat er al 20 jaar Core Facilities zijn aan de UGent, ze werden gewoon nog niet zo genoemd. De voorbije decennia zijn er al zoveel mooie samenwerkingen geweest van onderzoekers die geloven in multidisciplinariteit, met fantastische resultaten. Maar deze samenwerkingen waren veelal gebaseerd op informele netwerken en contacten tussen onderzoekers. Officiële erkenning en ondersteuning door de UGent onder de noemer ‘Core Facilities’ is een belangrijke, nieuwe stap in een proces dat al langer aan de gang is.”

“Hedendaags wetenschappelijk onderzoek heeft niks te winnen bij eilandjesdenken. Een enge focus op het individuele prestige van de onderzoeker of de onderzoeksgroep, ten koste van anderen, is meer en meer achterhaald aan het worden. Er schuilt een logica in die onlosmakelijk leidt tot gebrekkige communicatie en geslotenheid. Terwijl de wetenschappelijke community net in de tegenovergestelde richting evolueert.” (prof. Marthe De Boevre, CEMPH)

Erkenning

De raad van bestuur van de UGent keurde in april ’21 de erkenningsprocedure voor Core Facilities aan de UGent goed. Directeur Lemahieu licht toe dat er al een aantal zaken vaststaan. “Erkenning als Core Facility zal betekenen dat het BOF de oprichting ervan mede zal ondersteunen met €50.000 per jaar, gedurende 3 jaar, met mogelijkheid tot een eenmalige verlenging. De meerjarenbegroting voorziet in de ondersteuning van maximaal 27 nieuwe Core Facilities.”

Op de vraag of er verplichtingen verbonden zijn aan de erkenning, antwoordt Lemahieu stellig dat “het iedereen natuurlijk vrij zal staan om zich op te geven voor erkenning. Daarnaast zal de erkenning en de financiële steun toegekend worden op basis van de sterkte van het ingediende dossier. De Directie Onderzoeksaangelegenheden buigt zich momenteel over de specifieke modaliteiten van de erkenningsprocedure. In het begin van academiejaar ’21-’22 volgt meer info en een eerste uitnodiging.”

Ben je geïnteresseerd in Core Facilities en wens je graag bijkomende informatie? Contacteer dan Esther De Smet van de Directie Onderzoeksaangelegenheden (esther.desmet@ugent.be).