De implicaties van een (no-deal) Brexit – deel 3: onderzoek en onderzoeksfinanciering

(16-11-2020) In deel 3 bekijken we wat er verandert voor UGent'ers na de Brexit op vlak van onderzoek en onderzoeksfinanciering

Bekijk ook: De implicaties van een (no-deal) Brexit – Deel 1: wonen en werken in het buitenland & Deel 2: Erasmus+ en studeren in het buitenland

Britse universiteiten en organisaties werken mee aan een geschatte 12% van alle Europese samenwerkingen waarin de UGent heden een partner is. Enkel met Duitse partners ligt dit getal hoger. Aangezien het nog onduidelijk is of en hoe het VK zich gaat aansluiten bij programma’s zoals Horizon Europe, is de toekomst van Belgisch-Britse onderzoeksprojecten onzeker.

Wel kunnen we met zekerheid zeggen dat al deze samenwerkingen op de helling staan en dat het projectaanvraaglandschap er in de toekomst anders zal uitzien.

Horizon 2020 & Horizon Europe

Achtergrond

Aangezien de Brexit in wezen een grote soevereiniteitsoefening is, zal het niemand verbazen dat een aantal grote politieke spelers aan Britse kant zeer sceptisch staan tegenover Europese financieringsprogramma’s zoals Horizon Europe. Hoewel het VK al jaren financieel meer wint uit hun participatie aan Horizon dan dat het hen kost, vrezen veel critici dat er onderzoek gedaan wordt waar vooral het vasteland wel bij vaart en de Britse belangen niet genoeg doorwegen in het uitstippelen van het beleid. Hardliners houden er natuurlijk geen rekening mee dat de winst die uit onderzoek gehaald wordt niet louter in financiële termen is uit te drukken, denk aan de uitbouw van een netwerk en de samenwerkingen en onverwachte onderzoeksopportuniteiten dat zoiets faciliteert.

De Britten worstelen met het idee dat ze, ondanks hun positie als grootste speler in Europa op vlak van hoger onderwijs, onvoldoende invloed hebben op het programmabeleid van Horizon wegens de werking van de EU. In de praktijk woog deze invloed tot nu toe echter ontegensprekelijk wel door, maar voor Johnsons politieke klasse is een waarheid die niet geëxpliciteerd kan worden weinig overtuigend.

Er is op dit vlak nota bene een enorme incongruentie tussen de standpunten van de universiteiten zelf (allemaal pro-Europees en pro-uitwisseling) en de politici die over de akkoorden onderhandelen (grotendeels anti-Europees en anti-uitwisseling). Die laatsten zouden het liefste voor alles een Brits alternatief hebben waarover het beleid uitsluitend door Britten uitgestippeld wordt. De eilandmentaliteit zit er vaak sterk in.

Mogelijkheden

Voor alle duidelijkheid, het VK wordt nog als een gewoon lid van de EU beschouwd voor alle projecten binnen H2020, no matter what. Dit is vastgelegd in het transition agreement. Zoals het er nu uitziet, zal het VK ervoor kiezen om een associatieakkoord aan te gaan voor Horizon Europe, net zoals bv. Zwitserland dat moet doen. Het gevolg daarvan zou zijn dat Britten wel beroep zullen kunnen doen op financiering door Horizon Europe, maar dat dit zal gebeuren volgens de voorwaarden die de EU uitstippelt. Britse beleidsmakers zullen niet meer mee mogen beslissen over het financieringsbeleid van Horizon Europe.

De huidige onderhandelingen hierover worden bemoeilijkt doordat geen enkel Europees land waarmee nu een associatieakkoord afgesloten is, zoals Zwitserland, slechtere voorwaarden wil dan de mogelijke overeenkomst die met het VK zal gesloten worden. Daarnaast wil het VK natuurlijk garanties dat ze evenveel bij het programma zal baten als dat het haar zal kosten. De EU rest dus de moeilijke taak om hierin een evenwicht te vinden.

