De implicaties van een (no-deal) Brexit – deel 2: Erasmus+ en studeren in het buitenland

(06-11-2020) In deel 2 bekijken we wat er verandert voor UGent'ers na de Brexit op vlak van Erasmus+ en studeren in het buitenland.

 

Het centrale thema van Brexit is het terugwinnen van soevereiniteit van onder een vermeend Europees juk. Dit idee wordt het sterkst weerspiegeld in het opgeven van het vrije verkeer van personen tussen het VK en de Schengenzone, maar ook door het in vraag stellen van decennialange academische- en onderzoekssamenwerkingen met het continent.

Waarmee moeten UGent’ers rekening houden vanaf 2021 op vlak van Erasmus+ en studeren in het buitenland? Een kort overzicht.

Erasmus+

Go It Alone

De UGent organiseert jaarlijks net als andere leden van het Erasmus+ netwerk talloze uitwisselingsprojecten voor studenten, academici en ATP’ers en krijgt daarvoor ook financiering van het Erasmus+ programma. Het VK heeft zijn participatie tot het einde van de huidige programmacyclus vastgelegd maar vanaf 21’-22’ is dit allerminst gegarandeerd.

Volgens de laatste werkingsrapporten van Erasmus+ over AJ 17’-18’ stuurde de EU ruwweg 2 keer zoveel participanten naar het VK als er Britten naar het vasteland trokken, wat uniek is bij de participerende leden. Er zijn hier veel mogelijke verklaringen voor: Britse topuniversiteiten horen bij de hoogst scorende ter wereld op toonaangevende rankings, ze zetten in op internationalisering en hebben vaak een sterk uitgebouwde internationale community; plaatsen aan die universiteiten zijn hierdoor zeer gegeerd.

Deze stand van zaken is voor veel Britse beleidsmakers echter onaanvaardbaar. Het Erasmusprogramma is gesticht met als hoofddoel het scheppen van een Europese identiteit onder jongeren en Europese coöperatie en mobiliteit te promoten, wat natuurlijk haaks staat op de go-it-alone-koers van het Johnsonkabinet. De perceptie bestaat dat het vasteland veel te winnen heeft uit een uitwisseling met een expertisecentrum voor hoger onderwijs zoals het VK, maar dat dit omgekeerd veel minder het geval is.

Hoewel hierover nog niets officieel besloten is, is het dus zeker niet ondenkbaar dat men Erasmus+ verlaat en naar Zwitsers voorbeeld een parallel Brits uitwisselingsprogramma op poten stelt dat wel gemodelleerd is op Erasmus maar voor de rest volledig door het VK geleid wordt.

Gevolgen

Het eerste waarschijnlijke gevolg is dat EU-burgers geen bevoorrechte positie meer zullen hebben om een van de beschikbare plaatsen aan Britse universiteiten voor uitwisselingsstudenten, academici en ATP’ers te bemachtigen. Het proces om via uitwisseling naar het VK te gaan, zal dus in een zekere zin bemoeilijkt worden.

Daarnaast staat het vast dat een uitwisseling een duurdere onderneming zal worden dan nu het geval is. Zoals in Deel 1 al vermeld is, zal men ten eerste een visum moeten aanvragen, wat een extra kost van ruwweg £300 met zich meebrengt. Daarnaast zal de Erasmusbeurs voor studenten wegvallen in een scenario waarin het VK uit Erasmus+ stapt en is het onzeker of het VK iets gelijkaardig zal aanbieden aan gegadigden uit het vasteland. Ook moeten studenten in dat geval rekening houden met mogelijke bijkomende kosten zoals het inschrijvingsgeld aan Britse universiteiten.

Al deze zaken kunnen een grote barrière vormen voor studenten die het kapitaal niet voor handen hebben om de vaste uitwisselingskosten te combineren met een aantal maanden tot een volledig jaar zonder inkomen. Je vindt op de pagina’s van Universities UK meer info over het inschrijvingsgeld en andere zaken met betrekking tot Europese studenten die naar het VK willen komen buiten het kader van een uitwisselingsprogramma.

Omgekeerd is het onzeker hoe de situatie eruit zal zien voor Britten die op uitwisseling naar Europa willen komen. De Brexit zal uitwisseling uiteraard niet onmogelijk maken maar, indien Erasmus+ wegvalt, zal dit moeten gebeuren via andere, minder robuuste uitwisselingsakkoorden die in veel gevallen pas uitgewerkt zullen worden in een post-Brexitwereld. Wat dit betekent voor de timing, de beschikbare plaatsen en het inschrijvingsgeld is nu nog koffiedik kijken.

Finaal zullen ook de Erasmus Mundus joint Master Programmes geïmpacteerd worden. Deze prestigieuze masteropleidingen kunnen in juridische problemen komen indien ze georganiseerd worden door een universiteitenconsortium waartoe een Britse instelling hoort. De EU voorziet echter meer ruimte voor niet-Europese instellingen vanaf 21’-22’, wat Britse universiteiten misschien toch een tussenoplossing zou bieden. Zoals hiervoor, binnenkort meer nieuws. Meer info over Brexit en het Erasmusprogramma vind je op de website van Erasmus+ en deze korte bespreking van de zaak in het Brits Parlement.

Ben je een medewerker van de UGent en heb je nog vragen over de impact van Brexit op Erasmus+ en andere uitwisselingsprojecten? Contacteer dan de afdeling Internationalisering in DOWA via secretariaatAIB@UGent.be.