Daarnaast kan het VK er ook voor opteren om een Britse vervanger voor Horizon 2020 op poten te stellen. Hoewel er al een jaar sprake is van de oprichting van een Brits Discovery Fund naar het voorbeeld van het ERC, is het nog volstrekt onduidelijk hoe deze onderneming precies vorm zal krijgen. Wel heeft het Johnsonkabinet echter al haar vastberadenheid uitgedrukt om veel middelen in onderzoek te pompen.

Gevolgen (no-deal) Brexit

Het staat vast dat een no-deal Brexit drempelverhogend zal zijn voor samenwerkingsmogelijkheden tussen Britse instellingen en hun Europese tegenpolen. Tekenend hiervoor is dat een aantal Britse universiteiten nu hun Brussel’s Office sluiten aangezien die mogelijks overbodig zullen worden. Aan de andere kant openen veel van die instellingen net nu ook outpost universities op het continent om zo toch een opening te behouden voor Europese financiering, analoog aan bv. de UGent Global Campus in Korea. Iedere Britse universiteit bereidt zich dus voor op onzekere jaren.

In 2021 zullen er naar alle waarschijnlijkheid nieuwe bilaterale overeenkomsten gesloten worden tussen het VK en de EU, maar de weg daar naartoe zal lang zijn. Dit wil zeggen dat UGent’ers zich tijdens minstens het komende jaar moeten voorbereiden op een gap in Europese financieringsmogelijkheden voor onderzoekssamenwerkingen waarin Britse instellingen een partner zijn.

Ondanks de voorbereidingen van universiteiten aan beide kanten van het Kanaal, bestaat de mogelijkheid dat je als UGent-onderzoeker zal moeten kiezen tussen een partnerschap binnen de EU dat toegang geeft tot Europese middelen of een met een Britse instelling onder andere voorwaarden; waarbij de criteria, impact assessments, financiering, etc. van Britse- en EU-kanalen niet meer op elkaar zullen zijn afgestemd. Dit wordt nog frustrerender als je bv. zoekt naar een sterke partner in het VK maar het financieringskanaal met een (misschien iets minder sterke) EU-partner beter is. Dit soort keuzes stelt zich al decennia niet meer en is, uiteraard, de reden dat er op EU-niveau zo nauw wordt gecoördineerd op vlak van hoger onderwijs.

Britten en Europeanen zullen natuurlijk ooit weer samenwerkingen kunnen aangaan binnen het kader van Horizon Europa maar er gaat nu met zekerheid een onderbreking zijn die even zal duren. Dit mag onderzoekers echter niet tegenhouden om op langere termijn samenwerkingen aan te gaan. Academische instellingen over heel Europa hebben immers al allemaal sterk uitgedrukt dat ze dit van cruciaal belang vinden.

Concreet zal dit betekenen dat onderzoekers in de EU en het VK zich in de nabije toekomst waarschijnlijk zullen moeten richten op twee verschillende financieringspolen, een Britse en een Europese. Europeanen zullen beroep kunnen blijven doen op Horizon Europe en andere Europese initiatieven, maar onderzoekssamenwerkingen met Britse instituties zullen creatief moeten zijn in het zich beroepen op diezelfde steun, denk bv. aan samenwerkingen met Outpost Universities van Britse universiteitsinstellingen in Europa.

Gaan de Britten akkoord met de voorwaarden van een associatieverdrag in zake Horizon Europe, wil dit zeggen dat zij akkoord gaan met- maar niet meer zullen kunnen wegen op haar onderzoeksbeleid. Zij zullen in Horizon Europe investeren en daar ook investering uithalen door projecten in te dienen. Bij een akkoord zal dat verdrag immers stipuleren dat ze niet meer geld moeten geven dan dat ze er weer uithalen. Hierdoor zullen Britten dus toch nog met EU-onderzoekers kunnen samenwerken en vice versa.

Ben je een medewerker van UGent en heb je nog meer vragen over de impact van Brexit op onderzoek en onderzoeksfinanciering? Contacteer dan de afdeling Onderzoekscoördinatie van DOZA via AOC@UGent.be.